Terug
Gepubliceerd op 07/08/2026

Notulen  Gemeenteraad

do 18/12/2025 - 19:00 Het Kapittel
Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

Annick Geyskens verlaat de vergadering voor de bespreking en de stemming van volgende agendapunten:

  • Stedelijk afvalbeleid op het grondgebied Aarschot: Uitbreiding beheersoverdracht stedelijk afvalbeleid aan de intercommunale ECOWERF, gevestigd te Aarschotsesteenweg 210 in 3012 LEUVEN (Wilsele) - textielinzameling en inzameling van oude metalen.
  • Plaatsing tijdelijke vaste sluikstortcamera’s door afvalintercommunale EcoWerf ter bestrijding van sluikstort en zwerfvuil aan glasbolsites en andere sluikstort-hotspots: Verlenging 2026 - 2031.
  • Contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark – aanslagjaar 2026.
  • Retributiereglement voor de inzameling van asbest aan huis: uitbreiding met de mogelijkheid om asbest aan te bieden in containers
  • Reglement inzake het doorvoeren van een sociaal verantwoorde financiële tegemoetkoming voor de huishoudelijke afvalkosten - Dienstjaar 2026.
 
Guido Vencken is aanwezig vanaf het agendapunt " Vaststelling van de aanpassingen aan de personeelsformatie en het organogram van stad/OCMW Aarschot, behoudens diensten en instellingen".
  • Openbaar

    • Agendapunten meegedeeld door het College van Burgemeester en Schepenen

      • Politiezone Aarschot

        • Vacantverklaring van zes betrekkingen van inspecteur van politie (melding en interventie)

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          De gemeenteraad gaat akkoord met de vacantverklaring van zes betrekkingen van inspecteur van politie (melding en interventie) in statutair verband vanaf de mobiliteitscyclus 2026-01, te begeven via de klassieke mobiliteit. Indien deze plaatsen niet ingevuld worden via de klassieke mobiliteit, worden de betrekkingen gepubliceerd voor de laureaten in de wervingsreserve.

          Toelichting

          De gemeenteraad stelde op 12 november 2020 de formatie vast voor het operationeel personeel en van het administratief en logistiek personeel van de lokale politiezone Aarschot. Deze formatie werd door de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant goedgekeurd op 15 december 2020.

          Gelet op het feit dat het merendeel van kandidaten sinds het nieuwe rekruteringsmodel van de geïntegreerde politie dat van start ging eind 2022, aspirant-inspecteurs zijn die eerst nog een jaar naar de politieschool moeten vooraleer te starten in de politiezone, moeten we vanaf 2023 proactief rekruteren i.p.v. pas na het vertrek van de gepensioneerden de vacature open te stellen.  In praktijk laat het proactief rekruteren toe dat de laureaten hun opleiding in de politieschool beëindigen rond de pensioneringsdatum van de vertrekkende collega's.

          Om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen, wordt aan de gemeenteraad voorgesteld zes voltijdse betrekkingen van inspecteur van politie (melding en interventie) vacant te verklaren in statutair verband en de betrekkingen te begeven via de klassieke mobiliteit. Indien deze plaatsen niet ingevuld worden via de klassieke mobiliteit, publiceren we de betrekkingen voor de laureaten in de nationale wervingsreserve (pool met geslaagden in de selectieproeven om te mogen starten aan de politie-opleiding).

          Verder vermeldt de ontwerpbeslissing de inhoud van de mededeling van de vacature die aan de algemene directie van het middelenbeheer en de informatie, directie van het personeel (DGR/DRP-P) van de federale politie dient overgemaakt te worden (wie mag zich inschrijven, functiebeschrijving, samenstelling selectiecommissie).

          Er wordt geen lokale wervingsreserve aangelegd.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besuit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het koninklijk besluit van 05.09.2001 houdende het Algemeen Reglement op de boekhouding van de lokale Politie;
          • de omzendbrief BA/2001/13 van 07.09.2001 (B.S. 09.10.2001) van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Binnenlandse Aangelegenheden, Afdeling Juridische Aangelegenheden en Verkiezingen - Nieuwe lokale politie - ééngemeentezones en meergemeentezones - administratief toezicht – specifiek toezicht en gewoon toezicht;
          • de omzendbrief BA/2002/12 van 27.09.2002 (B.S. 15.10.2002) van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Administratie Binnenlandse Aangelegenheden, Afdeling Juridische Aangelegenheden en Verkiezingen - administratief toezicht op de gemeenten en de politiezones - wijzigingen aan het decreet van 28.04.1993 door het decreet van 15.07.2002;
          • de wet van 07.12.1998 (B.S. 05.01.1999) tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, die op 01.01.2001 geheel in werking treedt (WGP);
          • het koninklijk besluit van 30.03.2001 (B.S. 31.03.2001) tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (RPPol);
          • het koninklijk besluit van 20.11.2001 (B.S. 07.12.2001) betreffende de basisopleiding voor het operationeel kader van de politiediensten;
          • het koninklijk besluit van 20.11.2001 (B.S. 31.01.2002) tot vaststelling van de nadere regels inzake de mobiliteit van het personeel van de politiediensten;
          • de omzendbrief GPI 15 van 24.01.2002 (B.S. 31.01.2002) betreffende de toepassing van de mobiliteitsregeling in de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, ten behoeve van de lokale verantwoordelijke overheden in de politiezones;
          • de omzendbrief GPI 15 van 24.01.2002 (B.S. 06.02.2002) betreffende de toepassing van de mobiliteitsregeling in de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, ten behoeve van de lokale verantwoordelijke overheden in de politiezones - Errata;
          • het koninklijk besluit van 17.01.2002 (B.S 26.02.2002) betreffende de inplaatsstelling van de lokale politie van de politiezone Aarschot op datum van 1 januari 2002;
          • de omzendbrief GPI 20 van 22.04.2002 (B.S. 11.05.2002) betreffende de aanwezigheid van de representatieve vakorganisaties bij examens en vergelijkende examens;
          • de omzendbrief GPI 15 bis van 25.06.2002 (B.S. 28.06.2002) betreffende de mobiliteitscyclus, inzonderheid de etappe volgend op de vacantstelling van de ambten en de kandidaatstellingen, houdende verduidelijkingen inzake de toepassing van de rechtspositieregeling betreffende de externe werving van CALog-personeel in de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, en betreffende bepaalde interne verschuivingen;
          • de omzendbrief GPI 15 ter van 13.09.2002 (B.S. 24.09.2002) betreffende interne verschuivingen binnen bepaalde diensten van de directie van de verbindingswegen van de federale politie;
          • de omzendbrief GPI 15 quater van 29.01.2003 (B.S. 13.02.2003) houdende verduidelijkingen inzake de toepassing van de rechtspositieregeling betreffende de externe werving van Calog-personeel in de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus;
          • de omzendbrief GPI 11 van 27.03.2003 (B.S. 31.03.2003) betreffende de nadere richtlijnen inzake de adviesprocedure voor de evaluatie van de personeelsleden van de politiediensten;
          • het koninklijk besluit van 03.02.2004 (B.S. 13.02.2004) tot wijziging van verschillende teksten betreffende de rechtspositie van het personeel van de politiediensten;
          • de omzendbrief GPI 11bis van 24.06.2004 (B.S. 02.07.2004) betreffende bijkomende richtlijnen inzake de evaluatie van het personeel;
          • de wet van 03.07.2005 (B.S. 29.07.2005) tot wijziging van bepaalde aspecten van het statuut van de personeelsleden van de politiediensten en houdende diverse bepalingen met betrekking tot de politiediensten (Vesaliuswet);
          • het koninklijk besluit van 31.05.2009 (B.S. 12.06.2009) tot wijziging van het RPPol inzake de wervingsreserve in het raam van de mobiliteit;
          • het koninklijk besluit van 11 juli 2021 (B.S. 20.04.2021 ) tot wijziging van diverse bepalingen inzake de selectie en de rekrutering van de personeelsleden van de politiediensten;
          • het ministerieel besluit van 11 juli 2021 (B.S. 14.09.2021) tot bepaling van de datum van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 11 juli 2021 tot wijziging van diverse bepalingen inzake de selectie en de rekrutering van de personeelsleden van de politiediensten en van het ministerieel besluit van 11 juli 2021 tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten inzake de selectie en de rekrutering van de personeelsleden van de politiediensten
          • het gemeenteraadsbesluit van 12.11.2020 betreffende de vaststelling van de formatie van het operationeel personeel en van het administratief en logistiek personeel van de lokale politiezone Aarschot, goedgekeurd bij besluit van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 15.12.2020.
          Feiten, context en motivering

          Gelet op

          • de jaarkalender van DGR/DRP-DPP betreffende de toepassing van de mobiliteitsregeling in de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus;
          • het feit dat het merendeel van kandidaten sinds het nieuwe rekruteringsmodel van de geïntegreerde politie dat van start ging eind 2022, aspirant inspecteurs zijn die eerst nog een jaar naar de politieschool moeten vooraleer te starten in de politiezone, moeten we proactief rekruteren i.p.v. pas na het vertrek van de gepensioneerden de vacature open te stellen.  In praktijk laat het proactief rekruteren toe dat de laureaten hun opleiding in de politieschool beëindigen rond de pensioneringsdatum van de vertrekkende collega's.
          • de mobiliteitsaanvragen naar een andere eenheid en nakende aanvragen tot navap/pensioen en de intenties tot sociale promotie;
          • het advies van de korpschef om vier betrekkingen van inspecteur melding en interventie vacant te verklaren om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen;
          • het advies van de korpschef om, naar aanleiding van de selectie, geen wervingsreserve bedoeld in artikel VI.II.27bis van het RPPol aan te leggen.
           
          Om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen, wordt aan de gemeenteraad voorgesteld zes voltijdse betrekkingen van inspecteur van politie (melding en interventie) vacant te verklaren in statutair verband en de betrekking te begeven via de klassieke mobiliteit. Indien deze plaatsen niet ingevuld worden via de klassieke mobiliteit, publiceren we de betrekking voor de laureaten in de wervingsreserve.
          Financiële Impact/budget

          De personeelskosten zijn ingeschreven in de politiebegroting 2026 ev.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1
          Zes betrekkingen van inspecteur van politie (melding en interventie) worden vacant verklaard in statutair verband vanaf de mobiliteitscyclus 2026-01. Deze betrekkingen zijn te begeven via de klassieke mobiliteit. Indien deze plaatsen niet ingevuld worden via de klassieke mobiliteit, publiceren we de betrekkingen voor de laureaten in de wervingsreserve.


          Artikel 2
          De inhoud van de mededeling van de vacatures aan de algemene directie van het middelenbeheer en de informatie, directie van het personeel (DGR/DRP-P) van de federale politie bestaat minimum uit de volgende gegevens:

          1° De categorieën van het personeel die zich voor de vacature mogen inschrijven:

          • Ops personeel – INP;
          • Het gaat niet om een gespecialiseerde betrekking waaraan eventueel een functietoelage gekoppeld is;
          • Niet brevethouders mogen ook solliciteren;
          • De voorrangsregeling voor “oud Brusselaars” is niet van toepassing;
          • Er wordt niet voorzien in een wervingsreserve voor een gelijkwaardige functionaliteit tot de datum van de tweede volgende mobiliteitscyclus.


          2° Functiebeschrijving:

          Als lid van de lokale politie is hij/zij een polyvalent medewerker welke ingezet wordt voor de verschillende functionaliteiten: interventie, melding, openbare orde, hycap, hulpverlening, toezicht en controle, verkeerstaken, slachtofferbejegening.

          Naast deze algemene taken kan hij/zij zich specialiseren in andere taakaccenten van de politiezorg. Deze taakaccenten kunnen zowel operationeel, bestuurlijk of administratief van aard zijn.

          Hierna volgt een niet limitatieve lijst: actieplannen, verkeersveiligheid, drugs, diefstalpreventie, projectwerking, functioneel systeembeheer, jeugd en gezin, slachtofferbejegening, vertrouwenspersoon, onderzoek, kantschriften,….

          Polyvalente inzet met inbegrip van weekprestaties, weekendprestaties en nachtprestaties.


          3° Gewenst profiel:

          Kennis:

          • Goede praktische en theoretische kennis van de vaktechnische werkmethodes, het kunnen gebruiken van gespecialiseerde werkmiddelen. Onder meer: Goede kennis van de rechtswetenschappen (inzonderheid het algemeen en bijzondere strafrecht, het strafprocesrecht en de wet op het politieambt).
          • Voldoende kennis van de basisbegrippen op het gebied van slachtofferbejegening en het gebruik van de sociale kaart. Voldoende kennis politietechnieken. Beschikken over analytisch denkvermogen. Ervaring in het aanwenden van verschillende verhoortechnieken.
          • Goede kennis van de interne organisatie en de korpsrichtlijnen.
          • Vlot gebruik van de informaticasystemen eigen aan de dienst. Openstaan voor technologische vernieuwingen en de aanleg om nieuwe toepassingen snel aan te leren. Bereidheid tot het volgen van interne/externe voor de dienst relevante vormingssessies.

          Attitude:

          • Is creatief, neemt initiatief en kan zelfstandig keuzes maken naargelang de omstandigheden waarin hij/zij verkeert.
          • Kan dus zelfstandig werken binnen de beleidslijnen van het korps, de directie en de dienst.
          • Kenmerkt zich door:
          • Zin voor administratief werk.
          • Punctualiteit, orde en netheid.
          • Nauwgezetheid bij de uitvoering van opgedragen taken.
          • Discretie, integriteit, onpartijdigheid, betrouwbaarheid en loyaliteit.
          • Flexibel en stressbestendig.
          • Voorbeeldrol.


          Beschikt over goede sociale vaardigheden waaronder assertiviteit, conflicthantering, goede contactuele en communicatieve vaardigheden.

          Bevordert de goede verstandhouding en de samenwerking binnen de dienst.

          Kan zowel zelfstandig als in teamverband werken.

          4° Gewone plaats van het werk:
          Politiezone Aarschot, Demervallei 6, 3200 Aarschot.

          5° Bijkomende inlichtingen betreffende de vacature:
          Teamchef melding en interventie: Stefan Vanderbruggen (jobinhoud)  – tel. 016/550.202- Demervallei 6, 3200 Aarschot - mail: pz.aarschot@police.belgium.eu;

          6° Vereiste bijzondere bekwaamheden:
          nihil.

          7° Vacant ambt
          .

          8° Samenstelling van de selectiecommissie:

          • Van Thienen Bart, hoofdcommissaris van politie en korpschef van de politiezone Aarschot, voorzitter;
          • Alaerts Wim of Evie Claes, commissaris van politie;
          • Een INP of HINP van de interventiedienst of een andere operationele dienst van de politiezone Aarschot;
          • Uyttebroeck Lynsey, secretaris van de selectiecommissie, staat de plaatselijke selectiecommissie bij.


          9° Kennistest:
          nihil.


          Artikel 3

          Er zal één exemplaar van dit besluit aan de algemene directie van het middelenbeheer en de informatie, directie van het personeel (DGR/DRP-P) van de federale politie bezorgd worden.

        • Lokale politiezone Aarschot: begroting 2026

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          De begroting 2025 van de politiezone Aarschot, als in bijlage, wordt aangenomen en vastgesteld.

          Toelichting

          Het ontwerp van begroting 2026 van de lokale politiezone Aarschot werd in toepassing van de bepalingen van het decreet lokaal bestuur op 3 december 2025 aan de raadsleden bezorgd.

          besluit:

          De begroting 2026 van de politiezone Aarschot, als in bijlage toegevoegd, wordt aangenomen en vastgesteld.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 over de beleids- & beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (BVR BBC);
          • de wet van 07.12.1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst gestructureerd op twee niveaus, inzonderheid op artikel 34 en op de artikelen 77 tot 80 (hierna aangeduid als WGP);
          • het koninklijk besluit van 05.09.2001, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de politiezone, inzonderheid op de artikelen 66 tot 72 (hierna aangeduid als ARPC);
          • de diverse federale omzendbrieven met betrekking tot het opstellen van de begroting ten behoeve van de politiezones.
          Feiten, context en motivering

          Gelet op het ontwerp van begroting 2026 van de politiezone Aarschot, zie bijlage.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1

          De begroting 2026 van de politiezone Aarschot, als in bijlage toegevoegd, wordt aangenomen en vastgesteld.

           

          Artikel 2

          Het resultaat van de politiebegroting 2026 - GEWONE DIENST - van de politiezone Aarschot wordt vastgesteld als volgt:

          GEWONE DIENST

          Geraamd algemeen begrotingsresultaat 2025

          0,00

          (1)

          Begroting 2026

           

          Saldo

           

           

           

           

           

           

           

           

          Ontvangsten eigen dienstjaar 2026

           

                     

          9.482.568,35

           

           

           

           

          Uitgaven eigen dienstjaar 2026

                   

          9.482.568,35

           

                  0,00

           

           

           

           

           

           

           

           

          Ontvangsten vorige dienstjaren (in 2026)

          0,00

           

           

           

          Uitgaven vorige dienstjaren (in 2026)

          0,00

          0,00

           

           

           

           

           

           

           

           

          Ontvangsten overboekingen 2026

          0,00

           

           

           

          Uitgaven overboekingen 2026

                            0,00

                       0,00

           

           

           

           

           

           

           

           

          Geraamd resultaat van de begroting 2026 (+ of -)

           

           

          0,00

          (2)

          Geraamd algemeen begrotingsresultaat 2026 - GEWONE DIENST

           

           

                  0,00

          (3)

           

           

           

          (3) = (1) + (2) 

           

           


          Artikel 3

          Het resultaat van de politiebegroting 2026 - BUITENGEWONE DIENST - van de politiezone Aarschot wordt vastgesteld als volgt:

          BUITENGEWONE DIENST

          Geraamd algemeen begrotingsresultaat 2025

          0,00

          (1)

           

           

          Begroting 2026

           

          Saldo

           

           

           

           

           

           

           

           

           

           

           

           

           

          Ontvangsten eigen dienstjaar 2026

           

           

          458.000,00

           

           

           

           

           

           

          Uitgaven eigen dienstjaar 2026

           

           

          458.000,00

           

          0,00

               

           

           

           

           

           

           

           

           

           

          Ontvangsten vorige dienstjaren (in 2026)

          0,00

           

           

           

           

           

          Uitgaven vorige dienstjaren (in 2026)

          0,00

          0,00

           

           

           

           

           

           

           

           

           

           

           

           

          Ontvangsten overboekingen 2026

                                  0,00

           

           

           

           

           

          Uitgaven overboekingen 2026

          0,00

                                   0,00

           

           

           

           

           

           

           

           

           

           

           

           

          Geraamd resultaat van de begroting 2026 (+ of -)

           

           

          0,00

          (2)

           

           

             

          Geraamd algemeen begrotingsresultaat 2026 - Buitengewone dienst

          0,00

          (3)

           

           

           

          (3) = (1) + (2)

           

           

           

           

      • Technische zaken

        • Akkoord tot onderhandse aankoop van een deel van het perceel met kadastrale gegevens Aarschot, 5de afdeling, sectie B, nr. 339H

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          Het Rioleringsdossier Molendreef-Langestraat ARS3037 is ondertussen uitgevoerd. 

          In een zijstraat van de Langestraat werd in functie van het maatschappelijk belang ruimte voorzien waar wagens zich kunnen parkeren buiten de rijweg. Het gedeelte rijweg zelf werd in kader van het decreet gemeentewegen overgedragen naar het openbaar domein binnen de vergunningsprocedure van het rioleringsdossier. De ruimte waar de parkeerplaats werd voorzien, werd reeds openbaar gebruikt maar viel buiten de wegzate en moet dus bijkomend verworven worden. Omwille van een eigenaarswissel van het desbetreffende perceel, kan de verkoop nu pas geformaliseerd worden.

          Voor de waardebepaling werd een onafhankelijke schatter-expert aangesteld, die de waarde van het desbetreffende perceel heeft geschat in bijgevoegd schattingsverslag.

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld akkoord te gaan met de aankoop van (het deel van) het betrokken kadastraal perceel.

          Toelichting

          Het Rioleringsdossier Molendreef-Langestraat ARS3037 is ondertussen uitgevoerd. 

          In een zijstraat van de Langestraat werd in functie van het maatschappelijk belang ruimte voorzien waar wagens kunnen worden geparkeerd buiten de rijweg. Het gedeelte rijweg zelf werd in kader van het decreet gemeentewegen overgedragen naar het openbaar domein binnen de vergunningsprocedure van het rioleringsdossier. De ruimte waar de parkeerplaats werd voorzien, werd reeds openbaar gebruikt maar viel buiten de wegzate en moet dus bijkomend verworven worden. Omwille van een eigenaarswissel van het desbetreffende perceel, kan de verkoop nu pas geformaliseerd worden.

          Voor de waardebepaling werd een onafhankelijke schatter-expert aangesteld, die de waarde van het desbetreffende perceel heeft geschat in bijgevoegd schattingsverslag.

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld akkoord te gaan met de aankoop van (het deel van) het betrokken kadastraal perceel.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
          • het burgerlijk wetboek meer bepaald de artikelen 1582 t/m 1701;
          • de omzendbrief KB/ABB 2019/3 van 03.05.2019 over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door besturen van erkende erediensten.
          Feiten, context en motivering

          Het Rioleringsdossier Molendreef-Langestraat ARS3037 is ondertussen uitgevoerd. 

          In een zijstraat van de Langestraat werd in functie van het maatschappelijk belang ruimte voorzien waar wagens kunnen worden geparkeerd buiten de rijweg. Het gedeelte rijweg zelf werd in kader van het decreet gemeentewegen overgedragen naar het openbaar domein binnen de vergunningsprocedure van het rioleringsdossier. De ruimte waar de parkeerplaats werd voorzien, werd reeds openbaar gebruikt maar viel buiten de wegzate en moet dus bijkomend verworven worden. Omwille van een eigenaarswissel van het desbetreffende perceel, kan de verkoop nu pas geformaliseerd worden.

          Voor de waardebepaling werd een onafhankelijke schatter-expert aangesteld, die de waarde van het desbetreffende perceel heeft geschat in bijgevoegd schattingsverslag.
           

          Concreet gaat het over volgend (deel van) kadastraal perceel, gelegen in woongebied met landelijk karakter:

          • Aarschot, 5de afd., sectie B, nr. 339H – inname van 01 a 58ca; 

           

          Gelet op de waardebepaling van landmeter P. Goeron:  

          • de huidige venale waarde van het perceel Aarschot 5de afd., sectie B, nr. 339H bedraagt 15.000 EUR. 
          Financiële Impact/budget

          Overwegende dat de nodige kredieten zijn voorzien onder raming: MJP201405.

           

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Tegenstanders: Petra Vanlommel, Thomas Salaets
          Resultaat: Met 24 stemmen voor, 2 stemmen tegen
          Besluit

          Artikel 1:

          In het kader van het rioleringsproject Molendreef-Langestraat ARS3037, gaat de gemeenteraad akkoord met de aankoop van volgende (delen van) kadastrale percelen:

          • Aarschot, 5de afd., sectie B, nr. 339H – inname van 01 a 58ca;

          tegen de totale waarde van 15.000 EUR.


          Artikel 2:

          Bijgevoegde koopovereenkomst wordt goedgekeurd. Voor de ondertekening ervan zal de stad vertegenwoordigd worden door de algemeen directeur en de voorzitter van de gemeenteraad (of hun afgevaardigden).

        • Akkoord tot onderhandse aankoop van de percelen met kadastrale gegevens Aarschot, 6de afdeling, sectie B, 36A, 49D, 51K en 84F in het kader van het rioleringsproject Boonzakstraat-Rillaarsebaan

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          Het rioleringsproject Rillaarsebaan-Boonzakstraat is vergevorderd. 

          Voor dit project moet er op verschillende plaatsen een grondverwerving plaatsvinden voor de aanleg van grachten en bufferinrichtingen. Voor de waardebepaling werd een onafhankelijke schatter-expert aangesteld.

          Toelichting

          Het rioleringsproject Rillaarsebaan-Boonzakstraat is vergevorderd. 

           

          Voor het project Rillaarsebaan-Boonzakstraat moet er op verschillende plaatsen een grondverwerving plaatsvinden voor de aanleg van grachten en bufferinrichtingen. Voor de waardebepaling werd een onafhankelijke schatter-expert aangesteld, die de waarde van de desbetreffende percelen heeft geschat in bijgevoegd schattingsverslag.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
          • het burgerlijk wetboek meer bepaald de artikelen 1582 t/m 1701;
          • de omzendbrief KB/ABB 2019/3 van 03.05.2019 over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door besturen van erkende erediensten.
          Feiten, context en motivering

          Het rioleringsproject Rillaarsebaan-Boonzakstraat is vergevorderd. 

           

          Voor het project Rillaarsebaan-Boonzakstraat moet er op verschillende plaatsen een grondverwerving plaatsvinden voor de aanleg van grachten en bufferinrichtingen. Voor de waardebepaling werd een onafhankelijke schatter-expert aangesteld, die de waarde van de desbetreffende percelen heeft geschat in bijgevoegd schattingsverslag.

           

          Concreet gaat het over volgende (delen van) kadastrale percelen, hoofdzakelijk gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied, deels in natuurgebied - bufferzone, deels gelegen in pluviaal overstromingsgebied (plannen in bijlage ter illustratie):

          • Aarschot, 6de afd., sectie B, nr. 36 A – inname van 238 m²;
          • Aarschot, 6de afd., sectie B, nr. 49 D – inname van 144 m²;
          • Aarschot, 6de afd., sectie B, nr. 51 K – inname van 62 m²;
          • Aarschot, 6de afd., sectie B, nr. 84 F – inname van 2 m²;

           

          Gelet op de waardebepaling van landmeter P. Goeron:  

          • 5 euro/m² voor de percelen gelegen te Aarschot 6de  Afd. Sectie B met nummer 84F.
          • 6,5 euro/m² voor de percelen gelegen te Aarschot 6de  Afd. Sectie B met nummers 36A, 49D en 51K.
          • Rekening houdende met de te betalen wederbeleggingsvergoedingen, mogelijke uitwinningsvergoedingen of vergoedingen in kader van afstand van pacht komt dit voor de verschillende innames neer op volgende vergoedingen:
            • Inname 3: 9397,00 EUR voor de koopovereenkomst en 965,29 EUR uitwinningsschade;
            • Inname 6: 1165,32 EUR voor de koopovereenkomst en 119,52 EUR voor de afstand van pacht;
            • Inname 7: 501,74 EUR voor de koopovereenkomst en 51,46 EUR uitwinningsschade
            • Inname 13: 25,00 EUR voor de koopovereenkomst en 1,66 EUR uitwinningsschade;
          • totale waarde = 12.226,99 EUR
           
          Voor inname 13 werd afgeweken van de waardebepaling van landmeter Goeron:
          • Inname 13: het totaalbedrag van de inname volgens de waardebepaling van landmeter Goeron bedroeg 10,00 EUR, terwijl een totaalbedrag van 25 EUR zal worden betaald.

          Overwegende dat: 
          • Volgens de omzendbrief KB/ABB 2019/3 van 3 mei 2019 over de transacties van onroerende goederen door lokale en provinciale besturen en door besturen van de erkende erediensten is bij de aankoop van een onroerend goed door het bestuur de schattingsprijs de maximumprijs die betaald mag worden. Als er wordt afgeweken van de schattingsprijs, moet het bestuur dit motiveren aan de hand van objectieve redenen die daarvoor worden ingeroepen.

          Bovenstaande afwijkingen van de schattingsprijs worden als volgt gemotiveerd:
          • Inname 13: Alle vergoedingen onder de 25 EUR worden herleid tot 25 EUR. Dit is volgens het principe dat binnen Aquafin gehanteerd wordt voor innames onder 25 EUR, om op die manier de verkoper tegemoet te komen aan de administratieve kosten en lasten die moeten gemaakt worden om de aan-/verkoop te realiseren.
          Financiële Impact/budget

          Overwegende dat de nodige kredieten zijn voorzien onder raming: MJP201405.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1

          In het kader van het rioleringsproject Rillaarsebaan-Boonzakstraat, gaat de gemeenteraad akkoord met de aankoop van volgende (delen van) kadastrale percelen:

          • Aarschot, 6de afd., sectie B, nr. 36 A – inname van 238 m²;
          • Aarschot, 6de afd., sectie B, nr. 49 D – inname van 144 m²;
          • Aarschot, 6de afd., sectie B, nr. 51 K – inname van 62 m²;
          • Aarschot, 6de afd., sectie B, nr. 84 F – inname van 2 m²;

          tegen de totale waarde van 12.226,99 euro.


          Artikel 2

          Bijgevoegde koopovereenkomsten worden goedgekeurd. Voor de ondertekening ervan zal de stad vertegenwoordigd worden door de algemeen directeur en de voorzitter van de gemeenteraad (of hun afgevaardigden).

        • Toetreding tot Erfgoedstichting Vlaams-Brabant voor 2026-2031

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          De gemeenteraad stemt in met de toetreding tot de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant. De Erfgoedstichting wil, samen met de aangesloten Vlaams-Brabantse lokale besturen, een voortrekkersrol spelen bij het veiligstellen van belangrijk onroerend erfgoed in onze provincie. De raad beslist een jaarlijkse solidariteitsbijdrage (vanaf 2026 tot 2031) aan Erfgoedstichting Vlaams-Brabant van 0,20 euro per inwoner in de meerjarenplanning in te schrijven.

          Toelichting

          Naar voorbeeld van Kempisch Landschap, provincie Antwerpen, werd de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant opgericht door de provincie Vlaams-Brabant.

          De Erfgoedstichting wil, samen met de aangesloten Vlaams-Brabantse lokale besturen, een voortrekkersrol spelen bij het veiligstellen van belangrijk onroerend erfgoed in onze provincie.

           

          Regelgeving
          • het decreet van 12 juli 2013 betreffende het onroerend erfgoed (“Onroerend erfgoeddecreet”);
          • het decreet van 26 februari 2018 tot wijziging van het decreet van 23 juni 2008 betreffende de bescherming van monumenten, klein erfgoed, ensembles en landschappen en betreffende de opgravingen;
          • het decreet van 27 april 2017 houdende instemming met de kaderconventie van de Raad van Europa over de waarde van het cultureel erfgoed voor de samenleving, opgesteld in Faro op 27 oktober 2005;
          • het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 betreffende de uitvoering van het Onroerend erfgoeddecreet van 12 juli 2013 (“Onroerend erfgoedbesluit”);
          • het besluit van de Provincieraad van Vlaams-Brabant van 17 november 2020 betreffende de oprichting van de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant als een provinciaal extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm met structuur van een Stichting van Openbaar Nut (SON) vanaf 1 januari 2021;
          • de statuten van de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant van 24 november 2020

            met specifieke aandacht voor de bestaansreden van ERF, opgericht op 7 januari 2021 met als doelstelling: “de verwerving, bescherming, herstel, behoud, beheer en ontsluiting van onroerend erfgoed en van cultuurhistorische landschappen, in haar bezit of in haar beheer in Vlaams-Brabant. De Stichting neemt een voorbeeldrol op inzake onroerend erfgoedzorg en draagt bij aan het vergroten van het draagvlak voor het onroerend erfgoed in Vlaams-Brabant";

            overwegende dat ERF een provinciaal extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm is en als belangeloos doel, ten dienste van de gemeenschap heeft: de verwerving, bescherming, herstel, behoud, beheer en ontsluiting van onroerend erfgoed en van cultuurhistorische landschappen in haar bezit of in haar beheer in Vlaams-Brabant. De Stichting neemt een voorbeeldrol op inzake onroerend erfgoedzorg en draagt bij aan het vergroten van het draagvlak voor het onroerend erfgoed in Vlaams-Brabant;

            overwegende dat de werking van ERF past binnen de beleidsverklaring van het provinciebestuur Vlaams-Brabant 2025-2030 en de visie uit de Vlaamse beleidsnota 2024-2029 ‘Fier op dat van hier’ onderschrijft;
          Feiten, context en motivering

          Gelet op het feit dat de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant officieel werd opgericht op 1 januari 2021 in de schoot van de provincie Vlaams-Brabant. De Erfgoedstichting wil, samen met de aangesloten Vlaams-Brabantse lokale besturen, een voortrekkersrol spelen bij het veiligstellen van belangrijk onroerend erfgoed in onze provincie.

          Samenwerken met ERF betekent:

          • Ze zetten hun expertise in voor erfgoedprojecten. Van restauratie tot beheer, van herbestemming tot verwerving: ze maken elk erfgoeddossier haalbaar. Ze ontzorgen van a tot z en regelen de overheidsopdrachten, vragen maximaal premies en subsidies aan, staan in voor de werfopvolging, …
          • De voorbije jaren begeleidden ze zowel kleine als grote projecten, van kapel tot citadel, landschapsparken en kastelen, wind- en watermolens, … (jaarverslag in bijlage).
          • Ervaringen uitwisselen, bespreken oplossingen bespreken of strategieën.


          Een samenwerking met ERF zou de volgende jaren nuttig kunnen zijn voor Stad Aarschot o.a. voor :

          • restauratie Moedermeule;
          • restauraties betreffende CC, De Gasthuiskapel, Gasthuisschuur;
          • restauratie Begijnhof;


          Overwegende dat

          • het college van burgemeester en schepenen in vergadering van 21 november 2025 instemde met de toetreding van de stad Aarschot tot de Erfgoedstichting;
          • er vanaf 2026 een jaarlijkse bijdrage van 0,20 euro per inwoner als lidmaatschap dient betaald te worden, zijnde jaarlijks € 6.299,00;
          • de overeenkomst tussen de stad Aarschot en de Erfgoedstichting loopt van 2026 tot 2031;
          • de Erfgoedstichting zich profileert als een professionele partner die een helpende hand kan reiken, en ook een belangrijke financiële injectie kan leveren bij een eventuele aankoop;
          • de Erfgoedstichting enkel samenwerkt met de bij haar aangesloten lokale besturen;
          • de Erfgoedstichting onroerend erfgoed zeer breed interpreteert: gebouwen, landschappen, industrieel erfgoed… en ze de ambitie heeft om zoveel mogelijk van dat onroerend erfgoed te bewaren, te herbestemmen en toegankelijk te maken.
          Financiële Impact/budget

          Vanaf 2026 tot 2031 is er een jaarlijkse bijdrage van 0.20 euro per inwoner, zijnde € 6.299,00 voor 2026.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1

          De gemeenteraad stemt in met de toetreding tot de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant en keurt de convenant, als bijlage, goed.

           

          Artikel 2

          Er zal een jaarlijkse solidariteitsbijdrage vanaf 2026 tot 2031 aan Erfgoedstichting Vlaams-Brabant van 0,20 euro per inwoner, op basis van het inwonersaantal, in de meerjarenplanning worden ingeschreven.

        • Voorlopig onteigeningsbesluit – Fietssnelweg F25 Leuven - Aarschot Segment Aarschot: grens Rotselaar tot park Elzenhof – Innames 7, 8, 9 en 12

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          In het kader van het bovenlokaal fietsbeleid werkt stad Aarschot mee aan de verdere uitbouw van de fietssnelweg F25, een hoogwaardige fietsverbinding tussen Leuven en Aarschot. De F25 vormt een veilige, comfortabele en rechtstreeks ingerichte fietsroute die een volwaardig alternatief biedt voor autoverplaatsingen binnen en tussen beide steden.

          Het segment op Aarschots grondgebied, dat loopt van de gemeentegrens met Rotselaar tot aan park Elzenhof, vormt een ontbrekende schakel in het traject Aarschot–Leuven. Voor de aanleg van dit segment is een gedeeltelijke verwerving van specifieke percelen noodzakelijk. Voor een aantal grondverwervingen kon nog geen minnelijk akkoord gevonden worden en wordt een onteigeningsprocedure opgestart.

          Toelichting

          In het kader van het bovenlokaal fietsbeleid werkt stad Aarschot mee aan de verdere uitbouw van de fietssnelweg F25, een hoogwaardige fietsverbinding tussen Leuven en Aarschot. De F25 vormt een veilige, comfortabele en rechtstreeks ingerichte fietsroute die een volwaardig alternatief biedt voor autoverplaatsingen binnen en tussen beide steden.

          Na eerdere studies en samenwerkingen tussen de provincie Vlaams-Brabant, de Vlaamse overheid en de betrokken gemeenten, is de realisatie van het traject op Aarschots grondgebied in een uitvoeringsfase gekomen. De startnota van de F25, goedgekeurd in 2017 door de Regionale Mobiliteitscommissie (RMC), legde het definitieve globale tracé vast. De uitwerking van de segmenten gebeurt stapsgewijs.

          Het segment op Aarschots grondgebied, dat loopt van de gemeentegrens met Rotselaar tot aan park Elzenhof, vormt een ontbrekende schakel in het traject Aarschot–Leuven. Voor de aanleg van dit segment is een gedeeltelijke verwerving van specifieke percelen noodzakelijk. De Vlaamse Belastingdienst – Afdeling Vastgoedtransacties (AVT) staat in voor de opmaak van de schattingsverslagen, het sluiten van minnelijke akkoorden en het verlijden van de verkoopaktes.

          Voor een aantal grondverwervingen kon nog geen minnelijk akkoord gevonden worden en wordt een onteigeningsprocedure opgestart. Dit voorstel heeft tot doel om de gemeenteraad te laten instemmen met het voorlopig onteigeningsbesluit, inclusief het onteigeningsplan en de unieke verantwoordingsnota, zodat de aanleg van de fietssnelweg binnen dit segment juridisch en praktisch kan worden voortgezet.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • de gecoördineerde wetten van 16.03.1968 betreffende de politie over het wegverkeer en alle latere wijzigingen;
          • het koninklijk besluit van 01.12.1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en alle latere wijzigingen;
          • het ministerieel besluit van 11.10.1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald;
          • het ministerieel rondschrijven van 14.11.1977 betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing van verkeerstekens;
          • de nieuwe gemeentewet, artikel 119 en 134§1.
          Feiten, context en motivering

          Overwegende dat:

          • de fietssnelweg F25 een bovenlokale functionele fietsverbinding vormt tussen Leuven en Aarschot;
          • de Vlaamse Regering de aanleg van fietssnelwegen heeft erkend als een project van dwingend openbaar belang (besluit van 17 mei 2019);
          • de unieke verantwoordingsnota van het project F25 werd goedgekeurd in 2020 door de Projectstuurgroep;
          • de stad Aarschot verantwoordelijk is voor de uitvoering van het segment op eigen grondgebied, met name het traject tussen de grens met Rotselaar en park Elzenhof;
          • voor de aanleg van dit segment een deel van verschillende percelen dient te worden verworven;
          • de Vlaamse Belastingdienst – Afdeling Vastgoedtransacties (AVT) belast werd met de opmaak van de schattingsverslagen, onderhandelingen van minnelijke akkoorden en verlijden van verkoopaktes;
          • de minnelijke onderhandelingen met de eigenaars van de percelen die getroffen worden door grondverwervingen 7, 8, 9 en 12 geen akkoord hebben opgeleverd;
          • de realisatie van de fietssnelweg F25 noodzakelijk is om de verkeersveiligheid, duurzame mobiliteit en leefkwaliteit in de regio te verbeteren;
          • conform het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 een onteigeningsprocedure moet worden opgestart wanneer minnelijke verwerving niet mogelijk is;
          • het opgemaakte onteigeningsplan en de unieke verantwoordingsnota voldoen aan de vormvereisten van het Onteigeningsdecreet en deel uitmaken van dit voorlopig besluit.
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1 - Omschrijving van de te onteigenen goederen

          De gemeenteraad keurt het onteigeningsplan d.d. 22-04-2024 goed zoals opgemaakt door landmeter-expert Vincent Verbeek. De te onteigenen innames worden als volgt vastgesteld:

           

          Inname

          Capakey

          Afdeling / Perceel

          Totale Oppervlakte

          Oppervlakte Inname

          7

          24029A0159/00F000

          Aarschot 6 AFD / Gelrode – A 159 F

          0,6134 ha

          11 a 22 ca

          8

          24029A0163/00H003

          Aarschot 6 AFD / Gelrode – A 163 H 3

          0,4953 ha

          6 a 73 ca

          9

          24029A0163/00L003

          Aarschot 6 AFD / Gelrode – A 163 L 3

          0,2998 ha

          2 a 38 ca

          12

          24029A0163/00F003

          Aarschot 6 AFD / Gelrode – A 163 F 3

          0,0753 ha

          78 ca

           

          Artikel 2 – Onteigenende instantie 

          De stad Aarschot wordt aangeduid als onteigenende instantie voor de in artikel 1 vermelde innames.

           

          Artikel 3 – Onteigeningsdoel van algemeen nut

          De gemeenteraad keurt de omschrijving van het onteigeningsdoel goed, zijnde de realisatie van de fietssnelweg F25, segment Aarschot: grens Rotselaar – park Elzenhof.

           

          Artikel 4 – Motivering van de onteigeningsnoodzaak

          De gemeenteraad bevestigt dat de onteigening noodzakelijk is om de fietssnelweg te realiseren en aangezien minnelijke verwerving niet kon worden gerealiseerd.

           

          Artikel 5 – Minnelijke onderhandelingstermijn

          De minnelijke onderhandelingstermijn duurt twee maanden.

           

          Artikel 6 – Bijlagen

          Het onteigeningsplan en de unieke verantwoordingsnota maken integraal deel uit van dit voorlopig onteigeningsbesluit.

        • Voorstel nieuwe naamgeving Hertogelijk Plein en naamgeving wandelpad op de begijnhofsite

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          Definitieve goedkeuring wordt verleend aan het voorstel om het Hertogelijk Plein volgende nieuwe benaming te geven : Anne de Croÿ - plein en om het wandelpad op de begijnhofsite een naam te geven: Bertha van Stadepad. 



          Toelichting

          Historisch gezien zijn straatnamen en pleinen in onze gemeente grotendeels vernoemd naar mannen. Om dit onevenwicht geleidelijk aan te corrigeren en meer diversiteit te brengen in het straatbeeld, wordt voorgesteld een vrouwelijke naam toe te kennen aan het Hertogelijk Plein.

          Aan de gemeenteraad wordt een dubbel voorstel voorgelegd: het voorstel om het Hertogelijk Plein te vernoemen naar Anne de Croÿ en het wandelpad op de begijnhofsite de naam  Bertha van Stadepad te geven.

          Regelgeving
          • het Gemeentedecreet van 15.07.2005, zoals gewijzigd, en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • de wet van 11.04.1994 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het decreet van 26.03.2004 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en de gemeenten;
          • het Besluit van de Vlaamse Regering d.d. 25 juni 2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
          Feiten, context en motivering

          Achtergrond
          Historisch gezien zijn straatnamen en pleinen in onze gemeente grotendeels vernoemd naar mannen. Om dit onevenwicht geleidelijk aan te corrigeren en meer diversiteit te brengen in het straatbeeld, wil het college overgaan tot de toekenning van een vrouwelijke naam aan het Hertogelijk Plein.


          Doelstelling

          Het eren van een betekenisvolle vrouw (lokaal, nationaal of internationaal) en het versterken van de representatie van vrouwen in de publieke ruimte.


          Onderzoek

          Voor het betreffende plein werd een onderzoek/navraag gedaan bij Kerkfabriek OLV Aarschot en Hertogelijke Aarschotse Kring voor Heemkunde;

          1. Visie Hertogelijke Aarschotse Kring voor Heemkunde

            Zij zijn eerder voorstander om ipv Hertogelijk Plein een andere naam te geven, het pad aan de Begijnhofsite een (vrouwelijke naam) te geven.

            Daarom hun voorstel om, voortbouwend op de research die is gedaan rond de naam van de eerste Aarschotse begijn, het wandelpad op de begijnhofsite dat loopt van aan de begijnhofpoort (naast de voormalige museumlocatie) tot aan de poort die toegang geeft tot de parking van het OCMW-rusthuis Sint-Rochus een naam te geven.

          2. Visie Kerkfabriek OLV Aarschot

            Voorstel om Hertogelijk plein naar Anne de Croÿ, hertogin van Aarschot, te noemen:

            Historische Betekenis

            Anne de Croÿ (1563-1635) was een invloedrijke edelvrouw en erfgename van het hertogdom Aarschot. Na het overlijden van haar broer, Charles III de Croÿ, erfde zij de titel van hertogin van Aarschot, wat haar tot een unieke vrouwelijke figuur in de adellijke geschiedenis van onze regio maakt. Haar huwelijk met Charles de Ligne, prins van Arenberg, versterkte de positie van de Zuidelijke Nederlanden en droeg bij aan de stabiliteit en invloed van de regio.

