Overwegende dat het gebruik van het openbaar domein voor commerciële activiteiten, zoals frituuruitbatingen een privaat economisch voordeel oplevert voor de exploitant;
Overwegende dat het billijk en verantwoord is dat gebruikers die op economisch voordelige wijze gebruikmaken van het gemeentelijk openbaar domein, bijdragen tot de kosten die voortvloeien uit dit gebruik;
Overwegende dat het tevens gerechtvaardigd voorkomt om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen van de op het openbaar domein gevestigde frituuruitbatingen, aangezien deze gerechten verkopen die onmiddellijk genuttigd worden, wat een extra alertheid nodig maakt van de gemeentelijke diensten, onder meer in verband met mogelijk achterlaten van verpakking en etensresten;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een belasting gevestigd op de standplaatsen voor frituuruitbatingen op openbaar domein.
Artikel 2. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de exploitant.
Artikel 3. berekeningsgrondslag en tarief
De belasting bedraagt 162 euro per m² per frituuruitbating.
De belasting is ondeelbaar. Ze is verschuldigd voor het ganse jaar, ongeacht de datum van aanvang of stopzetting van de exploitatie.
Als de exploitatie slechts in de loop van het laatste kwartaal van het aanslagjaar een aanvang neemt, is er geen belasting verschuldigd.
Artikel 4. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 5. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 6. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 7. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.