Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.
Leegstaande gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.
Leegstaande gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan.
Leegstaande gebouwen vormen één van de meest hinderlijke elementen in het straatbeeld van een handels- en/of dorpskern. Ze hebben een nefaste impact op de beeldkwaliteit, het handelsapparaat en de sfeer en beleving in een handels- of dorpskern.
Een leegstandsbeleid voor gebouwen werd uitgewerkt en een integrale leegstandsaanpak voor gebouwen wordt gehanteerd waarbij eigenaars handvaten krijgen aangereikt om leegstand te voorkomen.
Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Elk bestuur dat subsidies ontvangt in het kader van de ondersteuning van het lokaal woonbeleid is verplicht een leegstandsregister bij te houden.
De strijd tegen de leegstaande gebouwen zal enkel een effect zal hebben als de opname van dergelijke gebouwen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.
Een heffing heeft een ontradend effect en is een instrument om het aanbod aan beschikbare panden te bevorderen.
De vrijstellingen, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Artikel 1. begripsomschrijving
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 are. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats.
2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:
4°. IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toevertrouwd krijgt;
5° Leegstandsregister: het gemeentelijk register dat de lijst bevat van de als leegstaand geïnventariseerde woningen en gebouwen;
6° Opnamedatum: datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het leegstandsregister. Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de leegstand. De opnamedatum is het referentiepunt om de verjaardag te bepalen.
7° Registerbeheerder: de door IGO div of de gemeente aangestelde personeelsleden die belast worden met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister voor woningen en gebouwen;
8° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
9° Kernwinkelgebied: volgende straten behoren tot het kernwinkelgebied. Waar huisnummers worden vermeld, beperkt het reglement zich tot de opgegeven nummers. In de andere gevallen worden de volledige straten bedoeld.
Artikel 2. belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.
Artikel 3. belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de geïnventariseerde gebouw op de verjaardag van de opname. Als er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de totale belastingschuld, dat wil zeggen dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.
§2. Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger op de hoogte brengen van de opname van het gebouw in het leegstandsregister.
Daarnaast moet de overdrager van het zakelijk recht de gemeente per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van de notaris bezorgen, binnen twee maanden na het verlijden van deze akte.
De kopie of het attest bevat minstens volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd, voor zover de gemeente op het moment van het verschuldigd worden van de belasting niet op de hoogte is dat er een overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden.
Artikel 4. aanslagvoet en berekeningsbasis
§1. De belasting voor een leegstaand gebouw binnen het kernwinkelgebied bedraagt 298 euro per strekkende meter gevellengte van het gebouw.
Als gevellengte wordt beschouwd de projectie van de afstand tussen de uiterste punten van de gebouwen op de straatzijde. De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt. De gedeelten kleiner dan een halve meter worden weggelaten; de gedeelten gelijk aan of boven een halve meter worden aangerekend als volle meter. Wanneer het gebouw paalt aan twee of meer straten, zal de grondslag voor de belastingberekening de helft van de som van de gevellengten van elk der straatzijden in aanmerking genomen worden.
De minimumaanslag per gebouw bedraagt 2.980 euro.
Per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat het gebouw in het leegstandsregister staat, wordt de belasting vermeerderd met 100 %.
De verschuldigde belasting voor gebouwen bedraagt dan voor:
§2. De belasting voor een leegstaand gebouw buiten het kernwinkelgebied bedraagt 155 euro per strekkende meter gevellengte van het gebouw. Als gevellengte wordt beschouwd de projectie van de afstand tussen de uiterste punten van de gebouwen op de straatzijde. De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt.
De gedeelten kleiner dan een halve meter worden weggelaten. De gedeelten gelijk aan of boven een halve meter worden aangerekend als volle meter. Wanneer het gebouw paalt aan twee of meer straten, zal de grondslag voor de belastingberekening de helft van de som van de gevellengten van elk der straatzijden in aanmerking genomen worden.
De minimumaanslag per gebouw bedraagt 1.550 euro.
Per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat het gebouw in het leegstandsregister staat, wordt de belasting vermeerderd met 100 %.
De verschuldigde belasting voor gebouwen bedraagt dan voor:
§3. De anciënniteit van de belasting wordt bepaald volgens de anciënniteit die het gebouw opgebouwd heeft op het leegstandsregister. Vrijstellingen hebben geen invloed op de berekening van de termijnen.
§4. Bij een overdracht van het zakelijk recht van het gebouw zal het aantal verjaardagen op 0 gesteld worden. De verjaardag blijft behouden voor de berekening van de termijnen.
§5. Zolang het geïnventariseerde gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt en er geen lopende vrijstelling van de belasting is, is deze belasting verschuldigd op het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.
Artikel 5. vrijstellingen
§1. Uitsluitend de vrijstellingen die opgesomd zijn in dit reglement worden toegepast en kunnen slechts aangevraagd worden via het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat als bijlage aan dit reglement opgenomen werd. Dit aanvraagformulier wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, per beveiligde zending bezorgd aan de administratie.