            Door een plein naar haar te vernoemen, wordt haar rol in de geschiedenis erkend.

            Verbinder van Adellijke Huizen

            Haar huwelijk met Charles de Ligne, prins van Arenberg, bracht invloedrijke adellijke families samen, wat grote gevolgen had voor de regio.

            Eerste Vrouwelijke Hertogin van Aarschot

            In een tijd waarin vrouwen weinig directe macht hadden, erfde zij een van de hoogste adellijke titels, wat haar een bijzondere figuur in de geschiedenis maakt.

            Culturele en Erfgoedwaarde

            Een plein vernoemen naar Anne de Croÿ draagt bij aan de erkenning van de rijke geschiedenis van Aarschot en omgeving. Haar naam zal inwoners en bezoekers herinneren aan het belang van adellijke families in de ontwikkeling van de stad en regio. Dit draagt bij aan historisch besef en kan mogelijk zelfs toeristische interesse wekken.

            Veel van de oude adellijke geslachten zijn verdwenen uit het collectieve geheugen. Door haar naam te eren, geven we een stukje geschiedenis terug aan de stad.

            Er zijn heel wat verwijzingen zijn naar de familie De Croÿ naar de familie Van Arenbergfamilie in en rond de O.L.V.-Kerk:
          • de biechtstoelen van Anne de Croÿ en de familie Van Arenberg in de kerk
          • de zilveren zonnemonstrans, topstuk uit de schatkamer van de kerk en geschonken door de van Arenbergs
          • de obiit van de familie van Arenberg
          • het zeer waardevolle Bremserorgel (1646) dat volgens de wens van Karel III van Croÿ werd gebouwd
          • de muurschilderingen en artefacten uit de 1e helft van de 16e eeuw die onder het bewind van markies Willem van Croÿ en zijn vrouw Maria van Hamal aan het kerkinterieur werden toegevoegd
          • een replica van één der verdwenen glasramen van de familie de Croÿ met daarop de afbeelding van Willem van Croÿ en Maria van Hamal. De andere glasramen werden allen vernietigd of verkocht


          Inspiratie voor de Toekomst

          Anne de Croÿ kan een inspiratiebron zijn als symbool van sterke vrouwen in de geschiedenis. Dit past goed bij moderne initiatieven om meer vrouwelijke historische figuren te eren in straatnamen en openbare ruimten.

          In een tijd waarin er steeds meer aandacht komt voor de rol van vrouwen in de geschiedenis, is het passend om een vrouwelijke historische figuur te eren met een openbare ruimte. Haar nalatenschap als erfgename, hertogin en verbinder van adellijke huizen kan dienen als een inspirerend symbool van leiderschap en doorzettingsvermogen.

          Symbool van Verbinding

          Haar rol in het verbinden van families en gebieden kan een metafoor zijn voor een plein als ontmoetingsplek voor de gemeenschap.

          Haar historische en culturele betekenis verdient deze erkenning en het vernoemen van een plein naar haar draagt bij aan het behoud van ons erfgoed. Zo blijft er een verwijzing naar het Hertogelijk Plein.

          Aanvullende info :

          Anne de Croÿ was de dochter van hertog Philips III van Croÿ en Joanna van Halewijn. Omdat haar broer hertog Karel III Van Croÿ kinderloos stierf, werd zij zijn opvolger en verkreeg de titel van hertogin van Aarschot. Door haar huwelijk met Karel de Ligne, prins van Arenberg, ging vervolgens het ontzaglijke fortuin van de Aarschotse stam van de familie De Croÿ naar de Van Arenbergfamilie, het kasteel in Heverlee en Aarschot met de O.L.V-Kerk incluis.

          Het kasteel van Heverlee, later bekend als het Kasteel van Arenberg, werd een belangrijk bezit van de familie Arenberg. Hoewel er na de overname door de Arenbergs geen grote bouwprojecten werden ondernomen, onderging het kasteel in de 18e eeuw enkele renovaties om het aan te passen aan de toenmalige sociale en esthetische normen.

          De familie De Croÿ speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van Aarschot. In 1432 kwam het verarmde land van Aarschot in handen van het Franse Picardische huis de Croÿ. Onder hun bewind werd een drossaard aangesteld, voor wie in 1470 een luisterrijk verblijf werd gebouwd op het oude kasteeldomein van Maria van Brabant uit de 14de eeuw, Het Huis vanden Lande, dat later bekend werd als de Drossaarde. 

          De familie de Croÿ probeerde Aarschot weer uit het slop te halen en startte met de heropbouw van de bouwvallige huizen, verhief de Onze-Lieve-Vrouwekerk tot collegiale kerk en richtte een kapittel op. Voor de deken van het kapittel werd op de Bonenwijk een ambtswoning opgericht. In het klooster op de Sint-Niklaasberg, gesticht in 1434, onderwezen zusters aan meisjes en vrouwen het weef- en borduurwerk en het kantklossen. Dit eerste technische onderwijs voor meisjes bracht in Aarschot een nieuwe nijverheid tot stand. Tevens verleende Antoon de Croÿ in een charter van 1462 Aarschot het recht om een wekelijkse vrije markt te houden.

          De O.L.V.-Kerk was voor eeuwen de grafkerk van de familie de Croÿ. In het hoogkoor stond vroeger het praalgraf dat ondertussen verdwenen is (het werd leeggeroofd). Willem de Croÿ, markies van Aarschot; regent en belangrijkste edelman van de Nederlanden, werd er destijds begraven in aanwezigheid van keizer Karel V. Hij was de persoonlijke raadgever van de keizer en aldus een zeer machtig man. Omwille van zijn verdiensten benoemde keizer Karel de nazaten van Willem tot hertog in het nieuw opgerichte Hertogdom Aarschot. Willem liet trouwens de 's Hertogenmolens bouwen op de Demer begin 1500 als verdedigingsmechanisme tegen vijandige troepen.  

          In het stadspark stond vroeger het drossaarde; het middeleeuwse gebouw uit de 15e eeuw waar vroeger de drossaard huisde als persoonlijk vertegenwoordiger van de familie de Croy. Het gebouw werd in 1940 door de Duitsers vernietigd.

          De familie de Croÿ heeft in het verleden zeer veel goeds gedaan voor Aarschot. Een plein naar één van hun telgen benoemen, zou een gepast eerbetoon zijn.

            

          Daarom het voorstel om het Hertogelijk Plein te vernoemen naar Anne de Croÿ en het wandelpad op de begijnhofsite een naam te geven: Bertha van Stadepad. 

          Op 6.06.2025 besliste het college van burgemeester en schepenen (CBS/2025/2456) in te stemmen met het voorstel van de 2 nieuwe benamingen.


          Omtrent deze nieuwe straatbenaming van het Hertogelijk Plein werd een openbaar onderzoek gehouden van 2 oktober 2025 tot en met 2 november 2025. Tijdens dit onderzoek werd geen bezwaar noch opmerking bekend gemaakt.


          Omtrent deze nieuwe straatbenaming van het wandelpad aan het Begijnhof werd een openbaar onderzoek gehouden van 10 oktober 2025 tot en met 10 november 2025. Tijdens dit onderzoek werd geen bezwaar noch opmerking bekend gemaakt.


          Het is noodzakelijk dat de gemeenteraad de voorgestelde benamingen definitief bekrachtigt.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1:

          Definitieve goedkeuring wordt verleend aan het voorstel om het Hertogelijk Plein volgende nieuwe benaming te geven : Anne de Croÿ - plein.

          Artikel 2:

          Definitieve goedkeuring wordt verleend om het wandelpad op de begijnhofsite een naam te geven: Bertha van Stadepad. 


      • Ruimtelijke ordening en stedenbouw

        • Aanpassing gemeenteweg door kosteloze/gratis grondafstand in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag VERK/2025/00265

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          De gemeenteraad stelt vast dat er geen bezwaarschriften werden ingediend en gaat definitief akkoord met de plaatselijke verbreding van de gemeenteweg zoals voorgesteld op het bijgevoegd verkavelingsplan.

          Toelichting

          Op 19.08.2025 werd een omgevingsvergunningsaanvraag ingediend met als onderwerp het verkavelen van twee percelen grond in 3 loten waarvan er twee bedoeld zijn voor het bouwen van woningen in open bebouwing en één voor het bouwen van een woning in halfopen verband, inclusief een gratis grondafstand. Deze aanvraag heeft als referentie OMV_2025097741 , vindt plaats op de percelen kadastraal gekend als 24092E0144/00F000 en 24092E0143/00N000 en is gelegen langs de Tieltseweg. In deze omgevingsvergunningsaanvraag wordt een aanpassing van de gemeenteweg aangevraagd volgens het verkavelingsplan in bijlage opgesteld door HAGELANDS OPMETINGS-EN STUDIEBURO gevestigd te Diestsestraat(S) 175 te 3270 Scherpenheuvel-Zichem.

          Voor de verwezenlijking van de handelingen in de omgevingsvergunningsaanvraag dient het perceel aangeduid op het verkavelingsplan als lot 4 met een oppervlakte van 27m² ingelijfd te worden in het openbaar domein voor het plaatselijk en gedeeltelijk verbreden van de gemeenteweg.

          In bijlage zijn de relevantste documenten en plannen m.b.t. de omgevingsvergunningsaanvraag opgenomen. Het volledige dossier kan geraadpleegd worden bij het Departement Omgeving.


          Voorstel van besluit:

          Het perceel aangeduid op het verkavelingsplan als lot 4 met een oppervlakte van 27m², waarvan de inlijving in het openbaar domein nodig is voor het plaatselijk en gedeeltelijk verbreden van de gemeenteweg, zal kosteloos aangeschaft worden door de stad Aarschot bij wijze van gratis grondafstand en om reden van openbaar nut.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • artikel 4.2.17 §2 en artikel 4.2.25 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
          • het decreet van 01.09.2019 betreffende de gemeentewegen.
          Feiten, context en motivering

          Gelet op

          • de omgevingsvergunningsaanvraag:
            • met als referentie OMV_2025097741;
            • ingediend op 19.08.2025;
            • met als aanvrager SF - CONSTRUCT, gevestigd te Industrieterrein 1 /25A 3290 Diest;
            • met als onderwerp: het verkavelen van twee percelen grond in 3 loten waarvan er twee bedoeld zijn voor het bouwen van woningen in open bebouwing en één voor het bouwen van een woning in halfopen verband, inclusief een gratis grondafstand;
            • op de percelen kadastraal gekend als 24092E0144/00F000 en 24092E0143/00N000;
          • het bijgevoegde verkavelingsplan opgesteld door landmeter HAGELANDS OPMETINGS-EN STUDIEBURO,  gevestigd te te Diestsestraat(S) 175 te 3270 Scherpenheuvel-Zichem waaruit blijkt dat voor de verwezenlijking van de in de omgevingsvergunningsaanvraag opgenomen handelingen, het perceel aangeduid op het verkavelingsplan als lot 4 met een oppervlakte van 27m², dient ingelijfd te worden bij het openbaar domein voor het plaatselijk en gedeeltelijk verbreden van de gemeenteweg.


          Overwegende dat

          • het perceel aangeduid op het bijgevoegde verkavelingsplan als lot 4 met een oppervlakte van 27m², bestemd is voor het plaatselijk en gedeeltelijk verbreden van de gemeenteweg en na kosteloze grondoverdracht aldus van openbaar nut zal zijn;
          • er geen schatting van de waarde nodig is vermits deze grond kosteloos door de stad wordt verkregen;
          • dit perceel uit de verkaveling wordt gesloten om gevoegd te worden bij het openbaar domein oftewel de gemeenteweg Tieltseweg;
          • een openbaar onderzoek omtrent de omgevingsvergunningsaanvraag werd georganiseerd van 28.09.2025 tot en met 27.10.2025 waarbij geen bezwaren werden ingediend voor het einde van het openbaar onderzoek;
          • de aanpassing van de gemeenteweg aanvaard kan worden omdat het plaatselijk verbreden van de gemeenteweg noodzakelijk is voor de realisatie van de handelingen zoals opgenomen in de omgevingsvergunningsaanvraag.
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Petra Vanlommel, Thomas Salaets
          Resultaat: Met 24 stemmen voor, 2 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1

          De gemeenteraad stelt vast dat er geen bezwaarschriften werden ingediend.


          Artikel 2

          De gemeenteraad is definitief akkoord met de plaatselijke verbreding van de gemeenteweg zoals voorgesteld op het bijgevoegd verkavelingsplan van landmeter HAGELANDS OPMETINGS-EN STUDIEBURO.

           

          Artikel 3

          Het perceel aangeduid op het verkavelingsplan als lot 4 met een oppervlakte van 27m², waarvan de inlijving in het openbaar domein nodig is voor het plaatselijk en gedeeltelijk verbreden van de gemeenteweg, zal kosteloos aangeschaft worden door de stad Aarschot bij wijze van gratis grondafstand en om reden van openbaar nut.

           

          Artikel 4

          Bij het verlijden van de notariële akte zal de stad Aarschot vertegenwoordigd worden door de algemeen directeur en de voorzitter van de gemeenteraad of hun afgevaardigden.

        • Gemeentelijk reglement inventarisatie van verwaarloosde woningen en gebouwen

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          De gemeenteraad stemt in met het gemeentelijk reglement inventarisatie van verwaarloosde woningen en gebouwen.

          Toelichting

          Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting, een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de stad een verarming betekent.

          Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.

          Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.

          Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.

          Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.

          Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar zijn voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.

           

          Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.

           

          Gemeenten die een subsidieaanvraag indienen voor intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zijn verplicht een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij te houden.

           

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om een gemeentelijk reglement goed te keuren om nadere materiële en procedurele regels voor het verwaarlozingsregister te bepalen.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

           

          • de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikelen 2.15 tot en met 2.20;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 14 maart 2025 houdende subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid;
          • het besluit van de gemeenteraad van 9 oktober 2025 tot goedkeuring van de subsidieaanvraag voor de intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid stadsregio Demerland;
          Feiten, context en motivering

          Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting, een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de stad een verarming betekent.

          Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.

          Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.

          Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.

          Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.

          Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar zijn voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.

           

          Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.

           

          Gemeenten die een subsidieaanvraag indienen voor intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zijn verplicht een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij te houden.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          HOOFDSTUK 1. DEFINITIES en BEVOEGDHEID


          Artikel 1. Begripsomschrijving

          In dit reglement wordt verstaan onder:


          1° Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 are. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats.


          2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:

          1. een aangetekend schrijven;
          2. een afgifte tegen ontvangstbewijs;
          3. een elektronisch aangetekende zending;
          4. in voorkomend geval: een elektronische communicatie via een door de betrokken overheid gehanteerd elektronisch loket.
           
          3° G ebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten.

           

          4°. IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister toevertrouwd krijgt;


          5° Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register dat de lijst bevat van de als verwaarloosd geïnventariseerde woningen en gebouwen;


          6° Opnamedatum: datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister. Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de verwaarlozing. De opnamedatum is het referentiepunt om de verjaardag te bepalen;


          7° Registerbeheerder: de door IGO div of de gemeente aangestelde personeelsleden die belast worden met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk verwaarlozingsregister voor woningen en gebouwen;


          8° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;


          9° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

          • de volle eigendom;
          • het recht van opstal of van erfpacht;
          • het vruchtgebruik.


          Artikel 2.

          §1. De gemeente vertrouwt in navolging van de overeenkomst inzake ondersteuning van het lokaal woonbeleid met IGO div, de bevoegdheid tot opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk verwaarlozingsregister over aan de dienstverlenende intergemeentelijke vereniging IGO div.

           

          Concreet betekent dit dat de door IGO div aangeduide personeelsleden, zijnde de registerbeheerders, belast worden met volgende taken:

          • de opsporing en vaststelling van verwaarlozing: uiterlijke schouwing, opstellen beschrijvend verslag en fotodossier;
          • de opmaak en ondertekening van het opnameattest;
          • de kennisgeving van de beslissing tot opname aan de zakelijk gerechtigde(n);
          • de opname van woningen/gebouwen in het verwaarlozingsregister;
          • de beoordeling van de verzoeken tot schrapping uit het verwaarlozingsregister;
          • de schrapping van woningen/gebouwen uit het verwaarlozingsregister.

           

          §2. De gemeente behoudt zich het recht voor om medewerkers van de “interlokale vereniging omgeving en wonen stadsregio Demerland” aan te duiden voor de uitvoering van deze taken.

           

          §3. Het college van burgemeester en schepenen blijft exclusief bevoegd voor de beroepen tegen de opname in het verwaarlozingsregister.


          HOOFDSTUK 2. REGISTER


          Artikel 3. Verwaarlozingsregister

          §1. De door IGO div of de gemeente met de opsporing van verwaarlozing belaste personeelslid, de registerbeheerder, houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.

           

          §2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:

          1. het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,
          2. de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,
          3. het nummer en de datum van het opnameattest.

           

          Artikel 4. Inventarisatie van verwaarloosde woningen en gebouwen

          §1. De registerbeheerder stelt de verwaarlozing van een woning of gebouw vast in een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Deze vaststelling gebeurt aan de hand van het model technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest, en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.

          Het verslag bevat naast een omstandig verslag drie categorieën die de ernst van verwaarlozing beschrijven:

          1. klein gebrek en/of minimale verwaarlozing;
          2. gematigd gebrek en/of verwaarlozing;
          3. ernstig gebrek en/of verwaarlozing.

           

          §2. Een woning of gebouw wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer volgende gebreken op het technisch verslag vastgesteld werden:

          • 8 of meer gebreken van categorie A en/of;
          • 3 gebreken of meer van categorie B en/of;
          • 1 of meer gebrek(en) van categorie C.

           

          §3. De door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

           

          §4. Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een verwaarloosd gebouw of als een verwaarloosde woning beschouwd.

          De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als verwaarloosde gebouwen of woningen in de zin van deze titel beschouwd.

           

          Artikel 5. Kennisgeving van opname in het verwaarlozingsregister

          §1. Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de Administratie Opmetingen en Waarderingen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.

          De kennisgeving bevat:

          1. het opnameattest met het technisch en omstandig verslag;
          2. informatie over de gevolgen van de opname in het verwaarlozingsregister;
          3. informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister;
          4. informatie over het schrappingsverzoek uit het verwaarlozingsregister.

           

          §2. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.

           

          Artikel 6. Beroep tegen opname in het verwaarlozingsregister

          §1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending van het opnameattest, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en per beveiligde zending overgemaakt worden.

          Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:

          1. identiteit en adres van de indiener;
          2. vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;
          3. één of meer bewijsstukken die aantonen dat de woning of het gebouw niet verwaarloosd is.

          Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.

           

          §2. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.

           

          §3. Het beroepschrift is onontvankelijk als:

          1. het beroepschrift te laat is ingediend;
          2. het beroepschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde of zijn gemachtigde;
          3. het beroepschrift niet voldoet aan de vormvereisten en/of niet ondertekend is.

          Als het beroep onontvankelijk is, wordt dat aan de indiener meegedeeld.

           

          §4. Als het beroep ontvankelijk is, wordt de gegrondheid onderzocht. Dit kan gebeuren op basis van bijgevoegde stukken maar ook door een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning of het gebouw geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

           

          §5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

           

          §6. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister vanaf de datum van het opnameattest (opnamedatum).

           

          Artikel 7. Schrapping uit het verwaarlozingsregister

          §1. De zakelijk gerechtigde kan een gemotiveerd verzoek tot schrapping richten tot de registerbeheerder via beveiligde zending.

          Dit verzoek bevat:

          1. de identiteit en het adres van de indiener;
          2. de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
          3. de bewijsstukken die aantonen dat het gebouw of de woning niet meer verwaarloosd is.

           

          §2. Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde aangetekende verzending gehanteerd.

           

          §3. De registerbeheerder voert een plaatsbezoek uit binnen een termijn van goede orde van negentig dagen. De registerbeheerder maakt voor dit plaatsbezoek gebruik van het technisch verslag verwaarlozing. Als uit het technisch verslag van het plaatsbezoek blijkt dat de woning niet meer verwaarloosd is, schrapt de registerbeheerder de woning of het gebouw uit het register op datum van aanvraag tot schrapping.

           

          §4. Een gesloopte woning of een gesloopt gebouw wordt uit het verwaarlozingsregister geschrapt van zodra de werken beëindigd zijn en alle puin van het perceel is verwijderd. Als schrappingsdatum geldt de datum van het oudste bewijsstuk dat de beëindiging van de sloopwerken en het geruimde puin kan verifiëren. De bewijslast ligt bij de zakelijk gerechtigde en kan, uitgezonderd de eed, op verschillende wijzen aangeleverd worden.

           

          Als de zakelijk gerechtigde geen bewijsstukken bij het gemotiveerd verzoek tot schrapping voegt, neemt de registerbeheerder de dag van melding van de sloop als schrappingsdatum na onderzoek ter plaatse dat de beëindiging van de sloopwerken en de ruiming van het puin bevestigt.

           

          §5. Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

           

          §6. De registerbeheerder neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De registerbeheerder brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

           

          §7. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6.

           

          Artikel 8.

          Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met betrekking tot het inventariseren en belasten van verwaarloosde woningen en gebouwen. Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement blijven opgenomen in het register met behoud van opnamedatum.

        • Gemeentelijk reglement inventarisatie van leegstaande woningen en gebouwen

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          De gemeenteraad stemt in met het gemeentelijk reglement inventarisatie van leegstaande woningen en gebouwen.

          Toelichting

          Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.

          Leegstaande woningen en gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.

          Leegstaande woningen en gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan. Bewoonde woningen zorgen voor een levendige omgeving, meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.

           

          Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.

           

          Elk bestuur dat subsidies ontvangt in het kader van de ondersteuning van het lokaal woonbeleid is verplicht een leegstandsregister bij te houden.

           

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om een gemeentelijk reglement goed te keuren waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgesteld.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

           

          • de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikelen 2.9 tot en met 2.14;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 14 maart 2025 houdende subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid;
          • het besluit van de gemeenteraad van 9 oktober 2025 tot goedkeuring van de subsidieaanvraag voor de intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid stadsregio Demerland;
          Feiten, context en motivering

          Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.

          Leegstaande woningen en gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.

          Leegstaande woningen en gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan. Bewoonde woningen zorgen voor een levendige omgeving, meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.

           

          Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.

           

          Elk bestuur dat subsidies ontvangt in het kader van de ondersteuning van het lokaal woonbeleid is verplicht een leegstandsregister bij te houden.

           

          Een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgesteld.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          HOOFDSTUK 1. DEFINITIES en BEVOEGDHEID


          Artikel 1. Begripsomschrijving

          In dit reglement wordt verstaan onder:


          1° Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 are. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats.


          2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:

          1. een aangetekend schrijven;
          2. een afgifte tegen ontvangstbewijs;
          3. een elektronisch aangetekende zending;
          4. in voorkomend geval: een elektronische communicatie via een door de betrokken overheid gehanteerd elektronisch loket.
           
          §1. Leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde omgevingsvergunning of meldingsakte zoals vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. 
          Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden. 
          Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

          §2. Leegstaande woning: een woning die gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie;
          • hetzij de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
          • hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt.
           
          §3. In afwijking van §1 en §2, wordt een nieuw gebouw of een nieuwe woning als leegstaand beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig §1, respectievelijk §2.


          4°. IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toevertrouwd krijgt;


          5° Leegstandsregister: het gemeentelijk register dat de lijst bevat van de als leegstaand geïnventariseerde woningen en gebouwen;


          6° Opnamedatum: datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het leegstandsregister. Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de leegstand. De opnamedatum is het referentiepunt om de verjaardag te bepalen.


          7° Registerbeheerder: de door IGO div of de gemeente aangestelde personeelsleden die belast worden met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister voor woningen en gebouwen;


          8° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;


          9° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

          • de volle eigendom;
          • het recht van opstal of van erfpacht;
          • het vruchtgebruik.


          Artikel 2.

          §1. De gemeente vertrouwt in navolging van de overeenkomst inzake ondersteuning van het lokaal woonbeleid met IGO div, de bevoegdheid tot opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister over aan de dienstverlenende intergemeentelijke vereniging IGO div.

           

          Concreet betekent dit dat de door IGO div aangeduide personeelsleden, zijnde de registerbeheerders, belast worden met volgende taken:

          • de opsporing en vaststelling van leegstaande woningen en gebouwen: uiterlijke schouwing, opstellen beschrijvend verslag en fotodossier;
          • de opmaak en ondertekening van het opnameattest;
          • de kennisgeving van de beslissing tot opname aan de zakelijk gerechtigde(n);
          • de opname van woningen/gebouwen in het leegstandsregister;
          • de beoordeling van de verzoeken tot schrapping uit het leegstandsregister;
          • de schrapping van woningen/gebouwen uit het leegstandsregister.

           

          §2. De gemeente behoudt zich het recht voor om medewerkers van de “interlokale vereniging omgeving en wonen stadsregio Demerland” aan te duiden voor de uitvoering van deze taken.

           

          §3. Het college van burgemeester en schepenen blijft exclusief bevoegd voor de beroepen tegen de opname in het leegstandsregister.


          HOOFDSTUK 2. REGISTER


          Artikel 3. Leegstandsregister

          §1. De door IGO div of de gemeente met de opsporing van leegstand belaste personeelslid, de registerbeheerder, houdt een register bij van leegstaande woningen en gebouwen.

           

          §2. In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:

          1. het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw,
          2. de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw,
          3. het nummer en de datum van het opnameattest.

           

          Artikel 4. Inventarisatie van leegstaande woningen en gebouwen

          §1. De registerbeheerder spoort de leegstand op en maakt een verslag op van de indicaties die de leegstand staven.

          De beoordeling van leegstand gebeurt op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende niet-limitatieve lijst indien het een woning betreft:

           

          1. administratieve vaststellingen:

          • het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
          • het ontbreken van aansluitingen voor nutsvoorzieningen of het vermoeden van een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de woonfunctie of het normale gebruik van het gebouw kan worden uitgesloten tenzij de houder van het zakelijk recht hiervoor verantwoording kan geven gesteund op zijn toestand;
          • het ontbreken van afvalophaling op het betreffende adres;
          • de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;
          • voor de nieuwe, nog onbewoonde woning is de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelen meer dan zeven jaar oud;
          • de aanvraag om vermindering van de onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand;

           

          2. de onmogelijkheid om de woning te bewonen te gebruiken;

          • de toegang is verzegeld, geblokkeerd of wordt bemoeilijkt door obstakels; versperring en/of dichte begroeiing;
          • geen water- en/of winddichtheid van de woning;
          • de woning bevat ernstige vernielingen;
          • er zijn structurele verbouwingswerken aan de gang;

           

          3. in- en uitwendige indicaties van leegstand:

          • het aanbieden van de woning of het gebouw als 'te huur' of 'te koop';
          • dichtgemaakte of geblindeerde raam- en deuropeningen;
          • neergelaten rolluiken;
          • ernstige uitwendige bevuiling;
          • afwezige, onbruikbare of overvolle brievenbus;
          • een bij de woning of gebouw horende tuin die langdurig niet of slecht onderhouden is;
          • het niet of niet volledig bemeubeld zijn van de woning of het gebouw;

           

          §2. De registerbeheerder spoort de leegstand op en maakt een verslag op van de indicaties die de leegstand staven.

          De beoordeling van leegstand gebeurt op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende niet-limitatieve lijst indien het een gebouw betreft:

           

          1. administratieve vaststellingen:

          • het ontbreken van een vestigings-/ondernemingsnummer op het betreffende adres in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
          • het ontbreken van een neergelegde jaarrekening van het voorafgaande boekjaar van de onderneming die gevestigd is op het adres van het te registreren pand;
          • het ontbreken van aansluitingen voor nutsvoorzieningen of het vermoeden van een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig het normale gebruik van het gebouw kan worden uitgesloten tenzij de houder van het zakelijk recht hiervoor verantwoording kan geven gesteund op zijn toestand;
          • de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992;
          • de aanvraag om vermindering van de onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;

           

          2. de onmogelijkheid om het gebouw te gebruiken:

          • de toegang is verzegeld, geblokkeerd of wordt bemoeilijkt door obstakels; versperring en/of dichte begroeiing;
          • geen water- en/of winddichtheid van het gebouw;
          • het gebouw bevat ernstige vernielingen;
          • er zijn structurele verbouwingswerken aan de gang;

           

          3. in- en uitwendige indicaties van leegstand:

          • het aanbieden van het gebouw als 'te huur' of 'te koop';
          • dichtgemaakte of geblindeerde raam- en deuropeningen;
          • neergelaten rolluiken;
          • ernstige uitwendige bevuiling;
          • afwezige, onbruikbare of overvolle brievenbus;
          • het ontbreken van een naam of logo van een nog actieve zaak met een vestigingsnummer op het betrokken adres;
          • het ontbreken van aangeduide openingsuren;
          • de feitelijke vaststelling van afwezigheid van uitrustings- en verkoopmateriaal en goederen in het gebouw;
          • de vloeroppervlakte van het gebouw is voor meer dan 50% niet in gebruik conform de functie;

           

          §3. De door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

           

          §4. Een tweede verblijf dat niet als zodanig wordt gebruikt, zal opgenomen worden in het leegstandsregister.

           

          §5. Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een leegstaand gebouw of als een leegstaande woning beschouwd.

          De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als leegstaande gebouwen of woningen in de zin van deze titel beschouwd.

           

          Artikel 5. Kennisgeving van opname in het leegstandsregister

          §1. Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de Administratie Opmetingen en Waarderingen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister.

          De kennisgeving bevat:

          1. het opnameattest met inbegrip van het beschrijvend verslag;
          2. informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister;
          3. informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister;
          4. informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister.

           

          §2. Elk opnameattest bevat volgende gegevens:

          1. het adres en de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
          2. de identiteit en het adres van de zakelijk gerechtigde(n);
          3. het nummer en de datum van het opnameattest;
          4. de indicaties die de leegstand staven;
          5. een foto van de woning of het gebouw.

           

          §3. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.

           

          Artikel 6. Beroep tegen opname in het leegstandsregister

          §1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending van het opnameattest, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister.

          Het beroepschrift moet ondertekend zijn en per beveiligde zending overgemaakt worden.

          Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:

          1. identiteit en adres van de indiener;
          2. vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;
          3. één of meer bewijsstukken die aantonen dat de woning of het gebouw niet leegstaand is.

           

          Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.

           

          §2. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.

           

          §3. Het beroepschrift is onontvankelijk als:

          1. het beroepschrift te laat is ingediend;
          2. het beroepschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde of zijn gemachtigde;
          3. het beroepschrift niet voldoet aan de vormvereisten en/of niet ondertekend is.

          Als het beroep onontvankelijk is, wordt dat aan de indiener meegedeeld.

           

          §4. Als het beroep ontvankelijk is, wordt de gegrondheid onderzocht. Dit kan gebeuren op basis van bijgevoegde stukken maar ook door een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning of het gebouw geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

           

          §5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

           

          §6. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het leegstandsregister vanaf de datum van het opnameattest (opnamedatum).

           

          Artikel 7. Schrapping uit het leegstandsregister

          §1. De zakelijk gerechtigde kan een gemotiveerd verzoek tot schrapping richten tot de registerbeheerder via beveiligde zending.

          Dit verzoek bevat:

          1. de identiteit en het adres van de indiener;
          2. de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
          3. de bewijsstukken die aantonen dat het gebouw of de woning niet meer leegstaand is.

           

          §2. Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde aangetekende verzending gehanteerd.

           

          §3 Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt, als de zakelijk gerechtigde bewijst dat deze woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden wordt gebruikt in overeenstemming met haar functie. De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig haar functie, zoals omschreven in artikel 1.

           

          §3. Een gesloopte woning of een gesloopt gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt van zodra de werken beëindigd zijn en alle puin van het perceel is verwijderd. Als schrappingsdatum geldt de datum van het oudste bewijsstuk dat de beëindiging van de sloopwerken en het geruimde puin kan verifiëren. De bewijslast ligt bij de zakelijk gerechtigde en kan, uitgezonderd de eed, op verschillende wijzen aangeleverd worden.

          Als de zakelijk gerechtigde geen bewijsstukken bij het gemotiveerd verzoek tot schrapping voegt, neemt de registerbeheerder de dag van melding van de sloop als schrappingsdatum na onderzoek ter plaatse dat de beëindiging van de sloopwerken en de ruiming van het puin bevestigt.

           

          §4. Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

           

          §5. De registerbeheerder neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De registerbeheerder brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.

           

          §6. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6.

           

          Artikel 8.

          Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met betrekking tot het inventariseren en belasten van leegstaande woningen en gebouwen. Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het leegstandsregister voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement blijven opgenomen in het register met behoud van opnamedatum.

        • Gemeentelijke verordening tot afbakening van functies die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengen zoals bepaald in art. 2.10, §2 van de Vlaamse Codex Wonen

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          De gemeenteraad stemt in met de gemeentelijke verordening tot afbakening van functies die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengen zoals bepaald in art. 2.10, §2 van de Vlaamse Codex Wonen.

          Toelichting

          Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.

           

          Op basis van artikel 2.10, §2 van de Vlaamse Codex wonen kan het bestuur bij gemeentelijke verordening functies omschrijven die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt.

           

          De stad wil leegstand tegengaan en tegelijk ruimte bieden voor economische en maatschappelijke dynamiek. Daarom wordt in voorgestelde verordening bepaald dat een woning niet als leegstaand wordt beschouwd wanneer zij effectief en niet-occasioneel wordt gebruikt voor een andere functie, zoals handel, dienstverlening of gemeenschapsactiviteiten. Hiermee stimuleren we hergebruik van gebouwen, versterken we het lokale ondernemersklimaat en voorkomen we verloedering van straten en buurten.

           

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om de gemeentelijke verordening tot afbakening van functies die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengen zoals bepaald in art. 2.10, §2 van de Vlaamse Codex Wonen goed te keuren.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;

           

          • de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikelen 2.9 tot en met 2.14;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 14 maart 2025 houdende subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid;
          • het besluit van de gemeenteraad van 9 oktober 2025 tot goedkeuring van de subsidieaanvraag voor de intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid stadsregio Demerland;
          Feiten, context en motivering

          Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.

          Leegstaande woningen en gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.

          Leegstaande woningen en gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan. Bewoonde woningen zorgen voor een levendige omgeving, meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.

           

          Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.

           

          Op basis van artikel 2.10, §2 van de Vlaamse Codex wonen kan het bestuur bij gemeentelijke verordening functies omschrijven die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt.

           

          De stad wil leegstand tegengaan en tegelijk ruimte bieden voor economische en maatschappelijke dynamiek. Daarom wordt in deze verordening bepaald dat een woning niet als leegstaand wordt beschouwd wanneer zij effectief en niet-occasioneel wordt gebruikt voor een andere functie, zoals handel, dienstverlening of gemeenschapsactiviteiten. Hiermee stimuleren we hergebruik van gebouwen, versterken we het lokale ondernemersklimaat en voorkomen we verloedering van straten en buurten.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1. Begripsomschrijving

          1° Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 are. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats.


          2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:

          1. een aangetekend schrijven;
          2. een afgifte tegen ontvangstbewijs;
          3. een elektronisch aangetekende zending;
          4. in voorkomend geval: een elektronische communicatie via een door de betrokken overheid gehanteerd elektronisch loket.
           
          §1. Leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde omgevingsvergunning of meldingsakte zoals vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. 
          Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden. 
          Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.

          §2. Leegstaande woning: een woning die gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie;
          • hetzij de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
          • hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt.
           
          §3. In afwijking van §1 en §2, wordt een nieuw gebouw of een nieuwe woning als leegstaand beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig §1, respectievelijk §2.


          4° Leegstandsregister: het gemeentelijk register dat de lijst bevat van de als leegstaand geïnventariseerde woningen en gebouwen;


          5° Registerbeheerder: de door IGO div of de gemeente aangestelde personeelsleden die belast worden met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister voor woningen en gebouwen;


          6° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;

           

          Artikel 2. Gelijkgestelde functies

          De hierna vermelde functies worden gelijkgesteld aan de woonfunctie en zullen bij de beoordeling van de leegstand van woningen door de registerbeheerder behandeld worden als functies die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengen:


          1. Handelsfunctie

          • detailhandel (winkel, boetiek, speciaalzaak…)
          • horeca (restaurant, café, tearoom, verblijfsrecreatie…)
          • dienstverlening (kapper, schoonheidssalon, wasserette…)
          • voorwaarden:
            • minimaal 3 dagen per week geopend voor publiek
            • minimaal 50% van de vloeroppervlakte van de woning is in gebruik voor de activiteit

           

          2. Kantoorfunctie

          • vrije beroepen (advocaat, architect, notaris)
          • administratieve kantoren van ondernemingen
          • voorwaarden:
            • regelmatige aanwezigheid van personeel (min. 20 uur/week)
            • De vestigingsplaats moet ingeschreven zijn in KBO.

           

          3. Gemeenschapsfunctie

          • verenigingslokalen, buurtwerking
          • kunst- en cultuurinitiatieven (atelier, expositieruimte)
          • educatieve activiteiten (workshops, cursussen)
          • voorwaarden:
            • minimaal 4 activiteiten per maand
            • ruimte toegankelijk voor leden of publiek

           

          4. Tijdelijke invulling

          • pop-up winkels
          • tijdelijke co-working of creatieve hubs
          • tijdelijke maatschappelijke projecten (bv. kringloopinitiatief)
          • voorwaarden:
            • schriftelijke overeenkomst van min. 3 maanden
            • De activiteit moet zichtbaar en toegankelijk zijn.

           

          Artikel 3.

          ls de functie geen effectief en niet-occasioneel gebruik met zich meebrengt dan kan de woning alsnog als leegstaand geïnventariseerd worden.

          Het gebruik mag niet louter opslag of occasioneel zijn.

          Het gebruik moet aantoonbaar zijn via inschrijving in de Kruispuntbank voor Ondernemingen, huurovereenkomst of bewijs van activiteiten.

           

          Artikel 4.

          De invulling van een woning met een gelijkgestelde functie moet plaatsvinden zonder structurele ingrepen aan de woning.

          Huisvesting van een gezin moet op elk moment mogelijk blijven.

           

          Artikel 5.

          Zonevreemde en onvergunde woningen zijn uitgesloten van deze verordening.

           

          Artikel 6.

          De gemeente behoudt zich het voorrecht om de registerbeheerder het effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning ter plaatse na te laten gaan.

          Dit plaatsbezoek zal steeds tijdens de kantooruren en aangekondigd plaatsvinden.

          Als de toegang geweigerd wordt dan zal de woning als leegstaand geïnventariseerd worden of blijven.

           

          Artikel 7.

          Deze verordening is van toepassing op het hele grondgebied van de stad Aarschot.

      • Leefmilieu

        • Deelname van de gemeente aan de ‘Samenwerkingsovereenkomst betreffende de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) in het kader van een Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de periode 2026 – 2031 uitgevoerd door IGO div’.

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          Er wordt besloten akkoord te gaan met een nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen de stad Aarschot en IGO voor de periode 2026-2031 met als doel via sociale tewerkstelling gemeentelijke natuurprojecten uit te voeren, de biodiversiteit te versterken en jaarlijks een vooraf bepaald actieprogramma van 4.350 uren (3 VTE) te realiseren ter ondersteuning van het gemeentelijke natuur- en groenpatrimonium binnen de beleidsdoelstellingen van de Beheers- en BeleidsCyclus.

          Toelichting

          De samenwerkingsovereenkomst 2020-2025 tussen de provincie Vlaams-Brabant, de stad Aarschot en IGO in het kader van het project ‘Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen’ loopt op 31.12.2025 ten einde.

          Er wordt voorgesteld om een nieuwe samenwerkingsovereenkomst te installeren tussen de stad Aarschot en IGO voor de periode 2026-2031.

          De samenwerkingsovereenkomst heeft tot doel de uitvoering van gemeentelijke natuurprojecten door middel van sociale tewerkstelling.

          In deze samenwerkingsovereenkomst worden de Intergemeentelijke Natuur- en landschapsploegen als sterk instrument beschouwd om via inrichting en beheer te streven naar een milieukwaliteit die vereist is voor duurzame instandhouding van doelsoorten of -habitats, en bijgevolg worden ingezet om een serieuze bijdrage te leveren in het biodiversiteitsbeleid en het stoppen van het verlies aan biodiversiteit.

          Via deze samenwerkingsovereenkomst wordt jaarlijks een vooraf afgesproken actieprogramma uitgevoerd op basis van een gegarandeerd urenpakket.

          De Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsteams leveren een bijdrage tot het behoud en de uitbreiding van het gemeentelijke natuur- en groenpatrimonium in de gemeenten waar ze actief zijn.

          Het Natuur- en Landschapsteam zal ingezet worden om de onderwerpen, die worden / zijn opgenomen binnen de Beheers- en BeleidsCyclus voor de volgende jaren, verder uit te werken en uit te voeren.

          De gemeenten en steden dienen vóór uiterlijk 1 januari 2026 een besluit te nemen om een naadloos verder zetten van het project ‘Intergemeentelijk Natuur- en Landschapsteams’ te kunnen garanderen.

          Binnen de overeenkomst wordt voorzien in 3 VTE, wat garant staat voor 4.350 uren INL-werk.

          Regelgeving

          Gelet op:

          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het decreet van 26.03.2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • de gemeenteraadsbeslissing d.d. 14.05.2020, ref. GR/2020/113, houdende goedkeuring van de Samenwerkingsovereenkomst 2020-2025 ‘Intergemeentelijke Natuur- & Landschapsploegen’;

           

          Feiten, context en motivering

          Overwegende:

          • dat INL een dienstverlening van IGO div is, en als doel heeft het lokale biodiversiteit-, landschaps- en klimaatbeleid concreet op het terrein vorm te geven. Om dit te realiseren zet INL hoofdzakelijk werknemers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in en draagt zo bij aan de duurzame tewerkstelling van deze kwetsbare doelgroep;
          • dat IGO div samen werkt met het collectieve maatwerkbedrijf IGO-W vzw voor de uitvoering van de werkzaamheden en stelt in hoofdzaak werknemers te werk die een erkenning hebben om in het collectieve maatwerkbedrijf te werken;
          • dat via deze samenwerkingsovereenkomst jaarlijks een vooraf afgesproken jaarprogramma uitgevoerd wordt op basis van een gegarandeerd urenpakket;


          Overwegende:

          • de betekenis van exclusieve dienstverlening die kan worden omschreven als diensten die enkel worden verstrekt aan de deelnemers die daarvoor exclusiviteit hebben verleend, terwijl deze deelnemers voor de diensten waarvoor exclusiviteit werd verleend, uitsluitend een beroep doen op de dienstverlenende vereniging, voor zover zij deze activiteiten niet in eigen beheer wensen uit te voeren;
          • de bepalingen van de overheidsopdrachtenwetgeving, inzonderheid artikel 18 van de wet van 15 juni 2006, waarin een uitzondering werd opgenomen met betrekking tot de toepasselijkheid van de overheidsopdrachtenwetgeving. Met name bepaalt artikel 18, 1° van de wet van 15 juni 2006: “Niet onder toepassing van deze wet, met uitzondering van artikel 41/1, vallen de overheidsopdrachten voor diensten: 1° die worden gegund door een aanbestedende overheid aan een andere aanbestedende overheid of aan een vereniging van aanbestedende overheden op basis van een alleenrecht dat ze genieten krachtens bekendgemaakte wettelijke, reglementaire of administratieve bepalingen die verenigbaar zijn met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie." Het principe van de wederzijdse exclusiviteit bestaat er aldus in dat een gemeente ervoor opteert om voor de levering van een dienst, zoals omschreven in artikel 3 van de statuten, inzonderheid voor de uitvoering van gemeentelijke natuuropdrachten, uitsluitend een beroep te doen op de diensten van IGO en dit voor een welomschreven periode dewelke echter de duur van zes jaar niet mag overschrijden. Het staat de gemeente hierbij echter volledig vrij om deze dienst zelf verder uit te voeren. De gemeente kan aldus kiezen om voor de betrokken dienst een beroep te doen op IGO, dan wel om deze dienst zelf uit te oefenen, doch ziet hierbij wel af van de mogelijkheid om de dienst, gedurende de looptijd van de exclusiviteit, te laten uitvoeren door derden;
          • het voordeel van de exclusiviteit tot mogelijkheid tot vrijstelling van BTW;


          Overwegende dat de samenwerkingsovereenkomst de uitvoering van gemeentelijke natuurprojecten door middel van sociale tewerkstelling tot doel heeft;


          Overwegende:

          • de goede samenwerking en de resultaten op het terrein m.b.t. de uitvoering van de in het verleden aan de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsteams opgedragen werken;
          • dat de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsteams een bijdrage leveren tot het behoud en de uitbreiding van het gemeentelijke natuur- en groenpatrimonium in de gemeenten waar ze actief zijn;
          • dat de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsteams zullen ingezet worden om de onderwerpen, die worden / zijn opgenomen binnen de Beheers- en BeleidsCyclus voor de volgende jaren, verder uit te werken en uit te voeren;
          • dat de gemeenten en steden uiterlijk 31.12.2026 een besluit dienen te nemen om een naadloos verder zetten van het project ‘Intergemeentelijk Natuur- en Landschapsteams’ te kunnen garanderen.


