Overwegende dat een overvloed aan reclame zichtbaar op de openbare weg voor visuele vervuiling zorgt, en dat de stad dit wenst te beperken om aldus tot een kwalitatief straatbeeld te komen;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Voor het aanslagjaar 2026 wordt een belasting geheven op de reclameborden.
Artikel 2. definitie
Onder reclameborden wordt verstaan: elke constructie in onverschillig welk materiaal, geplaatst langs de openbare weg, of op een plaats in open lucht die zichtbaar is vanaf de openbare weg, waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering of door elk ander middel, met inbegrip van muren of gedeelten van muren en de omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om er een reclame op aan te brengen.
Artikel 3. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar of gebruiker is van het reclamebord. Als er geen eigenaar of gebruiker van het bord gekend is, wordt de eigenaar van de grond of van de muur waarop het reclamebord zich bevindt, belast.
Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op 62,50 euro per m². Per bord wordt elk gedeelte van een m² als een volle m² beschouwd.
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar.
Artikel 5. vrijstellingen
Van de belasting zijn vrijgesteld:
Artikel 6. aangifteplicht
Elke belastingplichtige moet ten laatste op 31 december van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.
De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.
Artikel 7. ambtshalve vestiging
Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 8. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 11. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.