Overwegende dat het gerechtvaardigd is een billijke financiële tussenkomst te vragen van al wie, al dan niet gevraagd, beroep doet op de dienstverlening van de gemeente;
Overwegende dat de belasting verantwoord is enerzijds door de overlast voor omwonenden die veroorzaakt wordt door de aanwezigheid van nachtwinkels en anderzijds door de kosten die gemaakt worden inzake toezicht door de politie teneinde alert te zijn voor mogelijke verstoringen van de openbare veiligheid en rust;
Gelet op de financiële toestand van de stad en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er worden voor het aanslagjaar 2026 een openingsbelasting en een gemeentebelasting gevestigd op nachtwinkels, gelegen op het grondgebied van Aarschot.
Artikel 2. definitie
Voor de toepassing van het reglement, moet er onder nachtwinkels verstaan worden, elke winkel die in algemene voedingswaren en huishoudartikelen handelt en tussen 18 en 7 uur open is, zoals bedoeld in de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening en ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit de wet door de nachtwinkel gerespecteerd zijn.
Artikel 3. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de uitbater van de nachtwinkel.
De eigenaar van het pand of van het deel van het pand waar de nachtwinkel gevestigd is, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief
De openingsbelasting is een éénmalige belasting vastgesteld op 6.230 euro per nachtwinkel en verschuldigd bij elke opening of wijziging van uitbating van een nachtwinkel.
De (jaarlijkse) gemeentebelasting is vastgesteld op 1.250 euro per nachtwinkel.
De openingsbelasting en de (jaarlijkse) belasting zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het ganse jaar, ongeacht de datum van aanvang of stopzetting van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar.
De (jaarlijkse) belasting is verschuldigd vanaf het jaar volgend op het jaar van opening of wijziging van uitbating van de nachtwinkel.
Artikel 5. aangifteplicht
Openingsbelasting
Elke belastingplichtige moet ten laatste één maand na de opening een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
(Jaarlijkse) belasting
Elke belastingplichtige moet (jaarlijks) ten laatste op 1 maart van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.
De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.
Elke wijziging of stopzetting van economische activiteit dient onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het stadsbestuur.
Artikel 6. ambtshalve vestiging
Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.
Artikel 7. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 10. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.