          Overwegende dat het om voormelde redenen opportuun lijkt om deel te nemen in de intergemeentelijke meerjarenovereenkomst (2026-2031) voor natuur- en landschapsploegen (INL), deze als in bijlage gevoegd;

          Financiële Impact/budget

          Overwegende dat:

          • de kosten worden vastgesteld voor de werkingsjaren 2026 - 2031, voor 3 VTE of 4.350 uren (waarbij 1450 uren = 1 VTE), met als kostprijs een maximale bijdrage (vrijstelling BTW mits exclusiviteit) van:
            • 167.388,00 euro voor 2026;
            • 174.083,52 euro voor 2027;
            • 181.046,86 euro voor 2028;
            • 188.288,74 euro voor 2029;
            • 195.820,28 euro voor 2030;
            • 203.653,10 euro voor 2031;


          Visum ‘Samenwerkingsovereenkomst m.b.t. de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) voor de periode 2026-2031’  -  IGO div


          Component ‘Voorafgaande kredietcontrole’

          De kostprijs (incl. 0% btw) voor 3 VTE (of 4.350 uren) voor natuur- en landschapsploegen (INL) wordt door IGO div vastgelegd als volgt:

          • 2026 : 167.388,00 euro
          • 2027 : 174.083,52 euro
          • 2028 : 181.046,86 euro
          • 2029 : 188.288,74 euro
          • 2030 : 195.820,28 euro
          • 2031 : 203.653,10 euro


          In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, zijn de kredieten opgenomen conform de begroting van IGO div, nl. raming MJP201175, BBC–actie 3.1.3 We maken het openbaar domein klimaatrobuust door het aan te passen aan de gevolgen van klimaatveranderingen, beleidsveld  0340, ARK 61399999. Er is dus voldoende krediet beschikbaar onder voorwaarde dat het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 zal goedgekeurd worden door de gemeenteraad op 18 december 2025.


          Component ‘Wetmatigheidscontrole die voorafgaat aan de verbintenis’

          De stad Aarschot is vennoot van IGO div. De opdrachten waarvoor de vennoten beroep doen op IGO div zijn te beschouwen als inhouse - opdrachten. In artikel 12 van Richtlijn 2014/24/EU en artikel 30 van de Wet inzake Overheidsopdrachten van 17 juni 2016 is de regeling opgenomen m.b.t. de toepassing van de inhouse - doctrine. De opdracht voor het organiseren van de natuur- en landschapsploegen (INL) kan op basis hiervan dus gegund worden aan IGO div. Uit het onderzoek van de documenten blijken geen strijdigheden met de wettelijke voorschriften.

          Adviezen
          • Visum financieel beheerder

            Visum ‘Samenwerkingsovereenkomst m.b.t. de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) voor de periode 2026-2031’  -  IGO div

            Component ‘Voorafgaande kredietcontrole’

            De kostprijs (incl. 0% btw) voor 3 VTE (of 4.350 uren) voor natuur- en landschapsploegen (INL) wordt door IGO div vastgelegd als volgt:

            -          2026 : 167.388,00 euro

            -          2027 : 174.083,52 euro

            -          2028 : 181.046,86 euro

            -          2029 : 188.288,74 euro

            -          2030 : 195.820,28 euro

            -          2031 : 203.653,10 euro

            In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, zijn de kredieten opgenomen conform de begroting van IGO div, nl. raming MJP201175, BBC–actie 3.1.3 We maken het openbaar domein klimaatrobuust door het aan te passen aan de gevolgen van klimaatveranderingen, beleidsveld  0340, ARK 61399999. Er is dus voldoende krediet beschikbaar onder voorwaarde dat het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 zal goedgekeurd worden door de gemeenteraad op 18 december 2025.

            Component ‘Wetmatigheidscontrole die voorafgaat aan de verbintenis’

            De stad Aarschot is vennoot van IGO div. De opdrachten waarvoor de vennoten beroep doen op IGO div zijn te beschouwen als inhouse-opdrachten. In artikel 12 van Richtlijn 2014/24/EU en artikel 30 van de Wet inzake Overheidsopdrachten van 17 juni 2016 is de regeling opgenomen m.b.t. de toepassing van de inhouse-doctrine. De opdracht voor het organiseren van de natuur- en landschapsploegen (INL) kan op basis hiervan dus gegund worden aan IGO div. Uit het onderzoek van de documenten blijken geen strijdigheden met de wettelijke voorschriften.

            Geen standpunt ingenomen visum INL van Geert Wijns van 02 december 2025

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1


          De gemeenteraad beslist om deel te nemen aan de ‘Samenwerkingsovereenkomst betreffende de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) in het kader van een Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de periode 2026 – 2031 uitgevoerd door IGO div’, als in bijlage gevoegd.

           

          Artikel 2


          De gemeente neemt deel aan de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen met 4.350 uren (3 VTE), waarbij 1450 uren = 1 VTE, met als kostprijs een maximale bijdrage (vrijstelling BTW mits exclusiviteit) van:

          • 167.388,00 euro voor 2026;
          • 174.083,52 euro voor 2027;
          • 181.046,86 euro voor 2028;
          • 188.288,74 euro voor 2029;
          • 195.820,28 euro voor 2030;
          • 203.653,10 euro voor 2031.
           

          Artikel 3


          Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan IGO div.

        • Stedelijk afvalbeleid op het grondgebied Aarschot: Uitbreiding beheersoverdracht stedelijk afvalbeleid aan de intercommunale ECOWERF, gevestigd te Aarschotsesteenweg 210 in 3012 LEUVEN (Wilsele) - textielinzameling en inzameling van oude metalen.

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Annick Geyskens, Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          De gemeenteraad gaat akkoord met een uitbreiding van de beheersoverdrachtern stedelijk afvalbeleid aan de intercommunale ECOWERF, gevestigd te Aarschotsesteenweg 210 in 3012 LEUVEN (Wilsele) met ingang van 1 januari 2026 houdende:

          Nr 

          Naam 

          Beheersoverdracht

          2.1.6

          Inzameling oude metalen

          X

          5.2

          Inzameling textiel

          X


          Toelichting

          Er wordt voorgesteld tot de uitbreiding van de beheersoverdracht houdende het stedelijk afvalbeleid: de stad Aarschot heeft vanaf 1.1.2026:

          (1) niet langer een overheidsopdracht voor de inzameling van textiel, en

          (2) dient gelet de wijziging van de wetgeving houdende catalogeren van 'grof vuil' naar 'groot selectief afval', met exclusie van oude metalen, een uitbreiding van de beheersoverdracht in te zetten m.b.t. de fracties:

          1. textiel;
          2. oude metalen.

          Door de overdrachten van beheer:

          • kan de stad Aarschot genieten van de schaalvoordelen binnen de vennootschap, zoals kostenbesparing, kennisdeling, het overlaten van gespecialiseerde activiteiten aan experten en meer in globo, het vergroten van de bestuurskracht;
          • lijkt het de stad Aarschot opportuun, omwille van btw-overwegingen, i.c. het niet aanrekenen van btw op de beheersvergoedingen, via een beheersoverdracht, het stedelijk afvalbeleid m.b.t. (1) de textielinzameling van de stad, en (2) de inzameling van oude metalen, vanaf 01.01.2026 integraal onder te brengen in EcoWerf;
          • kan het bestuur een zekere rol blijven spelen in de dienstverlening, gelet er beleidsmatig - zij het indirect - kan worden aangestuurd op een verdere optimalisatie van deze dienstverlening;
          • kan het bestuur ontzorgen, daar waar de betrokken gemeentelijke diensten, alsook de follow-up van een duurzaam en degelijk databeheer tot de volledige opdracht tot het voeren van een stedelijk afvalbeleid, moeilijker is geworden doorheen de tijd;
          • kan het bestuur - zij het indirect - investeringen plaatsen, de ontwikkelingen binnen de sector opvolgen, dit alles op maat van de gemeente en mét de nodige deskundigheid van de intercommunale EcoWerf;
          • kan het bestuur de nieuwe tendensen die binnen een intercommunale zich makkelijker ontwikkelen beter opvolgen;
          • kan het bestuur beter meevaren op de wisselende markttendsen en nieuwe wetgeving die systematisch worden ingezet m.b.t. deze kerntaak.
          De beheersoverdracht (implementatie) gaat in vanaf 1.1.2026.
          Regelgeving

          Gelet op:

          • het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het bestuursdecreet van 7 december 2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
          • de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen;
          • de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
          • het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren en latere wijzigingen;
          • het decreet over het lokaal bestuur, artikel 420: de toetreding van de stad Aarschot of de uitbreiding van haar aansluiting bij een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging is afhankelijk van een beslissing van de gemeenteraad die daarvoor wordt genomen op basis van een onderzoek, in voorkomend geval op basis van een vergelijkend onderzoek als er zich verschillende beheersvormen reëel aanbieden;
          • het besluit van de gemeenteraad Aarschot d.d. 18.11.2021, ref. GR/2021/247, houdende het stedelijk afvalbeleid op het grondgebied Aarschot: Toetreding van de stad Aarschot in de Intercommunale EcoWerf, gevestigd te Aarschotsesteenweg 210 in 3012 Leuven (Wilsele), en de beheersoverdracht betreffende het tijdelijk gebruik van het recyclagepark te Messelbroek met de bijhorende verwerking en transporten van de fracties (99.1 n 99.2);
          • het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen d.d. 09.06.2023, ref. CBS/2023/2441, houdende het stedelijk afvalbeleid op het grondgebied Aarschot: Principiële goedkeuring tot het instellen van een volledige beheersoverdracht met betrekking tot het stedelijk afvalbeleid aan de intercommunale EcoWerf, gevestigd te Aarschotsesteenweg 210 in 3012 Leuven (Wilsele);
          • de beslissing van de gemeenteraad van Aarschot d.d. 22.06.2023, ref. GR/2023/156, houdende de dadingsovereenkomst tussen EcoWerf en de stad Aarschot tot de procedures voor het Hof van Beroep - Ref. 2016/AR/759 Ecowerf / stad Aarschot en Hof te Gent;
          • de beslissing van de gemeenteraad van Aarschot d.d. 14.09.2023, ref. GR/2023/158, houdende het stedelijk afvalbeleid op het grondgebied Aarschot: Beheersoverdracht stedelijk afvalbeleid aan de intercommunale ECOWERF, gevestigd te Aarschotsesteenweg 210 in 3012 LEUVEN (Wilsele);
          • de beslissing van de gemeenteraad van Aarschot d.d. 20.06.2024, ref. GR/2024/046, houdende de beheersoverdracht aan intergemeentelijk samenwerkingsverband EcoWerf inzake dienstverlening Kringwinkelwerking;
          Feiten, context en motivering

          Overwegende:

          • het artikel 26 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, i.c. het materialendecreet: “Elke gemeente draagt er, al dan niet in samenwerking met andere gemeenten, zorg voor dat de huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk worden voorkomen of hergebruikt, op regelmatige tijdstippen worden opgehaald of op een andere wijze worden ingezameld, en nuttig worden toegepast of verwijderd, overeenkomstig artikel 11, 12 en 13, § 2.”;
          • dat de stad Aarschot de verantwoordelijkheid en zorgplicht draagt over alle huishoudelijke afvalstoffen en hierop aanspreekbaar is: Er dient te worden ingestaan voor het behalen van de reductiedoelstellingen voor restafval, afkomstig van gezinnen;
          • dat EcoWerf een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid is, en meer bepaald een Opdrachthoudende Vereniging zoals voorzien in artikel 398, §2, 3° van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
          • de visienota van EcoWerf, de nota van VVSG in kader van het vergelijkend onderzoek, als in bijlage gevoegd;
          • dat de gemeenteraad bevoegd is op basis van artikel 40 - 41 van het Decreet over het lokaal bestuur m.b.t. een toetreding in de vennootschap EcoWerf;
          • dat de stad Aarschot er zorg dient voor te dragen dat, al dan niet in samenwerking met andere gemeenten, de huishoudelijke afvalstoffen zo veel mogelijk worden voorkomen of hergebruikt, op regelmatige tijdstippen worden opgehaald of op een andere wijze worden ingezameld, en nuttig worden toegepast of verwijderd, dit overeenkomstig artikel 11, 12 en 13, § 2 van artikel 26 van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, i.c. het materialendecreet;
          • het decreet over het lokaal bestuur, artikel 420: De toetreding van de stad Aarschot of de uitbreiding van haar aansluiting bij een dienstverlenende of opdrachthoudende vereniging is afhankelijk van een beslissing van de gemeenteraad die daarvoor wordt genomen op basis van een onderzoek, in voorkomend geval op basis van een vergelijkend onderzoek als er zich verschillende beheersvormen reëel aanbieden;
          • dat het bestuur een zekere rol wil blijven spelen in de dienstverlening, voor zover er beleidsmatig - zij het indirect - kan worden aangestuurd op een verdere optimalisatie van deze dienstverlening. De rol in deze kan eerder beperkt zijn wanneer de expertise van de dienstverlener dermate is bewezen;
          • dat het gelet de verstrengende maatregelen en striktere wetgevende beleidskaders, moeilijk is om in te breken in de bestaande modaliteiten die binnen een overheidsopdracht liggen: Hier speelt schaalgrootte van een opdracht;
          • dat daarom het voeren van de overheidsopdrachtenprocedure, ongeacht deze kan resulteren in initieel een financieel voordeel, dermate arbeidsintensief is, daar waar de ontzorging van de betrokken gemeentelijke diensten, alsook de follow-up van een duurzaam en degelijk databeheer tot de volledige opdracht tot het voeren van een stedelijk afvalbeleid, moeilijker is geworden doorheen de tijd: Dit gaat ten koste van de kwaliteit aan dienstverlening in het algemeen. Het gebrek aan schaalgrootte heeft ertoe geleid dat het voor een individuele gemeente moeilijk is om investeringen te plaatsen, de ontwikkelingen binnen de sector op te volgen, dit alles op maat van de gemeente en mét de nodige deskundigheid. Het ontbreken van schaalgrootte speelt bovendien op tegen nieuwe tendensen die binnen een intercommunale zich makkelijker ontwikkelen. Er dient voldoende flexibiliteit aanwezig te zijn binnen de gekozen oplossing voor een bestuur om mee te varen op de wisselende markttendsen en nieuwe wetgeving die systematisch wordt ingezet m.b.t. deze kerntaak;
          • dat er een aantal zwaktes te verwachten zijn binnen een overheidsopdrachtenprocedure door het ontbreken van kennis en ervaring m.b.t. de gemeentelijke kerntaken;
          • dat het opportuun lijkt om te blijven investeren in kennis om een al dan niet uitbesteed beleid goed te kunnen opvolgen: Daar waar deze kennis intern binnen de gemeentelijke administratie ten dele aanwezig is, lijkt het een meerwaarde de ruimere ervaringen en kundigheid aanwezig binnen de intercommunale werking te willen raadplegen (zowel de juridisch-technische, als klantgerichte expertise en facilitaire onderbouw);
          • dat het bestuur ontzorging wenst voor zowel de gemeentelijke administratie, als zowel de klant - inwoners, daar waar de intercommunale werking hier haar doelgerichte werking (corebusiness) bewezen heeft;
          • de beleidsdoelstelling 4 van de stad Aarschot: Een stad die veilig, droog en proper is;
          • dat er een gunstige grensoverschrijdende impact te verwachten is doordat de aan het gemeentelijke afvalbeleid gerelateerde problematieken gezamenlijk binnen de regio kunnen worden aangepakt (schaalgrootte);
          • dat door de schaalgrootte binnen de intercommunale makkelijker investeringen in projecten - met ontzorging - kunnen gerealiseerd worden;

          Overwegende:

          • dat de stad Aarschot als volwaardig vennoot in EcoWerf kan genieten van schaalvoordelen zoals kostenbesparing, kennisdeling, het overlaten van gespecialiseerde activiteiten aan experten en meer in globo, zoals de terzake dienende literatuur stelt, ‘het vergroten van de bestuurskracht’;
          • dat het de stad Aarschot opportuun lijkt, omwille van btw-overwegingen, i.c. het niet aanrekenen van btw op de beheersvergoedingen, via een uitbreiding van de beheersoverdracht, het stedelijk afvalbeleid van de stad houdende de inzameling van textiel, wenst onder te brengen in EcoWerf: Opdat er geen btw zou worden aangerekend op diensten die door een opdrachthoudende vereniging worden verricht dient er een beheersoverdracht plaats te vinden;
          Overwegende dat er sinds de oprichting van EcoWerf wordt gewerkt met een aanstiplijst van activiteiten waarvoor een beheersoverdracht mogelijk is. Een uitbreiding van de beheersoverdracht impliceert dat:
          • de stad Aarschot de onder het stedelijk afvalbeheer ressorterende activiteiten overdraagt aan EcoWerf conform de zorgplicht uit artikel 26 van het Materialendecreet;
          • de stad Aarschot deze activiteiten niét langer zelf mag uitvoeren;
          • er tussen EcoWerf en de stad Aarschot zonder btw kan gefactureerd worden;

          De stad Aarschot neemt deel aan de intergemeentelijke opdrachthoudende vereniging EcoWerf, een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, meer bepaald een opdrachthoudende vereniging zoals bedoeld in artikel 398, §1, 3° van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. De opdrachthoudende vereniging is een samenwerkingsverband met beheersoverdracht, waaronder wordt verstaan het toevertrouwen door de deelnemende gemeenten aan het samenwerkingsverband van de uitvoering van de door hen genomen beslissingen in kader van zijn doelstellingen, in die zin dat de gemeenten zich het recht ontzeggen zelfstandig of met derden dezelfde opdracht uit te voeren.

          Overdracht 1

          Het huidige basispakket omvat de inzameling van grofvuil. De gemeente/stad deed echter geen beheersoverdracht aan EcoWerf voor de inzameling van oude metalen (2.1.6). En in het Lokaal Materialenplan betreffende de inzameling huis-aan-huis werden volgende minimale frequenties opgenomen: grofvuil (2x/per jaar). Bij het inzamelen van grofvuil aan huis moet de burger ook afvalstoffen kunnen meegeven die via het recyclagepark selectief ingezameld moeten worden, indien de burger die afvalstoffen omwille van omvang of gewicht niet zelf kan brengen. Naast de restfractie van het grofvuil dient een lokaal bestuur minstens volgende grote stukken selectief afval aan huis in te zamelen:

          • Grote stukken hout (excl. afbraakhout) (bv. houten meubelen …)
          • Grote stukken kunststoffen (bv. kunststoffen meubelen …)
          • Grote stukken metalen (fiets …)
          • Matrassen

          Deze stromen worden gecatalogeerd als ‘groot selectief afval’. De startdatum van deze verplichting is 1 januari 2026. De inzameling van grofvuil en oude metalen aan huis binnen het werkingsgebied van EcoWerf wordt momenteel als een inzameling op afroep georganiseerd met vaste ophaalmomenten. De inwoner maakt vooraf een afspraak en het aangemelde afval wordt opgehaald. Aangezien alle inzamelpunten vooraf bekend zijn en er een spreiding doorheen het jaar is, kan de inzamelplanning efficiënt geschieden over de gemeentegrenzen heen.

          Door de gewijzigde verplichtingen zal de inzameling grofvuil op afroep uitbreiden tot ‘groot selectief afval’ voor alle inzameldagen.

          Het college van burgemeester en schepenen wenst een optimale dienstverlening aan haar inwoners te voorzien. De invoering van een gewijzigde inzamelplicht huis-aan-huis laat de inwoners toe om meer aan te bieden dan enkel grofvuil, meer specifiek ook oude metalen. Een beheersoverdracht aan EcoWerf met betrekking tot in de inzameling van oude metalen aan huis is hiervoor noodzakelijk. Overwegende lijkt het daarom opportuun te kiezen voor een uitbreiding van de beheersoverdracht voor de inzameling oude metalen (nr. 2.1.6 van de aanstiplijst).

          Overwegende dat dit als bij aanstiplijst dient te worden vastgesteld door de gemeenteraad van Aarschot als bevoegd orgaan voor deze beheersoverdracht;

          Overdracht 2

          Het lijkt opportuun om tevens de textielinzameling uit te dragen aan EcoWerf: De stad Aarschot heeft vanaf 1.1.2026 geen lopende overheidsopdrachten houdende de organisatie van inzameling van textiel meer.

          Overwegende dat

          • de stad Aarschot reeds als vennoot deelneemt aan het bestuur van de intergemeentelijke samenwerking EcoWerf;
          • de mogelijkheid tot uittreding na afloop van de vennootschap op 15 december 2039;
          • de mogelijkheid tot voortijdige uittreding i.k.v. een regiovorming bij akkoord van 3/4 meerderheid van de deelnemende gemeenten, vóór de algemene vergadering waarop over de uittreding wordt beslist, met mogelijke vergoeding cfr. art. 422, lid 1 DLB (Decreet over het Lokaal Bestuur d.d. 22.12.2017);
          • de mogelijkheid tot voortijdige uittreding i.k.v. een fusiebeweging mits akkoord gewone meerderheid van de deelnemende gemeenten, met mogelijke vergoeding cfr. art. 422, lid 4-5 DLB (Decreet over het Lokaal Bestuur d.d. 22.12.2017);

          Overwegende dat het om voormelde redenen voor de stad Aarschot opportuun lijkt om vanaf 1 januari 2026, als volwaardig vennoot in de intercommunale Ecowerf, een uitbreiding van de beheersoverdracht te bewerkstelligen, met name tot de volgende pakketten:

          Nr 

          Naam 

          Beheersoverdracht

          2.1.6

          Inzameling oude metalen

          X

          5.2

          Inzameling textiel

          X

          D.i. inclusief de verrekeningen van de toelagen en diensten onder de contracten met 3de partijen zoals Recupel, Fost Plus, Bebat, en andere beheersorganismen.

          Financiële Impact/budget

          Advies d.d. 02.12.2026 houdende financiële impact:

          In de gemeenteraadsbeslissing van 13 juni 2019 werden de grenzen, waarbinnen de visumverplichting in de stad Aarschot van toepassing is, afgebakend. Alle financiële verbintenissen zijn uitgesloten van de visumverplichting, met uitzondering van:

          1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;
          2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
          3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;
          4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan 30.000 euro (excl. BTW);
          5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan 15.000 euro (excl. BTW);
          6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro.

          In de beslissing m.b.t. de uitbreiding van de beheersovereenkomst m.b.t. textielinzameling en inzameling van oude metalen zijn geen bedragen vermeld.

          _______

          De kosten worden integraal binnen de gemeenschap en afspraken met de opdrachtnemer voor de in te zamelen fracties gedragen.

          Adviezen
          • Visum financieel beheerder

            In de gemeenteraadsbeslissing van 13 juni 2019 werden de grenzen, waarbinnen de visumverplichting in de stad Aarschot van toepassing is, afgebakend. Alle financiële verbintenissen zijn uitgesloten van de visumverplichting, met uitzondering van:

            1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;
            2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
            3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;
            4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan 30.000 euro (excl. BTW);
            5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan 15.000 euro (excl. BTW);
            6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro.

            In de beslissing m.b.t. de uitbreiding van de beheersovereenkomst m.b.t. textielinzameling en inzameling van oude metalen zijn geen bedragen vermeld.

            Geen standpunt ingenomen visum textielinzameling van Geert Wijns van 02 december 2025

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Resultaat: Met 25 niet gestemd
          Besluit

          Artikel 1

          §1. De lijst met beheersoverdrachten aan EcoWerf wordt uitgebreid voor:

          Nr 

          Naam 

          Beheersoverdracht

          2.1.6

          Inzameling oude metalen

          X

          5.2

          Inzameling textiel

          X

          §2. De gemeenteraad beslist tot een uitbreiding van de overdrachten van beheer, met de onder art. 1 §1 in aanstiplijst opgenomen pakketten en/of opties, aan de Intercommunale EcoWerf, gevestigd te Aarschotsesteenweg 210 in 3012 Leuven (Wilsele), met ingang van 1 januari 2026.


          Artikel 2

          §1. Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gelast de Intercommunale EcoWerf, gevestigd te Aarschotsesteenweg 210 in 3012 Leuven (Wilsele), in kennis te stellen van onderhavige besluit.

          §2. Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gelast met de uitvoering van onderhavige beslissing.

        • Plaatsing tijdelijke vaste sluikstortcamera’s door afvalintercommunale EcoWerf ter bestrijding van sluikstort en zwerfvuil aan glasbolsites en andere sluikstort-hotspots: Verlenging 2026 - 2031.

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Annick Geyskens, Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          De gemeenteraad geeft een positief advies betreffende de plaatsing van de mobiele sluikstortcamera’s op glasbolsites door de afvalintercommunale EcoWerf. De gemeenteraad keurt de overeenkomst / samenwerkingsprotocol met de afvalintercommunale en de politiezone inzake het plaatsen en gebruiken van de mobiele sluikstortcamera’s goed voor de periode 2026 - 2031. Het cameraproject wordt verlengd van 2026 tot en met 2031. 

          Toelichting

          De gemeenteraad keurt de overeenkomst met de afvalintercommunale en de politiezone inzake het plaatsen en gebruiken van de mobiele sluikstortcamera’s goed voor de periode 2026 - 2031. Het project wordt verlengd.

          De gemeenteraad wordt een positief advies gevraagd betreffende de plaatsing van de mobiele sluikstortcamera’s op glasbolsites door de afvalintercommunale EcoWerf. 

          De inzet van camera’s heeft in andere gemeenten geleid tot een merkbare daling van sluikstorten, wat wijst op een sterk afschrikkend effect. Door de volledige beeldverwerking aan EcoWerf toe te vertrouwen, wordt de administratieve last voor stad en politie verlicht. De kostprijs van 0,3914 euro per inwoner per jaar is financieel verantwoord en biedt een efficiënte oplossing tegenover de hoge kosten van opruim en handhaving. De aanpak voldoet aan de wettelijke vereisten en waarborgt de privacy van burgers. Dankzij de mobiele opstelling kunnen hotspots snel aangepakt worden. De samenwerking met de politiezone en EcoWerf wordt verankerd in een transparant protocol. 

          Regelgeving

          Gelet op:

          • de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en latere wijzigingen;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, artikelen 40-41;
          • de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s en latere wijzigingen;
          • de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
          • de richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad;
          • het koninklijk besluit van 10 februari 2008 tot vaststelling van de wijze waarop wordt aangegeven dat er camerabewaking plaatsvindt;
          • het koninklijk besluit van 2 juli 2008 betreffende de aangiften van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's;
          • het koninklijk besluit van 21 augustus 2009 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 februari 2008 tot vaststelling van de wijze waarop wordt aangegeven dat er camerabewaking plaatsvindt;
          • de ministeriële omzendbrief van 13 mei 2012 betreffende de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s, zoals gewijzigd door de wet van 12 november 2009 (gecoördineerde versie –wijzigingen omzendbrief 13 mei 2011);
          • het koninklijke besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen, artikel 6, §2;
          Feiten, context en motivering

          Overwegende:

          • dat EcoWerf een schrijven richtte aan de gemeentevennoten op 3 juli 2025 omtrent de verlenging van het sluikstortcameraproject;
          • dat EcoWerf een voorstel uitwerkte  dat zich toespitst op handhaving in de vorm van de inzet van sluikstortcamera’s op hotspots die gekend staan voor overlast. Het project sluikstortcamera’s (verlenging) wordt aangeboden voor de periode 2026 - 2031. De werkingsbijdrage hiervoor bedraagt 0,3914 euro/inwoner/jaar. Dit bedrag is – op indexaties na – niet onderhevig aan veranderingen;
          • dat het college van burgemeester en schepenen op 29.08.2025 reeds de principiële beslissing nam tot de instap in dit project, en akkoord gaat met de verlenging van het project voor de periode 2026 t.e.m. 2031;
          • dat EcoWerf instaat voor de camera’s en optreedt als verwerker van de beelden en zal instaan voor o.a.:
          • het plaatsen en registreren van de camera’s;
          • het leveren van de camerapictogrammen, de plaatsing ervan gebeurt in onderling overleg;
          • het bekijken van de beelden en het bijhouden van een dataregister;
          • het opstarten van een dossier in de vorm van een bestuurlijk verslag waar mogelijk en het overmaken van de vaststellingen en het bestuurlijk verslag aan de sanctionerend ambtenaar die werd aangesteld door de stad/gemeente;
          • dat de afspraken hieromtrent tussen lokaal bestuur, politiezone en afvalintercommunale worden verankerd in een overeenkomt (samenwerkingsprotocol);
          • dat de beelden ter plaatse worden opgenomen en retroactief bekeken door EcoWerf;
          • dat de beelden worden bewaard voor de termijn van één maand, tenzij ze deel uitmaken van een actueel dossier. In dat geval worden ze één jaar bijgehouden. Indien ze bijdrage leveren tot het bewijzen van een misdrijf of van schade of tot het identificeren van een dader, een ordeverstoorder, een getuige of een slachtoffer, anders dan sluikstort, worden ze overgemaakt aan de politiezone;
          • dat EcoWerf aansluiting heeft verkregen bij de beraadslaging FO nr. 18/2015 en een overeenkomst heeft afgesloten met het Directoraat-Generaal Wegvervoer en Verkeersveiligheid tot gegevensdeling, waardoor EcoWerf toegang heeft tot de Kruispuntbank van de voertuigen waardoor een nummerplaat geïdentificeerd kan worden zonder tussenkomst van de politiezone. De Aarschot neemt, zo vereist, (1) de nodige stappen om aansluiting te verkrijgen bij de beraadslaging FO nr. 18/2015 en (2) om een overeenkomst tot gegevensdeling af te sluiten met het Directoraat-Generaal Wegvervoer en Verkeersveiligheid;
          • dat de korpschef van de politiezone Aarschot heeft aangegeven dat, gelet omtrent het cameraproject op datum van 19.2.2025 reeds een gunstig advies verleend werd, dit  advies, als in het gemeenteraadsbesluit van 13.03.2025 - ref. GR/2025/092 weerhouden, mag worden hernomen;
          • dat de nieuwe overeenkomst met de afvalintercommunale en de politiezone inzake het plaatsen en gebruiken van de mobiele sluikstortcamera’s, als in bijlage gevoegd, een duurtijd kent van 6 jaar;
          • dat de concrete locaties tot plaatsing van een tijdelijke vaste camera-installatie (zgn. ‘hotspots’) in onderling overleg tussen het intergemeentelijk milieubedrijf, de politiezone en de stad Aarschot worden vastgelegd;
          • dat het aantal filmdagen per jaar wordt berekend op basis van het aantal inwoners, en jaarlijks herbekeken wordt op basis van de inwonersaantallen op 1 januari. De werkingsbijdrage hiervoor bedraagt 0,3914 euro/inwoner/jaar en wordt verrekend in de algemene werkingsbijdrage;
          • dat het opruimen van het sluikstort ten laste is van de stad Aarschot;
          • dat om voormelde redenen, zoals voorzien in artikel 5,§ 2 van de wet van 1 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s, de gemeenteraad een positief advies wenst te formuleren: De inzet van camera’s heeft in andere gemeenten geleid tot een merkbare daling van sluikstorten, wat wijst op een sterk afschrikkend effect. Door de volledige beeldverwerking aan EcoWerf toe te vertrouwen, wordt de administratieve last voor stad en politie verlicht. De kostprijs van 0,3914 euro per inwoner per jaar is financieel verantwoord en biedt een efficiënte oplossing tegenover de hoge kosten van opruim en handhaving. De aanpak voldoet aan de wettelijke vereisten en waarborgt de privacy van burgers. Dankzij de mobiele opstelling kunnen hotspots snel aangepakt worden. De samenwerking met de politiezone en EcoWerf wordt verankerd in een transparant protocol. Om die redenen acht de gemeenteraad het aangewezen om in te stappen in dit project voor 2026 tot en met 2031;
          • dat het om voormelde redenen opportuun wordt geacht de goedkeuring te willen geven aan de verlenging van het cameraproject voor de periode 2026 t.e.m. 2031;
          Financiële Impact/budget

          Overwegende dat het project 'Plaatsing tijdelijke vaste sluikstortcamera’s door afvalintercommunale EcoWerf ter bestrijding van sluikstort en zwerfvuil aan glasbolsites en andere sluikstort-hotspots' wordt geraamd als volgt:

          • 2026: 32.000 inw. × € 0,3914 = € 12.524,80
          • 2027: 32.461 inw. × € 0,3914 = € 12.710,67
          • 2028: 32.928 inw. × € 0,3914 = € 12.899,50
          • 2029: 33.402 inw. × € 0,3914 = € 13.091,38
          • 2030: 33.883 inw. × € 0,3914 = € 13.286,36
          • 2031: 34.371 inw. × € 0,3914 = € 13.484,51

          voor een totaal van € 77.997,22;


          Overwegende dat de kredieten worden voorzien binnen de meerjarenbegroting als in bijlage Afvalbegroting_AAT_2026_V2.pdf, onder de werkingsbijdragen / vaste kosten: afvalpreventie.


          Visum ‘plaatsing tijdelijke vaste sluikstortcamera’s door afvalintercommunale  EcoWerf ter bestrijding van sluikstort en zwerfvuil aan glasbolsites en andere sluitstort-hotspots


          Visum – Component  ‘Voorafgaande kredietcontrole’

          Ecowerf heeft voor 2026 en de volgende jaren een begroting opgemaakt m.b.t. de kost van de afvalophaling in Aarschot zoals toegevoegd aan het agendapunt. De kostprijs in 2026 bedraagt 3.153.370,09 euro (incl. 0% btw). De kostprijs stijgt met 4% in 2027, 3% in 2028 en 2% voor de volgende jaren.

          In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, zijn de kredieten opgenomen conform de afvalbegroting van EcoWerf, nl. raming MJP201187, BBC–actie 3.3.3 We zorgen voor een correcte, betaalbare en duurzame afvalinzameling, beleidsveld  0309 / Overig afval- en materialenbeheer.

          De kost voor het cameraproject is in de afvalbegroting van EcoWerf opgenomen, zie pagina 4 onder de rubriek ‘Afvalpreventie’ en is dus ook opgenomen in de kredieten van het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031. Er is dus voldoende krediet beschikbaar onder voorwaarde dat het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 zal goedgekeurd worden door de gemeenteraad op 18 december 2025.


          Visum – Component ‘ Wetmatigheidscontrole die voorafgaat aan de verbintenis’

          De stad is, met ingang van 1 januari 2025, overgegaan tot de volledige beheersoverdracht van het stedelijke afvalbeleid van de stad Aarschot aan de Intercommunale Ecowerf. De opdracht voor het plaatsen van sluikstortcamera’s maakt deel uit van de opdracht m.b.t. het stedelijke afvalbeleid van Aarschot. Uit het onderzoek van de documenten blijken er geen strijdigheden met de wettelijke voorschriften.

          Adviezen
          • Visum financieel beheerder

            Visum ‘plaatsing tijdelijke vaste sluikstortcamera’s door afvalintercommunale  EcoWerf ter bestrijding van sluikstort en zwerfvuil aan glasbolsites en andere sluitstort-hotspots

            Visum – Component  ‘Voorafgaande kredietcontrole’

            Ecowerf heeft voor 2026 en de volgende jaren een begroting opgemaakt m.b.t. de kost van de afvalophaling in Aarschot zoals toegevoegd aan het agendapunt. De kostprijs in 2026 bedraagt 3.153.370,09 euro (incl. 0% btw). De kostprijs stijgt met 4% in 2027, 3% in 2028 en 2% voor de volgende jaren.

            In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, zijn de kredieten opgenomen conform de afvalbegroting van EcoWerf, nl. raming MJP201187, BBC–actie 3.3.3 We zorgen voor een correcte, betaalbare en duurzame afvalinzameling, beleidsveld  0309 / Overig afval- en materialenbeheer.

            De kost voor het cameraproject is in de afvalbegroting van EcoWerf opgenomen, zie pagina 4 onder de rubriek ‘Afvalpreventie’ en is dus ook opgenomen in de kredieten van het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031. Er is dus voldoende krediet beschikbaar onder voorwaarde dat het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 zal goedgekeurd worden door de gemeenteraad op 18 december 2025.

            Visum – Component ‘ Wetmatigheidscontrole die voorafgaat aan de verbintenis’

            De stad is, met ingang van 1 januari 2025, overgegaan tot de volledige beheersoverdracht van het stedelijke afvalbeleid van de stad Aarschot aan de Intercommunale Ecowerf. De opdracht voor het plaatsen van sluikstortcamera’s maakt deel uit van de opdracht m.b.t. het stedelijke afvalbeleid van Aarschot. Uit het onderzoek van de documenten blijken er geen strijdigheden met de wettelijke voorschriften.

            Gunstig visum camera sluikstorten van Geert Wijns van 02 december 2025

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1

          §1. De gemeenteraad geeft een gunstig advies omtrent het cameraproject, waarvoor de afspraken tussen lokaal bestuur, politiezone en afvalintercommunale worden verankerd in een overeenkomt (samenwerkingsprotocol). De gemeenteraad geeft een positief advies betreffende de plaatsing van de tijdelijke vaste camera’s op glasbolsites en andere sluikstort - hotspots door de afvalintercommunale EcoWerf.

          §2. De gemeenteraad keurt de overeenkomst met de afvalintercommunale EcoWerf en de politiezone inzake het plaatsen en gebruiken van de tijdelijke vaste camera’s goed.

          §3. Het cameraproject wordt verlengd van 2026 tot en met 31 december 2031.

           

          Artikel 2

          De gemeenteraad stelt de Intergemeentelijke samenwerking EcoWerf aan als gemeentelijke vaststeller, waarbij de personeelsleden aangeduid door de leidende ambtenaar van deze entiteit, een vaststellingsbevoegdheid krijgen voor de gemeentelijke administratieve sancties van de stad Aarschot voor de vaststellingen van overtredingen op de bepalingen onder het Algemeen Politiereglement Aarschot (politieverordening) houdende sluikstortproductie, meer bepaald de openbare netheid en gezondheid:

          • Netheid van de openbare ruimte;
          • Inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen.

           

          Artikel 3

          De beslissing wordt overgemaakt aan:

          • EcoWerf;
          • de provinciegouverneur;
          • de juridische dienst van de provincie Vlaams-Brabant;
          • de voorzitter van het politiecollege.
        • Contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark – aanslagjaar 2026.

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Annick Geyskens, Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          De gemeenteraad geeft de goedkeuring aan de contantbelasting voor aanslagjaar 2026 voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark.

          Toelichting

          De gemeenteraad stelde op datum van 24 oktober 2024 een contantbelastingreglement vast voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval, dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark, voor het aanslagjaar 2025. 

          Voor aanslagjaar 2026 wordt de contantbelasting hernomen als volgt:
           

          • Het verwerkingstarief voor huisvuil en groot selectief afval (H-A-H) stijgt van € 0,30/kg naar € 0,32/kg. Deze verhoging is de eerste sinds het retributiereglement van 2015 en sluit aan bij de tarieven die intercommunale EcoWerf hanteert voor haar vennoten. Dit als aanzet tot het  uniformiseren van de tarieven binnen het werkingsgebied van EcoWerf waar het DifTar-systeem wordt toegepast;
          • De overige tarieven worden niet geïndexeerd voor 2026. De belasting geldt slechts voor één aanslagjaar (2026), waardoor jaarlijkse herziening mogelijk blijft;
          • Aanslagjaar 2026 wordt een overgangsjaar: de gemeente zal samen met EcoWerf en andere vennoten de verbruiksdata van 2025 en toepassing van de contantbelastingen binnen werkingsgebied EcoWerf analyseren;
          • Het reglement blijft gebaseerd op dezelfde structuur als voorzien voor aanslagjaar 2025, maar:
            • de definities van aansluitpunt (ASP), Aorta-databank, DifTar-rekening, enz. werden verduidelijkt;
            • de regeling rond toegangskaarten, voorschotten en betalingsherinneringen blijft behouden, maar administratief verfijnd;
            • de samenwerking met EcoWerf blijft behouden voor het debiteurenbeheer.
          Regelgeving

          Gelet op:

          • de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd;
          • het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • het bestuursdecreet van 7 december 2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen;
          • de omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
          • het besluit van de gemeenteraad van 26 april 2021 betreffende de verlenging van EcoWerf en de beheersoverdrachten aan EcoWerf voor de inzameling van verschillende afvalfracties en voor de exploitatie van het recyclagepark;
          • het Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2023–2030 (Lokaal Materialenplan) van 26 mei 2023;
          • het besluit van de gemeenteraad van 21 december 2023 houdende retributie op het ophalen en verwerken van het huisvuil en daarmee gelijkgestelde afvalstoffen (periode 1 januari 2024 t.e.m. 31 december 2024);
          • het besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2024 houdende het contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval, dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep als de inzameling op het recyclagepark – aanslagjaar 2025;
          Feiten, context en motivering

          Overwegende:

          • dat de stad een DifTar-systeem van huis-aan-huisinzameling in containers alsook voor de brengmethode naar het recyclagepark en sorteerstraten hanteert;
          • dat de uitbating van het recyclagepark in de stad geautomatiseerd is waarbij de bezoekers geïdentificeerd worden, hetzij via de elektronische identiteitskaart hetzij via een toegangskaart;
          • dat de kosten voor inzameling van afval zwaar doorwegen op de gemeentelijke financiën;
          • dat de gemeentelijke inkomsten en uitgaven in evenwicht dienen te zijn;
          • dat derhalve, de kosten voor de huis-aan-huis inzameling en de inzameling op het recyclagepark zullen verhaald worden op de aanbieders via een contantbelasting;
          • dat een gedifferentieerde contantbelasting het de stad toelaat om het principe van “de vervuiler betaalt” toe te passen, om alzo prioriteit te verlenen aan afvalvoorkoming en slechts in tweede instantie het hergebruik en tenslotte de recyclage van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen te stimuleren;
          • dat het automatisch indexeren van de tarieven in dit reglement opportuun wordt geacht, dit conform de aanbeveling in de omzendbrief van 15 februari 2019 betreffende de gemeentelijke fiscaliteit opgenomen onder punt 1.7.3 ‘Aandachtspunten van administratief - Bestuurlijke aard’, onder de titel ‘Transparantie en duidelijkheid van de regelgeving’, maar gelet er vanuit beleidsmatig oogpunt een voorkeur wordt gegeven om de contantbelasting te willen vestigen voor één aanslagjaar, nl. 2026: dusdoende vervalt de noodzaak tot een automatisch indexeren van de resp. tarieven;
          • dat onderhavig reglement gebaseerd is op het besluit van de gemeenteraad van 24 oktober 2024 houdende het contantbelastingreglement voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval, dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep als de inzameling op het recyclagepark – aanslagjaar 2025;
          • dat middels contantbelasting de mogelijkheid wordt gegeven aan de intercommunale EcoWerf tot het ondersteunen van het debiteurenbeheer van de gemeente;
          • dat de verwerkingstarieven (inzameling en verwerking) voor de fracties huisvuil en groot selectief afval (en het gelijkaardig bedrijfsafval) worden verhoogd van 0,30 euro/kg naar 0,32 euro/kg. Immers is een indexatie van deze tarieven uitgebleven sinds het in voege treden van het retributiereglement 2015 en navolgende aanpassingen hiervan. Bovendien lijkt aangewezen om het verwerkingstarief 0,32 euro/kg voor huisvuil en groot selectief afval (en het gelijkaardig bedrijfsafval) dat EcoWerf aan haar vennoten voorzet, te weerhouden. Op deze wijze wordt een eerste aanzet gegeven tot het uniformiseren van de tarieven binnen het werkingsgebied van EcoWerf waar DifTar van toepassing is. Een globale aanpassing en integrale aanpak van de contantbelasting dient opgenomen te worden in 2026: aangaande kan worden geconcludeerd dat bij het verkrijgen van de verbruiksdata 2025 voor de periode 1.1.2025 t.e.m. 31.12.2025 dient geëvalueerd te worden tot alle facetten van het contantbelastingreglement, en dus ook de fracties en heden in onderhavig contantbelastingreglement weerhouden tarieven. Teneinde een degelijke en motiveerbare aanpassing van het reglement te kunnen weerhouden, lijkt het aangewezen om aanvang 2026 een analyse te voeren op de verbruiksdata en de gegenereerde inkomsten 2025. Dit in samenspraak tussen EcoWerf, de stad Aarschot en de andere vennootgemeenten en -steden. Op deze wijze kan het nodige inzicht in de kostenstructuur en de potentiële gevolgen van een volledige herziening van de heden voorliggende contantbelasting worden verkregen, en kan er gestroomlijnd worden tot een voor elke partner behapbare contantbelasting;
          • dat het om voormelde redenen opportuun lijkt om de goedkeuring te willen hechten aan onderhavig voorstel van een contantbelasting voor het aanslagjaar 2026;
          Stemming

           

           
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock
          Resultaat: Met 14 stemmen voor, 11 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1


          § 1. Er wordt een contant belasting gevestigd voor:

           

          1. de huis-aan-huisinzameling van het huisvuil, het pmd-afval, het gft-afval, het papier en karton, snoeihout en groot selectief afval (en het gelijkaardig bedrijfsafval);
          2. de inzameling via sorteerstraten;
          3. de inzameling van de op het recyclagepark aangeboden afvalstoffen.

