Wonen moet voor elke doelgroep betaalbaar en kwaliteitsvol blijven. De stad vervult daarbij een regierol. De stad doet grote inspanningen voor een degelijke aanleg, beheer en onderhoud van haar openbaar domein en infrastructuur. Personen met een tweede verblijf in Aarschot hebben eveneens het gebruiksrecht en genot van deze infrastructuur.
Het is wenselijk om een bijdrage te vragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven lastens de eigenaars van woningen die niet als hoofdverblijfplaats worden aangewend;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.
Artikel 2. definities
Als tweede verblijf wordt beschouwd: elke woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitenverblijven, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans.
Als tweede verblijf worden niet beschouwd:
Artikel 3. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of wanneer het tijdelijk niet gebruikt wordt.
De eigenaar is de belasting verschuldigd ongeacht het feit of hij op een ander adres in de bevolkingsregisters van de stad Aarschot is ingeschreven.
Ingeval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder.
Ingeval van mede-eigendom is iedere niet vrijgestelde mede-eigenaar belastingplichtige in verhouding tot zijn aandeel in het tweede verblijf. Elke niet vrijgestelde mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief
De belasting bedraagt per tweede verblijf dat volgens het gewestplan Aarschot - Diest (K.B. van 7 november 1978) gelegen is:
Artikel 5. aangifteplicht
Elke belastingplichtige moet ten laatste op 1 juli van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.
De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.
Artikel 6. ambtshalve vestiging
Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan het dubbele van de verschuldigde belasting. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 7. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 10.
Wanneer een zelfde situatie aanleiding kan geven tot de toepassing van onderhavig belastingreglement en het belastingreglement op de kampeerverblijfparken, is alleen onderhavige verordening van toepassing.
Artikel 11. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.