Overwegende dat door het decreet betreffende de omgevingsvergunning één enkele procedure is ingesteld wat betreft de vergunningsplicht of de meldingsplicht voor zowel de stedenbouwkundige handelingen en de verkavelingen (bedoeld in de artikelen 4.2.1, 4.2.2 en 4.2.15 van de VCRO) als voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste, de tweede of de derde klasse (bedoeld in de artikelen 5.2.1 van het DABM);
Overwegende dat het artikel 5 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning de projecten vermeldt die op grond van respectievelijk het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), ofwel vergunningsplichtig ofwel meldingsplichtig zijn;
Overwegende dat het gerechtvaardigd voorkomt om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen voor de gemeentelijke inzet van middelen bij de behandeling van vergunningsaanvragen en meldingen in het kader van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een gemeentebelasting gevestigd op het afleveren door het college van burgemeester en schepenen of de bestendige deputatie (in geval van klasse 1-inrichting of in geval van beroepsprocedure) van een omgevingsvergunning/melding voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting, voor het verkavelen van gronden of bijstelling van de verkaveling, voor bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, voor de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, voor de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur en stedenbouwkundig attest/inlichtingen.
Artikel 2. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de aanvrager van een omgevingsvergunning/melding voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting, voor het verkavelen van gronden of bijstelling van de verkaveling, voor bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, voor de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, voor de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur en stedenbouwkundig attest/inlichtingen.
Artikel 3. berekeningsgrondslag en tarief
De belasting op afgifte aan de aanvrager van het besluit van het college van burgemeester en schepenen of het besluit van de bestendige deputatie (in geval van klasse 1-inrichting of in geval van beroepsprocedure) wordt vastgesteld als volgt:
| aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, of aanvraag tot bijstelling van de verkaveling |
|
312 euro |
| supplement (in geval van vergunning) per bijkomend/nieuw lot en per bijkomende/nieuwe wooneenheid (in geval van een lot voor meergezinswoningen) |
312 euro |
|
|
|
|
|
| aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie van een klasse 1- of 2-inrichting |
|
187 euro* |
| * in geval van een digitaal aangevraagde omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, waarvoor de medewerking van de architect niet noodzakelijk is, bedraagt de belasting 93,50 euro i.p.v. 187 euro |
||
| supplement in geval een openbaar onderzoek noodzakelijk is |
125 euro |
|
| supplement (in geval van een vergunning) per bijkomende/nieuwe wooneenheid |
312 euro |
|
| supplement in geval van een aanvraag tot exploitatie van een klasse 1-inrichting |
1560 euro |
|
|
|
|
|
| melding van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een klasse 3-inrichting,
verzoek bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden,
melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, of
vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur |
|
93,50 euro* |
| * in geval de melding van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een klasse 3-inrichting, het verzoek tot bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, of de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur, digitaal wordt ingediend bedraagt de belasting 0 euro i.p.v. 93,50 euro |
||
|
|
|
|
| stedenbouwkundig attest/inlichtingen |
|
93,50 euro |
Artikel 4. contantbelasting of kohierbelasting
De belasting wordt geheven op het ogenblik van afgifte aan de aanvrager van het besluit van het college van burgemeester en schepenen of het besluit van de bestendige deputatie (in geval van klasse 1-inrichting of in geval van beroepsprocedure) van een omgevingsvergunning/melding voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting, voor het verkavelen van gronden of bijstelling van de verkaveling, voor bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, voor de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, voor de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur en stedenbouwkundig attest/inlichtingen.
De belasting is contant te betalen. Bij gebrek aan betaling wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.
Artikel 5. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 6. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.