           

          § 2. Definities algemeen:

           

          Aansluitpunt  (ASP):

          1. iedere entiteit (gebouw, infrastructuur of domein) op het grondgebied van de gemeente met een woonfunctie, waarin een particulier huishouden gevestigd is dat op basis van inschrijving in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister van de gemeente huishoudelijk afval kan aanbieden.
          2. iedere entiteit (gebouw, infrastructuur of domein) op het grondgebied van de gemeente mét een woonfunctie, waarin een particulier huishouden gevestigd is dat op basis van een machtiging van de gemeente huishoudelijk afval kan aanbieden.
          3. iedere entiteit (gebouw, infrastructuur of domein) op het grondgebied van de gemeente waarin een instelling van openbaar nut, een school, een vereniging die deel uitmaakt van de gemeentelijke cultuur-, sport- , jeugd-, senioren- of milieuraad, gevestigd is, die op basis van een machtiging van de gemeente huishoudelijk afval kan aanbieden (vergelijkbaar bedrijfsafval).
          4. iedere entiteit (gebouw, infrastructuur of domein) op het grondgebied van de gemeente met een commerciële functie, waarin beroepsactiviteiten worden ontplooid (vrij beroep, handel, zorgactiviteiten, …) die op basis van de inschrijving in het bevolkingsregister/handelsregister van de gemeenten huishoudelijk afval kan aanbieden (vergelijkbaar bedrijfsafval).

           

          Aorta: de databank waarin EcoWerf per gezin of per onderneming registreert:

          • de relevante identificatiegegevens van het gezin of de onderneming en de referentiepersoon van het betrokken gezin of onderneming
          • de relevante DifTar-gegevens inzake inzameling en verwerking van huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval, individueel en gedifferentieerd per afvalstroom, zodat ze afzonderlijk kunnen getarifeerd worden. De relevante gegevens zijn onder meer de aard van de aangeboden afvalstof, het gewicht ervan en het aantal afvalbewegingen.

          Voor elk gezin of elke onderneming zoals omschreven in dit reglement is een registratie verplicht en is maximaal één registratie mogelijk.

          Per gezin of per onderneming in het bedieningsgebied wordt in Aorta een formulier aangemaakt. Het formulier omvat voor het gezin of de onderneming de vermelding van de referentiepersoon, het adres, een bankrekeningnummer, een detail van de diensten waarvan gebruik kan worden gemaakt, een rekenstaat, het rijksregisternummer of nummer van het vreemdelingenregister van de referentiepersoon, het ondernemingsnummer en het EcoWerf - klantnummer. Er wordt geregistreerd of het formulier wordt aangemaakt voor een gezin, een tweede verblijf (met een ander verzendadres), een gemeenschap of voor een onderneming, vereniging, school, gemeentelijke overheid of andere overheid. Indien de referentiepersoon bereid is deze gegevens te verstrekken, vermeldt het formulier ook één telefoonnummer/gsm-nummer en een e-mailadres van het gezin of de onderneming.

          Op basis van het bedrag van de rekenstaat in de databank en in functie van de beschikbare diensten wordt bepaald of aan de belastingplichtige betalingsuitnodigingen verstuurd worden en of de belastingplichtige in de voorwaarden verkeert om dienstverlening inzake inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval te ontvangen.

          De gegevens van Aorta kunnen door EcoWerf worden aangewend voor het versturen van betalingsuitnodigingen t.a.v. de referentiepersoon.

          Wanneer niet langer beroep wordt gedaan op enige dienst inzake verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en gelijkaardig bedrijfsafval wegens verhuis of overlijden, en dit door de gemeente gemeld wordt aan EcoWerf, zal EcoWerf de afvalcontainers blokkeren, de toegangskaart blokkeren of niet langer een toegangsmachtiging aan de identiteitskaart verlenen. Op vraag van de burger kan het eventuele onbestede tegoed op het rekeningnummer van de referentiepersoon terug betaald worden.

           

          DifTar-rekening: de individuele rekening die per gezin of per onderneming in de databank wordt bijgehouden en waarop afzonderlijk worden ingeschreven:

          • de volgens dit reglement verschuldigde contantbelasting;
          • de volgens dit reglement verschuldigde kohierbelasting;

          De rekenstaat geeft op elk ogenblik getrouw weer wat de schuld of het tegoed is van het gezin of de onderneming.

           

          Gebruikersgroep: een selectie van aansluitpunten die op basis van het domicilieadres geselecteerd worden, een elektronische toegangskaart toegewezen krijgen (of via eID) en op deze wijze toegang krijgen tot een sorteerstraat en/of recyclagepark(en).

           

          Ondergrondse afvalcontainer: een ondergronds inzamelrecipiënt, voorzien van een inwerpzuil met, afhankelijk van de aangeboden fractie een aangepaste inwerpopening.

           

          Referentiepersoon: de meerderjarige persoon die in Aorta als referentiepersoon voor het gezin of de onderneming wordt vermeld. Als de registratie gebeurt:

          • voor een gezin, wordt van rechtswege de persoon die, volgens de opgave van het rijksregister, als referentiepersoon van het gezin, vermeld staat in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister, ook geregistreerd als referentiepersoon in de databank. Dit kan afwijken op vraag van de betrokken inwoner of op vraag van de gemeente
          • voor een onderneming is het een meerderjarige natuurlijke persoon die geacht wordt de onderneming rechtsgeldig te vertegenwoordigen.

           

          Recyclagepark: een bij toepassing van VLAREMA vergunde inrichting waar particulieren en eventueel ook bedrijven onder toezicht van op vastgestelde dagen en uren bepaalde gesorteerde huishoudelijke afvalstoffen en eventueel met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen kunnen deponeren.

           

          Sorteerstraat: een combinatie van (ondergrondse) afvalcontainers ten behoeve van de inzameling van de fracties restafval, pmd, gft en papier & karton. Dit zowel ter vervanging als aanvullend aan de reguliere huis-aan-huis inzameling.

           

          Toegangskaart: een elektronische kaart die wordt uitgereikt aan onderstaande doelgroepen:

          • niet-particulieren: op naam van de referentiepersoon;
          • in de gemeente gedomicilieerde inwoners die niet over een elektronische identiteitskaart beschikken: op naam van de referentiepersoon;
          • particulieren met een tweede verblijf in de gemeente die geen rijksregisternummer hebben: op naam van de referentiepersoon;
          • particulieren die gebruik maken van een ondergrondse sorteerstraat/afvalcontainer: op naam van de referentiepersoon.

           

          § 3. Definities afvalfracties:

           

          Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA): apparaten die elektrische stromen of elektronische velden nodig hebben om naar behoren te kunnen werken, en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden, die onder een van de categorieën, vermeld in artikel 3.4.4.2 van het VLAREMA, vallen en die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1000 volt bij wisselstroom en 1500 volt bij gelijkstroom. Daarin zijn ook alle onderdelen, subeenheden en verbruiksmaterialen begrepen die deel uitmaken van het product op het moment dat het wordt afgedankt. De volgende apparaten vallen niet onder deze definitie: apparaten die deel zijn van andere elektrische apparatuur, apparatuur die verband houdt met de bescherming van de wezenlijke belangen van de veiligheid van lidstaten, wapens, munitie en oorlogsmateriaal, tenzij het gaat om producten die niet specifiek voor militaire doeleinden zijn bestemd, en grote, niet-verplaatsbare industriële installaties van elektrische en elektronische gereedschappen en tuingereedschappen.

           

          Asbestcement: alle voorwerpen uit gebonden asbest zoals eternieten golfplaten, schaliën, vlakke eterniet … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van losse asbest, plastic golfplaten, …

           

          Boomstronken: alle boomstronken die na ontdaan te zijn van wortels en aarde kunnen worden ingezet in de groencompostering en/of kunnen worden verhakseld voor hergebruik.

           

          Cellenbeton: alle schuimbeton ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.

           

          E.P.S.: zuiver witte piepschuim ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit met uitzondering van gekleurd piepschuim, verpakkingschips, verpakkingspiepschuim afkomstig van voedingsmiddelen, vervuild piepschuim, styrofoamplaten,…

           

          Frituurolie en afgelaten motorolie: alle soorten smeerolie en/of industriële olie, op minerale of synthetische basis ontstaan door de werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit in het bijzonder afgewerkte motorolie, frituurolie, met uitzondering van grote hoeveelheden motorolie, olie met pcb’s of andere giftige stoffen.

           

          Gips: bouwafval uit gips en kalk zoals gipsplaten, kalk, gips, bezetsel … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van cement, stenen, asfalt,…

           

          Glas: hol glas en vlak glas ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of gelijkaardige bedrijfsactiviteiten, ontdaan van dopsels, deksels en sluitingen, met uitzondering van vuurvaste voorwerpen en hittebestendig glas, gewapend glas, kristal, opaal glas, rookglas, autoruiten, plexiglas, gloeilampen, spaarlampen, tl-lampen, stenen, tegels, porselein, aardewerk, beeldbuizen van tv’s,…

          • hol glas  betreft alle lege glazen flessen en bokalen van dranken, fruit en groenten, voedingswaren, confituren, sausen...;
          • vlak glas betreft vlak glas uit de bouwsector, zoals venster- en deurglas en glas van gevelelementen. Hieronder valt niet het gelaagd glas (bijv. van voertuigen), loodglas, hittebestendig glas (bijv. pyrex, glas van kacheltjes), glas van zonnepanelen…

           

          Gras- en bladafval: alle vers gazonmaaisel en bladeren afkomstig van normaal tuinonderhoud, met uitzondering van oud en rot gazonmaaisel en gras vermengd met grond.

           

          10° Groente-, fruit- en tuinafval (gft): organisch composteerbaar afval zoals schillen en resten van fruit, groenten en aardappelen; dierlijk en plantaardig keukenafval en etensresten; broodresten; koffiedik en papieren koffiefilters; papier van keukenrol; noten en pitten; vlees- en visresten, schaaldierresten (uitgezonderd mosselschelpen, oesterschelpen …); vaste zuivelproducten (kaasresten); eieren en eierschalen; fijn tuin- en snoeiafval (bladeren, gras, onkruid, haagscheersel, versnipperd snoeihout …); kamer- en tuinplanten; schaafkrullen en zaagmeel van onbehandeld hout; mest van kleine huisdieren (cavia, konijn, kat en hond) in beperkte hoeveelheden. Dit alles ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of uit een bedrijfsactiviteit die vergelijkbaar is met een huishouden.

           

          11° Grofvuil: alle huishoudelijke afvalstoffen en voorwerpen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding of ermee vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in het recipiënt voor de huisvuilinzameling kunnen worden aangeboden, met uitzondering van: papier en karton, textiel, glas, kga (Klein Gevaarlijk Afval), gft (groenten, tuin– en fruitafval) en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval, pmd, oude metalen, houtafval, snoeihout en groenafval, afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA), autobanden, steenachtige fracties van bouw - en sloopafval, matrassen en andere selectief ingezamelde afvalstoffen.

           

          12° Harde plastics:  alle zuivere harde plastics zoals deuren, rolluiken, buizen, dakgoten, tuinmeubelen, bloempotten, plastic kleerhangers, speelgoed, wasmanden, emmers ... ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van plastic flessen en flacons (pmd), verpakkingen van gevaarlijke producten (kga), bouw- en isolatiematerialen, tuinslangen, verpakkingen van voedings- waren, plastic blisters en straps, cd’s, dvd’s en videobanden (restafval),...

           

          13° Herbruikbare goederen: alle door de normale werking van een particuliere huishouding ontstane afvalstoffen die worden aanvaard door het erkend Kringloopcentrum en geschikt kunnen worden gemaakt voor hergebruik, zoals meubelen, kleding, kleine huisraad, boeken, elektronische informatiedragers, speelgoed,…

           

          14° Huishoudelijk afval: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van de particuliere huishouding en/of afvalstoffen ontstaan door een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.

           

          15° Keramiek: alle keramiek ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit zoals wc-potten, lavabo’s, tegels, stenen borden en tassen, porselein, … met uitzondering van steenafval.

           

          16° Klein Gevaarlijk Afval (KGA): de afvalstoffen zoals opgesomd in artikel 5.2.2.1. van het VLAREMA. 

           

          17° Kurk: alle afvalstoffen uit kurk, afkomstig van de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, zoals stopsels, deksels, sluitingen, tegels, wandbedekking,…

           

          18° Oude Metalen: alle ferro- en non-ferro metalen voorwerpen ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van ferro- en non-ferroverpakkingen, kga en elektrische en elektronische toestellen.

           

          19° Papier en karton: alle dag-, week-, en maandbladen, tijdschriften en periodieken, reclamedrukwerk en ander drukwerk, publicaties, telefoon- en faxgidsen, schrijfpapier, kopieerpapier, computerpapier, boeken en papieren of kartonnen verpakkingen, die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding of ermee gelijkgestelde bedrijfsafvalstoffen, met uitzondering van geolied papier of karton, papier met waslaag, carbonpapier, vervuild papier, vervuilde papieren en kartonnen verpakkingen, papieren voorwerpen waar kunststof of andere materialen in verwerkt zijn, kaarten met magneetbanden, behangpapier, cement-, meststof- en sproeizakken,…

           

          20° Pmd: flessen, flacons, schaaltjes, vlootjes, bakjes, potjes, tubes, folies, zakken, drank- en conservenblikken, spuitbussen voor voedingsmiddelen of cosmetica, aluminium bakjes en schaaltjes, deksels, doppen, kroonkurken en drankkartons, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit. De aangeboden plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons mogen geen kga, glas, etensresten of andere afvalstoffen bevatten.

           

          21° Houtafval: alle zuiver afvalhout afkomstig van constructiewerken, bouwmaterialen, meubilair en grote speeltuigen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van  geïmpregneerde houtsoorten (tuinmeubelen), hout vermengd met ijzer of glas, treinbilzen. A-hout en B-hout worden apart ingezameld op de recyclageparken van EcoWerf. A-hout is zuiver, onbehandeld en geverfd (maar geen loodverf) massief hout zoals massief houten meubels en schrijnwerk (houten stoelen, raamkader zonder glas,…),  Europees hardhout (bv. eik), onbehandeld timmerhout (dakgebinten, balken en planken) en verpakkingshout (verpakkingskisten, kabelhaspels zonder metalen kern of andere materialen). B-hout omvat verwerkt of behandeld hout, dat niet geïmpregneerd is: Tropisch hardhout (Teak, Bankirai, Merbau, Afzelia, Padoek, Ipé, Afrormosia …), meubels bestaande uit honinggraatstructuur, laminaat, MDF, multiplex en triplex.

           

          22° Snoeihout: alle hout afkomstig van het normaal onderhoud van de tuin (met een diameter van minder dan 10 cm), haagscheersel.

           

          23° Steenafval: zuivere steenslag, (gewapend) beton, versteende cement, betonnen palen … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van vervuilde steenslag (bv. met grond), asfalt, keramiek, gips en kalk, cellenbeton, asbest,…

           

          24° Textiel: alle niet verontreinigde kleding, huishoudlinnen, woningtextiel (gordijnen, overgordijnen, tafelkleden, servetten…), beddengoed, schoeisel, handtassen en lederwaren ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.

           

          25° Landbouwfolie: kuilfolie (zwart/wit/zwart-wit) of rek/wikkelfolie (groen/wit) die wordt gebruikt in het kader van een landbouw, tuinbouw- of veeteeltactiviteit.

           

          26° Groot selectief afval: alle huishoudelijke afvalstoffen en voorwerpen die ontstaan door de normale werking van een particulier huishouden of ermee vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in het recipiënt voor de huisvuilinzameling kunnen worden aangeboden, met uitzondering van: papier en karton, textiel, glas, kga (Klein Gevaarlijk Afval), gft (groenten, tuin– en fruitafval) en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval, pmd, snoeihout en groenafval, afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA), autobanden en steenachtige fracties van bouw - en sloopafval.


          Artikel  2


          De contantbelasting is verschuldigd door de gebruiker op basis van de kostprijs van de specifieke dienstverlening en wordt aangerekend naar gelang van de soort en de hoeveelheid of het gewicht van het afval bij de huis-aan-huis-inzameling, de inzameling via het recyclagepark en de sorteerstraten.

           

          Artikel 3


          § 1. Huis-aan-huisinzameling


          De contantbelasting voor de huis-aan-huis inzameling in functie van de fractie en het volume/gewicht van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen wordt hieronder weergegeven. De gewichtsmeting is tot op 0,5 kg nauwkeurig.

           

          a)    Huisvuil


          Inzameling en verwerking

           

           

          Particulieren (euro)

          KMO (euro)

          Per kg gewogen huisvuil

          0,32

          0,32

          Per aanbieding 40 L-container

          0,29

          0,29

          Per aanbieding 120 L-container

          0,86

          0,86

          Per aanbieding 140 L-container

          1,00

          1,00

          Per aanbieding 240 L-container

          1,71

          1,71

          Per aanbieding 360 L-container [1]

          2,58

          2,58

          Per aanbieding 1100 L-container

          7,86

          7,86

           

          Gebruiksrecht container per maand

           

           

          Particulieren (euro)

          KMO (euro)

          40 L-container

          0

          0

          120 L-container

          0

          0

          140 L-container

          0

          0

          240 L-container

          0

          0

          360 L-container

          0

          0

          1100 L-container

          0

          0

           

          Eenmalig container voorzien van slot (optioneel): 25 euro (niet mogelijk op een 40 L container).

           

          b)    Gft-afval


          Inzameling en verwerking

           

           

          Particulieren (euro)

          KMO (euro)

          Per kg gewogen gft

          0,25

          0,25

           

          Gebruiksrecht container per maand

           

           

          Particulieren (euro)

          KMO (euro)

          40 L-container

          0

          0

          120 L-container

          0

          0

          140 L-container

          0

          0

          240 L-container

          0

          0

           

          Eenmalig container voorzien van slot (optioneel): 25 euro (niet mogelijk op een 40 L container).

           

          c)     Pmd


           

          Particulieren (euro)

          KMO (euro)

          Per zak van 60 L

          0,15

          0,15

          Per zak van 90 L

          0,20

          0,20

           

          d)    Groot selectief afval


           

          Particulieren (euro)

          KMO (euro)

          Voorrijkost

          12,50

          12,50

          Per begonnen 0,5 m³

          8

          8

          1-persoonsbed

          8

          8

          2-persoonsbed

          16

          16

          Zetel: 1-zit

          8

          8

          Zetel: 2-zit

          16

          16

          Zetel: 3-zit

          24

          24

          Stoel (2 stuks)

          8

          8

          (Tuin-)tafel

          8

          8

           

          e)    Snoeihout

           

           

          Particulieren (euro)

          KMO (euro)

          Per bussel

          5,00

          5,00

           

          f)     Papier en karton

           

          Gebruiksrecht container per maand

           

           

          Particulieren (euro)

          KMO (euro)

          40 L-container

          0

          0

          120 L-container

          0

          0

          140 L-container

          0

          0

          240 L-container

          0

          0

          500 L-container

          0

          0

          1100 L-container

          0

          0


          § 2. Inzameling via sorteerstraat op gewicht


          De contantbelasting in functie van het gewicht van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen in een sorteerstraat wordt hieronder weergegeven. De gewichtsmeting is tot op 0,5kg nauwkeurig.

           

           

          Particulier (euro)

          KMO (euro)

          Huisvuil (kg)

          0,32

          0,32

          gft (kg)

          0,25

          0,25

          Beheerskost (maand)

          0

          0


          § 3. Inzameling via DifTar recyclagepark op gewicht


          De contantbelasting in functie van het gewicht (per kg) van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen op het recyclagepark wordt hieronder weergegeven. Het minimaal aangerekende gewicht bedraagt 5 kg.

           

           

          Particulier (euro)

          KMO (euro)

          Grofvuil

          0,32

          0,32

          Gras en blad [2]

          0,27 (eerste 200 kg gratis)

          0,27 (eerste 200 kg gratis)

          Boomstronken [2]

          0,27 (eerste 200 kg gratis)

          0,27 (eerste 200 kg gratis)

          Snoeihout [2]

          0,27 (eerste 200 kg gratis)

          0,27 (eerste 200 kg gratis)

          Houtafval [3]

          0,17 (eerste 300 kg gratis)

          0,17 (eerste 300 kg gratis)

          Steenafval [4]

          0,04 (eerste 300 kg gratis)

          0,04 (eerste 300 kg gratis)

          Cellenbeton [4]

          0,04 (eerste 300 kg gratis)

          0,04 (eerste 300 kg gratis)

          Gips [4]

          0,04 (eerste 300 kg gratis)

          0,04 (eerste 300 kg gratis)

          Keramiek [4]

          0,04 (eerste 300 kg gratis)

          0,04 (eerste 300 kg gratis)

          Landbouwfolie[5]

          0,18 0,18

          Asbest

          0,00

          0,00

          Autobanden

          0,00

          0,00

          Harde plastics

          0,00

          0,00


          Artikel 4


          Indien het afval wordt aangeboden door een gezin dan is de belasting hoofdelijk verschuldigd door de referentiepersoon van het gezin en alle meerderjarige leden van het gezin die in de woongelegenheid van de referentiepersoon verblijven.

           

          Indien het afval wordt aangeboden door een onderneming of vereniging dan is de belasting hoofdelijk verschuldigd door de referentiepersoon en de onderneming, zijnde iedere natuurlijke – of rechtspersoon die de onderneming uitmaakt of de leden van de vereniging, indien deze geen rechtspersoonlijkheid heeft.


          Artikel 5


          § 1. De personen die gebruik maken van de door de gemeente voorgeschreven containers zijn de contantbelasting betreffende de inzameling en verwerking verschuldigd op het ogenblik dat de kiepbeweging van de container en het gewicht van het meegegeven afval door de ophaalwagen wordt geregistreerd. De contantbelasting betreffende het gebruik van de container is maandelijks verschuldigd.

           

          § 2. De gebruiker van de sorteerstraat is de contantbelasting betreffende de inzameling en verwerking van afvalstoffen verschuldigd op het ogenblik dat de gebruiker afvalstoffen aanbiedt aan de ondergrondse afvalcontainer en de elektronische toegangskaart van de gebruiker deze beweging registreert. De contantbelasting betreffende het gebruik van de sorteerstraat is maandelijks verschuldigd.

           

          § 3. Iedere gebruiker van een container/sorteerstraat dient vooraf een bedrag te storten op de DifTar-rekening en dit op basis van de ter beschikking staande containers:

           

          Aantal en type containers

          Voorschot (euro)

          1 of meerdere 40 L- of 120/140 L-containers of een particuliere gebruiker van een sorteerstraat en een 240L papier en karton-container

          50,00

          Aansluitpunten met een 1100L container voor huisvuil

          150,00

           

          § 4. Bij elke registratie van een kiepbeweging en het gewicht van het meegegeven afval of in geval van sorteerstraat bij een gewichtsmeting, zal de contantbelasting, in mindering worden gebracht van het vooraf betaald bedrag. De contantbelasting zal worden afgerond tot op 2 cijfers na de decimaal.


          Artikel 6


          § 1. Iedere referentiepersoon die geregistreerd staat in Aorta beschikt over een DifTar-rekening waarmee voor bepaalde dienstverleningen van EcoWerf betaald kan worden.

          Zodra het beschikbare bedrag lager is dan 10,00 euro wordt een betalingsuitnodiging gestuurd naar de referentiepersoon. Het aanzuiveren van de DifTar-rekening is mogelijk door betaling via overschrijving of door betaling met Bancontact in het recyclagepark.

          Volgende betalingstermijnen worden gehanteerd:

          • Betalingsuitnodiging: 20 kalenderdagen.
          • Herinnering: 12 kalenderdagen + 5 dagen betalingsmarge.

          De containers zullen niet meer geledigd worden of de sorteerstraat zal niet meer toegankelijk zijn van zodra de vervaldatum van de herinnering is verlopen en het beschikbare bedrag lager is dan 0 euro.

          Indien de niet geledigde container niet tijdig wordt binnengehaald, kan die door of in opdracht van de gemeente worden geledigd aan het tarief vastgelegd in het gemeentelijk belastingreglement betreffende ambtshalve opruimen van sluikstorten.

          Bij afmelding (verhuis, overlijden, …) wordt de DifTar-rekening gesloten en wordt het nog beschikbare bedrag teruggestort op rekeningnummer van de begunstigde, tenzij de begunstigde nog een openstaande schuld heeft aan de gemeente. Een eindafrekening wordt afgeleverd aan de begunstigde.

           

          § 2. De personen die gebruik maken van de voorgeschreven pmd-zakken zijn de contantbelasting verschuldigd bij de aankoop ervan op de door de gemeente vastgestelde plaats(en).

           

          § 3. Bij een DifTar gewichtspark is de contantbelasting verschuldigd door de bezoeker (particulier en KMO) die de afvalstoffen aanbiedt en is betaalbaar, na gewichtsbepaling, via de DifTar-rekening of met de betaalkaart (Bancontact).

          Indien het saldo van de DifTar-rekening ontoereikend is en de vervaldatum van de herinnering nog niet verlopen is, zal de bezoeker van het recyclagepark hierop attent gemaakt worden en nog slechts éénmaal de mogelijkheid hebben om het tarief voor betalende fracties via de DifTar-rekening te betalen. In dit geval zal ook steeds gevraagd worden om de DifTar-rekening aan te zuiveren met een minimaal bedrag dat gelijk is aan de schuld.

          Indien het saldo van de DifTar-rekening ontoereikend is en de vervaldatum van de herinnering is verlopen, zal bij de ingang gevraagd worden om de DifTar-rekening aan te zuiveren met een minimaal bedrag dat gelijk is aan de schuld. Indien het saldo niet wordt aangezuiverd zal hij/zij geen toegang krijgen tot het betalend gedeelte en zal de uitgang geweigerd worden met de vraag om het openstaande saldo aan te zuiveren. Men zal ook geen gebruik meer kunnen maken van de inzameling op afroep tot het saldo werd aangezuiverd.

           

          § 4. Voor de vervanging van een verloren, beschadigde en/of gestolen toegangskaart of een extra toegangskaart wordt een contantbelasting gevraagd van 5,00 euro. Dit bedrag zal aangerekend worden via de DifTar-rekening.

          Niet-inwoners of toekomstige inwoners van de gemeente kunnen, voor het aanbrengen van afval afkomstig vanuit de gemeente, een kaart voor het recyclagepark aanvragen bij het gemeentebestuur. De kaarten worden gratis uitgeleend voor een periode van maximum 4 weken.


          Artikel 7


          De contantbelastingen worden zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.

           

          De belasting is persoonsgebonden waardoor de gemeente de mogelijkheid heeft om gebruik te maken van het positief saldo op een ander particulier ASP betreffende dezelfde persoon/referentiepersoon om het negatief saldo aan te zuiveren, alvorens over te gaan tot inkohiering.


          Artikel 8


          De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.


          Artikel 9


          Deze belasting zal definitief zijn indien geen tijdige dan wel ontvankelijke bezwaren ingediend werden.


          Artikel 10


          Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.


          Artikel 11


          Gelast het College van Burgemeester en Schepenen met de uitvoering van dit besluit.

           



          [1] 360 L-containers worden enkel geleverd per set van 3 en alleen na goedkeuring door of op aanraden van EcoWerf.

          [2] Het gratis gewicht 200 kg wordt jaarlijks pro rata toegekend op basis van begindatum van de bewoning in de gemeente. Het gratis gewicht omvat het gezamenlijk gewicht van de aangeboden fracties gras en blad, snoeihout en boomstronken. 

          [3] Het gratis gewicht 300 kg wordt jaarlijks pro rata toegekend op basis van begindatum van de bewoning in de gemeente. Het gratis gewicht omvat het gewicht van de aangeboden fractie houtafval.

          [4] Het gratis gewicht 300 kg wordt jaarlijks pro rata toegekend op basis van begindatum van de bewoning in de gemeente. Het gratis gewicht omvat het gezamenlijk gewicht van de aangeboden fracties steenafval, cellenbeton, gips en keramiek.

          [5] De gemeente schrijft de land- en tuinbouwers aan. Met dit schrijven kan men zich tijdens de gecommuniceerde periodes aanbieden op één van volgende recyclageparken: Messelbroek, Wezersebaan (Zoutleeuw), Lubbeek en Haacht en Kortenaken.


           

        • Retributiereglement voor de inzameling van asbest aan huis: uitbreiding met de mogelijkheid om asbest aan te bieden in containers

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Annick Geyskens, Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          De gemeenteraad keurt de retributie voor de aankoop van asbestzakken en het gebruik van asbestcontainers en de bijhorende dienstverlening goed. Dit reglement geldt voor de periode van 1 maart 2026 t.e.m. 31 december 2027.


          Toelichting

          Op 1 februari 2023 startte EcoWerf met de inzameling van asbest aan huis in de stad Aarschot. Hiervoor werd een retributiereglement door de gemeente gestemd waardoor de aanrekening van de aankoop van asbestzakken en de bijhorende dienstverlening via EcoWerf kan verlopen.

          EcoWerf zal nu versneld verder voorzien in de ophaling van asbest aan huis. EcoWerf biedt daarom voor de inzameling in plaat- en kuubzakken, ook de mogelijkheid aan om asbest aan te bieden in containers. De inwoners zullen de mogelijkheid hebben om maximaal 2 containers te vullen, dit komt overeen met dakoppervlak van max. 480 m². De vergoeding voor de inwoner hiervoor werd door OVAM vastgelegd op 170 euro per container. Hiervan kan niet worden afgeweken.

          Er kunnen jaarlijks maximaal acht kuubzakken of acht plaatzakken (of een combinatie van zakken beperkt tot acht stuks) per adres aangekocht worden. De werkwijze is gelijkaardig aan de huidige werkwijze, alleen zal de retributie van 30 euro per kuubzak en/of plaatzak verhoogt worden naar 40 euro per kuubzak en/of plaatzak. 

          Aangezien de Vlaams minister van omgeving op 27 oktober 2025 de nieuwe projectaanvraag van EcoWerf heeft goedgekeurd om via de huis-aan-huisinzameling de asbestafbouw in vlaanderen te versnellen moet het een nieuw retributiereglement, ter vervanging van het retributiereglement van de gemeenteraad dd. 24/04/2025, worden goedgekeurd.

          Het nieuwe retributiereglement zal ingaan op 1 maart 2026 en eindigt op 31 december 2027.

          Regelgeving
          Gelet op:
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 23.12.2011 betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen;
          • het besluit van 17.12.2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams Reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;
          • het ministerieel besluit tot de toekenning van een subsidie aan EcoWerf voor een project in het kader van het asbestafbouwbeleid (perceel bronophaling);
          • het besluit van de gemeenteraad, ref. GR/2022/321, d.d. 12.01.2023 houdende het retributiereglement voor de inzameling van asbest aan huis;
          • het besluit van de gemeenteraad, ref. GR/2023/158, d.d. 14.09.2023 houdende het stedelijk afvalbeleid op het grondgebied Aarschot: Beheersoverdracht stedelijk afvalbeleid aan de intercommunale ECOWERF, gevestigd te Aarschotsesteenweg 210 in 3012 LEUVEN (Wilsele);
          Feiten, context en motivering

          Overwegende:

          • dat bijzondere inspanningen moeten worden gedaan voor sensibilisatie inzake afvalvoorkoming en hergebruik van afvalstoffen;
          • dat de stad Aarschot het principe “de vervuiler betaalt” volledig wil toepassen en derhalve alle kosten inzake afval ten laste wil leggen van de vervuiler via een retributie op het ophalen en verwerken van het huisvuil en daarmee gelijkgestelde afvalstoffen; hiermee wordt de vervuiler ertoe aangezet, via prijsprikkels, om zijn hoeveelheid afval zo veel mogelijk en gedifferentieerd te beperken, hierbij rekening houdend met de ladder van Lansink:    
            • Preventie;
            • Hergebruik;
            • Nuttige toepassing;
            • Recycleren;
            • Verbranden;
            • Storten;
          • dat de Vlaamse minister van Omgeving op 27 oktober 2025 de projectaanvraag van EcoWerf goedkeurde om via huis-aan-huis-inzameling de asbestafbouw in Vlaanderen te versnellen;
          • dat EcoWerf zich initieel richtte op asbesthoudende golfplaten en leien van particulieren met een maximum van acht platen- of kuubzakken (komt neer op ongeveer 240 m² dak). Om voor grotere oppervlakten te kunnen inzamelen wordt de inzameling per container ook mogelijk gemaakt. Het maximaal beschikbaar aantal containers per adres wordt vastgelegd op 2, wat neerkomt op ongeveer 480 m² dak;
          • dat de werkwijze als volgt is:

          1) De inwoner vult op de website een formulier in.

          2) De asbestcoach contacteert de inwoner en gaat op huisbezoek, bekijkt de situatie ter plaatse, geeft informatie over een veilige afbraak, verkoopt de plaatzakken of reserveert de containers, spreekt een plaats af waar de zakken of containers moeten gezet worden en plant de ophaaldatum in. De inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor de vergunning voor inname publiek terrein en de signalisatievergunning, indien de container niet op de eigendom van de burger kan staan. Indien de inwoner het bewijs van de vergunning niet kan voorleggen, wordt de container niet geplaatst.

          3) EcoWerf zorgt dat het asbest opgehaald wordt en naar een vergunde verwerker vervoerd wordt.

          • dat particulieren, lokale besturen (eigen patrimonium en sociale huisvesting), verenigingen, landbouwbedrijven, scholen en kmo’s kunnen deelnemen aan het project;
          • dat er een tarief wordt geheven voor natuurlijke personen, rechtspersonen en/of verenigingen die erom verzoeken:
          • de ophaling aan huis van plaatzakken (1 m³) of kuubzakken (1 m³), welke door de EcoWerf ter beschikking van de bevolking worden gesteld via de asbestcoach van EcoWerf.
          • de ophaling aan huis via containers welke door EcoWerf ter beschikking van de bevolking worden gesteld via de asbestcoach van EcoWerf.
          • dat bij de aankoop van minstens één asbestzak/container twee veiligheidskits inbegrepen zijn;
          • dat de organisatie van de dienstverlening kadert in het versneld asbestafbouwbeleid zoals uitgewerkt door de OVAM dat streeft naar een versnelling in de afbouw van alle risicovolle asbesthoudende materialen uit onze leefomgeving binnen het Vlaamse gewest;
          • dat de organisatie van de aanvraag en de inzameling van de plaatzakken of kuubzakken en containers voor asbest gebeurt door EcoWerf waarbij de aanvraag- en aanbiedingsvoorwaarden zoals vastgelegd door EcoWerf dienen nageleefd te worden;
          • dat het aangewezen is om voormelde maatregelen te reguleren binnen het onderhavige retributiereglement;
          Financiële Impact/budget

          De uitvoering van de beschreven diensten door Ecowerf brengt geen kosten met zich mee. Hierdoor moeten geen gepaste kredieten worden voorzien in het meerjarenplan. Het tarief dat de inwoners betalen aan EcoWerf wordt niet verrekend met de gemeenten. Het inzameltraject via huis-aan-huis-inzameling tot asbestafbouw is gesubsidieerd, waarvoor Ecowerf de inkomsten verzamelt. De bijpassing tot vergoeden van de prestaties Ecowerf wordt rechtstreeks doorgerekend aan de inwoners aan de hand van onderhavig retributiereglement.

          Het project is dus kostendekkend door (1) de subsidies van OVAM en (2) het tarief dat betaald wordt door de inwoners. EcoWerf kan hiermee zijn geleverde dienstverlening bekostigen.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1

          Er wordt een retributie geheven op de verkoop van kuubzakken en plaatzakken en inzameling via containers voor het inzamelen van asbestleien en/of -platen.

           

          Artikel 2

          §1. De retributie bedraagt:

          • voor een kuubzak (1 m³): 40 euro;
          • voor een plaatzak (1 m³): 40 euro;
          • voor een container: 170 euro.


          §2. Er kunnen jaarlijks maximum acht kuubzakken of acht plaatzakken (of een combinatie van zakken beperkt tot acht stuks) per adres aangekocht worden of maximum twee containers per adres gereserveerd worden. Hierbij zijn twee veiligheidskits en het ophalen van de kuub- of plaatzakken/containers aan huis inbegrepen.


          Artikel 3

          De procedure voor aankoop van de recipiënten voor de ophaling aan huis verloopt als volgt:

          1. Inwoner vult een webformulier in of belt naar de Groene Lijn van EcoWerf;
          2. Asbestcoach neemt telefonisch contact op met de inwoner en maakt een afspraak voor een huisbezoek;
          3. De asbestcoach geeft ter plaatse informatie over veilige afbraak, verkoopt de zakken of boekt de containers aan de inwoner en maakt een afspraak voor ophaling;
          4. De inwoner vult de zak(ken)/container(s) korte tijd voor de ophaaldag;
          5. EcoWerf komt de zak(ken)/container(s) ophalen op de vooraf afgesproken ophaaldag.


          Artikel 4

          EcoWerf wordt gemachtigd om de retributies, zoals vermeld in artikel 2, te innen. De wijze van betaling gebeurt uitsluitend op de door EcoWerf voorgeschreven wijze, met name via Bancontact bij aflevering van de zakken.


          Artikel 5

          Dit reglement vervangt het bestaande vanaf 1 maart 2026 en is geldig tot 31 december 2027.


          Artikel 6

          Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.

        • Reglement inzake het doorvoeren van een sociaal verantwoorde financiële tegemoetkoming voor de huishoudelijke afvalkosten - Dienstjaar 2026.

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Annick Geyskens, Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          Het reglement inzake het doorvoeren van een sociaal verantwoorde financiële tegemoetkoming voor de huishoudelijke afvalkosten - Dienstjaar 2026, wordt goedgekeurd. Er wordt in 2026 een premie toegekend aan de volgende doelgroepen:

          DG2A: Peritoneaal dialysepatiënten

          € 35

          DG2B: Stomapatiënten

          € 35
          DG2C: Patiënten die lijden aan incontinentie  € 80


          Toelichting

          Het lokaal bestuur wenst voor 2026 een subsidiereglement in te voeren, met als doel specifieke doelgroepen te ondersteunen in hun DifTar-factuur. Deze regeling vervangt alle voorgaande beslissingen houdende financiële en niet-financiële tegemoetkomingen. DifTar huldigt het principe van “de vervuiler betaalt”. De ophaalkosten kunnen een zware financiële last betekenen voor personen die worden geconfronteerd met (een) aandoening(en) waardoor een verhoogde afvalproductie optreedt. 

          De bijkomende kosten door het aanbieden in de restafval recipiënten worden gebufferd door te willen voorzien in een financiële tegemoetkoming. Voor het dienstjaar 2026 zullen de volgende bevolkingsgroepen in aanmerking komen voor de tussenkomst van een éénmalige premie in de onkosten voor de huisvuilophaling:

          DG2A: Peritoneaal dialysepatiënten

          € 35

          DG2B: Stomapatiënten

          € 35
          DG2C: Patiënten die lijden aan incontinentie  € 80


          De financiële tegemoetkoming is cumuleerbaar voor de rechthebbenden die tegelijk voldoen aan meerdere van de hoger genoemde correcties.

          De premies zijn gedifferentieerd omdat de door de doelgroepen aangebrachte vuilvrachten verschillend zijn in massa en volume.

          De toelage voor gezinnen met kinderen jonger dan 3 jaar en luierpremie worden niet hernomen voor 2026.

