Overwegende dat het gerechtvaardigd voorkomt om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen aan de exploitanten van brandstofdistributieapparaten aangezien deze een veiligheidsrisico inhouden en de gemeente nopen tot bijzondere uitgaven;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 10 november 2022 betreffende de belasting op brandstofverdeelapparaten voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026;
Gelet op het feit dat in voornoemd belastingreglement geen indexatieclausule werd opgenomen en bijgevolg de tarieven in 2024 en 2025 niet werden geïndexeerd;
Overwegende dat het wenselijk is de tarieven uit dit belastingreglement aan te passen, gelet op:
Overwegende dat om deze redenen een verhoging van de tarieven voor het aanslagjaar 2026 aangewezen is;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
De beslissing van de gemeenteraad van 10 november 2022 betreffende de belasting op brandstofverdeelapparaten voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026, wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de olie-, benzine- of andere brandstofverdelingsapparaten, welke op het grondgebied van de stad, langs de openbare weg, al dan niet op privé-terrein zijn opgesteld en gebruikt worden tot de publieke bevoorrading van aanrijdende auto- en motorvoertuigen.
Artikel 2. definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 3. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de belastbare verdelingsapparaten.
Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief
De belasting bedraagt voor de aanslagjaren 2023 - 2025:
De belasting bedraagt voor het aanslagjaar 2026:
Indien er twee of meerdere brandstofslangen in hetzelfde verdelingsapparaat ingebouwd zijn, is de belasting respectievelijk 2 of meerdere malen verschuldigd.
Artikel 5. vrijstellingen
De belasting is niet verschuldigd voor:
Artikel 6. aangifteplicht
Elke belastingplichtige moet ten laatste op 1 juli van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.
De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.
Artikel 7. ambtshalve vestiging
Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50% van de ontdoken belasting. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 8. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 11. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.