De gemeente levert inspanningen voor veiligheid, infrastructuur, verfraaiing, afvalbeheersing en toeristische ontwikkeling van de gemeente. De logiesverstrekkende sector haalt voordeel uit deze inspanningen. Toeristen en tijdelijke verblijvers kunnen genieten van deze inspanningen, maar leveren geen bijdrage in de algemene financiering van de kosten.
Om deze reden is het billijk een belasting op de overnachtingen in toeristische logies in te voeren.
De belasting is verschuldigd door de uitbater van toeristische logies. Het is onder meer de uitbater van toeristische logies die economisch voordeel haalt uit de investeringen en inspanningen die de stad Aarschot levert op vlak van toerisme. De uitbater kan de kost doorrekenen aan de toerist.
De beperkte prijsverhoging stimuleert kwaliteitsvol toerisme.
Dankzij de bestaande registratie- en meldingsplicht kan deze belasting op een relatief eenvoudige manier worden geïnd, zonder noemenswaardige administratieve lasten.
In het licht van het label ‘Kindvriendelijke Stad’ is het verantwoord om enkel overnachtingen van personen vanaf 12 jaar in de berekening van de belasting op te nemen.
De vrijstellingen voor jeugdverblijven en initiatieven rond vakantieparticipatie zijn gerechtvaardigd, gezien het duidelijke maatschappelijk belang van deze organisaties.
Ook de vrijstelling voor kampeerverblijfparken is verantwoord, aangezien deze verblijven al onderworpen zijn aan een specifieke belasting.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Aantal overnachtingen in 2024 = 44.820
Inkomsten worden voorzien op MJP200550.
Voorstel om volgende wijziging aan te brengen in het ontwerpbesluit, nl. toevoeging van artikel 14. inwerkingtreding.
'Dit besluit treedt in werking vanaf 1 juli 2026.'
De rest van het ontwerpbesluit blijft ongewijzigd.
Gelet op de resultaten van de stemming over het amendement:
de gemeenteraad keurt het voorliggende amendement unaniem goed.
De geamendeerde beslissing wordt besproken.
Artikel 1. belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op het verstrekken van toeristische logies aan personen in daartoe uitgeruste gelegenheden zoals onder meer hotels, motels, gastenkamers, vakantiewoningen en vakantielogies.
Artikel 2. definities
Voor de toepassing van het reglement wordt verstaan onder:
Toerist: elke persoon die zich met het oog op vrijetijdsbesteding, ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, beroepsuitoefening of zakelijk contact begeeft naar of verblijft in een andere dan zijn alledaagse leefomgeving;
Toeristische logies: elke constructie, inrichting of ruimte met uitgeruste kamers, in eender welke vorm en ongeacht haar benaming, dat aan één of meer toeristen de mogelijkheid tot verblijf biedt voor minstens één nacht en dat al dan niet gratis wordt aangeboden op de toeristische markt en/of werd aangemeld bij Toerisme Vlaanderen en/of een erkenning heeft ontvangen.
Worden uitdrukkelijk uitgesloten als toeristische logies:
Artikel 3. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die een logiesverstrekkend bedrijf uitbaat.
Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief
§1. De belasting wordt vastgesteld per persoon per nacht.
De belasting bedraagt:
§2. De belasting is verschuldigd per kwartaal. Een overnachting die start in kwartaal N en eindigt in kwartaal N + 1 wordt beschouwd als een overnachting in kwartaal N +1.
§3. Indien de uitbater zijn exploitatie stopt of overdraagt in de loop van een kwartaal, is de exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden tijdens de periode dat hij het toeristisch logies heeft aangeboden.
Ingeval van overdracht is de overnemende uitbater de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden vanaf de datum van overdracht.
In geval van een overnachting die start in de exploitatieperiode van de overdragende uitbater en eindigt in de exploitatieperiode van de overnemende uitbater, is de belasting verschuldigd door de overnemende uitbater.
Artikel 5. vrijstellingen
Worden vrijgesteld van deze belasting:
Artikel 6. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7. registerplicht
§1. De uitbater moet een register bijhouden waarin het aantal overnachtingen per nacht wordt vermeld. Dit register moet steeds ter inzage liggen in het logiesverstrekkend bedrijf ter controle en vermeldt de meest recente stand van het aantal overnachtingen en de datum.
Het register moet in elk geval minimaal de volgende gegevens bevatten:
Artikel 8. aangifteplicht
De belastingplichtige is gehouden ten laatste op 30 april (kwartaal 1), 31 juli (kwartaal 2), 31 oktober (kwartaal 3) van het aanslagjaar en op 31 januari van het volgend aanslagjaar (kwartaal 4) een aangifte in te dienen bij het stadsbestuur op een door het stadsbestuur voorgeschreven formulier.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet zelf een aangifteformulier vragen via aangifte@aarschot.be en is gehouden uiterlijk op 30 april (kwartaal 1), 31 juli (kwartaal 2), 31 oktober (kwartaal 3) van het aanslagjaar en op 31 januari van het volgend aanslagjaar (kwartaal 4), aan het stadsbestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Artikel 9. meldingsplicht
§1. De uitbater van een logiesverstrekkend bedrijf moet ingeval van stopzetting of het starten van een nieuwe exploitatie dit onmiddellijk meedelen aan het stadsbestuur, met in desbetreffend geval de gegevens van de overnemer (ondernemingsnummer, benaming en adresgegevens).
§2. Elke nieuwe uitbater die zich vestigt op het grondgebied moet dit binnen een periode van een maand na aanvang van de exploitatie aan het stadsbestuur.
§3. Deze meldingen dienen te gebeuren via:
Artikel 10. ambtshalve vestiging
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 8 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte,wordt de belasting ambtshalve ingekohierd op basis van de maximumcapaciteit van de exploitant.
In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met 50%. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 11. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 13. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.
Artikel 14. inwerkingtreding.
Dit besluit treedt in werking vanaf 1 juli 2026.