          Regelgeving

          Gelet op:

          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het besluit van de gemeenteraad houdende het reglement inzake het doorvoeren van een sociaal verantwoorde financiële tegemoetkoming voor de huishoudelijke afvalkosten / retributie voor extra contingent witte kunststofzakken (luierzakken), laatst gewijzigd op 15.12.2023;
          • het decreet van 23.12.2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en wijzigingen;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 17.02.2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en wijzigingen;
          • het besluit van de gemeenteraad van 21.12.2023 inzake het doorvoeren van een sociaal verantwoorde financiële tegemoetkoming voor de huishoudelijke afvalkosten / retributie voor extra contingent witte kunststofzakken - Dienstjaar 2024;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 26.05.2024 tot vaststelling van het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval 2023 - 2030;
          • het besluit van de gemeenteraad van 19.12.2024 inzake het doorvoeren van een sociaal verantwoorde financiële tegemoetkoming voor de huishoudelijke afvalkosten - Dienstjaar 2025;
          Feiten, context en motivering

          Overwegende:

          • dat het vanuit sociaal oogpunt opportuun lijkt om doelgroepen te faciliteren door hun financiële draagkracht te waarborgen door de bijkomende kosten - die door het aanbieden van afvalstoffen in de restafval recipiënten ontstaan - te bufferen middels financiële tegemoetkoming;
          • dat het aangewezen lijkt een sociale correctie toe te kennen aan doelgroepen, die wegens specifieke omstandigheden meer huishoudelijk afval produceren vanwege ziekte;
          • dat het DifTar-principe gerespecteerd dient gerespecteerd te worden;
          • dat het niet langer opportuun lijkt om aan de volgende doelgroepen een sociale correctie toe te kennen, dit gelet de bepalingen als opgenomen onder artikel 6.4.2 uit het Lokaal MaterialenPlan, het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval 2023 - 2030: Een lokaal bestuur kan voor specifieke doelgroepen van burgers tegemoetkomingen voorzien in hun afvalkost. Het is echter noodzakelijk om ook die burgers blijvend te stimuleren afval te voorkomen en afval correct te sorteren. Daarom worden randvoorwaarden opgenomen in het VLAREMA: "ACTIE 30 - De Vlaamse Regering neemt randvoorwaarden op in het VLAREMA voor tegemoetkomingen in de afvalfactuur. De tegemoetkomingen mogen het algemene afvalbeleid van het lokale bestuur niet hypothekeren. Het louter ondersteunen bij de kosten voor restafval is dan ook niet wenselijk. Een omschakeling  naar ondersteuning van preventie en selectieve inzameling is aan de orde. Bij aanpassingen in het VLAREMA zullen een aantal principes vastgelegd worden. De sociale tegemoetkomingen die een lokaal bestuur instelt, worden beperkt tot twee doelgroepen. Een eerste doelgroep zijn burgers die een onvermijdelijk grotere hoeveelheid afval (bv. huisvuil) produceren ten gevolge van omstandigheden, zoals een aandoening of conditie waar ze zelf geen vat op hebben. Een duidelijk voorbeeld daarvan is incontinentie. De tegemoetkoming moet proportioneel zijn met de hoeveelheid extra geproduceerd afval ten gevolge van de aanwezige aandoening of conditie. Daarnaast kan een lokaal bestuur ervoor kiezen om burgers die het financieel moeilijk hebben bijkomend te ondersteunen. De tegemoetkoming kan automatisch worden toegekend op basis van een officiële financiële status (uitkering, dossier bij het OCMW, verhoogde tegemoetkoming,…). Het lokaal bestuur kan deze lijst (tijdelijk) aanvullen met mensen die zich in een gelijkaardige situatie bevinden zonder dat deze (al) geofficialiseerd is (vluchtelingen, mensen in precaire scheidingsprocedure…). Belangrijk is dat de doelgroep duidelijk afgebakend is.   Als een lokaal bestuur ervoor kiest om ondersteuning te bieden via de afvalfactuur, kan dat via het aanbieden van een beperkt aantal zakken, ophaalbeurten of een tegoed voor restafval, maar beter is preventie en selectieve inzameling te faciliteren door het aanbieden van een keuze tussen verschillende pakketten (bv. een gecombineerd pakket voor gft‐afval + pmd of herbruikbare luiers). Te allen tijde hoort het reglement de burger aan te zetten tot preventie en selectieve inzameling. Het is dan ook niet toegelaten om via ondersteuning de burger volledig te ontlasten van zijn afvalkosten voor restafval (noch voor huisvuil, noch voor grofvuil). Tegemoetkomingen voor alle burgers of grote categorieën burgers die niet met een bepaalde aandoening of in een precaire financiële situatie zitten, kunnen niet.";
          • dat er geen randvoorwaarden worden opgenomen in het Lokaal MaterialenPlan voor gezinnen met jonge kinderen (< 3 jaar) waardoor het niet mogelijk lijkt om te besluiten of een aanvraag al dan niet als nooddragend kan worden bestempeld;
          • dat het opportuun lijkt om in de toekomst de focus te leggen op de volgende doelgroepen, deze gelet hun aard, als nooddragend mogen gespecificeerd worden, en waarvoor een financiële tegemoetkoming in 2026 daarom aangewezen is, nl.:
          1. Doelgroep 2A: Peritoneaal dialysepatiënten;
          2. Doelgroep 2B: Stomapatiënten;
          3. Doelgroep 2C: Patiënten die lijden aan incontinentie;
          • dat de individuele bedragen die de doelgroepen toekomen, werden bepaald op basis van de gemiddelde bijkomende kosten en lasten - deze zijn voor elke individuele doelgroep anders;
          • dat er wordt voorgesteld om de volgende tegemoetkomingen te hanteren:

          DG2A: Peritoneaal dialysepatiënten

          € 35

          DG2B: Stomapatiënten

          € 35
          DG2C: Patiënten die lijden aan incontinentie  € 80
          • dat de vereiste verantwoordingsstukken dienen toegevoegd te worden tot de staving van de nood tot ondersteuning - deze stavingsstukken zijn per individuele doelgroep verschillend;
          • dat de dossierbeheerder dient in te staan voor de controle op de volledigheid en ontvankelijkheid van de aanvragen tot tegemoetkoming;
          • dat het om voormelde redenen opportuun lijkt om de goedkeuring te willen geven aan een financiële tegemoetkoming voor de als hoger aangegeven doelgroepen en gekoppelde premiebedragen;
          Financiële Impact/budget

          Overwegende:

          • dat er in rekenjaar 2025 maar liefst 87 aanvragen ingediend werden tot het verkrijgen van een sociale tegemoetkoming in de afvalkosten (exclusief de aanvragen voor tegemoetkoming gezin met jonge kinderen en luierpremie), én de hieraan te verwachten kosten voor 2026 aan de hand van de in onderhavig reglement voorgestelde tarieven worden begroot op 17.000,- euro;
          • dat het om voormelde redenen aangewezen lijkt om te willen voorzien in de nodige budgetten tot het betoelagen van de doelgroepen als hoger gedefinieerd;
          • dat het om een toelage aan derden handelt als tussenkomst in de afvalkosten, en deze toelage bij wijze van correctie wordt ingeschreven op de provisierekeningen van de rechthebbenden: deze toelagen worden niet feitelijk - lees geldelijk - uitgekeerd aan de rechthebbenden;
          • dat de toekenning van de sociale tegemoetkomingen wordt voorzien binnen de perken van de daartoe voorziene kredieten in de meerjarenbegroting voor 2026;
          Visum m.b.t. reglement inzake het doorvoeren van een sociaal verantwoorde financiële tegemoetkoming inzake huishoudelijke afvalkosten voor bepaalde doelgroepen - dienstjaar 2026

          Component ‘Voorafgaande kredietcontrole’

          In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is in 2026 een krediet van 17.000,00 euro beschikbaar m.b.t. de toelage inzake sociale tegemoetkoming in de afvalkosten, BBC–actie 3.3.3 We zorgen voor een correcte, betaalbare en duurzame afvalinzameling, beleidsveld 0309 / Overig afval- en materialenbeheer, raming MJP200490, ARK 64970000 Specifieke werkingssubsidies – reglement. Het bovenvermelde bedrage in het meerjarenplan wordt jaarlijks verhoogd met 1%.

          Er is dus voldoende krediet beschikbaar onder voorwaarde dat het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 zal goedgekeurd worden door de gemeenteraad op 18 december 2025.

          Component ‘ Wetmatigheidscontrole die voorafgaat aan de verbintenis’

          De gemeenteraad kan aan doelgroepen (peritoneaal dialysepatiënten, stomapatiënten en patiënten die lijden aan incontinentie) een premie toekennen als tussenkomst in de onkosten voor de huishoudelijke afvalophaling. Uit het onderzoek van de documenten blijken er geen strijdigheden met de wettelijke voorschriften.



          Adviezen
          • Visum financieel beheerder

            Visum m.b.t. reglement inzake het doorvoeren van een sociaal verantwoorde financiële tegemoetkoming inzake huishoudelijke afvalkosten voor bepaalde doelgroepen - dienstjaar 2026

            Component  ‘Voorafgaande kredietcontrole’

            In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is in 2026 een krediet van 17.000,00 euro beschikbaar m.b.t. de toelage inzake sociale tegemoetkoming in de afvalkosten, BBC–actie 3.3.3 We zorgen voor een correcte, betaalbare en duurzame afvalinzameling, beleidsveld  0309 / Overig afval- en materialenbeheer, raming MJP200490, ARK 64970000 Specifieke werkingssubsidies – reglement. Het bovenvermelde bedrage in het meerjarenplan wordt jaarlijks verhoogd met 1%.

            Er is dus voldoende krediet beschikbaar onder voorwaarde dat het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 zal goedgekeurd worden door de gemeenteraad op 18 december 2025.

            Component ‘ Wetmatigheidscontrole die voorafgaat aan de verbintenis’

            De gemeenteraad kan aan doelgroepen (peritoneaal dialysepatiënten, stomapatiënten en patiënten die lijden aan incontinentie) een premie toekennen als tussenkomst in de onkosten voor de huishoudelijke afvalophaling. Uit het onderzoek van de documenten blijken er geen strijdigheden met de wettelijke voorschriften.

            Gunstig visum sociale tegoetkoming van Geert Wijns van 02 december 2025

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock
          Resultaat: Met 14 stemmen voor, 11 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1

          Voor het dienstjaar 2026 wordt een premie als tussenkomst in de onkosten voor de huisvuilophaling voorzien voor rechthebbenden die behoren tot de hieronder opgesomde doelgroepen:

          Doelgroep 2A: Peritoneaal dialysepatiënten

          Doelgroep 2B: Stomapatiënten

          Doelgroep 2C: Patiënten die lijden aan incontinentie 
           
          Onder rechthebbenden dient te worden verstaan:
          • de patiënt, zo deze als referentiepersoon ingeschreven is in het afvalbetaalsysteem en een klantnummer toegewezen gekregen heeft of de met de patiënt samenwonende persoon die ingeschreven is in het bevolkingsregister op hetzelfde adres als de patiënt, indien de patiënt zelf niet geregistreerd werd in het afvalbetaalsysteem.
           

          Artikel 2                           

          Het bedrag van de premie bedraagt:

          DG2A: Peritoneaal dialysepatiënten

          € 35

          DG2B: Stomapatiënten

          € 35
          DG2C: Patiënten die lijden aan incontinentie  € 80


          De financiële tegemoetkoming is cumuleerbaar voor de rechthebbenden die tegelijk voldoen aan meerdere van de hoger genoemde voorwaarden.

           

          Artikel 3     

          De verschillende groepen rechthebbenden moeten inwoner zijn van Aarschot. De rechthebbenden dienen de volgende bewijzen voor te leggen aan het College van Burgemeester en Schepenen:

          Doelgroepen 2A, 2B en 2C:

          De rechthebbende peritoneaal dialysepatiënten, stomapatiënten en patiënten die lijden aan incontinentie: het aanvraagformulier, een bewijs van samenstelling van het gezin, als bewijs dat ze thuis verblijven of thuis verzorgd worden, en een bewijs van de huisarts dat ze peritoneaal dialysepatiënt, stomapatiënt of patiënt zijn die lijdt aan incontinentie.


          Artikel 4    

          Binnen de perken van de daartoe voorziene kredieten en na afgifte van het aanvraagformulier, te samen met de gevraagde bewijsmaterialen, zal het bedrag ter waarde van de toegekende sociale correctie als onder artikel 2 bepaald, worden ingeschreven op de provisierekening van de persoon die het aanvraagformulier invult of zo deze persoon niet als referentiepersoon geregistreerd staat in het afvalbetaalsysteem, van de persoon die ingeschreven staat in het bevolkingsregister op hetzelfde adres als de persoon die het aanvraagformulier afgeeft en als referentiepersoon deelneemt aan het afvalbetaalsysteem. De datum van de voorlegging van de gevraagde documenten aan het College van Burgemeester en Schepenen, is bepalend voor het nazicht van de vereiste voorwaarden tot toekenning van de premie.

        • Gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten.

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          De gemeenteraad stemt in met het gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten voor de periode 2026 t.e.m. 2031. Het betreft een hernieuwing van het reglement van 12 oktober 2023 houdende goedkeuring van het gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten.

          Toelichting

          De gemeenteraad keurde op 12 oktober 2023 de beslissing het gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten, goed, welke een einde neemt op  31.12.2025. Het bestaande reglement dient te worden hernomen om het zwerfkattenbeleid verder te kunnen zetten.

          Aan de gemeenteraad wordt het reglement voorgelegd tot herneming voor de periode 2026 - 2031.

           

          Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen voorzien, m.u.v. de tariefaanpassing op basis van de reeds in voorgaand reglement opgenomen indexatiemechanismen.

           

          Regelgeving

          Gelet op:

          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
          • de wet van 14.11.1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen;
          • de beslissing van de gemeenteraad van 10.03.2022 houdende goedkeuring van het reglement 'controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen'
          • de beslissing van de gemeenteraad van 13.10.2022 houdende goedkeuring van het gemeentelijk subsidiereglement voor de sterilisatie, de castratie of euthanasie van zwerfkatten;
          • de beslissing van de gemeenteraad van 12.10.2023 houdende goedkeuring van het gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 05.02.2016 betreffende de identificatie en registratie van katten;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 23.02.2018 tot opheffing van het koninklijk besluit van 03.08.2012 betreffende het meerjarenplan voor de sterilisatie van huiskatten en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 05.02.2016 betreffende de identificatie en registratie van katten, wat betreft de sterilisatie van katten;
          • de wet van 14.08.1986 betreffende de bescherming en het welzijn van dieren;
          • de wet van 28.08.1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde;
          Feiten, context en motivering

          Overwegende dat het stadsbestuur het belang van een gemeentelijk zwerfkattenbeheer erkent;


          Overwegende dat de financiële ondersteuning van dergelijke initiatieven dient te gebeuren op basis van een beslissing van de gemeenteraad houdende goedkeuring van het gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten;

          Overwegende dat - om reden van de uniformiteit van de gemeentelijke toelagereglementen - in het besluit van de beslissing vaste artikelnummers dienen te worden opgenomen:

          • Artikel 1 - Doel
          • Artikel 2 - Doelgroep
          • Artikel 3 - Definitie(s)
          • Artikel 4 - aanvraagprocedure
          • Artikel 5 - Voorwaarden/ beoordelingscriteria
          • Artikel 6 - Bedrag
          • Artikel 7 - Controle/ sanctie
          • Artikel 8 - Inwerkingtreding

          Aan de gemeenteraad wordt voorgelegd om het geüniformeerd reglement voor de periode 2026 - 2031 goed te willen keuren.

          Financiële Impact/budget

          Toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten

          In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, zijn kredieten opgenomen m.b.t. de financiering van het subsidiereglement ‘sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten’, raming MJP200475, beleidsveld 0349 Overige bescherming van biodiversiteit, landschappen, ARK 64970000 ‘Specifieke werkingssubsidies – reglement’:

          • 2026 : 20.000,00 euro
          • 2027 : 20.000,00 euro
          • 2028 : 20.000,00 euro
          • 2029 : 20.000,00 euro
          • 2030 : 20.000,00 euro
          • 2031 : 20.000,00 euro

          Mits goedkeuring van het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 op 18 december 2025, kan de gemeenteraad het toelagereglement goedkeuren binnen de beschikbare kredieten.

           

          Adviezen
          • Visum financieel beheerder

            Toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten

            In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, zijn kredieten opgenomen m.b.t. de financiering van het subsidiereglement ‘sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten’, raming MJP200475, beleidsveld 0349 Overige bescherming van biodiversiteit, landschappen, ARK 64970000 ‘Specifieke werkingssubsidies – reglement’:

            -          2026 : 20.000,00 euro

            -          2027 : 20.000,00 euro

            -          2028 : 20.000,00 euro

            -          2029 : 20.000,00 euro

            -          2030 : 20.000,00 euro

            -          2031 : 20.000,00 euro

            Mits goedkeuring van het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 op 18 december 2025, kan de gemeenteraad het toelagereglement goedkeuren binnen de beschikbare kredieten.

            Gunstig mits aanpassing visum zwerfkatten van Geert Wijns van 02 december 2025

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Resultaat: Met 26 niet gestemd
          Besluit

          (Ter vervanging van de beslissing van de gemeenteraad van 12 oktober 2023 houdende goedkeuring van het gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten)


          Artikel 1 - doel

          Binnen de kredieten voorzien in het lopende meerjarenplan wordt onder de hierna vermelde voorwaarden aan de doelgroep een gemeentelijke toelage verleend die tot doel heeft de zwerfkattenpopulatie op haar grondgebied onder controle te houden door sterilisatie en castratie van de katten. In uitzonderlijke gevallen kan overgegaan worden tot euthanasie wanneer de gezondheidstoestand van de katten dit nodig maakt.

           

          Artikel 2 - doelgroep

          Dierenartsen (organisaties met rechtspersoonlijkheid) met een vestiging in Aarschot  en Verenigingen voor Dierenwelzijn die een samenwerkingsovereenkomst hebben met de stad Aarschot kunnen beroep doen op dit subsidiereglement.

           

          Artikel 3 - definitie(s)

          Onder zwerfkatten wordt in dit reglement verstaan:

          • katten die door verwildering of door gebrek aan positief contact met mensen tijdens de socialisatieperiode (voor de leeftijd van 10 weken)  zich niet of moeilijk laten benaderen door mensen. Ze hebben geen eigenaar, ze hebben geen toegang tot de woning van mensen;

           

          Uitgesloten zijn:

          • Huiskatten: hieronder worden verstaan katten die een eigenaar hebben die hen voeding en eventueel ook onderdak verschaft. Ze zijn sociaal en delen de leefomgeving van de eigenaar. Alle huiskatten geboren na 1 september 2014 moeten geïdentificeerd en geregistreerd zijn;

           

          Artikel 4 - aanvraagprocedure

          Elke aanvraag moet gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen.

          De aanvraag kan gebeuren via het standaard aanvraagformulier 

          De aanvraag bevat ten minste volgende gegevens/documenten:

          •  voor een rechtspersoon: kopie van de meest recente statuten zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad,
          • verklaring op eer dat de toelage zal aangewend worden voor het doel waarvoor ze wordt verleend,

          • BTW-nummer indien van toepassing,

          • bankrekeningnummer waarop de toelage gestort mag worden,

          • de details betreffende de gevraagde toelage, zijnde:
            • Datum interventie
            • Katnummer, uitgevoerde ingreep en toelage voor de ingreep voor de dierenartsen
            • Vanglocatie en aantal kittens voor de Vereniging voor Dierenwelzijn

          Het college van burgemeester en schepenen zal na controle van het aanvraagdossier door de bevoegde ambtenaar al dan niet zijn goedkeuring verlenen tot uitbetaling van de toelage.  Na goedkeuring van de toelage door het college van burgemeester en schepenen wordt de toelage binnen een periode van 30 kalenderdagen uitbetaald.

           

          Artikel 5 - voorwaarden/beoordelingscriteria

          Elke aanvraag zal getoetst worden aan de hand van volgende voorwaarden/beoordelingscriteria:

          • hoofdstuk 1: toepassingsgebied
            • §1. De toelage kan enkel en alleen uitgekeerd worden aan een dierenarts die een sterilisatie, een castratie of een euthanasie heeft uitgevoerd op zwerfkatten die werden gevangen op het grondgebied van de stad Aarschot.

            • §2. In afwijking op §1 kan in het kader van socialisering van zwerfkittens bij opvanggezinnen verbonden aan een Vereniging voor Dierenwelzijn waarmee de stad Aarschot een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten, de toelage worden uitgekeerd aan deze Vereniging voor Dierenwelzijn. Deze Vereniging betaalt hiervan de dierenartsen die voor haar de ingrepen uitvoeren.

          • hoofdstuk 2: lenen van vangkooien en vangen van zwerfkatten

            • §1. Indien een inwoner van de stad Aarschot zwerfkatten wenst te vangen in het kader van het zwerfkattenproject, dient hij/zij dit vooraf bij de dienst leefmilieu te melden. De medewerkers van deze dienst kunnen een eerste controle uitvoeren op de locatie waar de zwerfkatten gevangen zullen worden.

            • §2. Inwoners kunnen bij de dienst leefmilieu van de stad Aarschot, in het kader van het zwerfkattenproject, een vangkooi en overzetkooi(en) ontlenen mits betaling van een waarborg. Deze waarborg wordt vastgesteld op 40,- € per vangkooi.Het ontlenen van de kooien wordt geregeld door het gebruiksreglement uitlenen van kattenvangkooien als in bijlage aan voorliggend besluit gevoegd.

            • §3. De dieren dienen ten allen tijde gevangen te worden op een diervriendelijke wijze, opdat geen enkel lijden zou kunnen veroorzaakt worden.

            • §4. De door een inwoners opgezette kooi moet na maximaal 12 u worden gecontroleerd op vangst. Indien een controle niet mogelijk is, mag de inwoner de kooi niet opstellen. Kooien mogen niet opgesteld worden indien er binnen de 12 uren geen contact kan genomen worden met de milieudienst, bijvoorbeeld omwille van feestdagen of weekends.

            • §5. Indien er huiskatten worden gevangen, moeten de gevangen dieren onmiddellijk worden vrijgelaten.

            • §6. Een inwoner kan de keuze maken om zelf in te staan voor de behandeling van de zwerfkatten die worden gevangen op zijn eigendom. In dit geval neemt de inwoner rechtstreeks contact op met een dierenarts van zijn keuze. De inwoner draagt in dit geval zelf de kosten voor de behandeling van de gevangen dieren. Voor deze dieren kunnen de dierenartsen (of verenigingen actief in de dierenbescherming) geen subsidie verkrijgen.                                                                                                                                                                                                                                                                                                            

            • §7. Wanneer de inwoner om één of andere reden niet in staat is de zwerfkatten te vangen kan de stad Aarschot beroep doen op een Vereniging voor Dierenwelzijn waarmee ze een samenwerkingsovereenkomst heeft, om kosteloos de katten te vangen en te transporteren naar en van de dierenarts.

          • hoofdstuk 3: registratie
            • §1. Nadat de inwoner of de vereniging voor dierenwelzijn de zwerfkatten heeft gevangen in het kader van het project, neemt hij/zij contact op met de dienst Leefmilieu: er wordt voor elk gevangen dier een uniek volgnummer toegekend. Er wordt de inwoner toegelicht bij welke sterilisator hij de gevangen dieren kan aanleveren;                                                                                                                                                                          
            • §2. De persoonsgegevens van de melder, de hem toegekende volgnummers voor katten en de aangewezen dierenarts, worden in de registers van de dienst Leefmilieu ingeschreven. De melder neemt contact met de aangewezen dierenarts, geeft de unieke volgnummers door en spreekt af wanneer de kat gebracht mag worden. De kat moet binnen de 12 uren naar de dierenarts gebracht worden.De melder staat zelf in voor het vervoer van de dieren naar de dierenarts en voor het terugbrengen van de dieren naar de plaats waar ze werden afgevangen.
          •  hoofdstuk 4: handelingen door dierenartsen of verenigingen werkzaam in dierenbescherming die aanspraak wensen te maken op een toelage voor sterilisatie, castratie of euthanasie van zwerfkatten:
            •  §1.De behandelende dierenarts controleert of het van de inwoner ontvangen dier al dan niet een zwerfkat is. Hij/zij controleert of de kat een chipnummer heeft en, of de kat geregistreerd is. De dierenarts voert enkel heelkundige ingrepen uit op zwerfkatten. Geïdentificeerde katten worden beschouwd als huiskatten. Indien wordt vastgesteld dat het een huiskat betreft of indien er twijfel bestaat of het gevangen dier een huiskat of zwerfkat is, dient de dierenarts de dienst leefmilieu hiervan onverwijld in kennis te stellen. Hij/zij deelt de dienst leefmilieu het unieke volgnummer mee, waarna deze besluit om de kat uit te sluiten uit het sterilisatieproject. Dit teneinde huiskatten te beschermen of misbruik te voorkomen. De dienst leefmilieu kan ten alle tijde beslissen een kat opgenomen in het zwerfkattenproject op een andere plaats dan de vangplaats uit te zetten of ter adoptie aan te bieden.  Katten die door verenigingen voor dierenwelzijn bestemd worden voor adoptie kunnen niet in het kader van het project gesteriliseerd of gecastreerd worden. Hiervan kan enkel afgeweken worden onder de bepalingen in hoofdstuk 4, §7 van dit besluit.
            • §2.Na het vangen van de kat gaat de dierenarts na of deze gezond genoeg is voor sterilisatie en terugplaatsen zonder gevaar voor de zwerfkattenpopulatie. Hiervoor ondergaat de kat een klinisch onderzoek
            • §3. De sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten dienen steeds uitgevoerd te worden conform al de bestaande wetten en reglementen op diergeneeskundige handelingen (o.m. de uitoefening van de diergeneeskunde, de wet op dierenbescherming). Een sterilisatie/castratie moet steeds uitgevoerd worden door een dierenarts, onder volledige anesthesie en met inachtneming van de gangbare regels voor hygiëne bij operatieve ingrepen. De operatiewonde moet gehecht worden met resorbeerbare huidhechtingen om te voorkomen dat hechtingen achteraf nog verwijderd moeten worden. Na de operatie moet een driehoek uit de onderrand van de oorschelp geknipt worden om de geopereerde katten herkenbaar te maken zodat ze geen tweede maal behandeld worden. Van de oorknip kan enkel afgeweken worden voor kittens onder de bepalingen in hoofdstuk 4, §7 van dit besluit. Voor het welzijn van de katten wordt bij de operatie een injectie met een pijnstiller/ontstekingsremmer en een injectie met antibiotica toegediend.
            • §4. Na de operatie dienen de katten gehospitaliseerd te worden met de nodige verzorging om onderkoeling en infectie van de operatiewonde te voorkomen. De dieren mogen enkel terug worden uitgezet wanneer al hun reflexen terug in orde zijn.
            • §5.In uitzonderlijke gevallen kan om medische redenen euthanasie worden uitgevoerd. Deze beslissing wordt overgelaten aan de deskundigheid van de dierenarts. De reguliere ophaling en/of verwijdering van het kadaver is ten laste van de dierenarts.
            • §6.De dierenarts brengt de inwoner op de hoogte van het einde van de behandeling opdat deze de zwerfkatten terug zou kunnen uitzetten op de plaats waar deze gevangen werden. Indien de inwoner geen gehoor geeft aan deze oproep, stelt de sterilisator onverwijld de dienst Leefmilieu hiervan in kennis;
            • §7. Verwilderde zwerfkittens jonger dan 10 weken kunnen in onderling overleg met de stad Aarschot door de Vereniging voor Dierenwelzijn tijdelijk bij opvanggezinnen geplaatst worden met het oog op socialisering. Deze kittens kunnen bij geslaagde socialisering ter adoptie worden aangeboden na ontwormen, ontvlooien, chippen, registreren en vaccineren op kosten van de Vereniging voor Dierenwelzijn. De sterilisatie/castratie van deze kittens valt onder de toelagevoorwaarden van dit besluit. In dit geval kunnen de kittens gesteriliseerd/gecastreerd worden door een dierenarts die samenwerkt met de Vereniging voor Dierenwelzijn. De stad Aarschot behoudt zich het recht voor hierop controles uit te voeren


          Artikel 6 - bedrag

          Het subsidiebedrag wordt vastgesteld op:

          • Voor sterilisatie/ castratie van cryptorch*:113.30 € per gesteriliseerde kattin/ gecastreerde cryptorch;
          • Voor castratie: 65.10 € per gecastreerde kater;
          • Voor euthanasie:65.10 € per geëuthanaseerde kat.
          • Voor de sterilisatie/castratie van zwerfkittens opgevangen in opvanggezinnen van Verenigingen voor dierenwelzijn in het kader van hoofdstuk 3,§4 bedraagt het subsidiebedrag 46.00 €.

          De subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd en afgerond naar het hoger liggende tiende van de eenheid (€). Voor de indexatie wordt rekening gehouden met de gezondheidsindex op 31 januari van het lopende jaar ten opzichte van deze van 31 januari 2018.
          *Een cryptorch is een kater met een verborgen teelbal in de buikholte.

            

          Artikel 7 - controle/sancties

          Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de verdere uitwerking en de controle op de aanwending van de toelage overeenkomstig de bepalingen van de beslissing van de gemeenteraad van 10.03.2022 houdende goedkeuring van het reglement 'controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen'

          Het college van burgemeester en schepenen kan de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen in de gevallen waarbij:

          • één of meer bepalingen van het reglement niet werden nageleefd;
          • onjuiste of onvolledige gegevens werden meegedeeld.

          Het stadsbestuur kan na afloop van de activiteiten bewijsstukken opvragen om de effectieve kosten vast te stellen. Indien de bewijsstukken onjuist of onvolledig zijn, kan het stadsbestuur de subsidie of een gedeelte ervan terugvorderen en/of toekomstige subsidiëring uitsluiten.

           

          Artikel 8 - inwerkingtreding

          Het huidige reglement is van toepassing van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031.

        • Reglement en retributie op de terbeschikkingstelling van gemeentelijke volkstuinpercelen 'Orleanstoren' 2026 - 2031

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          De gemeenteraad stemt in met het reglement en de retributie op de terbeschikkingstelling van gemeentelijke volkstuinpercelen 'Orleanstoren' 2026 - 2031.

          Toelichting

          De gemeenteraad keurde op 12.12.2019 het reglement op de terbeschikkingstelling van gemeentelijke volkstuinpercelen 'Orleanstoren', inclusief retributie op de terbeschikkingstelling voor de periode 01.01.2019 tot en met 31.12.2025, goed.

           

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voornoemde beslissing integraal te hernemen voor de periode 2026 - 2031.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          Feiten, context en motivering

          Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 12.12.2019 houdende goedkeuring van het reglement op de terbeschikkingstelling van gemeentelijke volkstuinpercelen 'Orleanstoren', inclusief retributie op de terbeschikkingstelling voor de periode 01.01.2019 tot en met 31.12.2025;

           

          Overwegende dat het noodzakelijk is dat voornoemde beslissing integraal hernomen wordt voor de periode 2026 - 2031;

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Resultaat: Met 26 niet gestemd
          Besluit

          Artikel 1. Algemeen 

          Dit reglement regelt de terbeschikkingstelling van de volkstuinpercelen en berging van het stadsbestuur Aarschot, Ten Drossaarde 1, 3200 Aarschot.

          De volkstuinpercelen en berging bevinden zich langsheen de Geetsstraat z/n te 3200 Aarschot, kadastraal gekend als 2de afd. sectie E nrs. 0077 B en 0079.

          De gronden worden opgedeeld in 77 volkstuinpercelen (niet-limitatief aantal) met elk een individuele oppervlakte van 30 m2.

          Dit besluit regelt de terbeschikkingstelling van de volkstuinen binnen de kadastrale percelen:

          1. 2de afd. sectie E nr. 0077 B met oppervlakte 2.580 m2;
          2. 2de afd. sectie E nr. 0079 met oppervlakte 4.950 m2.

           

          Dit reglement geldt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.

          Artikel 2. Toekenning van een volkstuinperceel

          §1. Algemeen


          De volkstuinpercelen worden door de stad Aarschot ter beschikking gesteld aan kandidaat-volkstuinders.

          De volgende personen komen in aanmerking voor het in gebruik nemen van een volkstuinperceel:

          • de kandidaat-volkstuinder is gedomicilieerd binnen het grondgebied Aarschot;
          • de kandidaat-volkstuinder beschikt bij voorkeur niét over een eigen tuin: aan kandidaat-volkstuinders met een buitenruimte van het thuisadres (domicilieadres) minder dan 100 m² wordt voorkeur gegeven.

          De kandidaat-volkstuinder stelt zijn kandidatuur bij de dienst Leefmilieu van de stad Aarschot. De kandidatuur wordt door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld.

          Na indiening van de aanvraag tot gebruik van een volkstuinperceel komt de kandidaat-volkstuinder op een wachtlijst.

          De definitieve toekenning tot gebruik wordt afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.

          Het aanvaarden, weigeren en uitsluiten van volkstuinders valt exclusief onder de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.

          Er kan maar 1 vergunning tot toekenning per domicilieadres afgeleverd worden. Per kandidaat-volkstuinder mag er maximaal een oppervlakte van 90 m2 in gebruik genomen worden.

          De vergunninghouder mag vrij gebruik maken van de op de volkstuinen aanwezige handpompen (watervoorziening).


          §2. Wachtlijst

          Elke aanvraag wordt naar chronologie op een wachtlijst geplaatst d.i. volgens datum van aanvraag.

          Bij het vrijkomen van een volkstuinperceel wordt de kandidaat-volkstuinder die bovenaan de wachtlijst staat gecontacteerd. Indien deze kandidaat-volkstuinder het volkstuintje wenst te gebruiken, zal de dienst leefmilieu voor de verdere administratieve afhandeling zorgen en de definitieve toekenning voorleggen aan het college van burgemeester en schepenen.

          De toekenning van de volkstuinpercelen gebeurt jaarlijks, óf bij het vrijkomen van een volkstuinperceel.


          §3. Gebruiksvergoeding en betalingsmodaliteiten

          Om volkstuinder te worden en te blijven moet een jaarlijkse retributie worden betaald. 

          Het basisbedrag van deze retributie bedraagt 20 euro per in gebruik genomen perceel met een oppervlakte van 30 m2.

          Voor inwoners die behoren tot de maatschappelijk kwetsbare doelgroep - deze gedomicilieerde natuurlijke persoon heeft een gezamenlijk belastbaar inkomen dat lager ligt dan 29.600 euro voor het aanslagjaar voorafgaand aan het jaar dat deze persoon zich kandidaat stelt als volkstuinder, en per persoon ten laste mag 1.510 euro bijgeteld worden - worden volgende sociale tarieven gehanteerd voor de periode van 1 januari 2026 t/m 31 december 2031:

          • Het basisbedrag van deze retributie bedraagt 10 euro voor het 1ste in gebruik genomen perceel met een oppervlakte van 30 m2.
          • Additioneel wordt er 15 euro per extra in gebruik genomen perceel met een oppervlakte van 30m2 aangerekend.


          Het totale bedrag van deze retributie dient na ontvangst van de factuur betaald door overschrijving op het rekeningnummer van het stadsbestuur Aarschot.

          De dienst leefmilieu staat in voor de facturatie van de verschuldigde retributie.

          Indien de initiële betalingstermijn wordt overschreden:

          • wordt het dossier van de kandidaat-volkstuinder afgesloten en de toekenning voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen voor intrekking. Bij besluit tot intrekking van de toekenning wordt de retributie oninbaar gesteld.
          • wordt het volkstuinperceel - na intrekking toekenning - vrijgesteld en kan dit volkstuinperceel aan een volgende kandidaat-volkstuinder worden toegekend.


          §4. Termijnen en opzegmodaliteiten


          De volkstuinpercelen worden voor een termijn van telkens één jaar toegekend die telkens aanvangt op 1 februari. Deze periode wordt in normale omstandigheden automatisch verlengd voor perioden van telkens één jaar (telkens eindigend de laatste dag van januari).

          Een toekenning kan maximaal 2 maal worden verlengd.

          Na 3 jaar dient de volkstuinder zich opnieuw kandidaat te stellen en een nieuwe aanvraag in te dienen.

          De volkstuinder kan de ingebruikname opzeggen per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs meedelen aan het stadsbestuur Aarschot.

          De opzegging dient vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan de beëindiging tegen ontvangstbewijs betekend worden.

          §5. Overdracht van een toekenning

          De vergunning tot toekenning is strikt persoonlijk en kan enkel worden overgedragen aan natuurlijke personen die op het moment van de aanvraag tot overdracht geregistreerd samenwonen.

          Een aanvraag tot overdracht dient te gebeuren bij de dienst leefmilieu van het stadsbestuur Aarschot.

          Volkstuinen waarvoor geen overdracht mogelijk is, worden vrijgesteld en kunnen aan een volgende kandidaat - volkstuinder worden toegekend.

          Artikel 3. Gebruiksvoorwaarden volkstuinen 'Orleanstoren'

          §1. Algemene gebruiksvoorwaarden


          Een volkstuinder neemt het aan hem toegekende volkstuinperceel persoonlijk in gebruik.

          De volkstuinder moet het hem toegekende volkstuinperceel beheren als een goede huisvader, d.w.z. op regelmatige basis en over heel zijn oppervlakte verzorgen en vrij houden van onkruid, ziekten en insecten. Alles wat rommelig en verwaarloosd aandoet moet stellig vermeden worden.

          De volkstuinder zal op aanwijzing van de bevoegde toezichthoudende ambtenaren of op aangeven van de binnen de volkstuinraad aangeduide toezichters de noodzakelijk uit te voeren onderhoudswerken uitvoeren aan het hem toegekende perceel.

          De volkstuinder past de principes van het ecologisch tuinieren toe.  Dat impliceert o.m. dat hij geen chemische bestrijdingsmiddelen en/of chemische meststoffen zal gebruiken.

          De volkstuinder zal bij het gebruik en onderhoud van het toegekende volkstuinperceel de andere gebruikers niet benadelen. Hij zal zich altijd gedragen in goede verstandhouding met de andere volkstuingebruikers.

          Elke volkstuinder mag gebruik maken van de bergingen voorzien in het gemeenschappelijke gebouw aan de Geetsstraat. Het beheer van het gebouw ligt bij de Volkstuinraad. De volkstuinder kan gebruik maken van een locker in dit gebouw. De volkstuinder staat zelf in voor een slot voor de locker.

          De volkstuinder moet het hem toegekende perceel voor minstens 80 % van de oppervlakte aanwenden voor de teelt van groenten, kruiden, sierstruiken, bloemen of fruit in struikvorm naar keuze. De opbrengsten uit deze tuin zijn voor eigen gebruik en zonder economisch oogmerk.

          De paadjes binnen een toegekend volkstuinperceel moeten onverhard of in gras zijn.

          Het tuinafval afkomstig van de volkstuinpercelen moet door de volkstuinder tot compost worden verwerkt op de lokale composthoek. Er mag geen afval ter plaatse verbrand worden. Een zone voor niet wenselijk of niet composteerbaar organisch afval zal op het gemeenschappelijke perceel voorzien worden.

          §2. Verbodsbepalingen

          Het is verboden:

          1. bijkomende constructies, verplaatsbaar of niet, zoals bergplaatsen, caravans, tenten, strandhuisjes, serres, … aan te brengen: enkel tijdelijke tunnelserres met een maximale hoogte van 2,50 meter en een maximale oppervlakte van 10 vierkante meter zijn toegestaan, en dit voor een maximaal aaneengesloten termijn van 6 maanden (van ... tot ...);
          2. de aard en het niveau van de bestaande bodem aanmerkelijk te wijzigen: er mag geen verhoging of verlaging van het maaiveld worden gerealiseerd;
          3. om hoogstammen of laagstammen aan te planten of sierstruiken een hoogte van 2 meter te laten overschrijden;
          4. kruinen, takken of andere aanplantingen over een naburig perceel te laten hangen, kruipen;
          5. in of op de bodem verhardingen (vb. klinkers, steenslag, e.a.) of constructies aan te brengen;
          6. neerhof- en andere dieren te houden;
          7. chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken;
          8. afval te verbranden of vuurtjes te maken;
          9. voor het onderhoud gebruik te maken van om het even welk materiaal met hulpmotor, m.u.v. hakselaar;
          10. samenkomsten of evenementen met externen te organiseren of te barbecueën op het volkstuinperceel, tenzij deze worden georganiseerd binnen de algemene werking van het volkstuinproject;
          11. geluid van geluidsdragers als radio’s, cd-spelers, MP3-spelers en dergelijke ten gehore te brengen zodoende dat dit storend is voor de overige volkstuinders. Het gebruik van oortelefoons om tijdens de aanwezigheid in de tuin naar de radio of naar muziek luisteren is wel toegelaten.


          §3. Onderhoud van de gemeenschappelijke delen en berging


          De volkstuinders zullen samen en in overleg met de volkstuinraad en de diensten van het stadsbestuur instaan voor de netheid van de door hun gebruikte gemeenschappelijke delen en berging.

          §4. Einde toekenning

          Op het einde van de periode van toekenning moet de volkstuinder de gronden op ordentelijke wijze nalaten, d.i. vrij van enige begroeiing, restmaterialen, constructies of hulpmiddelen. De volkstuinder mag geen aanspraak maken op een vergoeding wegens schade die zou veroorzaakt worden door het verkopen, het weghalen van gewassen of restmaterialen die nog op het perceel aanwezig waren.

          Artikel 4. Verzekering

          Het stadsbestuur sluit een algemene verzekering tegen brand af.  In deze verzekering is de vergoeding voor schade aan naburen inbegrepen, doch niet de verzekering van de op de volkstuinpercelen of in de berging gestalde inboedel van de volkstuinders.

          Artikel 5. Toezicht

          Het stadsbestuur Aarschot behoudt zich het recht voor om te allen tijde toezicht uit te oefenen op het gebruik en de netheid van het ter beschikking gestelde volkstuinperceel.

          De volkstuinder dient zich te richten naar de onderrichtingen van de afgevaardigde toezichthouder(s). Als afgevaardigde toezichthouders treden op de personeelsleden van de dienst leefmilieu.

          De volkstuinraad mag 2 leden voorstellen die als afgevaardigde toezichters binnen de Raad van bestuur (volkstuinraad) worden aangesteld. Deze toezichters hebben een louter raadgevende rol en kunnen hun vaststellingen doorgeven aan de door het stadsbestuur Aarschot afgevaardigde toezichthouder(s).

          Artikel 6. Geschillen/schadevergoeding/aansprakelijkheid

          Het vroegtijdig beëindigen van het gebruik van het toegekende volkstuinperceel zal geen aanleiding geven tot het vorderen van enige schadevergoeding van de stad Aarschot. De volkstuinder kan bij een gemotiveerde voortijdige beëindiging geen aanspraak maken op de gehele gebruiksvergoeding of een gedeelte ervan.

          De gebruiksovereenkomst kan door het stadsbestuur Aarschot beëindigd worden:

          1. wegens het niet of laattijdig betalen van de jaarlijkse gebruiksvergoeding, zie artikel 2§3;
          2. na een schriftelijke aanmaning wegens vaststelling van een inbreuk op een of meer artikelen van dit reglement.


          Alle bestaande uitrustingen zullen jaarlijks gecontroleerd worden door het stadsbestuur Aarschot.

          Beschadigingen aan het domein of de gemeenschappelijke infrastructuur zullen aangerekend worden tegen de kostprijs voor de herstelling aan de in gebreke bevonden volkstuinder. Wie deze kosten weigert te betalen, kan onmiddellijk en zonder ingebrekestelling een opzegging krijgen van de toekenning.

          Het stadsbestuur kan onder geen voorwendsel aansprakelijk gesteld worden voor beschadigingen en/of diefstal van het persoonlijk goed van de volkstuinders, waaronder te rekenen  plantgoed, planten, zaden, meststoffen, materialen, e.d.

      • Personeel

        • Vaststelling van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge, Guido Vencken

          De gemeenteraad keurt het voorstel tot vaststelling van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel goed.  

          Toelichting

          In zitting van 11.09.2025 keurde de gemeenteraad de wijziging van de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel in het kader van de elektronische loondocumenten goed.   In het licht van het nieuwe rechtspositiebesluit en de gewijzigde HR-regelgeving, de snelle veranderingen in de arbeidsmarkt, de huidige (werk)context en hedendaagse HR-inzichten en de digitalisering was, in het kader van een modern, professioneel en mensgericht HR-beleid met oog voor flexibiliteit, betrokkenheid en wendbaarheid om te kunnen inspelen op de veranderende noden, een integrale screening en actualisatie van de rechtspositieregeling in al haar facetten aan de orde.  Voorliggend ontwerp van rechtspositieregeling, zoals gevoegd in de bijgaande bijlage, kwam tot stand na een intensief traject in nauw overleg met de betrokken diensten, actoren en partners waarbij gestreefd werd naar een evenwichtige, toekomstgerichte en juridisch correcte kaderstructuur met oog voor harmonisering en ter ondersteuning van een aangenaam werkklimaat waarin betrokkenheid en professionaliteit centraal staan.  

          Voorliggend voorstel behelst - gelet op de grootorde en het omvangrijke aanpassingskarakter - de opheffing van het onderdeel 'rechtspositieregeling' van het document 'rechtspositieregeling en arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel' met ingang van 01.01.2026 gekoppeld aan de vaststelling van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel als apart document.  Het gedeelte 'arbeidsreglement' blijft onverminderd van toepassing voor het gemeentepersoneel en staat op de planning voor actualisatie in 2026.  Het voorstel tot vaststelling van de rechtspositieregeling is principieel goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 16.10.2025 en door het managementteam op 01.12.2025.   Het dossier werd tevens voorgelegd aan en besproken met de representatieve vakorganisaties tijdens de vergaderingen van het syndicaal overleg- en onderhandelingscomité van 18.09.2025 en 23.10.2025, resulterend in een protocol van akkoord met unanimiteit.  

          Aan de gemeenteraad wordt dan ook voorgesteld om in te stemmen met voorliggend voorstel.  

