Terug
Gepubliceerd op 13/01/2026

Besluit  Gemeenteraad

do 18/12/2025 - 19:00

Belasting op de afgifte van omgevingsvergunningen - 2026

Aanwezig: Isabelle Dehond, Voorzitter van de gemeenteraad
Gwendolyn Rutten, Burgemeester
Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, schepenen
Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, gemeenteraadsleden
Christi Van Calster, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, gemeenteraadsleden
Regelgeving
  • de Grondwet, artikel 170 §4;
  • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
  • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
  • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
  • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
  • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
  • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

 

  • het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en de uitvoeringsbesluiten van 13 februari 2015 en 27 november 2015;
  • de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 (VCRO) en de uitvoeringsbesluiten;
  • het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM);
  • de bijlage bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II);
Feiten, context en motivering

Overwegende dat door het decreet betreffende de omgevingsvergunning één enkele procedure is ingesteld wat betreft de vergunningsplicht of de meldingsplicht voor zowel de stedenbouwkundige handelingen en de verkavelingen (bedoeld in de artikelen 4.2.1, 4.2.2 en 4.2.15 van de VCRO) als voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste, de tweede of de derde klasse (bedoeld in de artikelen 5.2.1 van het DABM);

 

Overwegende dat het artikel 5 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning de projecten vermeldt die op grond van respectievelijk het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), ofwel vergunningsplichtig ofwel meldingsplichtig zijn;

 

Overwegende dat het gerechtvaardigd voorkomt om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen voor de gemeentelijke inzet van middelen bij de behandeling van vergunningsaanvragen en meldingen in het kader van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;

 

Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

Publieke stemming
Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
Resultaat: Met 17 stemmen voor, 10 onthoudingen
Besluit

Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit

Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een gemeentebelasting gevestigd op het afleveren door het college van burgemeester en schepenen of de bestendige deputatie (in geval van klasse 1-inrichting of in geval van beroepsprocedure) van een omgevingsvergunning/melding voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting, voor het verkavelen van gronden of bijstelling van de verkaveling, voor bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, voor de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, voor de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur en stedenbouwkundig attest/inlichtingen.

 

Artikel 2. belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de aanvrager van een omgevingsvergunning/melding voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting, voor het verkavelen van gronden of bijstelling van de verkaveling, voor bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, voor de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, voor de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur en stedenbouwkundig attest/inlichtingen.

 

Artikel 3. berekeningsgrondslag en tarief

De belasting op afgifte aan de aanvrager van het besluit van het college van burgemeester en schepenen of het besluit van de bestendige deputatie (in geval van klasse 1-inrichting of in geval van beroepsprocedure) wordt vastgesteld als volgt:

 

aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, of aanvraag tot bijstelling van de verkaveling

 

312 euro

supplement (in geval van vergunning) per bijkomend/nieuw lot en per bijkomende/nieuwe wooneenheid (in geval van een lot voor meergezinswoningen)

312 euro

 

 

 

aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie van een klasse 1- of 2-inrichting

 

187 euro*

* in geval van een digitaal aangevraagde omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, waarvoor de medewerking van de architect niet noodzakelijk is, bedraagt de belasting 93,50 euro i.p.v. 187 euro

supplement in geval een openbaar onderzoek noodzakelijk is

125 euro

supplement (in geval van een vergunning) per bijkomende/nieuwe wooneenheid

312 euro

supplement in geval van een aanvraag tot exploitatie van een klasse 1-inrichting

1560 euro

 

 

 

melding van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een klasse 3-inrichting,

 

verzoek bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden,

 

melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, of

 

vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur

 

93,50 euro*

* in geval de melding van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een klasse 3-inrichting, het verzoek tot bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, of de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur, digitaal wordt ingediend bedraagt de belasting 0 euro i.p.v. 93,50 euro

 

 

 

stedenbouwkundig attest/inlichtingen

 

93,50 euro


Artikel 4. contantbelasting of kohierbelasting

De belasting wordt geheven op het ogenblik van afgifte aan de aanvrager van het besluit van het college van burgemeester en schepenen of het besluit van de bestendige deputatie (in geval van klasse 1-inrichting of in geval van beroepsprocedure) van een omgevingsvergunning/melding voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting, voor het verkavelen van gronden of bijstelling van de verkaveling, voor bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, voor de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, voor de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur en stedenbouwkundig attest/inlichtingen.

De belasting is contant te betalen. Bij gebrek aan betaling wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.

 

Artikel 5. bezwaar

Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.

Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.

 

Artikel 6. bekendmaking

De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.