Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de stad een verarming betekent.
Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.
Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.
Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar zijn voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.
Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.
Gemeenten die een subsidieaanvraag indienen voor intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zijn verplicht een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij te houden.
De strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen zal enkel een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een verwaarlozingsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele belastingen zodat een financieel evenwicht kan bereikt worden in het meerjarenplan.
De vrijstellingen van belasting, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de stad.
HOOFDSTUK 1. DEFINITIES en BEVOEGDHEID
Artikel 1. begripsomschrijving
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 are. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats.
2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:
4°. IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister toevertrouwd krijgt;
5° Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register dat de lijst bevat van de als verwaarloosd geïnventariseerde woningen en gebouwen;
6° Opnamedatum: datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister. Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de verwaarlozing. De opnamedatum is het referentiepunt om de verjaardag te bepalen;
7° Registerbeheerder: de door IGO div of de gemeente aangestelde personeelsleden die belast worden met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk verwaarlozingsregister voor woningen en gebouwen;
8° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
9° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
Artikel 2.
§1. De gemeente vertrouwt in navolging van de overeenkomst inzake ondersteuning van het lokaal woonbeleid met IGO div, de bevoegdheid tot opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk verwaarlozingsregister over aan de dienstverlenende intergemeentelijke vereniging IGO div.
Concreet betekent dit dat de door IGO div aangeduide personeelsleden, zijnde de registerbeheerders, belast worden met volgende taken:
§2. De gemeente behoudt zich het recht voor om medewerkers van de “interlokale vereniging omgeving en wonen stadsregio Demerland” aan te duiden voor de uitvoering van deze taken.
§3. De door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§4. Het college van burgemeester en schepenen blijft exclusief bevoegd voor de beroepen tegen de opname in het verwaarlozingsregister.
HOOFDSTUK 2. BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 3. belastingtermijn en belastbare grondslag
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het verwaarlozingsregister.
Artikel 4. belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opname. Als er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de totale belastingschuld, dat wil zeggen dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.
§2. Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger op de hoogte brengen van de opname van het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister.
Daarnaast moet de overdrager van het zakelijk recht de gemeente per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van de notaris bezorgen, binnen twee maanden na het verlijden van deze akte.
De kopie of het attest bevat minstens volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd, voor zover de gemeente op het moment van het verschuldigd worden van de belasting niet op de hoogte is dat er een overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden
Artikel 5. aanslagvoet en berekeningsbasis
§1. De belasting bedraagt 1.500 euro voor een verwaarloosd gebouw of woning is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het verwaarlozingsregister.
§2. Per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister staat, wordt de belasting vermeerderd met 150%.
De verschuldigde belasting bedraagt dan voor:
§3. De anciënniteit van de belasting wordt bepaald volgens de anciënniteit die de woning opgebouwd heeft binnen de inventaris.
§4. Bij een overdracht van het zakelijk recht van de woning zal het aantal verjaardagen op 0 gesteld worden. De verjaardag blijft behouden voor de berekening van de termijnen.
§5. Zolang de geïnventariseerde woning of het gebouw niet uit de inventaris is geschrapt en er geen lopende vrijstelling van de belasting is, is deze belasting verschuldigd op het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.
Artikel 6. vrijstellingen
§1. Uitsluitend de vrijstellingen die opgesomd zijn in dit reglement worden toegepast en kunnen slechts aangevraagd worden via het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat als bijlage aan dit reglement opgenomen werd. Dit aanvraagformulier wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, per beveiligde zending bezorgd aan de administratie.
§2. Een aanvraag van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van twaalf maanden na datum van opname in het verwaarlozingsregister. Eens de verjaardag van de opnamedatum is verlopen, kan er geen vrijstelling meer gevraagd worden voor die periode en zal de belasting verschuldigd zijn.
§3. Een aanvraag van een verlenging van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het einde van de lopende vrijstelling. Eens de lopende vrijstelling verstreken is, kan er geen verlenging van deze vrijstelling meer gevraagd worden
§4. Een vrijstelling wordt telkens voor een periode van 12 maanden toegekend. Indien er volgens het reglement voor meerdere jaren een vrijstelling kan toegekend worden, moet de vrijstelling elk jaar opnieuw aangevraagd worden via het aanvraagformulier.
§5. Een vrijstelling kan worden verleend indien de zakelijk gerechtigde:
§6. Een vrijstelling kan worden verleend indien de woning of het gebouw:
Artikel 7. inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8. betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9. beroep tegen de weigering van een vrijstelling
§1. Binnen een termijn van 30 dagen, die ingaat de dag na de datum van de verzending van de beslissing tot weigering van de vrijstelling, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de weigering.
Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.
Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.
§2. Het beroep wordt behandeld zoals het beroep tegen de belasting zoals vermeld in artikel 10 van dit reglement.
Artikel 10. beroep tegen de belasting
§1. Binnen een termijn van drie maanden, die ingaat de dag na de datum van de verzending van het aanslagbiljet, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de belasting.
Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.
Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.
§2. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als:
Als het beroep onontvankelijk is, wordt dat aan de indiener meegedeeld.
§4. Als het beroep ontvankelijk is, wordt de gegrondheid onderzocht. Dit kan gebeuren op basis van bijgevoegde stukken maar ook door een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning of het gebouw geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
Artikel 11. overgangsbepalingen
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het belastingreglement van 12 december 2019 op verwaarloosde woningen en gebouwen blijven geldig voor de looptijd bepaald in dat reglement.
Artikel 12. inwerkingtreding
Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met betrekking tot het inventariseren en belasten van verwaarloosde woningen en gebouwen. Woningen die opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement blijven opgenomen in het register met behoud van opnamedatum.