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd, en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • de wet van 11.04.1994 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 07.12.2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, zoals gewijzigd; 
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 20.01.2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen, zoals gewijzigd;
          • het gemeenteraadsbesluit van 12.12.2019 houdende de vaststelling van de personeelsformatie en het organogram van stad/OCMW Aarschot, gewijzigd op 11.06.2020, 10.12.2020, 24.06.2021, 10.02.2022 en - behoudens diensten en instellingen -  22.06.2023, 21.12.2023, 20.06.2024, 13.02.2025 en 24.04.2025;
          • het gemeenteraadsbesluit van 23.06.2014 houdende de vaststelling van de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel, laatst gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 11.09.2025;
          Feiten, context en motivering

          In zitting van 11.09.2025 keurde de gemeenteraad de wijziging van de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel in het kader van de elektronische loondocumenten goed.   In het licht van het nieuwe rechtspositiebesluit en de gewijzigde HR-regelgeving, de snelle veranderingen in de arbeidsmarkt, de huidige (werk)context en hedendaagse HR-inzichten en de digitalisering was, in het kader van een modern, professioneel en mensgericht HR-beleid met oog voor flexibiliteit, betrokkenheid en wendbaarheid om te kunnen inspelen op de veranderende noden, een integrale screening en actualisatie van de rechtspositieregeling in al haar facetten aan de orde.  Voorliggend ontwerp van rechtspositieregeling,  zoals gevoegd in de bijgaande bijlage, kwam tot stand na een intensief traject in nauw overleg met de betrokken diensten, actoren en partners waarbij gestreefd werd naar een evenwichtige, toekomstgerichte en juridisch correcte kaderstructuur met oog voor harmonisering en ter ondersteuning van een aangenaam werkklimaat waarin betrokkenheid en professionaliteit centraal staan.   Het ontwerp omvat - naast actualisatiediverse  wijzigingen in nagenoeg alle delen/hoofdstukken, behoudens onder meer

          • deel 2-de loopbaan / hoofdstuk 5-de aanwerving van personen met een arbeidshandicap
          • deel 7-de toelagen, vergoedingen en sociale voordelen / hoofdstuk 2-de verplichte toelagen [eindejaarstoelage en toelage voor het waarnemen van een hogere functie] en hoofdstuk 6-de sociale voordelen [hospitalisatieverzekering]
          • deel 8-verloven en afwezigheden / hoofdstuk 6-het profylaxeverlof 

          Voorliggend voorstel behelst - gelet op de grootorde en het omvangrijke aanpassingskarakter - de opheffing van het onderdeel 'rechtspositieregeling' van het document 'rechtspositieregeling en arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel' met ingang van 01.01.2026 gekoppeld aan de vaststelling van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel als apart document. Het gedeelte 'arbeidsreglement' blijft onverminderd van toepassing voor het gemeentepersoneel en staat op de planning voor actualisatie in 2026.  Het voorstel tot vaststelling van de rechtspositieregeling is principieel goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 16.10.2025 en door het managementteam op 01.12.2025.   Het dossier werd tevens voorgelegd aan en besproken met de representatieve vakorganisaties tijdens de vergaderingen van het syndicaal overleg- en onderhandelingscomité van 18.09.2025 en 23.10.2025, resulterend in een protocol van akkoord met unanimiteit.  

          Financiële Impact/budget

          De financiële impact van de voorgestelde wijzigingen werd -  in voorkomend geval en waar mogelijk  -  geraamd en vertaald binnen de personeelsbegroting van het meerjarenplan 2026 - 2031.    De concrete opvolging wordt voorzien door de personeelsdienst in functie van de reële situatie en toepassing met het oog op de eerstvolgende aanpassing(en) van het meerjarenplan 2026-2031.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1

          Het onderdeel 'rechtspositieregeling' van het document 'rechtspositieregeling en arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel' wordt opgeheven met ingang van 01.01.2026. 


          Artikel 2

          Het gedeelte 'arbeidsreglement' van het document 'rechtspositieregeling en arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel' blijft onverminderd van toepassing.   

           

          Artikel 3

          De rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel wordt vastgesteld - als apart document - zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit.

        • Vaststelling van de aanpassingen aan de personeelsformatie en het organogram van stad/OCMW Aarschot, behoudens diensten en instellingen

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad keurt de aanpassingen aan de personeelsformatie en het organogram van stad/OCMW Aarschot, behoudens diensten en instellingen, goed.

          Toelichting

          In vergadering van 24.04.2025 keurde de gemeenteraad de aanpassingen aan de personeelsformatie (behoudens voor de diensten en instellingen) en het organogram van stad/OCMW Aarschot goed. De personeelsformatie en het organogram worden op regelmatige basis getoetst aan de noden en behoeften van onze organisatie met het oog op het realiseren van de beleidsdoelstellingen in het meerjarenplan en in het belang van de verdere uitbouw van de organisatiebeheersing.   

          In het licht van de huidige (werk)context, het hedendaagse verwachtingspatroon, de snel wijzigende (overheids)reglementering en de digitalisering was, in het kader van een modern, professioneel en mensgericht HR-beleid met oog voor flexibiliteit, betrokkenheid en wendbaarheid om te kunnen inspelen op de veranderende noden, een grondige  actualisatie en afstemming ter zake in overeenstemming met de praktijk aan de orde.  Voorliggend ontwerp, zoals gevoegd in de bijgaande bijlage, kwam tot stand na een intensief traject in nauw overleg met de betrokken diensten, actoren en partners waarbij gestreefd werd naar een evenwichtig en toekomstgericht kader met oog voor harmonisering en ter ondersteuning van een aangenaam werkklimaat waarin betrokkenheid en professionaliteit centraal staan.  Het ontwerp is maximaal afgestemd op de strategische doelen van het bestuur en op de behoeften van medewerkers en organisatie, is gebaseerd op een onderbouwde omgevingsanalyse en sluit aan bij de budgettaire mogelijkheden.

          Voorliggend voorstel is principieel goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 21.11.2025 en 05.12.2025 en door het managementteam op 01.12.2025 en 16.12.2025.   Het dossier werd tevens voorgelegd aan en besproken met de representatieve vakorganisaties tijdens de vergadering van het syndicaal overleg- en onderhandelingscomité van 09.12.2025.

          Aan de gemeenteraad wordt dan ook voorgesteld om in te stemmen met voorliggend voorstel.  

           

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 20.01.2023 tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen, zoals gewijzigd;
          • het gemeenteraadsbesluit van 12.12.2019 houdende de vaststelling van de personeelsformatie en het organogram van stad/OCMW Aarschot, gewijzigd op 11.06.2020, 10.12.2020, 24.06.2021, 10.02.2022 en - behoudens diensten en instellingen -  22.06.2023, 21.12.2023, 20.06.2024, 13.02.2025 en 24.04.2025;
          • het gemeenteraadsbesluit van 23.06.2014 houdende de vaststelling van de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel, laatst gewijzigd bij gemeenteraadsbesluit van 11.09.2025;
          Feiten, context en motivering

          In vergadering van 24.04.2025 keurde de gemeenteraad de aanpassingen aan de personeelsformatie (behoudens voor de diensten en instellingen) en het organogram van stad/OCMW Aarschot goed. De personeelsformatie en het organogram worden op regelmatige basis getoetst aan de noden en behoeften van onze organisatie met het oog op het realiseren van de beleidsdoelstellingen in het meerjarenplan en in het belang van de verdere uitbouw van de organisatiebeheersing.   

          In het licht van de huidige (werk)context, het hedendaagse verwachtingspatroon, de snel wijzigende (overheids)reglementering en de digitalisering was, in het kader van een modern, professioneel en mensgericht HR-beleid met oog voor flexibiliteit, betrokkenheid en wendbaarheid om te kunnen inspelen op de veranderende noden, een grondige  actualisatie en afstemming ter zake in overeenstemming met de praktijk aan de orde.  Voorliggend ontwerp, zoals gevoegd in de bijgaande bijlage, kwam tot stand na een intensief traject in nauw overleg met de betrokken diensten, actoren en partners waarbij gestreefd werd naar een evenwichtig en toekomstgericht kader met oog voor harmonisering en ter ondersteuning van een aangenaam werkklimaat waarin betrokkenheid en professionaliteit centraal staan.  Het ontwerp is maximaal afgestemd op de strategische doelen van het bestuur en op de behoeften van medewerkers en organisatie, is gebaseerd op een onderbouwde omgevingsanalyse en sluit aan bij de budgettaire mogelijkheden.

          Voorliggend voorstel is principieel goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 21.11.2025 en 05.12.2025 en door het managementteam op 01.12.2025 en 16.12.2025.   Het dossier werd tevens voorgelegd aan en besproken met de representatieve vakorganisaties tijdens de vergaderingen van het syndicaal overleg- en onderhandelingscomité van 09.12.2025.

          Financiële Impact/budget

          De financiële impact van de voorgestelde wijzigingen werd - behoudens uitzondering - vertaald binnen de personeelsbegroting van het meerjarenplan 2026 - 2031.  In voorkomend geval zullen de betreffende aanpassingen - zoals opgenomen in de bijgaande bijlage 1 - genoteerd worden voor opname bij de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan 2026-2031.  

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Tegenstanders: Petra Vanlommel, Thomas Salaets
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 15 stemmen voor, 2 stemmen tegen, 10 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1

          De aanpassingen aan de personeelsformatie en het organogram van stad/OCMW Aarschot behoudens diensten en instellingen, zoals gevoegd in bijlage 1 bij dit besluit, worden goedgekeurd. 

           

          Artikel 2

          Het aangepaste organogram van stad/OCMW Aarschot zoals toegevoegd in bijlage 2 (schematische voorstelling) met bijhorende detailoverzicht - behoudens diensten en instellingen - in bijlage 3 (detailoverzicht) bij dit besluit, waarbij ook de betrekkingen zijn opgenomen waaraan het lidmaatschap van het managementteam is verbonden, wordt goedgekeurd.

           

          Artikel 3

          De aangepaste personeelsformatie en het geactualiseerd uitdovend kader van stad/OCMW Aarschot worden vastgesteld zoals gevoegd in bijlage 4 bij dit besluit. 


          Artikel 4

          De personeelsformatie van het kabinetspersoneel ter ondersteuning van het college van burgemeester en schepenen is gevoegd in bijlage 5 bij dit besluit.

      • Secretariaat

        • Belasting op de afgifte van omgevingsvergunningen - 2026

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op de afgifte van omgevingsvergunningen voor het aanslagjaar 2026.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

           

          • het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en de uitvoeringsbesluiten van 13 februari 2015 en 27 november 2015;
          • de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 (VCRO) en de uitvoeringsbesluiten;
          • het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM);
          • de bijlage bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II);
          Feiten, context en motivering

          Overwegende dat door het decreet betreffende de omgevingsvergunning één enkele procedure is ingesteld wat betreft de vergunningsplicht of de meldingsplicht voor zowel de stedenbouwkundige handelingen en de verkavelingen (bedoeld in de artikelen 4.2.1, 4.2.2 en 4.2.15 van de VCRO) als voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste, de tweede of de derde klasse (bedoeld in de artikelen 5.2.1 van het DABM);

           

          Overwegende dat het artikel 5 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning de projecten vermeldt die op grond van respectievelijk het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), ofwel vergunningsplichtig ofwel meldingsplichtig zijn;

           

          Overwegende dat het gerechtvaardigd voorkomt om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen voor de gemeentelijke inzet van middelen bij de behandeling van vergunningsaanvragen en meldingen in het kader van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 17 stemmen voor, 10 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit

          Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een gemeentebelasting gevestigd op het afleveren door het college van burgemeester en schepenen of de bestendige deputatie (in geval van klasse 1-inrichting of in geval van beroepsprocedure) van een omgevingsvergunning/melding voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting, voor het verkavelen van gronden of bijstelling van de verkaveling, voor bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, voor de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, voor de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur en stedenbouwkundig attest/inlichtingen.

           

          Artikel 2. belastingplichtige

          De belasting is verschuldigd door de aanvrager van een omgevingsvergunning/melding voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting, voor het verkavelen van gronden of bijstelling van de verkaveling, voor bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, voor de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, voor de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur en stedenbouwkundig attest/inlichtingen.

           

          Artikel 3. berekeningsgrondslag en tarief

          De belasting op afgifte aan de aanvrager van het besluit van het college van burgemeester en schepenen of het besluit van de bestendige deputatie (in geval van klasse 1-inrichting of in geval van beroepsprocedure) wordt vastgesteld als volgt:

           

          aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, of aanvraag tot bijstelling van de verkaveling

           

          312 euro

          supplement (in geval van vergunning) per bijkomend/nieuw lot en per bijkomende/nieuwe wooneenheid (in geval van een lot voor meergezinswoningen)

          312 euro

           

           

           

          aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie van een klasse 1- of 2-inrichting

           

          187 euro*

          * in geval van een digitaal aangevraagde omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, waarvoor de medewerking van de architect niet noodzakelijk is, bedraagt de belasting 93,50 euro i.p.v. 187 euro

          supplement in geval een openbaar onderzoek noodzakelijk is

          125 euro

          supplement (in geval van een vergunning) per bijkomende/nieuwe wooneenheid

          312 euro

          supplement in geval van een aanvraag tot exploitatie van een klasse 1-inrichting

          1560 euro

           

           

           

          melding van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een klasse 3-inrichting,

           

          verzoek bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden,

           

          melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, of

           

          vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur

           

          93,50 euro*

          * in geval de melding van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een klasse 3-inrichting, het verzoek tot bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, of de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur, digitaal wordt ingediend bedraagt de belasting 0 euro i.p.v. 93,50 euro

           

           

           

          stedenbouwkundig attest/inlichtingen

           

          93,50 euro


          Artikel 4. contantbelasting of kohierbelasting

          De belasting wordt geheven op het ogenblik van afgifte aan de aanvrager van het besluit van het college van burgemeester en schepenen of het besluit van de bestendige deputatie (in geval van klasse 1-inrichting of in geval van beroepsprocedure) van een omgevingsvergunning/melding voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting, voor het verkavelen van gronden of bijstelling van de verkaveling, voor bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, voor de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, voor de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur en stedenbouwkundig attest/inlichtingen.

          De belasting is contant te betalen. Bij gebrek aan betaling wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.

           

          Artikel 5. bezwaar

          Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

          Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.

          Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.

           

          Artikel 6. bekendmaking

          De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.

        • Belasting op de standplaatsen voor frituuruitbatingen op openbaar domein - 2026

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op de standplaatsen voor frituuruitbatingen op openbaar domein voor het aanslagjaar 2026.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
          Feiten, context en motivering

          Overwegende dat het gebruik van het openbaar domein voor commerciële activiteiten, zoals frituuruitbatingen een privaat economisch voordeel oplevert voor de exploitant;


          Overwegende dat het billijk en verantwoord is dat gebruikers die op economisch voordelige wijze gebruikmaken van het gemeentelijk openbaar domein, bijdragen tot de kosten die voortvloeien uit dit gebruik;

           

          Overwegende dat het tevens gerechtvaardigd voorkomt om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen van de op het openbaar domein gevestigde frituuruitbatingen, aangezien deze gerechten verkopen die onmiddellijk genuttigd worden, wat een extra alertheid nodig maakt van de gemeentelijke diensten, onder meer in verband met mogelijk achterlaten van verpakking en etensresten;

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit

          Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een belasting gevestigd op de standplaatsen voor frituuruitbatingen op openbaar domein.

           

          Artikel 2. belastingplichtige

          De belasting is verschuldigd door de exploitant.

           

          Artikel 3. berekeningsgrondslag en tarief

          De belasting bedraagt 162 euro per m² per frituuruitbating.

          De belasting is ondeelbaar. Ze is verschuldigd voor het ganse jaar, ongeacht de datum van aanvang of stopzetting van de exploitatie.

          Als de exploitatie slechts in de loop van het laatste kwartaal van het aanslagjaar een aanvang neemt, is er geen belasting verschuldigd.

            

          Artikel 4. kohierbelasting

          De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 5. betaling

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 6. bezwaar

          Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

          Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.

          Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.

           

          Artikel 7. bekendmaking

          De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.

        • Belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde (reclame)drukwerken en van gelijkgestelde producten - 2026

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerde (reclame)drukwerken en van gelijkgestelde producten voor het aanslagjaar 2026.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
          Feiten, context en motivering

          Overwegende dat het ongevraagd en systematisch verspreiden van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten in alle brievenbussen of op de openbare weg nadelig is voor het milieu, het volume papierafval verhoogt en bijkomende kosten van onder meer afhaling en verwerking meebrengt;

           

          Overwegende dat het gerechtvaardigd voorkomt om op de verspreiding van ongeadresseerd reclamedrukwerk een belasting te heffen;

           

          Gelet op de financiële toestand van de stad en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 17 stemmen voor, 10 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit

          Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een belasting geheven op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de stad Aarschot.


          Artikel 2. definities

          Onder reclame wordt verstaan: de aanprijzing van een handelszaak of van een verhandelbaar product of dienst via  publicaties die rechtstreeks worden uitgegeven door de adverteerder daarvan of via de aankoop van publicatieruimte in een door derden  uitgegeven publicatie en waarvan de doelstelling is een direct commercieel voordeel op te leveren aan de adverteerder.

           

          Worden niet als reclame beschouwd:

          • publicatieruimten, drukwerken en geschriften in verband met verkiezingen, politiek, filosofie, met religieus karakter.
          • jobadvertenties en vacatures;
          • advertenties die worden geplaatst namens of in opdracht van particulieren: de zogenaamde ‘zoekertjes’;
          • immoadvertenties.

           

          Onder gelijkgestelde producten worden verstaan: alle stalen of reclamedragers, door de adverteerders aangeboden, van gelijk welke aard die aanzetten tot gebruik of verbruik van het aangeprezen product of de aangeboden dienst.

           

          Onder huis-aan-huis-verspreiding wordt verstaan: het systematisch achterlaten van het drukwerk zonder adressering in de  brievenbussen van woningen, zonder dat de bestemmeling hiervoor enig initiatief heeft betoond.

           

          Artikel 3

          De belasting is verschuldigd telkenmale er een huis-aan-huis-verspreiding van reclamedrukwerk of een daarmee gelijkgesteld product plaatsvindt, met daarin minimaal 75% aan reclamevolume.

          Het reclamevolume wordt gedefinieerd als zijnde zowel het tekstuele als afgebeelde volume dat ertoe strekt aan te zetten tot het gebruik van het aangeprezen product of de aangeboden dienst.

           

          Artikel 4. belastingplichtige

          Deze belasting is in eerste instantie verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die geldt als verantwoordelijke uitgever of de verspreider van het desbetreffende drukwerk en daarmee gelijkgestelde producten.

          Indien deze niet gekend is, is de belasting verschuldigd door diegene onder wiens handelsnaam, logo of embleem, de reclame wordt gevoerd.

           

          Artikel 5. berekeningsgrondslag en tarief

          De belasting wordt vastgesteld op 0,047 euro per exemplaar.

           

          Artikel 6. vrijstellingen

          Van de belasting zijn vrijgesteld:

          • publicaties van jeugdverenigingen en scholen;
          • publicaties van publiekrechtelijke personen;
          • publicaties van socio-culturele en sportverenigingen;
          • al dan niet geplooide of geniete reclamedrukwerken met een totale maximale oppervlakte van 2 X A4-formaat (of 4 X A5-formaat, of 8 X A6-formaat).

           

          Artikel 7. aangifteplicht

          Elke belastingplichtige moet binnen de 15 dagen na elk verstreken kwartaal een aangifte indienen van de verspreiding in het desbetreffende kwartaal bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier.

          Dit betekent voor de verspreiding

          • in het eerste kwartaal, dus uiterlijk op 15 april, 
          • in het tweede kwartaal, uiterlijk op 15 juli,
          • in het derde kwartaal, uiterlijk op 15 oktober,
          • in het vierde kwartaal, uiterlijk op 15 januari van het volgende jaar.

          Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

           

          Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.


          De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.


          Artikel 8. ambtshalve vestiging

          Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.

           

          Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, wordt de belastingplichtige hiervan aangetekend verwittigd. De belastingplichtige heeft dertig dagen om schriftelijk te reageren en alsnog een aangifte in te dienen. Wanneer voor een aanslagjaar de aangifte correct wordt ingediend, wordt geen ambtshalve aanslag gevestigd. Op de ambtshalve vastgestelde belasting zal een verhoging worden toegepast.

           

          Deze ambtshalve verhoging bedraagt:

          • 10% bij een eerste overtreding;
          • 25%, 50% en 100% bij respectievelijk een tweede, derde en vierde opeenvolgende overtreding;
          • 200% vanaf een vijfde opeenvolgende overtreding.


          De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

           

          Artikel 9. kohierbelasting

          De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 10. betaling

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 11. bezwaar

          Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

          Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.

          Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.

           

          Artikel 12. bekendmaking

          De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.

        • Belasting op nachtwinkels - 2026

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op de nachtwinkels voor het aanslagjaar 2026.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

           

          • de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening;
          Feiten, context en motivering

          Overwegende dat het gerechtvaardigd is een billijke financiële tussenkomst te vragen van al wie, al dan niet gevraagd, beroep doet op de dienstverlening van de gemeente;

           

          Overwegende dat de belasting verantwoord is enerzijds door de overlast voor omwonenden die veroorzaakt wordt door de aanwezigheid van nachtwinkels en anderzijds door de kosten die gemaakt worden inzake toezicht door de politie teneinde alert te zijn voor mogelijke verstoringen van de openbare veiligheid en rust;

           

          Gelet op de financiële toestand van de stad en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 15 stemmen voor, 12 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1.  heffingstermijn en belastbaar feit

          Er worden voor het aanslagjaar 2026 een openingsbelasting en een gemeentebelasting gevestigd op nachtwinkels, gelegen op het grondgebied van Aarschot.

           

          Artikel 2. definitie

          Voor de toepassing van het reglement, moet er onder nachtwinkels verstaan worden, elke winkel die in algemene voedingswaren en huishoudartikelen handelt en tussen 18 en 7 uur open is, zoals bedoeld in de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening en ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit de wet door de nachtwinkel gerespecteerd zijn.

           

          Artikel 3. belastingplichtige

          De belasting is verschuldigd door de uitbater van de nachtwinkel.

          De eigenaar van het pand of van het deel van het pand waar de nachtwinkel gevestigd is, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

           

          Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief

          De openingsbelasting is een éénmalige belasting vastgesteld op 6.230 euro per nachtwinkel en verschuldigd bij elke opening of wijziging van uitbating van een nachtwinkel.

          De (jaarlijkse) gemeentebelasting is vastgesteld op 1.250 euro per nachtwinkel.

           

          De openingsbelasting en de (jaarlijkse) belasting zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het ganse jaar, ongeacht de datum van aanvang of stopzetting van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar.

          De (jaarlijkse) belasting is verschuldigd vanaf het jaar volgend op het jaar van opening of wijziging van uitbating van de nachtwinkel.

           

          Artikel 5. aangifteplicht

          Openingsbelasting

          Elke belastingplichtige moet ten laatste één maand na de opening een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

           

          (Jaarlijkse) belasting

          Elke belastingplichtige moet (jaarlijks) ten laatste op 1 maart van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

           

          Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.

          De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.

           

          Elke wijziging of stopzetting van economische activiteit dient onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het stadsbestuur.

           

          Artikel 6. ambtshalve vestiging

          Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.


          Artikel 7. kohierbelasting

          De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 8. betaling

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 9. bezwaar

          Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

          Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.

          Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.

           

          Artikel 10. bekendmaking

          De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.

        • Belasting op het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van markten - 2026

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van markten voor het aanslagjaar 2026.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
          • het reglement betreffende de organisatie van openbare markten en ambulante handel (zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 10 oktober 2019)
          Feiten, context en motivering

          Overwegende dat het in het gebruik nemen van het openbaar domein voor de gemeente bijkomende kosten met zich meebrengt op het vlak van veiligheid, onderhoud van het openbaar domein, afvalbeheersing, openbare netheid, verkeersveiligheid en infrastructuur;

           

          Gelet op de financiële toestand van de stad en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit

          Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een belasting gevestigd op het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van markten, tenzij deze ingebruikname het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst.

           

          Artikel 2. belastingplichtige

          De belasting is verschuldigd door de gebruiker van het openbaar domein ter gelegenheid van markten.

           

          Artikel 3. berekeningsgrondslag en tarief

          De belasting wordt vastgesteld op:

          • voor de vaste deelnemers: 2,50 euro per lopende meter ingenomen etalageruimte
          • voor de losse deelnemers: 3,40 euro per lopende meter ingenomen etalageruimte.


          Elk gedeelte van een lopende meter wordt als een volle lopende meter beschouwd.


          Ingeval van werken waardoor de marktstandplaatsen moeilijk toegankelijk zijn, kan in verhouding tot de duur der werken een halvering van de belasting worden toegekend.

          De belasting is niet verschuldigd voor acties van occasionele verkoop met niet-commercieel karakter, hiervoor is een toelating van het college van burgemeester en schepenen nodig. Deze verkopen zijn acties van verenigingen, scholen en particulieren om bijvoorbeeld culturele, sportieve, menslievende, sociale of educatieve doelstellingen te realiseren.  Deze verkopen zijn niet onderworpen aan de bepalingen die voor de ambulante handelaars gelden.

          Artikel 4. vaste deelnemers - abonnement

          Voor het verwerven van een vaste standplaats op het openbaar domein, ter gelegenheid van markten, is een abonnement vereist.

          De abonnementen worden toegekend voor onbepaalde duur. De prijs van een dergelijk abonnement wordt berekend overeenkomstig artikel 3.

          De houders van een vaste plaats ontvangen het aanslagbiljet via eBox of via de post.

           

          Artikel 5. losse deelnemers

          De gemeentelijk aangestelde marktverantwoordelijke ontvangt ter plaatse de belasting van de losse marktkramers tegen afgifte van een kwitantie. Bij niet-betaling worden deze van de markt verwezen.

           

          Artikel 6. bezwaar

          Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

          Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.

          Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.

           

          Artikel 7.

          De daartoe beëdigde aangestelden van het stadsbestuur zijn gemachtigd alle inbreuken op deze verordening vast te stellen.

           

          Artikel 8. bekendmaking

          De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.

        • Belasting op reclameborden - 2026

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op reclameborden voor het aanslagjaar 2026.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
          Feiten, context en motivering

          Overwegende dat een overvloed aan reclame zichtbaar op de openbare weg voor visuele vervuiling zorgt, en dat de stad dit wenst te beperken om aldus tot een kwalitatief straatbeeld te komen;

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 15 stemmen voor, 12 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit

          Voor het aanslagjaar 2026 wordt een belasting geheven op de reclameborden.

           

          Artikel 2. definitie

          Onder reclameborden wordt verstaan: elke constructie in onverschillig welk materiaal, geplaatst langs de openbare weg, of op een plaats in open lucht die zichtbaar is vanaf de openbare weg, waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering of door elk ander middel, met inbegrip van muren of gedeelten van muren en de omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om er een reclame op aan te brengen.

           

          Artikel 3. belastingplichtige

          De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar of gebruiker is van het reclamebord. Als er geen eigenaar of gebruiker van het bord gekend is, wordt de eigenaar van de grond of van de muur waarop het reclamebord zich bevindt, belast.

           

          Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief

          De belasting wordt vastgesteld op 62,50 euro per m². Per bord wordt elk gedeelte van een m² als een volle m² beschouwd.

          De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar.

           

          Artikel 5. vrijstellingen

          Van de belasting zijn vrijgesteld:

          • de borden, geplaatst door openbare besturen of openbare diensten, voor zover geen winstgevend doel wordt nagestreefd;
          • de borden, alleen gebruikt ter gelegenheid van wettelijk voorziene verkiezingen;
          • de publiciteitsborden van een handelsonderneming, op de plaats zelf waar die onderneming daadwerkelijk gevestigd is of uitgebaat wordt;
          • de borden die gesponsord worden ten voordele van een vereniging (bv. borden op voetbalterreinen zichtbaar van op de openbare weg).

           

          Artikel 6. aangifteplicht

          Elke belastingplichtige moet ten laatste op 31 december van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

          Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.

          De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.


          Artikel 7. ambtshalve vestiging

          Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.

           

          De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.


          Artikel 8. kohierbelasting

          De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 9. betaling

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 10. bezwaar

          Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

          Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.

          Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.

           

          Artikel 11. bekendmaking

          De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.

        • Belasting op tweede verblijven - 2026

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op tweede verblijven voor het aanslagjaar 2026.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
          Feiten, context en motivering

          Wonen moet voor elke doelgroep betaalbaar en kwaliteitsvol blijven. De stad vervult daarbij een regierol. De stad doet grote inspanningen voor een degelijke aanleg, beheer en onderhoud van haar openbaar domein en infrastructuur. Personen met een tweede verblijf in Aarschot hebben eveneens het gebruiksrecht en genot van deze infrastructuur. 

          Het is wenselijk om een bijdrage te vragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven lastens de eigenaars van woningen die niet als hoofdverblijfplaats worden aangewend;

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 17 stemmen voor, 10 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit

          Er wordt voor het aanslagjaar 2026  een gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.

           

          Artikel 2. definities

          Als tweede verblijf wordt beschouwd: elke woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitenverblijven, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans.

           

          Als tweede verblijf worden niet beschouwd:

          • de lokalen uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit;
          • de verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens, tenzij ze tenminste zes maanden van het belastingjaar opgesteld blijven om als woongelegenheid aangewend te worden;
          • de verblijven zoals vermeld op de gemeentelijke inventaris van leegstand en op de inventaris van Wonen Vlaanderen, Wonen Vlaams-Brabant m.b.t. de verkrotte en ongeschikt- en onbewoonbaar verklaarde woningen;
          • de tweede verblijven opgesteld op een reglementair erkend kampeerterrein of kampeerverblijfpark.

           

          Artikel 3. belastingplichtige

          De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.

          Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of wanneer het tijdelijk niet gebruikt wordt.

          De eigenaar is de belasting verschuldigd ongeacht het feit of hij op een ander adres in de bevolkingsregisters van de stad Aarschot is ingeschreven.

          Ingeval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder.

          Ingeval van mede-eigendom is iedere niet vrijgestelde mede-eigenaar belastingplichtige in verhouding tot zijn aandeel in het tweede verblijf. Elke niet vrijgestelde mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

           

          Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief

          De belasting bedraagt per tweede verblijf dat volgens het gewestplan Aarschot - Diest (K.B. van 7 november 1978) gelegen is:

          • in een woongebied in de ruime zin: 1.235 euro
          • buiten de woongebieden: 309 euro.

           

          Artikel 5. aangifteplicht

          Elke belastingplichtige moet ten laatste op 1 juli van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

          Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.

          De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.


          Artikel 6. ambtshalve vestiging

          Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.

           

          De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan het dubbele van de verschuldigde belasting. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

           

          Artikel 7. kohierbelasting

          De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 8. betaling

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 9. bezwaar

          Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

          Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.

          Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.

           

          Artikel 10.

          Wanneer een zelfde situatie aanleiding kan geven tot de toepassing van onderhavig belastingreglement en het belastingreglement op de kampeerverblijfparken, is alleen onderhavige verordening van toepassing.

           

          Artikel 11. bekendmaking

          De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.

        • Belasting op het ambtshalve opruimen of verwijderen van sluikstortingen door of in opdracht van de stad Aarschot - 2026

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op het ambtshalve opruimen of verwijderen van sluikstortingen door of in opdracht van de stad Aarschot voor het aanslagjaar 2026.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
          Feiten, context en motivering

          Sluikstorten op ons openbaar domein zijn een bron van ergernis.

           

          Overwegende dat voor het opruimen van sluikstorten de stad personeel en materieel moet inzetten wat kosten met zich brengt. Het is dan ook billijk hiervoor een specifieke belasting aan te rekenen aan de vervuiler.

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit

          Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een belasting geheven op het ambtshalve opruimen of verwijderen van sluikstortingen door of in opdracht van de gemeente.


          Artikel 2. belastingplichtige

          De belasting is verschuldigd door

          • iedere persoon, die afvalstoffen achterlaat, opslaat, verbrandt of stort op openbare en private wegen, plaatsen en terreinen op een wijze die niet overeenstemt met het decreet van 23 februari 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (en latere wijzigingen) en met het algemeen politiereglement van de stad Aarschot 
          • of in geval geen belastingplichtige kan worden aangeduid, iedere eigenaar van een perceel waarop afvalstoffen werden achtergelaten, opgeslagen, verbrand of gestort op een wijze die niet overeenstemt met het decreet van 23 februari 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (en latere wijzigingen) en met het algemeen politiereglement van de stad Aarschot.

           

          Artikel 3. berekeningsgrondslag en tarief

          Bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten door de gemeente wordt het bedrag van de belasting als volgt vastgesteld:

          • 0,7 euro per kilometer transport voor het ophalen en afvoeren van de afvalstoffen;
          • 53 euro per arbeidsuur en per arbeider die door de gemeente bij het opruimen van het sluikstort wordt ingezet;
          • 54 euro per uur en per ingezet voertuig (vrachtwagen, kraan, …), inclusief chauffeur;
          • 0,5 euro per kg opgeruimde afvalstoffen.


          De voormelde bedragen zijn verschuldigd per aangevangen uur en/of ingezamelde kg en/of begonnen km.

          In ieder geval bedraagt de belasting niet minder dan 585 euro.

          Bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten door derden in opdracht van de gemeente of de burgemeester wordt het factuurbedrag van deze derde, vermeerderd met een administratieve kost van 119 euro, doorgerekend aan de in artikel 2 vermelde belastingplichtige.

           

          Artikel 4. kohierbelasting

          De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 5. betaling

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 6. bezwaar

          Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

          Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.

          Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.

           

          Artikel 7.

          Een afschrift van deze beslissing wordt ter kennisgeving toegezonden aan de OVAM en het Bestuur Milieu-Inspectie (AMINAL).

           

          Artikel 8. bekendmaking

          De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.

        • Belasting op masten en pylonen 2023 - 2026 (wijziging tarief 2026)

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad keurt het gewijzigd belastingreglement voor masten en pylonen (wijziging tarieven voor het aanslagjaar 2026) goed.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige tarieven in het van toepassing zijnde belastingreglement op de masten en pylonen voor het aanslagjaar 2026 te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • de wet van 11.04.1994 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het bestuursdecreet van 7.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
           
          • de gemeenteraadsbeslissing in zitting van 20.04.2023 betreffende het gewijzigde belastingreglement op de masten en pylonen 2023-2026. 
          Feiten, context en motivering

          Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 20 april 2023 betreffende gewijzigde belastingreglement op de masten en pylonen voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026;

          • Het opleggen van deze belasting is verantwoord doordat de aanwezigheid van masten en pylonen, door hun hoogte en specifieke karakter, een vorm van visuele vervuiling betekent en als landschapsverstorend wordt ervaren wegens het doorbreken van de nog beschikbare vrije open ruimte. Tevens heeft deze aanwezigheid een negatieve invloed op de aantrekkingskracht van de stad als woonomgeving en toeristische bestemming. Omwille van deze doelstellingen is het dan ook objectief en redelijk verantwoord om enkel de masten en pylonen met een hoogte van minimaal 15 meter te belasten, gezien de hoogte een doorslaggevende invloed heeft op het storend karakter van een mast en/of pyloon.
          • Daar het aangewezen is om het gebruik van hernieuwbare energiebronnen te bevorderen, wordt er voorzien in een vrijstelling van belasting voor constructies rond windenergie of andere vormen van groene stroom. Het landschapsverstorend element wordt hier gecompenseerd door het milieuvriendelijk aspect ervan.
          • Ook de masten en pylonen tot het stellen van een exclusieve openbare hulpverlenings- en veiligheidsdienst worden vrijgesteld. Voor openbare hulpverlenings- en veiligheidsdiensten die primaire overheidstaken uitoefenen is communicatie en bereikbaarheid essentieel. Hiervoor zijn masten en pylonen een onmisbare schakel. Omwille van hun maatschappelijk belang is een vrijstelling verantwoord.
          • De masten en pylonen gebruikt door radiozendamateurs worden vrijgesteld van belasting. Deze constructies hebben eveneens een louter recreatief gebruik. Bijkomend hebben ze een maatschappelijke functie in het kader van noodcommunicatie, alsook worden deze aangewend om lokaal nieuws te verspreiden en de lokale handel te promoten. Omwille van voormelde redenen is een vrijstelling van belasting verantwoord.
          • Het is aangewezen is om in een vrijstelling te voorzien voor masten en pylonen voor louter recreatief gebruik door erkende verenigingen, aangezien deze duidelijk te onderscheiden zijn van constructies van commerciële ondernemingen. De vrijstelling wordt verantwoord door de afwezigheid van enig bedrijfsmatig aspect, alsook het maatschappelijk en sociaal belang dat verenigingen hebben in de gemeente;

           

          Gelet op het feit dat in voornoemd belastingreglement geen indexatieclausule werd opgenomen en bijgevolg de tarieven in 2024 en 2025 niet werden geïndexeerd;

           

          Overwegende dat het wenselijk is de tarieven uit dit belastingreglement aan te passen, gelet op:

          • de alsmaar stijgende uitgaven van de stad;
          • de evolutie van de lonen en de gezondheidsindex;
          • het feit dat de tarieven sinds 2023 niet meer werden aangepast;

           

          Overwegende dat om deze redenen een verhoging van de tarieven voor het aanslagjaar 2026 aangewezen is;

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 17 stemmen voor, 10 onthoudingen
          Besluit

          De beslissing van de gemeenteraad van 20.04.2023 betreffende het gewijzigde belastingreglement op de masten en pylonen voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026, wordt gewijzigd als volgt:


          Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit

          Er wordt voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de masten en pylonen geplaatst op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de stad Aarschot, in open lucht en zichtbaar vanaf de openbare weg.


          Artikel 2. definities

          Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

          • een mast: een verticale structuur die op/tegen een dak of een andere bestaande constructie is geplaatst en waarbij de hoogte van constructie en mast samen minstens 15 meter bedraagt.
          • een pyloon: een individuele verticale constructie opgericht op het niveau van het maaiveld en met een hoogte van minstens 15 meter boven het maaiveld.

           

          Artikel 3. belastingplichtige

          De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of pyloon.


          Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief

          De belasting bedraagt voor de aanslagjaren 2023 - 2025:

          • 5.000 euro per jaar per mast of pyloon.

           

          De belasting bedraagt voor het aanslagjaar 2026:

          • 5.310 euro per jaar per mast of pyloon.

           

          De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan indien de mast en/of pyloon in de loop van het aanslagjaar wordt weggenomen.


          Artikel 5. vrijstellingen en verminderingen

          De belasting is niet verschuldigd voor:

          • constructies dienstig tot de productie van windenergie of andere vormen van groene stroom;
          • constructies dienstig voor exclusief een openbare hulpverlenings- en/of veiligheidsdienst deze primaire overheidstaken omvat;
          • constructies dienstig voor exclusief recreatief gebruik door erkende verenigingen;
          • constructies dienstig voor exclusief recreatief gebruik door radiozendamateurs.


          Artikel 6. aangifteplicht

          Elke belastingplichtige moet ten laatste op 1 september van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

          Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.

          De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.

           

          Artikel 7. ambtshalve vestiging

          Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.

          De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50% van de ontdoken belasting. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

           

          Artikel 8. kohierbelasting

           De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 9. betaling

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 10. bezwaar

          Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

          Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.

          Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.

           

          Artikel 11. bekendmaking

          De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.

        • Belasting op brandstofverdeelapparaten 2023 - 2026 (wijziging tarieven 2026)

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad keurt het belastingreglement voor brandstofverdeelapparaten (wijziging tarieven voor het aanslagjaar 2026) goed.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige tarieven in het van toepassing zijnde belastingreglement op de verdeelapparaten voor autobrandstoffenbelastingreglementen voor het aanslagjaar 2026 te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

           

          • de gemeenteraadsbeslissing in zitting van 10.11.2022 betreffende de belasting op brandstofverdeelapparaten 2023 - 2026; 
          Feiten, context en motivering

          Overwegende dat het gerechtvaardigd voorkomt om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen aan de exploitanten van brandstofdistributieapparaten aangezien deze een veiligheidsrisico inhouden en de gemeente nopen tot bijzondere uitgaven;

           

          Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 10 november 2022 betreffende de belasting op brandstofverdeelapparaten voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026;

           

          Gelet op het feit dat in voornoemd belastingreglement geen indexatieclausule werd opgenomen en bijgevolg de tarieven in 2024 en 2025 niet werden geïndexeerd;

           

          Overwegende dat het wenselijk is de tarieven uit dit belastingreglement aan te passen, gelet op:

          • de alsmaar stijgende uitgaven van de stad;
          • de evolutie van de lonen en de gezondheidsindex;
          • het feit dat de tarieven sinds 2023 niet meer werden aangepast;

           

          Overwegende dat om deze redenen een verhoging van de tarieven voor het aanslagjaar 2026 aangewezen is;

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 17 stemmen voor, 10 onthoudingen
          Besluit

          De beslissing van de gemeenteraad van 10 november 2022 betreffende de belasting op brandstofverdeelapparaten voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026, wordt gewijzigd als volgt:


          Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit

          Er wordt voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de olie-, benzine- of andere brandstofverdelingsapparaten, welke op het grondgebied van de stad, langs de openbare weg, al dan niet op privé-terrein zijn opgesteld en gebruikt worden tot de publieke bevoorrading van aanrijdende auto- en motorvoertuigen.


          Artikel 2. definities

          Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

          • een brandstofverdeelapparaat: een verdeelapparaat, voorzien van een brandstofslang, voor vloeibare of gasvormige motorbrandstoffen ter bevoorrading van auto- en motorvoertuigen;
          • een groen of milieuvriendelijk brandstofverdeelapparaat: een verdeelapparaat, voorzien van een brandstofslang, voor vloeibare of gasvormige motorbrandstoffen ter bevoorrading van auto- en motorvoertuigen, ter verdeling van Ad Blue, LPG, CNG en H2;
          • een brandstofslang: een brandstofslang is de leiding waarmee de brandstof uit het verdelingsapparaat naar het voertuig geleid wordt. 


          Artikel 3. belastingplichtige

          De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de belastbare verdelingsapparaten.


          Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief

          De belasting bedraagt voor de aanslagjaren 2023 - 2025:

          • voor vaste verdeelapparaten: 1.250 euro per jaar per brandstofslang;
          • voor beweegbare verdelingsapparaten: 150 euro per jaar per brandstofslang.  

           

          De belasting bedraagt voor het aanslagjaar 2026:

          • voor vaste verdeelapparaten: 1.330 euro per jaar per brandstofslang;
          • voor beweegbare verdelingsapparaten: 160 euro per jaar per brandstofslang. 

           

          Indien er twee of meerdere brandstofslangen in hetzelfde verdelingsapparaat ingebouwd zijn, is de belasting respectievelijk 2 of meerdere malen verschuldigd.


          Artikel 5. vrijstellingen

          De belasting is niet verschuldigd voor:

          • verdelingsapparaten waarvan de brandstofslangen niet worden gebruikt voor publieke bevoorrading;
          • verdelingsapparaten geplaatst in privé-eigendommen (b.v. garages), wanneer geen enkele aanduiding naar buiten is aangebracht die wijst op brandstofverkoop en wanneer deze brandstofslangen niet worden gebruikt voor de publieke bevoorrading van aanrijdende voertuigen;
          • de groene of milieuvriendelijke brandstofverdeelapparaten.

           

          Artikel 6. aangifteplicht

          Elke belastingplichtige moet ten laatste op 1 juli van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

          Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.

          De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.

           

          Artikel 7. ambtshalve vestiging

          Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.

          De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50% van de ontdoken belasting. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

           

          Artikel 8. kohierbelasting

          De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 9. betaling

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 10. bezwaar

          Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

          Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.

          Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.

           

          Artikel 11. bekendmaking

          De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.

        • Gemeentelijke activeringsheffing 2020-2025 (aanpassing voor aanslagjaar 2025)

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Stef Van Calster, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met de aanpassing van de gemeentelijke activeringsheffing 2020-2025 voor aanslagjaar 2025.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om in het gemeenteraadsbeslissing van 12.12.2019 betreffende de gemeentelijke activeringsheffing 2020 - 2025 voor het aanslagjaar 2025 een vrijstelling te voorzien voor percelen die wegens waterproblematiek onbebouwbaar zijn.

          Deze vrijstelling sluit aan bij de doelstellingen en beginselen van het integraal waterbeleid, op basis waarvan de vergunningverlenende overheid wordt verplicht om schadelijke effecten voor het watersysteem te voorkomen, te beperken, te herstellen of te compenseren, en desgevallend de vergunning te weigeren.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

           

          • de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
          • het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid van 27 maart 2009, hierna DGP genoemd;
          • de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening, afgekort als VCRO;
          • het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018 betreffende het integraal waterbeleid.
          Feiten, context en motivering

          Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 12.12.2019 betreffende de gemeentelijke activeringsheffing 2020 - 2025;

          • De stad acht het wenselijk om potentiële woonlocaties vrij te maken en om grondspeculatie tegen te gaan. Het is wenselijk om realiseerbare onbebouwde gronden en onbebouwde kavels te activeren in de stad.
          • De invoering van een activeringsheffing laat de gemeente toe om de eigenaars van die gronden en kavels daartoe aan te sporen.
          • De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de stad en liggen in lijn met de vrijstellingen voorzien in het DGP.