§2. Een aanvraag van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van twaalf maanden na datum van opname in het leegstandsregister. Eens de verjaardag van de opnamedatum is verlopen, kan er geen vrijstelling meer gevraagd worden voor die periode en zal de belasting verschuldigd zijn
§3. Een aanvraag van een verlenging van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het einde van de lopende vrijstelling. Eens de lopende vrijstelling verstreken is, kan er geen verlenging van deze vrijstelling meer gevraagd worden.
§4. Een vrijstelling wordt telkens voor een periode van 12 maanden toegekend. Indien er volgens het reglement voor meerdere jaren een vrijstelling kan toegekend worden, moet de vrijstelling elk jaar opnieuw aangevraagd worden via het aanvraagformulier.
§5. Een vrijstelling kan worden verleend indien de zakelijk gerechtigde:
§6. Een vrijstelling kan worden verleend indien het gebouw:
a. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld. Deze vrijstelling is aanvraagbaar of verlengbaar voor zover de onteigening niet werd uitgevoerd.
b. zich op een perceel bevindt dat deel uitmaakt van een conform verklaard bodemsaneringsproject. De vrijstelling gaat in op datum van conformverklaring van het project of, indien die datum meer dan 12 maanden voor de opnamedatum ligt, op datum van de aanvraag van de vrijstelling. De vrijstelling geldt voor 12 maanden. Bij de aanvraag wordt het bewijs van de conformverklaring toegevoegd. De vrijstelling is jaarlijks verlengbaar maar de totale termijn van de vrijstelling zal nooit de termijn van 60 maanden na conformverklaring van het bodemsaneringsproject overschrijden.
c. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt 12 maanden vanaf de datum van de vernieling of beschadiging en kan 2 keer verlengd worden met telkens 12 maanden op basis van een gemotiveerd verzoek waarin de belastingplichtige aantoont dat het gebouw door redenen gerelateerd aan de ramp nog niet hersteld of gesloopt kon worden. Dit dient door de belastingplichtige met alle mogelijke bewijsvoeringen en verklaringen aangetoond te worden.
d. gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning of omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken. Deze vrijstelling geldt gedurende 12 maanden volgend op de datum van aflevering van de omgevingsvergunning en is viermaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden.
De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:
Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit punt e van dit artikel gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.
e. §1. gerenoveerd wordt blijkens een gedetailleerd renovatiedossier, op voorwaarde dat de geplande renovatiewerken niet vergunningsplichtig zijn. Deze vrijstelling geldt 12 maanden.
Het gedetailleerd renovatiedossier moet minstens de volgende elementen bevatten:
De aanvrager van de vrijstelling van belasting geeft toelating de geplande en uitgevoerde werken te controleren. De administratie kan de aanvraag tot vrijstelling van belasting weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zouden zijn om één jaar te duren en/of wanneer de geplande renovatie werken niet nodig zijn om de leegstand te verhelpen.
§2. De aanvraag is viermaal aansluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden. De aanvraag voor een verlenging dient te gebeuren voor het verstrijken van de lopende vrijstelling.
De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:
Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit artikel 5 §6 punt d gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.
f. gesloopt wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning. De vrijstelling geldt 12 maanden volgend op de aflevering van de omgevingsvergunning en kan per gebouw slechts één keer aangevraagd worden;
g. het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 5.82 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Deze vrijstelling geldt voor een termijn van 12 maanden en is verlengbaar zolang het sociaal beheer aanhoudt.
h. onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van 12 maanden volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik. Deze vrijstelling kan telkens voor een periode van 12 maanden verlengd worden mits gemotiveerd verzoek. De bewijslast hiervan ligt bij de belastingplichtige. Administratieve verzegelingen van ongeschikt- en/of onbewoonbaar verklaarde gebouwen vallen niet onder deze vrijstelling.
Artikel 6. inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7. betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8. beroep tegen de weigering van een vrijstelling
§1. Binnen een termijn van 30 dagen, die ingaat de dag na de datum van de verzending van de beslissing tot weigering van de vrijstelling, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de weigering. Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.
Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.
§2. Het beroep wordt behandeld zoals het beroep tegen de belasting zoals vermeld in artikel 9 van dit reglement.
Artikel 9. beroep tegen de belasting
§1. Binnen een termijn van drie maanden, die ingaat de dag na de datum van de verzending van het aanslagbiljet, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de belasting. Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.
Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als:
Als het beroep onontvankelijk is, wordt dat aan de indiener meegedeeld.
§4. Als het beroep ontvankelijk is, wordt de gegrondheid onderzocht. Dit kan gebeuren op basis van bijgevoegde stukken maar ook door een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
Artikel 10. overgangsbepalingen
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het belastingreglement van 21 december 2023 op leegstaande gebouwen blijven geldig voor de looptijd bepaald in dat reglement.
Artikel 11. inwerkingtreding
Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met betrekking tot inventarisatie en belasting van leegstaande gebouwen. Gebouwen die opgenomen zijn in het leegstandsregister voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement blijven opgenomen in het register met behoud van opnamedatum.