           

          De stad acht het niet wenselijk om gronden die structureel waterziek zijn of die een onaanvaardbaar overstromingsrisico met zich meebrengen fiscaal te activeren. Het is daarom gepast om een vrijstelling te voorzien voor percelen die wegens waterproblematiek onbebouwbaar zijn. Deze vrijstelling sluit aan bij de doelstellingen en beginselen van het integraal waterbeleid, op basis waarvan de vergunningverlenende overheid wordt verplicht om schadelijke effecten voor het watersysteem te voorkomen, te beperken, te herstellen of te compenseren, en desgevallend de vergunning te weigeren.

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Guido Vencken
          Resultaat: Met 23 stemmen voor, 3 onthoudingen
          Besluit

          De beslissing van de gemeenteraad van 12.12.2019 betreffende de gemeentelijke activeringsheffing 2020 - 2025, wordt gewijzigd als volgt:


          Artikel 1.

          Er wordt voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025  een gemeentebelasting gevestigd op onbebouwde bouwgronden in woongebied en op de onbebouwde kavels.

           

          Artikel 2.

          Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

          1. bouwgronden: gronden, met uitsluiting van kavels, die palen aan een voldoende uitgeruste weg in de zin van artikel 4.3.5.  Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en gelegen zijn in een woongebied of in een woonuitbreidingsgebied dat reeds voor bebouwing in aanmerking komt blijkens een principiële beslissing of op grond van artikel 5.6.6 Vlaamse  Codex Ruimtelijke Ordening;
          2. kavels: de in een verkavelingvergunning van een niet vervallen verkaveling afgebakende percelen;
          3. onbebouwd: beantwoordend aan de criteria voor opname in het register van onbebouwde percelen, gesteld bij en krachtens artikel 5.6.1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Een kavel of bouwgrond wordt als bebouwd aanzien wanneer de oprichting van een woning erop is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar, overeenkomstig een stedenbouwkundige vergunning.
          4. register van onbebouwde percelen: het register vermeld in artikel 5.6.1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
          5. onbebouwbaar wegens waterproblematiek: een toestand waarin, gelet op de waterproblematiek, het perceel redelijkerwijze niet vergund kan worden voor woningbouw zonder disproportionele en/of niet-vergunbare ingrepen, en waarbij het activeren van het perceel strijdig is met de beginselen van het integraal waterbeleid en de goede ruimtelijke ordening.


          Artikel 3.

          De belasting is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de bouwgrond of kavel.

          Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de belasting verschuldigd door de erfpachter of opstalhouder.

          Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.

           

          Artikel 4.

          §1. Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op minimaal 12,50 euro per strekkende meter lengte van de bouwgrond of kavel palende aan de openbare weg.

          De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt.

          Elk gedeelte van een meter wordt als volle meter beschouwd.

          De minimale aanslag bedraagt 125 euro per bouwgrond of kavel.

           

          De in dit artikel vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemmen overeen met de index van december 2008. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat.

           

          §2. Indien een perceel paalt aan twee of meer straten zal de grootste perceellengte langsheen één van die straten als  berekeningsgrondslag in aanmerking komen. Indien het een hoekperceel betreft, wordt de langste perceellengte   evenwijdig met de openbare weg in aanmerking genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek.

           

          Artikel 5.

          §1. Zijn van de belasting vrijgesteld:

          1. de eigenaars van een enkele onbebouwde bouwgrond in woongebied of onbebouwde kavel, bij uitsluiting van enig ander onroerend goed gelegen in België of het buitenland;
          2. de sociale woonorganisaties en het investeringsfonds voor Grond- en woonbeleid voor Vlaams-Brabant, vermeld in artikel 16 van het decreet van 25 juli 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992;
          3. de bouwheren en verkavelaars, in zoverre zij overeenkomstig artikel 4.1.20 §1 DGP, een sociale last uitvoeren in natura en op voorwaarde dat de deelattesten nummer 1, 2 en 3 vermeld in artikel 4.1.20 §3 tot en met §5 DGP worden verkregen;
          4. door de overheid erkende jeugd- en sportverenigingen.

           

          §2. Een vrijstelling beperkt tot 1 onbebouwde bouwgrond in woongebied of 1 onbebouwde kavel per kind wordt tevens toegekend aan ouders met kinderen die al dan niet ten laste zijn. Deze vrijstelling wordt toegekend indien het kind op 1 januari van het aanslagjaar voldoet aan beide hiernavolgende voorwaarden:

          1. het heeft de leeftijd van 30 jaar nog niet bereikt;
          2. het heeft nog geen volle 3 jaar een onbebouwde bouwgrond in woongebied, een onbebouwde kavel of een woning in volle eigendom, alleen of met de persoon met wie het wettelijk of feitelijk samenwoont.

           

          §3. De belasting wordt niet geheven op percelen die voldoen aan de hiernavolgende voorwaarden:

          1. ze behoren toe aan dezelfde eigenaar als deze van de aanpalende bebouwde bouwgrond of kavel;
          2. ze vormen met die bebouwde bouwgrond of kavel één ononderbroken ruimtelijk geheel.    

          De vrijstelling vermeld in §3 geldt slechts voor een straatbreedte van ten hoogste 30 meter.

          Indien de belasting per vierkante meter wordt berekend, wordt de vrijstelling berekend door de vrijgestelde straatbreedte te vermenigvuldigen met de gemiddelde lengte van de onbebouwde bouwgrond in woongebied of de onbebouwde kavel.      

           

          §4. De belasting wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd:

          1. ingevolge hun inrichting als collectieve voorzieningen, met inbegrip van hun aanhorigheden;
          2. ingevolge de Pachtwet van 4 november 1969, waarbij het bewijs van de pacht door alle middelen rechtens mag worden geleverd;
          3. ingevolge hun werkelijke en volledige aanwending voor land- of tuinbouw, gedurende het hele jaar;
          4. ingevolge een bouwgrond of enige andere erfdienstbaarheid tot openbaar nut die woningbouw onmogelijk maakt;
          5. ingevolge een vreemde oorzaak die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, zoals de beperkte omvang van de bouwgrond of kavel, of hun ligging, vorm of fysieke toestand.

           

          §5. Een vrijstelling van belasting wordt verleend aan de houders van een in laatste administratieve aanleg verleende verkavelingsvergunning en dit gedurende 5 jaren te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de afgifte van de vergunning in laatste administratieve aanleg, respectievelijk, wanneer de verkaveling werken omvat, vanaf 1 januari van het  jaar dat volgt op het jaar van afgifte van het attest, vermeld in artikel 4.2.16 §2 Vlaamse Codex Ruimtelijke  Ordening, desgevallend voor die fase van de verkavelingsvergunning waarvoor het attest verleend wordt.

           

          §6. Indien sommige mede-eigenaars krachtens de bovenstaande bepalingen zijn vrijgesteld, wordt de belasting onder de overige mede-eigenaars, in verhouding tot hun deel in het perceel, verrekend.

           

          §7. De belasting wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar 2025 niet voor bebouwing kunnen worden bestemd ingevolge een waterproblematiek op de desbetreffende bouwgrond of kavel.

           

          Om te bepalen of een bouwgrond en/of kavel niet voor bebouwing in aanmerking komt wegens een waterproblematiek wordt informatief gekeken naar de volgende waterkaarten zoals vermeld in artikel 8/5 van het uitvoeringsbesluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets vermeld in artikel 1.3.1.1 van het gecoördineerde decreet van 15 juni 2018 betreffende het integraal waterbeleid:

          • kaart afbakening van de overstromingsgevoelige gebieden fluviaal;
          • kaart afbakening van de overstromingsgevoelige gebieden pluviaal.

           

          De belastingplichtige die zich op de vrijstelling wenst te beroepen, dient zelf te bewijzen dat de waterproblematiek zich in de feiten voordoet en dat de bouwgrond of de kavel ten gevolge hiervan onbebouwbaar is. De kaarten vermeld in het tweede lid zijn daarbij informatief en niet-limitatief. Het ontbreken van een aanduiding op deze kaarten sluit de vrijstelling niet uit, indien de belastingplichtige de waterproblematiek en de daaruit volgende onbebouwbaarheid op andere wijze aantoont.

          De vrijstelling wordt per aanslagjaar toegekend en is niet automatisch hernieuwbaar. Een nieuwe aanvraag met actuele bewijsstukken is vereist. Reeds ingediende stukken kunnen hergebruikt worden indien zij de actuele toestand nog representeren.


          Artikel 6.

          De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 7.

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 8.

          De belastingschuldige kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

          Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn.

          Het bezwaarschrift kan via een duurzame drager worden ingediend indien het college van burgemeester en schepenen in deze mogelijkheid voorziet.

          De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

          Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.

           

          Artikel 9.

          Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 6 (aanslagtermijnen), 7 tot en met 9bis (rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintrest, rechten en voorrechten van de schatkist, verjaring van de rechten van de schatkist) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek (betreft o.m. de verjaring en de vervolgingen) van toepassing, voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.

        • Gemeentelijke activeringsheffing - 2026

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met de gemeentelijke activeringsheffing voor het aanslagjaar 2026.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

           

          • de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
          • het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid van 27 maart 2009, hierna DGP genoemd;
          • de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening, afgekort als VCRO;
          • het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018 betreffende het integraal waterbeleid.
          Feiten, context en motivering

          De stad acht het wenselijk om potentiële woonlocaties vrij te maken en om grondspeculatie tegen te gaan. Het is wenselijk om realiseerbare onbebouwde gronden en onbebouwde kavels te activeren in de stad.

          De invoering van een activeringsheffing laat de gemeente toe om de eigenaars van die gronden en kavels daartoe aan te sporen.

          De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de stad en liggen in lijn met de vrijstellingen voorzien in het DGP.

          De stad acht het overigens niet wenselijk om gronden die structureel waterziek zijn of die een onaanvaardbaar overstromingsrisico met zich meebrengen fiscaal te activeren. Het is daarom gepast om een vrijstelling te voorzien voor percelen die wegens waterproblematiek onbebouwbaar zijn. Deze vrijstelling sluit aan bij de doelstellingen en beginselen van het integraal waterbeleid, op basis waarvan de vergunningverlenende overheid wordt verplicht om schadelijke effecten voor het watersysteem te voorkomen, te beperken, te herstellen of te compenseren, en desgevallend de vergunning te weigeren.

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Tegenstanders: Petra Vanlommel, Thomas Salaets
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 15 stemmen voor, 2 stemmen tegen, 10 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit

          Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een gemeentebelasting gevestigd op onbebouwde bouwgronden in woongebied en op de onbebouwde kavels.

           

          Artikel 2. definities

          Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

          • bouwgronden: gronden, met uitsluiting van kavels, die palen aan een voldoende uitgeruste weg in de zin van artikel 4.3.5. Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en gelegen zijn in een woongebied of in een woonuitbreidingsgebied dat reeds voor bebouwing in aanmerking komt blijkens een principiële beslissing of op grond van artikel 5.6.6 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
          • kavels: de in een verkavelingsvergunning van een niet vervallen verkaveling afgebakende percelen;
          • onbebouwd: beantwoordend aan de criteria voor opname in het register van onbebouwde percelen, gesteld bij en krachtens artikel 5.6.1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Een kavel of bouwgrond wordt als bebouwd aanzien wanneer de oprichting van een woning erop is aangevat op 1 januari van het aanslagjaar, overeenkomstig een stedenbouwkundige vergunning.
          • register van onbebouwde percelenhet register vermeld in artikel 5.6.1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
          • onbebouwbaar wegens waterproblematiek: een toestand waarin, gelet op de waterproblematiek, het perceel redelijkerwijze niet vergund kan worden voor woningbouw zonder disproportionele en/of niet-vergunbare ingrepen, en waarbij het activeren van het perceel strijdig is met de beginselen van het integraal waterbeleid en de goede ruimtelijke ordening.

           

          Artikel 3. belastingplichtige

          De belasting is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de bouwgrond of kavel. Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de belasting verschuldigd door de erfpachter of opstalhouder.

          Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.

           

          Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief

          §1. Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op minimaal 12,50 euro per strekkende meter lengte van de bouwgrond of kavel palende aan de openbare weg.

          De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt. Elk gedeelte van een meter wordt als volle meter beschouwd.

          De minimale aanslag bedraagt 125 euro per bouwgrond of kavel.

          De in dit artikel vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemmen overeen met de index van december 2008. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat.

           

          §2. Indien een perceel paalt aan twee of meer straten zal de grootste perceellengte langsheen één van die straten als berekeningsgrondslag in aanmerking komen. Indien het een hoekperceel betreft, wordt de langste perceellengte evenwijdig met de openbare weg in aanmerking genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek.

           

          Artikel 5. vrijstellingen

          §1. Zijn van de belasting vrijgesteld:

          1. de eigenaars van een enkele onbebouwde bouwgrond in woongebied of onbebouwde kavel, bij uitsluiting van enig ander onroerend goed gelegen in België of het buitenland;
          2. de woonmaatschappijen en de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;
          3. door de overheid erkende jeugd- en sportverenigingen.

           

          §2. Een vrijstelling beperkt tot 1 onbebouwde bouwgrond in woongebied of 1 onbebouwde kavel per kind wordt tevens toegekend aan ouders met kinderen die al dan niet ten laste zijn. Deze vrijstelling wordt toegekend indien het kind op 1 januari van het aanslagjaar voldoet aan beide hiernavolgende voorwaarden:

          1. het heeft de leeftijd van 30 jaar nog niet bereikt;
          2. het heeft nog geen volle 3 jaar een onbebouwde bouwgrond in woongebied, een onbebouwde kavel of een woning in volle eigendom, alleen of met de persoon met wie het wettelijk of feitelijk samenwoont.

           

          §3. De belasting wordt niet geheven op percelen die voldoen aan de hiernavolgende voorwaarden:

          1. ze behoren toe aan dezelfde eigenaar als deze van de aanpalende bebouwde bouwgrond of kavel;
          2. ze vormen met die bebouwde bouwgrond of kavel één ononderbroken ruimtelijk geheel. De vrijstelling vermeld in §3 geldt slechts voor een straatbreedte van ten hoogste 30 meter.

           

          §4. De belasting wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd:

          1. ingevolge hun inrichting als collectieve voorzieningen, met inbegrip van hun aanhorigheden;
          2. ingevolge Vlaams Pachtdecreet van 13 oktober 2023, waarbij het bewijs van de pacht door alle middelen rechtens mag worden geleverd;
          3. ingevolge hun werkelijke en volledige aanwending voor land- of tuinbouw, gedurende het hele jaar;
          4. ingevolge een bouwverbod of enige andere erfdienstbaarheid tot openbaar nut die woningbouw onmogelijk maakt;
          5. ingevolge een vreemde oorzaak die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, zoals de beperkte omvang van de bouwgrond of kavel, of hun ligging, vorm of fysieke toestand.

           

          §5. Een vrijstelling van belasting wordt verleend aan de houders van een in laatste administratieve aanleg verleende verkavelingsvergunning en dit gedurende 5 jaren te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de afgifte van de vergunning in laatste administratieve aanleg, respectievelijk, wanneer de verkaveling werken omvat, vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar van afgifte van het attest, vermeld in artikel 4.2.16 §2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, desgevallend voor die fase van de verkavelingsvergunning waarvoor het attest verleend wordt.

           

          §6. De belasting wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd ingevolge een waterproblematiek op de desbetreffende bouwgrond of kavel.

           

          Om te bepalen of een bouwgrond en/of kavel niet voor bebouwing in aanmerking komt wegens een waterproblematiek wordt informatief gekeken naar de volgende waterkaarten zoals vermeld in artikel 8/5 van het uitvoeringsbesluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets vermeld in artikel 1.3.1.1 van het gecoördineerde decreet van 15 juni 2018 betreffende het integraal waterbeleid:

          • kaart afbakening van de overstromingsgevoelige gebieden fluviaal;
          • kaart afbakening van de overstromingsgevoelige gebieden pluviaal.

           

          De belastingplichtige die zich op de vrijstelling wenst te beroepen, dient zelf te bewijzen dat de waterproblematiek zich in de feiten voordoet en dat de bouwgrond of de kavel ten gevolge hiervan onbebouwbaar is. De kaarten vermeld in het tweede lid zijn daarbij informatief en niet-limitatief. Het ontbreken van een aanduiding op deze kaarten sluit de vrijstelling niet uit, indien de belastingplichtige de waterproblematiek en de daaruit volgende onbebouwbaarheid op andere wijze aantoont.

          De vrijstelling wordt per aanslagjaar toegekend en is niet automatisch hernieuwbaar. Een nieuwe aanvraag met actuele bewijsstukken is vereist. Reeds ingediende stukken kunnen hergebruikt worden indien zij de actuele toestand nog representeren.

           

          §7. Indien sommige mede-eigenaars krachtens de bovenstaande bepalingen zijn vrijgesteld, wordt de belasting onder de overige mede-eigenaars, in verhouding tot hun deel in het perceel, verrekend.

           

          Artikel 6. kohierbelasting

          De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 7. betaling

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 8. bezwaar

          Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

          Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.

          Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.

           

          Artikel 9. bekendmaking

          De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.

        • Aanvullende belasting op de personenbelasting 2026-2031

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om de aanvullende belasting op de personenbelasting van 8% te behouden voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
           
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
          • het wetboek van inkomstenbelastingen 1992, artikelen 464 tot en met 470/2;
          Feiten, context en motivering

          Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 15 stemmen voor, 12 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1

          Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende belasting op de personenbelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

           

          Artikel 2

          De belasting wordt vastgesteld op 8 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

           

          Artikel 3

          De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het wetboek van de inkomstenbelastingen.

        • Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing 2026 - 2031

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing van 944,58 te behouden voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;

           

          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
          • het wetboek van inkomstenbelastingen 1992, artikel 464/1, 1°;
          • het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, de artikelen 2.1.4.0.2 en 3.1.0.0.4;
          Feiten, context en motivering

          Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 15 stemmen voor, 12 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1

          Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten bate van de stad Aarschot 944,58 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.

           

          Artikel 2

          De vestiging en de inning van de gemeentebelasting zal gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.

        • Retributie op het voltrekken van huwelijken

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het retributiereglement op het voltrekken van huwelijken.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).

           

          Voorgaande jaren werd voor de voltrekking van een huwelijk een belasting geheven. Vermits het hier gaat om een een tegenprestatie voor een dienst die louter in het rechtstreekse en onmiddellijke belang van de begunstigde is verleend, kunnen we echter niet spreken van een belasting maar van een retributie.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 173;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
          Feiten, context en motivering

          Het voltrekken van een huwelijk brengt voor een gemeente kosten met zich mee.

          Om de kostenneutraliteit te bewaren, voert de stad een retributie in op het voltrekken van huwelijken.

           

          Een retributie heeft volgende kenmerken:

          • Het is een tegenprestatie voor een dienst die louter in het rechtstreekse en onmiddellijke belang van de begunstigde is verleend;
          • Het bedrag dat wordt gevorderd moet overeenstemmen met de kostprijs van de geleverde dienst, of minstens in bepaalde verhouding van evenredigheid tot die kostprijs staan;
          • In principe moet de retributie zich aandienen als tegenprestatie voor een dienst waarvan de begunstigde uit eigen beweging gebruik heeft gemaakt.
          • Naast de kostprijs kunnen eventueel ook beleidsondersteunende factoren in aanmerking worden genomen bij de bepaling van het tarief.

           

          Het voltrekken van huwelijken door de gemeentediensten buiten de normale werkdagen veroorzaakt nog extra kosten, zodat het past om hiervoor een hoger tarief te vragen.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 17 stemmen voor, 10 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1.

          Er wordt met ingang van 1 januari 2026 een retributie gevestigd voor het voltrekken van huwelijken.

           

          Artikel 2.

          Het bedrag van de retributie wordt gevestigd per huwelijk afhankelijk van het tijdstip.

          • 40,4 euro voor een huwelijk op werkdagen tijdens de kantooruren;
          • 187 euro voor een huwelijk op zaterdagen en brugdagen.

           

          De bedragen zijn gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de gezondheidsindex van de maand november 2025. Deze bedraagt 136,49 (gezondheidsindex 2013 = 100). 

          Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat. Het bedrag na indexering zal worden afgerond naar de hogere tien cent.

          De indexeringsformule ziet eruit als volgt:
           

          basisbedrag  x  nieuw gezondheidsindexcijfer

              136,49 (gezondheidsindex november 2025)

           

          Artikel 3.

          Er zullen uitsluitend huwelijken voltrokken worden:

          • op werkdagen tijdens de kantooruren
            • maandag van 9u - 12u en van 13u - 19u30
            • dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag van 9u - 12u en van 13u - 16u
          • op zaterdagen tussen 9u en 13u
          • op brugdagen tussen 9u en 13u en bij beschikbaarheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand.


          Artikel 4.

          Deze retributie is verschuldigd door de aanvrager van de voltrekking van het huwelijk.

           

          Artikel 5.

          De retributie wordt betaald op het ogenblik van de aangifte van het huwelijk tegen afgifte van een betalingsbewijs.

        • Retributie op het ontgraven

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het retributiereglement op het ontgraven.

          Toelichting

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).

           

          Voorgaande jaren werd voor de ontgravingen een belasting geheven. Vermits het hier gaat om een een tegenprestatie voor een dienst die louter in het rechtstreekse en onmiddellijke belang van de begunstigde is verleend, kunnen we echter niet spreken van een belasting maar van een retributie.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 173;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

           

          • het decreet van 16 januari 2004 betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief BB 2006/03 van 10 maart 2006 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten;
          Feiten, context en motivering

          Ontgravingen van stoffelijke overblijfselen brengen kosten met zich mee.

          Om de kostenneutraliteit te bewaren, voert de stad een retributie in op het ontgraven.

           

          Een retributie heeft volgende kenmerken:

          • Het is een tegenprestatie voor een dienst die louter in het rechtstreekse en onmiddellijke belang van de begunstigde is verleend;
          • Het bedrag dat wordt gevorderd moet overeenstemmen met de kostprijs van de geleverde dienst, of minstens in bepaalde verhouding van evenredigheid tot die kostprijs staan;
          • In principe moet de retributie zich aandienen als tegenprestatie voor een dienst waarvan de begunstigde uit eigen beweging gebruik heeft gemaakt.
          • Naast de kostprijs kunnen eventueel ook beleidsondersteunende factoren in aanmerking worden genomen bij de bepaling van het tarief.
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1

          Er wordt met ingang van 1 januari 2026 een retributie gevestigd voor het ontgraven van stoffelijke overblijfselen.

           

          Artikel 2

          De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de opgraving.

           

          Artikel 3

          De retributie wordt vastgesteld op als volgt:

          • 81 euro voor de ontgraving van urnegraven
          • 650 euro voor de ontgraving van andere graven.

           

          De bedragen zijn gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de gezondheidsindex van de maand november 2025. Deze bedraagt 136,49 (gezondheidsindex 2013 = 100). 

          Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat. Het bedrag na indexering zal worden afgerond naar de hogere tien cent.

          De indexeringsformule ziet eruit als volgt:
           

          basisbedrag  x  nieuw gezondheidsindexcijfer

              136,49 (gezondheidsindex november 2025)

           

          Artikel 4

          Geven geen aanleiding tot de toepassing van de retributie,

          • de ontgravingen verricht in uitvoering van rechterlijke beslissingen
          • en deze ambtshalve door de gemeente verricht.

           

          Artikel 5

          De retributie wordt betaald bij de aanvraag.

        • Retributie op de afgifte van administratieve documenten

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het retributiereglement op de afgifte van administratieve documenten.

          Toelichting

          Voorgaande jaren werd voor het afleveren van een ontvangstbewijs van een verklaring van wettelijke samenwoonst een belasting geheven. Vermits het hier gaat om een een tegenprestatie voor een dienst die louter in het rechtstreekse en onmiddellijke belang van de begunstigde is verleend, kunnen we echter niet spreken van een belasting maar van een retributie.

           

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voormelde retributie op te nemen in het huidige retributiereglement voor het opzoeken, het samenstellen en het afleveren van administratieve stukken, inlichtingen en bestuursdocumenten.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 173;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
          Feiten, context en motivering

          Gelet op de beslissingen van de gemeenteraad van 

          • 12 december 2019 houdende retributie voor het opzoeken, het samenstellen en het afleveren van administratieve stukken, inlichtingen en bestuursdocumenten;
          • 8 februari 2024 houdende ingebruikname Vastgoedinformatieplatform en vernieuwing retributie vastgoedinformatie;
          • 12 december 2019 houdende belasting op het afleveren van een ontvangstbewijs van een verklaring van wettelijke samenwoonst 2020-2025;
           
          De afgifte van een verklaring van wettelijke samenwoonst en afschriften (kopies) van bestuursdocumenten brengt voor een gemeente kosten met zich mee.
          Om de kostenneutraliteit te bewaren, voert de stad een retributie in op de afgifte van administratieve documenten.
           
          Een retributie heeft volgende kenmerken:
          • Het is een tegenprestatie voor een dienst die louter in het rechtstreekse en onmiddellijke belang van de begunstigde is verleend;
          • Het bedrag dat wordt gevorderd moet overeenstemmen met de kostprijs van de geleverde dienst, of minstens in bepaalde verhouding van evenredigheid tot die kostprijs staan;
          • In principe moet de retributie zich aandienen als tegenprestatie voor een dienst waarvan de begunstigde uit eigen beweging gebruik heeft gemaakt.
          • Naast de kostprijs kunnen eventueel ook beleidsondersteunende factoren in aanmerking worden genomen bij de bepaling van het tarief.
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          De beslissing van de gemeenteraad van 12 december 2019 houdende retributie voor het opzoeken, het samenstellen en het afleveren van administratieve stukken, inlichtingen en bestuursdocumenten, wordt gewijzigd als volgt:


          Artikel 1

          Er wordt vanaf 1 januari 2026 een retributie gevestigd op de afgifte door het gemeentebestuur van administratieve documenten.

           

          Artikel 2

          De retributie is verschuldigd door de persoon aan wie het document door het gemeentebestuur op aanvraag wordt uitgereikt.

           

          Artikel 3. afgifte van een ontvangstbewijs van een verklaring van wettelijke samenwoonst

          De retributie bedraagt 25 euro per ontvangstbewijs.

           

          Artikel 4. afgifte van afschriften (kopies) van bestuursdocumenten

          De retributie bedraagt

          • 0,2 euro per bladzijde en 0,2 euro per bladzijde recto-verso wanneer het afschrift in zwart-wit versie wordt verstrekt op een formaat dat niet groter is dan A4, met een minimum van 0,5 euro per document;
          • 0,2 euro per bladzijde en 0,4 euro per bladzijde recto-verso wanneer het afschrift in zwart-wit versie wordt verstrekt op een formaat dat groter is dan A4, maar niet groter is dan A3, met een minimum van 1 euro per document.

           

          Artikel 5.

          De bedragen zijn gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de gezondheidsindex van de maand november 2025. Deze bedraagt 136,49 (gezondheidsindex 2013 = 100).

          Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat. Het bedrag na indexering zal worden afgerond naar de hogere tien cent.

          De indexeringsformule ziet eruit als volgt:

           

          basisbedrag  x  nieuw gezondheidsindexcijfer

              136,49 (gezondheidsindex november 2025)


          Artikel 6.

          De retributie moet betaald worden bij het afleveren van het document.

        • Retributie op werken aan nutsvoorzieningen (elektriciteit en gas) op gemeentelijk openbaar domein voor de periode 2026 - 2028

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad keurt het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen (elektriciteit en gas) op gemeentelijk openbaar domein voor de periode 2026 - 2028 goed.

          Toelichting

          Dagelijks worden werken en herstellingen aan nutsleidingen uitgevoerd op het gemeentelijk grondgebied, die vanzelfsprekend een invloed op het openbaar domein hebben.

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de retributie op werken aan nutsvoorzieningen (elektriciteit en gas) op gemeentelijk openbaar domein voor de periode 2026 - 2028 goed te keuren.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 173;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;

           

          • de beslissing van de gemeenteraad van 15.12.2022 houdende goedkeuring van de code voor infrastructuur– en nutswerken langs gemeentewegen;
          Feiten, context en motivering

          Gelet op het feit dat de stad/gemeente en de burgers voortdurend geconfronteerd worden met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied;

           

          Gelet op het feit dat deze nutsvoorzieningen werkzaamheden vergen langs de gemeentelijke wegen en aldus een impact hebben op het openbaar domein;

           

          Gelet op de goedkeuring door de stad/gemeente van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden;

           

          Gelet op het feit dat deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten;

           

          Gelet op het feit dat er op het vlak van het onderhoud en de herstellingen ook geregeld dringende werken moeten worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en dat er daarnaast een aantal werken zijn zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein;

           

          Gelet op de actualisatie van de code naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP...;

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1 - Algemeen

          Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.

           

          Permanente nutsvoorzieningen omvatten:

          • alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, …), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, ver­deel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, …) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;
          • alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg. Deze worden eveneens aanzien als nuts­voorzieningen.

           

          De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voor­af­gaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de stad/gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de stad/gemeente.

           

          Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.

           

          Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 de­cember 2028.


          Artikel 2  - Retributie naar aanleiding van sleufwerken

          De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter open­lig­gende sleuflengte voor alle sleufwerken.

           

          Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voet­paden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro

           

          Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals  jaarlijks gepubliceerd in augustus.

           

          Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.

           

          Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.

           

          Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onder­­­­houdswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen

          Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aan­sluitingswerken, herstellingen en kleine onder­­­houdswerken met een sleufoppervlakte van maxi­mum 3m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1 euro per op het grond­gebied van de stad/gemeente aanwezig aansluitingspunt.

           

          Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de stad/gemeente.

           

          Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast., naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals  jaarlijks gepubliceerd in augustus.

           

          Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitings­punten op het grondgebied van de stad/gemeente.

           

          Artikel 4 – Inning

          De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen. 

        • Belasting op de overnachtingen in toeristische logies 2026 - 2031

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          DE gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op de overnachtingen in toeristische logies 2026 - 2031.

          Toelichting

          De gemeente levert inspanningen voor veiligheid, infrastructuur, verfraaiing, afvalbeheersing en toeristische ontwikkeling van de gemeente. De logiesverstrekkende sector haalt voordeel uit deze inspanningen. Toeristen en tijdelijke verblijvers kunnen genieten van deze inspanningen, maar leveren geen bijdrage in de algemene financiering van de kosten.

          Om deze reden is het billijk een belasting op de overnachtingen in toeristische logies in te voeren.

          De belasting is verschuldigd door de uitbater van toeristische logies. Het is onder meer de uitbater van toeristische logies die economisch voordeel haalt uit de investeringen en inspanningen die de stad Aarschot levert op vlak van toerisme. De uitbater kan de kost doorrekenen aan de toerist.

           

          De beperkte prijsverhoging stimuleert kwaliteitsvol toerisme.

           

          Dankzij de bestaande registratie- en meldingsplicht kan deze belasting op een relatief eenvoudige manier worden geïnd, zonder noemenswaardige administratieve lasten.

           

          In het licht van het label ‘Kindvriendelijke Stad’ is het verantwoord om enkel overnachtingen van personen vanaf 12 jaar in de berekening van de belasting op te nemen.

          De vrijstellingen voor jeugdverblijven en initiatieven rond vakantieparticipatie zijn gerechtvaardigd, gezien het duidelijke maatschappelijk belang van deze organisaties.

          Ook de vrijstelling voor kampeerverblijfparken is verantwoord, aangezien deze verblijven al onderworpen zijn aan een specifieke belasting.

           

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld het belastingreglement op de overnachtingen in toeristische logies 2026 - 2031 goed te keuren.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

           

          • het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies (Logiesdecreet);
          • het besluit van de Vlaamse regering van 17 maart 2017 tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies;
          Feiten, context en motivering

          De gemeente levert inspanningen voor veiligheid, infrastructuur, verfraaiing, afvalbeheersing en toeristische ontwikkeling van de gemeente. De logiesverstrekkende sector haalt voordeel uit deze inspanningen. Toeristen en tijdelijke verblijvers kunnen genieten van deze inspanningen, maar leveren geen bijdrage in de algemene financiering van de kosten.

          Om deze reden is het billijk een belasting op de overnachtingen in toeristische logies in te voeren.

          De belasting is verschuldigd door de uitbater van toeristische logies. Het is onder meer de uitbater van toeristische logies die economisch voordeel haalt uit de investeringen en inspanningen die de stad Aarschot levert op vlak van toerisme. De uitbater kan de kost doorrekenen aan de toerist.

           

          De beperkte prijsverhoging stimuleert kwaliteitsvol toerisme.

           

          Dankzij de bestaande registratie- en meldingsplicht kan deze belasting op een relatief eenvoudige manier worden geïnd, zonder noemenswaardige administratieve lasten.

           

          In het licht van het label ‘Kindvriendelijke Stad’ is het verantwoord om enkel overnachtingen van personen vanaf 12 jaar in de berekening van de belasting op te nemen.

          De vrijstellingen voor jeugdverblijven en initiatieven rond vakantieparticipatie zijn gerechtvaardigd, gezien het duidelijke maatschappelijk belang van deze organisaties.

          Ook de vrijstelling voor kampeerverblijfparken is verantwoord, aangezien deze verblijven al onderworpen zijn aan een specifieke belasting.

           

          Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden. 

          Financiële Impact/budget

          Aantal overnachtingen in 2024 = 44.820

          • raming voor de jaren 2026 – 2028: 44.820 x 3 euro = 134.460 euro per jaar
          • raming voor de jaren 2029 – 2031: 44.820 x 3,20 euro = 143.424 euro per jaar

           

          Inkomsten worden voorzien op MJP200550.

          Amendement

          Voorstel om volgende wijziging aan te brengen in het ontwerpbesluit, nl. toevoeging van artikel 14. inwerkingtreding.

          'Dit besluit treedt in werking vanaf 1 juli 2026.'

          De rest van het ontwerpbesluit blijft ongewijzigd.


          Gelet op de resultaten van de stemming over het amendement:
          de gemeenteraad keurt het voorliggende amendement unaniem goed.

          De geamendeerde beslissing wordt besproken.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 17 stemmen voor, 10 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1. belastbaar feit

          Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op het verstrekken van toeristische logies aan personen in daartoe uitgeruste gelegenheden zoals onder meer hotels, motels, gastenkamers, vakantiewoningen en vakantielogies.

           

          Artikel 2. definities

          Voor de toepassing van het reglement wordt verstaan onder:


          Toerist: elke persoon die zich met het oog op vrijetijdsbesteding, ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, beroepsuitoefening of zakelijk contact begeeft naar of verblijft in een andere dan zijn alledaagse leefomgeving;


          Toeristische logies: elke constructie, inrichting of ruimte met uitgeruste kamers, in eender welke vorm en ongeacht haar benaming, dat aan één of meer toeristen de mogelijkheid tot verblijf biedt voor minstens één nacht en dat al dan niet gratis wordt aangeboden op de toeristische markt en/of werd aangemeld bij Toerisme Vlaanderen en/of een erkenning heeft ontvangen.

          Worden uitdrukkelijk uitgesloten als toeristische logies:

          • uitgeruste kamers of ruimtes in ziekenhuizen, opvangcentra, rusthuizen of instellingen die ongeacht hun benaming zieken of gekwetsten verzorgen;
          • uitgeruste kamers of ruimtes in onderwijsinstellingen;
          • studentenkamers;
          • kamers van seksinrichtingen.

          Aanbieden op de toeristische markt: het op eender welke wijze publiek aanbieden van een toeristische logies, hetzij als exploitant, hetzij via een tussenpersoon;

          Uitbater: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een toeristisch logies exploiteert, voor de rekening van wie een toeristisch logies wordt geëxploiteerd of die tot de exploitatie wordt gemachtigd op grond van een rechtsgeldige exploitatieovereenkomst.

           

          Artikel 3. belastingplichtige

          De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die een logiesverstrekkend bedrijf uitbaat.

           

          Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief

          §1. De belasting wordt vastgesteld per persoon per nacht.

           

          De belasting bedraagt:

          • voor de jaren 2026 – 2027 – 2028: 3 euro per persoon per nacht
          • voor de jaren 2029 – 2030 – 2031: 3,20 euro per persoon per nacht
           

          §2. De belasting is verschuldigd per kwartaal. Een overnachting die start in kwartaal N en eindigt in kwartaal N + 1 wordt beschouwd als een overnachting in kwartaal N +1.

           

          §3. Indien de uitbater zijn exploitatie stopt of overdraagt in de loop van een kwartaal, is de exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden tijdens de periode dat hij het toeristisch logies heeft aangeboden.

           

          Ingeval van overdracht is de overnemende uitbater de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden vanaf de datum van overdracht.

           

          In geval van een overnachting die start in de exploitatieperiode van de overdragende uitbater en eindigt in de exploitatieperiode van de overnemende uitbater, is de belasting verschuldigd door de overnemende uitbater.


          Artikel 5. vrijstellingen

          Worden vrijgesteld van deze belasting:

          • overnachtingen die geboekt worden in het kader van 'Iedereen verdient vakantie';
          • geregistreerde jeugdverblijven en bivakhuizen, alsook andere instellingen die een menslievend of maatschappelijk doel nastreven; 
          • overnachtingen van personen jonger dan 12 jaar; 
          • terreinen voor openlucht recreatieve verblijven, waarvoor reeds een belasting wordt geheven.

           

          Artikel 6. kohierbelasting

          De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 7. registerplicht

          §1. De uitbater moet een register bijhouden waarin het aantal overnachtingen per nacht wordt vermeld. Dit register moet steeds ter inzage liggen in het logiesverstrekkend bedrijf ter controle en vermeldt de meest recente stand van het aantal overnachtingen en de datum.

           

          Het register moet in elk geval minimaal de volgende gegevens bevatten:

          • naam, adres, ondernemingsnummer en/of vestigingsnummer en handelsbenaming;
          • naam uitbater en contactgegevens;
          • datum;
          • maximaal aantal kamers; 
          • aantal overnachtingen per nacht per kamer; 
          • eventuele vrijstellingen zoals voorzien in artikel 5.

           

          Artikel 8. aangifteplicht

          De belastingplichtige is gehouden ten laatste op 30 april (kwartaal 1), 31 juli (kwartaal 2), 31 oktober (kwartaal 3) van het aanslagjaar en op 31 januari van het volgend aanslagjaar (kwartaal 4) een aangifte in te dienen bij het stadsbestuur op een door het stadsbestuur voorgeschreven formulier.

           

          De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet zelf een aangifteformulier vragen via aangifte@aarschot.be en is gehouden uiterlijk op 30 april (kwartaal 1), 31 juli (kwartaal 2), 31 oktober (kwartaal 3) van het aanslagjaar en op 31 januari van het volgend aanslagjaar (kwartaal 4), aan het stadsbestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.

           

          Artikel 9. meldingsplicht

          §1. De uitbater van een logiesverstrekkend bedrijf moet ingeval van stopzetting of het starten van een nieuwe exploitatie dit onmiddellijk meedelen aan het stadsbestuur, met in desbetreffend geval de gegevens van de overnemer (ondernemingsnummer, benaming en adresgegevens).  

           

          §2. Elke nieuwe uitbater die zich vestigt op het grondgebied moet dit binnen een periode van een maand na aanvang van de exploitatie aan het stadsbestuur.

           

          §3. Deze meldingen dienen te gebeuren via:

          • e-mail: toerisme@aarschot.be;
          • post: stadsbestuur Aarschot, t.a.v. dienst Toerisme, Ten Drossaarde 1, 3200 Aarschot.

           

          Artikel 10. ambtshalve vestiging

          Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 8 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte,wordt de belasting ambtshalve ingekohierd op basis van de maximumcapaciteit van de exploitant.

           

          In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met 50%. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.


          Artikel 11. betaling

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 12. bezwaar

          Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

          Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.

          Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.

           

          Artikel 13. bekendmaking

          De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.

          Artikel 14. inwerkingtreding.

          Dit besluit treedt in werking vanaf 1 juli 2026.

        • Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen 2026 - 2031

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen 2026 - 2031.

          Toelichting

          Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de stad een verarming betekent.

          Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.

          Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.

          Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.

          Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.

          Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar zijn voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.

           

          Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.

           

          Gemeenten die een subsidieaanvraag indienen voor intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zijn verplicht een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij te houden.

           

          De strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen zal enkel een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een verwaarlozingsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.

          De vrijstellingen van belasting, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de stad.

           

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen 2026 - 2031 goed te keuren.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
           
          • het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 14 maart 2025 houdende subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid;
          • het besluit van de gemeenteraad van 9 oktober 2025 tot goedkeuring van de subsidieaanvraag voor de intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid stadsregio Demerland;
          • de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikelen 2.15 tot en met 2.20.
          Feiten, context en motivering

          Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de stad een verarming betekent.

          Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.

          Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.

          Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.

          Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.

          Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar zijn voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.

           

          Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.

           

          Gemeenten die een subsidieaanvraag indienen voor intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zijn verplicht een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij te houden.

           

          De strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen zal enkel een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een verwaarlozingsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.

          De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele belastingen zodat een financieel evenwicht kan bereikt worden in het meerjarenplan.

          De vrijstellingen van belasting, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de stad.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          HOOFDSTUK 1. DEFINITIES en BEVOEGDHEID


          Artikel 1. begripsomschrijving

          In dit reglement wordt verstaan onder:


          1° Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 are. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats.


          2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:

          1. een aangetekend schrijven;
          2. een afgifte tegen ontvangstbewijs;
          3. een elektronisch aangetekende zending;
          4. in voorkomend geval: een elektronische communicatie via een door de betrokken overheid gehanteerd elektronisch loket.
           
          3° G ebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten.

           

          4°. IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister toevertrouwd krijgt;


          5° Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register dat de lijst bevat van de als verwaarloosd geïnventariseerde woningen en gebouwen;


          6° Opnamedatum: datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister. Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de verwaarlozing. De opnamedatum is het referentiepunt om de verjaardag te bepalen;


          7° Registerbeheerder: de door IGO div of de gemeente aangestelde personeelsleden die belast worden met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk verwaarlozingsregister voor woningen en gebouwen;


          8° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;


          9° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

          • de volle eigendom;
          • het recht van opstal of van erfpacht;
          • het vruchtgebruik.


          Artikel 2.

          §1. De gemeente vertrouwt in navolging van de overeenkomst inzake ondersteuning van het lokaal woonbeleid met IGO div, de bevoegdheid tot opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk verwaarlozingsregister over aan de dienstverlenende intergemeentelijke vereniging IGO div.

           

          Concreet betekent dit dat de door IGO div aangeduide personeelsleden, zijnde de registerbeheerders, belast worden met volgende taken:

          • de opsporing en vaststelling van verwaarlozing: uiterlijke schouwing, opstellen beschrijvend verslag en fotodossier;
          • de opmaak en ondertekening van het opnameattest;
          • de kennisgeving van de beslissing tot opname aan de zakelijk gerechtigde(n);
          • de opname van woningen/gebouwen in het verwaarlozingsregister;
          • de beoordeling van de verzoeken tot schrapping uit het verwaarlozingsregister;
          • de schrapping van woningen/gebouwen uit het verwaarlozingsregister.

           

          §2. De gemeente behoudt zich het recht voor om medewerkers van de “interlokale vereniging omgeving en wonen stadsregio Demerland” aan te duiden voor de uitvoering van deze taken.

           

          §3. De door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

           

          §4. Het college van burgemeester en schepenen blijft exclusief bevoegd voor de beroepen tegen de opname in het verwaarlozingsregister.



          HOOFDSTUK 2. BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN


          Artikel 3. belastingtermijn en belastbare grondslag

          Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het verwaarlozingsregister.


          Artikel 4. belastingplichtige

          §1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opname. Als er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de totale belastingschuld, dat wil zeggen dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.

           

          §2. Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger op de hoogte brengen van de opname van het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister.

          Daarnaast moet de overdrager van het zakelijk recht de gemeente per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van de notaris bezorgen, binnen twee maanden na het verlijden van deze akte.

          De kopie of het attest bevat minstens volgende gegevens:

          1. naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel en de aard van het zakelijk recht dat wordt overgedragen;
          2. datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;
          3. nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw, dit wil zeggen: het adres en kadastraal nummer van het overgedragen goed en de oppervlakte.

          Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd, voor zover de gemeente op het moment van het verschuldigd worden van de belasting niet op de hoogte is dat er een overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden


          Artikel 5. aanslagvoet en berekeningsbasis

          §1. De belasting bedraagt 1.500 euro voor een verwaarloosd gebouw of woning is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het verwaarlozingsregister.

           

          §2. Per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister staat, wordt de belasting vermeerderd met 150%.

          De verschuldigde belasting bedraagt dan voor:

          • 1ste termijn: 1.500 euro
          • 2de termijn: 2.250 euro
          • 3de termijn: 3.375 euro
          • 4de termijn: 5.062,50 euro
          • vanaf de 5de termijn: 7.593,75 euro.

           

          §3. De anciënniteit van de belasting wordt bepaald volgens de anciënniteit die de woning opgebouwd heeft binnen de inventaris.

           

          §4. Bij een overdracht van het zakelijk recht van de woning zal het aantal verjaardagen op 0 gesteld worden. De verjaardag blijft behouden voor de berekening van de termijnen.

           

          §5. Zolang de geïnventariseerde woning of het gebouw niet uit de inventaris is geschrapt en er geen lopende vrijstelling van de belasting is, is deze belasting verschuldigd op het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.

           

          Artikel 6. vrijstellingen

          §1. Uitsluitend de vrijstellingen die opgesomd zijn in dit reglement worden toegepast en kunnen slechts aangevraagd worden via het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat als bijlage aan dit reglement opgenomen werd. Dit aanvraagformulier wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, per beveiligde zending bezorgd aan de administratie.

           

          §2. Een aanvraag van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van twaalf maanden na datum van opname in het verwaarlozingsregister. Eens de verjaardag van de opnamedatum is verlopen, kan er geen vrijstelling meer gevraagd worden voor die periode en zal de belasting verschuldigd zijn.

           

          §3. Een aanvraag van een verlenging van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het einde van de lopende vrijstelling. Eens de lopende vrijstelling verstreken is, kan er geen verlenging van deze vrijstelling meer gevraagd worden

           

          §4. Een vrijstelling wordt telkens voor een periode van 12 maanden toegekend. Indien er volgens het reglement voor meerdere jaren een vrijstelling kan toegekend worden, moet de vrijstelling elk jaar opnieuw aangevraagd worden via het aanvraagformulier.

           

          §5. Een vrijstelling kan worden verleend indien de zakelijk gerechtigde:

          1. minder dan 12 maanden het zakelijk recht heeft over de woning. Deze vrijstelling geldt tot 12 maanden na het verkrijgen van het zakelijk recht op deze woning. Dit bewijs dient afgeleverd te worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een afschrift van de notariële akte. Deze vrijstelling is éénmalig verlengbaar met 12 maanden als de belastingplichtige kan aantonen dat de woning niet beschikbaar is door complicaties verbonden aan de verkoop.
          2. langdurig wordt opgenomen in een zorginstelling. Het bewijs van het verblijf wordt geleverd door de erkende ouderenvoorziening, de psychiatrische instelling of het ziekenhuis waar de belastingplichtige verblijft. Deze vrijstelling gaat in op datum van opname in de zorginstelling en is eenmalig aansluitend verlengbaar met twaalf maanden als de zakelijk gerechtigde of de vertegenwoordiger van de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek indient waarbij aangetoond wordt dat om redenen buiten de wil om van de zakelijk gerechtigde nog geen stappen konden genomen worden om de woning te herstellen.

           

          §6. Een vrijstelling kan worden verleend indien de woning of het gebouw:

          1. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld. Deze vrijstelling is aanvraagbaar of verlengbaar voor zover de onteigening niet werd uitgevoerd.
          2. zich op een perceel bevindt dat deel uitmaakt van een conform verklaard bodemsaneringsproject. 
            • De vrijstelling gaat in op datum van conformverklaring van het project of, indien die datum meer dan 12 maanden voor de opnamedatum ligt, op datum van de aanvraag van de vrijstelling.  
            • De vrijstelling geldt voor 12 maanden. Bij de aanvraag wordt het bewijs van de conformverklaring toegevoegd. 
            • De vrijstelling is jaarlijks verlengbaar maar de totale termijn van de vrijstelling zal nooit de termijn van 60 maanden na conformverklaring van het bodemsaneringsproject overschrijden.
          3. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. 
            • Deze vrijstelling geldt 12 maanden vanaf de datum van de vernieling of beschadiging en kan 2 keer verlengd worden met telkens 12 maanden op basis van een gemotiveerd verzoek waarin de belastingplichtige aantoont dat de woning of het gebouw door redenen gerelateerd aan de ramp nog niet hersteld of gesloopt kon worden. 
            • Dit dient door de belastingplichtige met alle mogelijke bewijsvoeringen en verklaringen aangetoond te worden.
          4. gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning of omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken. 
            • Deze vrijstelling geldt gedurende 12 maanden volgend op de datum van aflevering van de omgevingsvergunning en is viermaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden. 
            • De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:
              • een overzicht van de werken die uitgevoerd werden tijdens de afgelopen 12 maanden;
              • een renovatiedossier zoals bepaald in punt e §1 van dit artikel;
              • een verantwoording waaruit blijkt dat de werken (nog) niet konden worden afgerond en een aangepast tijdsschema.
            • Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit punt e van dit artikel gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.
          5. gerenoveerd wordt blijkens een gedetailleerd renovatiedossier waaruit blijkt dat de vastgestelde woningkwaliteitsproblemen zullen verholpen worden, op voorwaarde dat de geplande renovatiewerken niet vergunningsplichtig zijn. 
            • Deze vrijstelling geldt 12 maanden per woning. Het gedetailleerd renovatiedossier moet minstens de volgende elementen bevatten:
              • een plan of tekening en enkele foto’s van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte;
              • een plan of tekening van de toestand na renovatie als deze verschillend is van a; 
              • een overzicht van de werken die uitgevoerd worden;
              • een raming van de kosten met de offertes en/of facturen van reeds uitgevoerde werken;
              • een gedetailleerd tijdschema dat aangeeft wanneer de werken uitgevoerd worden.
            • De aanvrager van de vrijstelling van belasting geeft toelating de geplande en uitgevoerde werken te controleren. De administratie kan de aanvraag tot vrijstelling van belasting weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zouden zijn om één jaar te duren en/of wanneer de geplande renovatie werken de onbewoonbaarheid niet zullen verhelpen.
            • De aanvraag is eenmaal aansluitend verlengbaar met 12 maanden. De aanvraag voor een verlenging dient te gebeuren voor het verstrijken van de lopende vrijstelling. De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:
              1. één of meer facturen of offertes van maximum één jaar oud die betrekking heeft of hebben op de uitgevoerde of geplande renovatiewerken;
              2. in geval het tijdschema het renovatiedossier van de lopende vrijstelling niet meer realiseerbaar is: een verantwoording waaruit blijkt dat de werken niet konden worden afgerond en een aangepast tijdschema;
            • Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit artikel 6 §6 punt d gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.
          6. gesloopt wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning. De vrijstelling geldt 12 maanden volgend op de aflevering van de omgevingsvergunning en kan per woning of gebouw slechts één keer aangevraagd worden;
          7. het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 5.82 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Deze vrijstelling geldt voor een termijn van 12 maanden en is verlengbaar zolang het sociaal beheer aanhoudt.
          8. onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van 12 maanden volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik. Deze vrijstelling kan telkens voor een periode van 12 maanden verlengd worden mits gemotiveerd verzoek. De bewijslast hiervan ligt bij de belastingplichtige.

           

          Artikel 7. inning

          De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 8. betaaltermijn

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 9. beroep tegen de weigering van een vrijstelling

          §1. Binnen een termijn van 30 dagen, die ingaat de dag na de datum van de verzending van de beslissing tot weigering van de vrijstelling, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de weigering.

          Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.

          Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:

          1. de identiteit en adres van de indiener;
          2. de vermelding van woning of kamer waarop het beroepschrift betrekking heeft;
          3. één of meer bewijsstukken die aantonen de dat vrijstelling onterecht geweigerd wordt.

          Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

          Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.

           

          §2. Het beroep wordt behandeld zoals het beroep tegen de belasting zoals vermeld in artikel 10 van dit reglement.

           

          Artikel 10. beroep tegen de belasting

          §1. Binnen een termijn van drie maanden, die ingaat de dag na de datum van de verzending van het aanslagbiljet, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de belasting.

          Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.

          Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:

          1. de identiteit en adres van de indiener;
          2. de vermelding van het kohierartikel waarop het beroepschrift betrekking heeft;
          3. één of meer bewijsstukken die aantonen de dat belasting onterecht geïnd wordt.

          Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

          Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.

           

          §2. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.

           

          §3. Het beroepschrift is onontvankelijk als:

          • het beroepschrift te laat is ingediend;
          • het beroepschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde of zijn gemachtigde;
          • het beroepschrift niet ondertekend is.

          Als het beroep onontvankelijk is, wordt dat aan de indiener meegedeeld.

           

          §4. Als het beroep ontvankelijk is, wordt de gegrondheid onderzocht. Dit kan gebeuren op basis van bijgevoegde stukken maar ook door een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning of het gebouw geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

           

          §5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

           

          Artikel 11. overgangsbepalingen

          Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het belastingreglement van 12 december 2019 op verwaarloosde woningen en gebouwen blijven geldig voor de looptijd bepaald in dat reglement.

           

          Artikel 12. inwerkingtreding

          Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met betrekking tot het inventariseren en belasten van verwaarloosde woningen en gebouwen. Woningen die opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement blijven opgenomen in het register met behoud van opnamedatum.

        • Belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen en kamers 2026 - 2031

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op ongeschikte en onbewoonbare woningen en kamers 2026 - 2031.

          Toelichting

          De kwaliteit van woningen op het grondgebied van de stad moet bewaakt worden om het grondrecht op menswaardig wonen van de inwoners van de stad te vrijwaren.

          Vanaf het aanslagjaar 2017 wordt de gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen niet geheven in gemeenten met een eigen belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen teneinde een dubbele heffing te vermijden, mits deze in overeenstemming is met artikel 2.5.1.0.1. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

           

          De strijd tegen de ongeschikte en onbewoonbare woningen zal enkel een effect zal hebben als de opname van dergelijke woningen in een register ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.

           

          De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele belastingen zodat een financieel evenwicht kan bereikt worden in het meerjarenplan.

          De vrijstellingen van belasting, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de stad.

           

           

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen en kamers 2026 - 2031 goed te keuren.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
          • de omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
           
          • het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 14 maart 2025 houdende subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid;
          • het besluit van de gemeenteraad van 9 oktober 2025 tot goedkeuring van de subsidieaanvraag voor de intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid stadsregio Demerland;
          • de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
          Feiten, context en motivering

          De kwaliteit van woningen op het grondgebied van de stad moet bewaakt worden om het grondrecht op menswaardig wonen van de inwoners van de stad te vrijwaren.

          Vanaf het aanslagjaar 2017 wordt de gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen niet geheven in gemeenten met een eigen belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen teneinde een dubbele heffing te vermijden, mits deze in overeenstemming is met artikel 2.5.1.0.1. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

           

          De strijd tegen de ongeschikte en onbewoonbare woningen zal enkel een effect zal hebben als de opname van dergelijke woningen in een register ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.

           

          De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele belastingen zodat een financieel evenwicht kan bereikt worden in het meerjarenplan.

          De vrijstellingen van belasting, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de stad.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          HOOFDSTUK 1. DEFINITIES


          Artikel 1. begripsomschrijving

          In dit reglement wordt verstaan onder:


          1° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:

          1. een aangetekend schrijven;
          2. een afgifte tegen ontvangstbewijs;
          3. een elektronisch aangetekende zending;
          4. in voorkomend geval: een elektronische communicatie via een door de betrokken overheid gehanteerd elektronisch loket.
           
          2° VIVOO Vlaamse inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris vermeld in artikel 3.19 van de Vlaamse Codex Wonen;

           

          3° Opnamedatum: datum waarop de woning opgenomen wordt in de VIVOO. De opnamedatum is het referentiepunt om de verjaardag te bepalen.

           

          4° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke periode van 12 maanden vanaf de opnamedatum, zolang de woning niet uit de VIVOO is geschrapt.

           

          5° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals bepaald in artikel 1.3, 66° van de Vlaamse Codex Wonen;


          6° Kamer: woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor één of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt, zoals bepaald in artikel 1.3, 25° van de Vlaamse Codex Wonen;


          7° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

          • de volle eigendom;
          • het recht van opstal of van erfpacht;
          • het vruchtgebruik.

           

          HOOFDSTUK 2. BELASTING


          Artikel 2. belastingbaar feit

          Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op de woningen en kamers op het grondgebied van de gemeente die werden opgenomen op de VIVOO.


          Artikel 3. belastingplichtig

          §1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de geïnventariseerde woning op de verjaardag van de opname. Als er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de totale belastingschuld, dat wil zeggen dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.

           

          §2. Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger op de hoogte brengen van de opname van het gebouw of de woning in de VIVOO.

          Daarnaast moet de overdrager van het zakelijk recht de gemeente per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van de notaris bezorgen, binnen twee maanden na het verlijden van deze akte. De kopie of het attest bevat minstens volgende gegevens:

          • naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel en de aard van het zakelijk recht dat wordt overgedragen;
          • naam en standplaats van de notaris;
          • nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning;

          Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd, voor zover de gemeente op het moment van het verschuldigd worden van de belasting niet op de hoogte is dat er een overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden.


          Artikel 4. aanslagvoet en berekeningsbasis

          §1. De belasting bedraagt 1.500 euro voor een geïnventariseerde woning en 500 euro voor een geïnventariseerde kamer en is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of kamer gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in de VIVOO.

           

          §2. Per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de woning in de VIVOO staat, wordt de belasting vermeerderd met 150%.

          De verschuldigde belasting bedraagt dan voor:

           

          WONING

          • 1ste termijn: 1.500 euro
          • 2de termijn: 2.250 euro
          • 3de termijn: 3.375 euro
          • 4de termijn: 5.062,50 euro
          • vanaf 5de termijn: 7.593,75 euro
           
          KAMER
          • 1ste termijn: 500 euro
          • 2de termijn: 750 euro
          • 3de termijn: 1.125 euro
          • 4de termijn: 1.687,50 euro
          • vanaf 5de termijn: 2.531,25 euro

           

          §3. De anciënniteit van de belasting wordt bepaald volgens de anciënniteit die de woning opgebouwd heeft binnen de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen. Vrijstellingen hebben geen invloed op de berekening van de termijnen.

           

          §4. Bij een overdracht van het zakelijk recht van de woning zal het aantal verjaardagen op 0 gesteld worden. De verjaardag blijft behouden voor de berekening van de termijnen.

           

          §5. Zolang de geïnventariseerde woning niet uit de VIVOO is geschrapt en er geen lopende vrijstelling van de belasting is, is deze belasting verschuldigd op het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.

           

          Artikel 5. vrijstellingen

          §1. Uitsluitend de vrijstellingen die opgesomd zijn in dit reglement worden toegepast en kunnen slechts aangevraagd worden via het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat als bijlage aan dit reglement opgenomen werd. Dit aanvraagformulier wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, per beveiligde zending bezorgd aan de administratie.

           

          §2. Een aanvraag van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van twaalf maanden na datum van opname in de VIVOO. Eens de verjaardag van de opnamedatum is verlopen, kan er geen vrijstelling meer gevraagd worden voor die periode en zal de belasting verschuldigd zijn.

           

          §3. Een aanvraag van een verlenging van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het einde van de lopende vrijstelling. Eens de lopende vrijstelling verstreken is, kan er geen verlenging van deze vrijstelling meer gevraagd worden

           

          §4. Een vrijstelling wordt telkens voor een periode van 12 maanden toegekend. Indien er volgens het reglement voor meerdere jaren een vrijstelling kan toegekend worden, moet de vrijstelling elk jaar opnieuw aangevraagd worden via het aanvraagformulier.

           

          §5. Een vrijstelling kan worden verleend indien de zakelijk gerechtigde:

          1. voorafgaand aan de opname in de VIVOO de woning uitsluitend gebruikte als hoofdverblijfplaats en niet over het volledig zakelijk recht van een andere woning beschikt. Deze vrijstelling is jaarlijks met 12 maanden verlengbaar zolang de zakelijk gerechtigde aan de voorwaarden van de vrijstelling voldoet.
          2. minder dan 12 maanden het zakelijk recht heeft over de woning. Deze vrijstelling geldt tot 12 maanden na het verkrijgen van het zakelijk recht op deze woning. Dit bewijs dient afgeleverd te worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een afschrift van de notariële akte. Deze vrijstelling is éénmalig verlengbaar met 12 maanden als de belastingplichtige kan aantonen dat de woning niet beschikbaar is door complicaties verbonden aan de verkoop;
          3. langdurig wordt opgenomen in een zorginstelling. Het bewijs van het verblijf wordt geleverd door de erkende ouderenvoorziening, de psychiatrische instelling of het ziekenhuis waar de belastingplichtige verblijft. Deze vrijstelling gaat in op datum van opname in de zorginstelling en is eenmalig aansluitend verlengbaar met twaalf maanden als de zakelijk gerechtigde of de vertegenwoordiger van de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek indient waarbij aangetoond wordt dat om redenen buiten de wil om van de zakelijk gerechtigde nog geen stappen konden genomen worden om de woning te herstellen.

           

          §6. Een vrijstelling kan worden verleend indien de woning:

          a. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld. Deze vrijstelling is aanvraagbaar of verlengbaar voor zover de onteigening niet werd uitgevoerd.

           

          b. zich op een perceel bevindt dat deel uitmaakt van een conform verklaard bodemsaneringsproject. De vrijstelling gaat in op datum van conformverklaring van het project of, indien die datum meer dan 12 maanden voor de opnamedatum ligt, op datum van de aanvraag van de vrijstelling. De vrijstelling geldt voor 12 maanden. Bij de aanvraag wordt het bewijs van de conformverklaring toegevoegd. De vrijstelling is jaarlijks verlengbaar maar de totale termijn van de vrijstelling zal nooit de termijn van 60 maanden na conformverklaring van het bodemsaneringsproject overschrijden.

           

          c. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt 12 maanden vanaf de datum van de vernieling of beschadiging en kan 2 keer verlengd worden met telkens 12 maanden op basis van een gemotiveerd verzoek waarin de belastingplichtige aantoont dat het gebouw door redenen gerelateerd aan de ramp nog niet hersteld of gesloopt kon worden. Dit dient door de belastingplichtige met alle mogelijke bewijsvoeringen en verklaringen aangetoond te worden.

           

          d. gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning of omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken. Deze vrijstelling geldt gedurende 12 maanden volgend op de datum van aflevering van de omgevingsvergunning en is viermaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden.

          De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:

          1. een overzicht van de werken die uitgevoerd werden tijdens de afgelopen 12 maanden
          2. een renovatiedossier zoals bepaald in punt e §1 van dit artikel;
          3. een verantwoording waaruit blijkt dat de werken (nog) niet konden worden afgerond en een aangepast tijdsschema.

          Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit punt e van dit artikel gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.

           

          e. gerenoveerd wordt blijkens een gedetailleerd renovatiedossier waaruit blijkt dat de vastgestelde woningkwaliteitsproblemen zullen verholpen worden, op voorwaarde dat de geplande renovatiewerken niet vergunningsplichtig zijn. Deze vrijstelling geldt 12 maanden per woning.

          Het gedetailleerd renovatiedossier moet minstens de volgende elementen bevatten:

          1. een plan of tekening en enkele foto’s van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte;
          2. een plan of tekening van de toestand na renovatie als deze verschillend is van 1;
          3. een overzicht van de werken die uitgevoerd worden;
          4. een raming van de kosten met de offertes en/of facturen van reeds uitgevoerde werken;
          5. een gedetailleerd tijdschema dat aangeeft wanneer de werken uitgevoerd worden.

          De aanvrager van de vrijstelling van belasting geeft toelating de geplande en uitgevoerde werken te controleren. De administratie kan de aanvraag tot vrijstelling van belasting weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zouden zijn om één jaar te duren en/of wanneer de geplande renovatie werken de onbewoonbaarheid niet zullen verhelpen.

          De aanvraag is viermaal aansluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden. De aanvraag voor een verlenging dient te gebeuren voor het verstrijken van de lopende vrijstelling.

          De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:

          1. één of meer facturen of offertes van maximum één jaar oud die betrekking heeft of hebben op de uitgevoerde of geplande renovatiewerken;
          2. in geval het tijdschema uit het renovatiedossier van de lopende vrijstelling niet meer realiseerbaar is: een verantwoording waaruit blijkt dat de werken niet konden worden afgerond en een aangepast tijdschema;

          Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit artikel 5 §6 punt d gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.

           

          f. gesloopt wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning.

          De vrijstelling geldt 12 maanden volgend op de aflevering van de omgevingsvergunning en kan per woning slechts één keer aangevraagd worden.

           

          g. het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 5.82 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Deze vrijstelling geldt voor een termijn van 12 maanden en is verlengbaar zolang het sociaal beheer aanhoudt.

           

          h. onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van 12 maanden volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik. Deze vrijstelling kan telkens voor een periode van 12 maanden verlengd worden mits gemotiveerd verzoek. De bewijslast hiervan ligt bij de belastingplichtige. Administratieve verzegelingen van ongeschikt- en/of onbewoonbaar verklaarde woningen vallen niet onder deze vrijstelling.

           

          Artikel 7. inning

          De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 8. betaaltermijn

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 9. beroep tegen de weigering van een vrijstelling

          §1. Binnen een termijn van 30 dagen, die ingaat de dag na de datum van de verzending van de beslissing tot weigering van de vrijstelling, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de weigering.

          Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.

          Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:

          1. de identiteit en adres van de indiener;
          2. de vermelding van woning of kamer waarop het beroepschrift betrekking heeft;
          3. één of meer bewijsstukken die aantonen de dat vrijstelling onterecht geweigerd wordt.

          Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

          Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.

           

          §2. Het beroep wordt behandeld zoals het beroep tegen de belasting zoals vermeld in artikel 10 van dit reglement.

           

          Artikel 10. beroep tegen de belasting

          §1. Binnen een termijn van drie maanden, die ingaat de dag na de datum van de verzending van het aanslagbiljet, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de belasting.

          Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.

          Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:

          1. de identiteit en adres van de indiener;
          2. de vermelding van het kohierartikel waarop het beroepschrift betrekking heeft;
          3. één of meer bewijsstukken die aantonen de dat belasting onterecht geïnd wordt.

          Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

          Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.

           

          §2. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.

           

          §3. Het beroepschrift is onontvankelijk als:

          • het beroepschrift te laat is ingediend;
          • het beroepschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde of zijn gemachtigde;
          • het beroepschrift niet ondertekend is.

          Als het beroep onontvankelijk is, wordt dat aan de indiener meegedeeld.

           

          §4. Als het beroep ontvankelijk is, wordt de gegrondheid onderzocht. Dit kan gebeuren op basis van bijgevoegde stukken maar ook door een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

           

          §5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

           

          Artikel 11. overgangsbepalingen

          Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het belastingreglement van 12 december 2019 op de ongeschikte en onbewoonbare woningen blijven geldig voor de looptijd bepaald in dat reglement.

           

          Artikel 12. inwerkingtreding

          Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met betrekking tot belasting op als ongeschikt en onbewoonbare woningen en kamers.

        • Belasting op leegstaande woningen 2026 - 2031

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op leegstaande woningen 2026 - 2031.

          Toelichting

          Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.

          Leegstaande woningen en gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.

          Leegstaande woningen en gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan. Bewoonde woningen zorgen voor een levendige omgeving, meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.

           

          Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.

          Elk bestuur dat subsidies ontvangt in het kader van de ondersteuning van het lokaal woonbeleid is verplicht een leegstandsregister bij te houden.

           

          De strijd tegen de leegstaande woningen zal enkel een effect zal hebben als de opname van dergelijke woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting. Een heffing heeft een ontradend effect en is een instrument om het aanbod aan beschikbare panden te bevorderen.

          De vrijstellingen, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

           

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om de belasting op leegstaande woningen 2026 - 2031 goed te keuren.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

           

          • de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikelen 2.9 tot en met 2.14;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 14 maart 2025 houdende subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid;
          • het besluit van de gemeenteraad van 9 oktober 2025 tot goedkeuring van de subsidieaanvraag voor de intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid stadsregio Demerland;
          Feiten, context en motivering

          Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.

          Leegstaande woningen en gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.

          Leegstaande woningen en gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan. Bewoonde woningen zorgen voor een levendige omgeving, meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.

           

          Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.

          Elk bestuur dat subsidies ontvangt in het kader van de ondersteuning van het lokaal woonbeleid is verplicht een leegstandsregister bij te houden.

           

          De strijd tegen de leegstaande woningen zal enkel een effect zal hebben als de opname van dergelijke woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting. Een heffing heeft een ontradend effect en is een instrument om het aanbod aan beschikbare panden te bevorderen.

          De vrijstellingen, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1. begripsomschrijving

          In dit reglement wordt verstaan onder:


          1° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:

          1. een aangetekend schrijven;
          2. een afgifte tegen ontvangstbewijs;
          3. een elektronisch aangetekende zending;
          4. in voorkomend geval: een elektronische communicatie via een door de betrokken overheid gehanteerd elektronisch loket.
           
          §1.  Leegstaande woning: een woning die gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie;
          • hetzij de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
          • hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt.
           
          §2. In afwijking van §1 wordt een nieuwe woning als leegstaand beschouwd indien die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig §1.


          3°. IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toevertrouwd krijgt;


          4° Leegstandsregister: het gemeentelijk register dat de lijst bevat van de als leegstaand geïnventariseerde woningen;


          5° Opnamedatum: datum waarop de woning opgenomen wordt in het leegstandsregister. Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de leegstand. De opnamedatum is het referentiepunt om de verjaardag te bepalen.


          6° Registerbeheerder: de door IGO div of de gemeente aangestelde personeelsleden die belast worden met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister voor woningen en gebouwen;


          7° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;


          8° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

          • de volle eigendom;
          • het recht van opstal of van erfpacht;
          • het vruchtgebruik.

           

          Artikel 2. belastbaar feit

          Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op woningen op het grondgebied van de gemeente die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.

           

          Artikel 3. belastingplichtige

          §1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de geïnventariseerde woning op de verjaardag van de opname. Als er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de totale belastingschuld, dat wil zeggen dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.

           

          §2. Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger op de hoogte brengen van de opname van de woning in het leegstandsregister.

          Daarnaast moet de overdrager van het zakelijk recht de gemeente per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van de notaris bezorgen, binnen twee maanden na het verlijden van deze akte.

          De kopie of het attest bevat minstens volgende gegevens:

          • naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel en de aard van het zakelijk recht dat wordt overgedragen;
          • naam en standplaats van de notaris;
          • nauwkeurige aanduiding van het overgedragen woning;

          Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd, voor zover de gemeente op het moment van het verschuldigd worden van de belasting niet op de hoogte is dat er een overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden.

           

          Artikel 4. aanslagvoet en berekeningsbasis

          §1. De belasting bedraagt 1.500 euro voor een geïnventariseerde woning en is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.

           

          §2. Per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de woning in het leegstandsregister staat, wordt de belasting vermeerderd met 150%.

          De verschuldigde belasting bedraagt dan voor:

          • 1ste termijn: 1.500 euro
          • 2de termijn: 2.250 euro
          • 3de termijn: 3.375 euro
          • 4de termijn: 5.062,50 euro
          • vanaf de 5de termijn: 7.593,75 euro.

           

          §3. De anciënniteit van de belasting wordt bepaald volgens de anciënniteit die de woning opgebouwd heeft op het leegstandsregister. Vrijstellingen hebben geen invloed op de berekening van de termijnen.

           

          §4. Bij een overdracht van het zakelijk recht van de woning zal het aantal verjaardagen op 0 gesteld worden. De verjaardag blijft behouden voor de berekening van de termijnen.

           

          §5. Zolang de geïnventariseerde woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt en er geen lopende vrijstelling van de belasting is, is deze belasting verschuldigd op het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.

           

          Artikel 5. vrijstellingen

          §1. Uitsluitend de vrijstellingen die opgesomd zijn in dit reglement worden toegepast en kunnen slechts aangevraagd worden via het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat als bijlage aan dit reglement opgenomen werd. Dit aanvraagformulier wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, per beveiligde zending bezorgd aan de administratie.

           

          §2. Een aanvraag van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van twaalf maanden na datum van opname in het leegstandsregister. Eens de verjaardag van de opnamedatum is verlopen, kan er geen vrijstelling meer gevraagd worden voor die periode en zal de belasting verschuldigd zijn

           

          §3. Een aanvraag van een verlenging van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het einde van de lopende vrijstelling. Eens de lopende vrijstelling verstreken is, kan er geen verlenging van deze vrijstelling meer gevraagd worden.

           

          §4. Een vrijstelling wordt telkens voor een periode van 12 maanden toegekend. Indien er volgens het reglement voor meerdere jaren een vrijstelling kan toegekend worden, moet de vrijstelling elk jaar opnieuw aangevraagd worden via het aanvraagformulier.

           

          §5. Een vrijstelling kan worden verleend indien de zakelijk gerechtigde:

          1. minder dan 12 maanden het zakelijk recht heeft over de woning. Deze vrijstelling geldt tot 12 maanden na het verkrijgen van het zakelijk recht op deze woning. Dit bewijs dient afgeleverd te worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een afschrift van de notariële akte. Deze vrijstelling is éénmalig verlengbaar met 12 maanden als de belastingplichtige kan aantonen dat de woning niet beschikbaar is door complicaties verbonden aan de verkoop;
          2. langdurig wordt opgenomen in een zorginstelling. Het bewijs van het verblijf wordt geleverd door de erkende ouderenvoorziening, de psychiatrische instelling of het ziekenhuis waar de belastingplichtige verblijft. Deze vrijstelling gaat in op datum van opname in de zorginstelling en is eenmalig aansluitend verlengbaar met twaalf maanden als de zakelijk gerechtigde of de vertegenwoordiger van de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek indient waarbij aangetoond wordt dat om redenen buiten de wil om van de zakelijk gerechtigde nog geen stappen konden genomen worden om de woning te herstellen.

           

          §6. Een vrijstelling kan worden verleend indien de woning:

          a. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld. Deze vrijstelling is aanvraagbaar of verlengbaar voor zover de onteigening niet werd uitgevoerd.

           

          b. zich op een perceel bevindt dat deel uitmaakt van een conform verklaard bodemsaneringsproject. De vrijstelling gaat in op datum van conformverklaring van het project of, indien die datum meer dan 12 maanden voor de opnamedatum ligt, op datum van de aanvraag van de vrijstelling. De vrijstelling geldt voor 12 maanden. Bij de aanvraag wordt het bewijs van de conformverklaring toegevoegd. De vrijstelling is jaarlijks verlengbaar maar de totale termijn van de vrijstelling zal nooit de termijn van 60 maanden na conformverklaring van het bodemsaneringsproject overschrijden.

           

          c. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt 12 maanden vanaf de datum van de vernieling of beschadiging en kan 2 keer verlengd worden met telkens 12 maanden op basis van een gemotiveerd verzoek waarin de belastingplichtige aantoont dat de woning door redenen gerelateerd aan de ramp nog niet hersteld of gesloopt kon worden. Dit dient door de belastingplichtige met alle mogelijke bewijsvoeringen en verklaringen aangetoond te worden.

           

          d. gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning of omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken. Deze vrijstelling geldt gedurende 12 maanden volgend op de datum van aflevering van de omgevingsvergunning en is viermaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden.

          De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:

          1. een overzicht van de werken die uitgevoerd werden tijdens de afgelopen 12 maanden
          2. een renovatiedossier zoals bepaald in punt e §1 van dit artikel;
          3. een verantwoording waaruit blijkt dat de werken (nog) niet konden worden afgerond en een aangepast tijdsschema.

          Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit punt e van dit artikel gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.

           

          e. §1. gerenoveerd wordt blijkens een gedetailleerd renovatiedossier, op voorwaarde dat de geplande renovatiewerken niet vergunningsplichtig zijn. Deze vrijstelling geldt 12 maanden.

          Het gedetailleerd renovatiedossier moet minstens de volgende elementen bevatten:

          1. een plan of tekening en enkele foto’s van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte;
          2. een plan of tekening van de toestand na renovatie als deze verschillend is van 1;
          3. een overzicht van de werken die uitgevoerd worden;
          4. een raming van de kosten met de offertes en/of facturen van reeds uitgevoerde werken;
          5. een gedetailleerd tijdschema dat aangeeft wanneer de werken uitgevoerd worden.

          De aanvrager van de vrijstelling van belasting geeft toelating de geplande en uitgevoerde werken te controleren. De administratie kan de aanvraag tot vrijstelling van belasting weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zouden zijn om één jaar te duren en/of wanneer de geplande renovatie werken niet nodig zijn om de leegstand te verhelpen.

           

          §2. De aanvraag is viermaal aansluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden. De aanvraag voor een verlenging dient te gebeuren voor het verstrijken van de lopende vrijstelling.

          De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:

          1. één of meer facturen of offertes van maximum één jaar oud die betrekking heeft of hebben op de uitgevoerde of geplande renovatiewerken;
          2. in geval het tijdschema uit het renovatiedossier van de lopende vrijstelling niet meer realiseerbaar is: een verantwoording waaruit blijkt dat de werken niet konden worden afgerond en een aangepast tijdschema;

          Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit artikel 5 §6 punt d gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.

           

          f. gesloopt wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning. De vrijstelling geldt 12 maanden volgend op de aflevering van de omgevingsvergunning en kan per woning slechts één keer aangevraagd worden;

           

          g. het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 5.82 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Deze vrijstelling geldt voor een termijn van 12 maanden en is verlengbaar zolang het sociaal beheer aanhoudt.

           

          h. onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure.

          Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van 12 maanden volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik. Deze vrijstelling kan telkens voor een periode van 12 maanden verlengd worden mits gemotiveerd verzoek. De bewijslast hiervan ligt bij de belastingplichtige. Administratieve verzegelingen van ongeschikt- en/of onbewoonbaar verklaarde woningen vallen niet onder deze vrijstelling.

           

          Artikel 6. inning

          De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 7. betaaltermijn

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 8. beroep tegen de weigering van een vrijstelling

          §1. Binnen een termijn van 30 dagen, die ingaat de dag na de datum van de verzending van de beslissing tot weigering van de vrijstelling, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de weigering. Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.

          Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:

          1. de identiteit en adres van de indiener;
          2. de vermelding van woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
          3. één of meer bewijsstukken die aantonen de dat vrijstelling onterecht geweigerd wordt.

          Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

          Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.

           

          §2. Het beroep wordt behandeld zoals het beroep tegen de belasting zoals vermeld in artikel 9 van dit reglement.

           

          Artikel 9. beroep tegen de belasting

          §1. Binnen een termijn van drie maanden, die ingaat de dag na de datum van de verzending van het aanslagbiljet, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de belasting. Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.

          Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:

          1. de identiteit en adres van de indiener;
          2. de vermelding van het kohierartikel waarop het beroepschrift betrekking heeft;
          3. één of meer bewijsstukken die aantonen de dat belasting onterecht geïnd wordt.

          Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

          Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

           

          §2. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.

           

          §3. Het beroepschrift is onontvankelijk als:

          • het beroepschrift te laat is ingediend;
          • het beroepschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde of zijn gemachtigde;
          • het beroepschrift niet ondertekend is.

          Als het beroep onontvankelijk is, wordt dat aan de indiener meegedeeld.

           

          §4. Als het beroep ontvankelijk is, wordt de gegrondheid onderzocht. Dit kan gebeuren op basis van bijgevoegde stukken maar ook door een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

           

          §5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

           

          Artikel 10. overgangsbepalingen

          Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het belastingreglement van 12 december 2019 op leegstaande woningen blijven geldig voor de looptijd bepaald in dat reglement.

           

          Artikel 11. inwerkingtreding

          Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met betrekking tot inventarisatie en belasting van leegstaande woningen. Woningen die opgenomen zijn in het leegstandsregister voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement blijven opgenomen in het register met behoud van opnamedatum.

        • Belasting op leegstaande gebouwen 2026 - 2031

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op leegstaande gebouwen 2026 - 2031.

          Toelichting

          Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.

          Leegstaande gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.

          Leegstaande gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan.

          Leegstaande gebouwen vormen één van de meest hinderlijke elementen in het straatbeeld van een handels- en/of dorpskern. Ze hebben een nefaste impact op de beeldkwaliteit, het handelsapparaat en de sfeer en beleving in een handels- of dorpskern.

          Een leegstandsbeleid voor gebouwen werd uitgewerkt en een integrale leegstandsaanpak voor gebouwen wordt gehanteerd waarbij eigenaars handvaten krijgen aangereikt om leegstand te voorkomen.

           

          Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.

          Elk bestuur dat subsidies ontvangt in het kader van de ondersteuning van het lokaal woonbeleid is verplicht een leegstandsregister bij te houden.

           

          De strijd tegen de leegstaande gebouwen zal enkel een effect zal hebben als de opname van dergelijke gebouwen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.

          Een heffing heeft een ontradend effect en is een instrument om het aanbod aan beschikbare panden te bevorderen.

          De vrijstellingen, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

           

          Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om de belasting op leegstaande gebouwen 2026 - 2031 goed te keuren.

          Regelgeving
          • de Grondwet, artikel 170 §4;
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

           

          • de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikelen 2.9 tot en met 2.14;
          • het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
          • het besluit van de Vlaamse regering van 14 maart 2025 houdende subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid;
          • het besluit van de gemeenteraad van 9 oktober 2025 tot goedkeuring van de subsidieaanvraag voor de intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid stadsregio Demerland;
          Feiten, context en motivering

          Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.

          Leegstaande gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.

          Leegstaande gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan.

          Leegstaande gebouwen vormen één van de meest hinderlijke elementen in het straatbeeld van een handels- en/of dorpskern. Ze hebben een nefaste impact op de beeldkwaliteit, het handelsapparaat en de sfeer en beleving in een handels- of dorpskern.

          Een leegstandsbeleid voor gebouwen werd uitgewerkt en een integrale leegstandsaanpak voor gebouwen wordt gehanteerd waarbij eigenaars handvaten krijgen aangereikt om leegstand te voorkomen.

           

          Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.

          Elk bestuur dat subsidies ontvangt in het kader van de ondersteuning van het lokaal woonbeleid is verplicht een leegstandsregister bij te houden.

           

          De strijd tegen de leegstaande gebouwen zal enkel een effect zal hebben als de opname van dergelijke gebouwen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.

          Een heffing heeft een ontradend effect en is een instrument om het aanbod aan beschikbare panden te bevorderen.

          De vrijstellingen, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1. begripsomschrijving

          In dit reglement wordt verstaan onder:


          1° Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 are. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats.


          2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:

          1. een aangetekend schrijven;
          2. een afgifte tegen ontvangstbewijs;
          3. een elektronisch aangetekende zending;
          4. in voorkomend geval: een elektronische communicatie via een door de betrokken overheid gehanteerd elektronisch loket.
           
          §1.  Leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde omgevingsvergunning of meldingsakte zoals vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. 
          Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden. 
          Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
           
          §2. In afwijking van §1, wordt een nieuw gebouw als leegstaand beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig §1.


          4°. IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toevertrouwd krijgt;


          5° Leegstandsregister: het gemeentelijk register dat de lijst bevat van de als leegstaand geïnventariseerde woningen en gebouwen;


          6° Opnamedatum: datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het leegstandsregister. Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de leegstand. De opnamedatum is het referentiepunt om de verjaardag te bepalen.


          7° Registerbeheerder: de door IGO div of de gemeente aangestelde personeelsleden die belast worden met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister voor woningen en gebouwen;


          8° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

          • de volle eigendom;
          • het recht van opstal of van erfpacht;
          • het vruchtgebruik.

           

          9° Kernwinkelgebied: volgende straten behoren tot het kernwinkelgebied. Waar huisnummers worden vermeld, beperkt het reglement zich tot de opgegeven nummers. In de andere gevallen worden de volledige straten bedoeld.

          • Amerstraat (tot en met huisnummer 27, tot en met huisnummer 50);
          • Bekaflaan (huisnummers 1, 2, 3)
          • Bogaardenlaan (huisnummers 1 en 1a)
          • Bogaardenstraat
          • Capucienenstraat
          • Diestsestraat
          • Gasthuisstraat
          • Grote Markt
          • Jan van Ophemstraat
          • Jozef Tielemansstraat
          • Kardinaal Mercierstraat
          • Leuvensestraat
          • Martelarenstraat
          • Schaluin
          • Sint-Niklaasberg
          • Theo de Beckerstraat
          • Zwanestraat

           

          Artikel 2. belastbaar feit

          Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.

           

          Artikel 3. belastingplichtige

          §1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de geïnventariseerde gebouw op de verjaardag van de opname. Als er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de totale belastingschuld, dat wil zeggen dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.

           

          §2. Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger op de hoogte brengen van de opname van het gebouw in het leegstandsregister.

          Daarnaast moet de overdrager van het zakelijk recht de gemeente per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van de notaris bezorgen, binnen twee maanden na het verlijden van deze akte.

          De kopie of het attest bevat minstens volgende gegevens:

          • naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel en de aard van het zakelijk recht dat wordt overgedragen;
          • naam en standplaats van de notaris;
          • nauwkeurige aanduiding van het overgedragen gebouw;

          Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd, voor zover de gemeente op het moment van het verschuldigd worden van de belasting niet op de hoogte is dat er een overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden.

           

          Artikel 4. aanslagvoet en berekeningsbasis

          §1. De belasting voor een leegstaand gebouw binnen het kernwinkelgebied bedraagt 298 euro per strekkende meter gevellengte van het gebouw.

          Als gevellengte wordt beschouwd de projectie van de afstand tussen de uiterste punten van de gebouwen op de straatzijde. De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt. De gedeelten kleiner dan een halve meter worden weggelaten; de gedeelten gelijk aan of boven een halve meter worden aangerekend als volle meter. Wanneer het gebouw paalt aan twee of meer straten, zal de grondslag voor de belastingberekening de helft van de som van de gevellengten van elk der straatzijden in aanmerking genomen worden.

          De minimumaanslag per gebouw bedraagt 2.980 euro.

           

          Per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat het gebouw in het leegstandsregister staat, wordt de belasting vermeerderd met 100 %.

          De verschuldigde belasting voor gebouwen bedraagt dan voor:

          • 1ste termijn: 100%
          • 2de termijn: 200 %
          • 3de termijn: 300 %
          • vanaf 4de termijn: 400 %

           

          §2. De belasting voor een leegstaand gebouw buiten het kernwinkelgebied bedraagt 155 euro per strekkende meter gevellengte van het gebouw. Als gevellengte wordt beschouwd de projectie van de afstand tussen de uiterste punten van de gebouwen op de straatzijde. De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt.

          De gedeelten kleiner dan een halve meter worden weggelaten. De gedeelten gelijk aan of boven een halve meter worden aangerekend als volle meter. Wanneer het gebouw paalt aan twee of meer straten, zal de grondslag voor de belastingberekening de helft van de som van de gevellengten van elk der straatzijden in aanmerking genomen worden.

          De minimumaanslag per gebouw bedraagt 1.550 euro.

           

          Per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat het gebouw in het leegstandsregister staat, wordt de belasting vermeerderd met 100 %.

          De verschuldigde belasting voor gebouwen bedraagt dan voor:

          • 1ste termijn: 100%
          • 2de termijn: 200 %
          • 3de termijn: 300 %
          • vanaf 4de termijn: 400 %

           

          §3. De anciënniteit van de belasting wordt bepaald volgens de anciënniteit die het gebouw opgebouwd heeft op het leegstandsregister. Vrijstellingen hebben geen invloed op de berekening van de termijnen.

           

          §4. Bij een overdracht van het zakelijk recht van het gebouw zal het aantal verjaardagen op 0 gesteld worden. De verjaardag blijft behouden voor de berekening van de termijnen.

           

          §5. Zolang het geïnventariseerde gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt en er geen lopende vrijstelling van de belasting is, is deze belasting verschuldigd op het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.

           

          Artikel 5. vrijstellingen

          §1. Uitsluitend de vrijstellingen die opgesomd zijn in dit reglement worden toegepast en kunnen slechts aangevraagd worden via het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat als bijlage aan dit reglement opgenomen werd. Dit aanvraagformulier wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, per beveiligde zending bezorgd aan de administratie.

           

          §2. Een aanvraag van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van twaalf maanden na datum van opname in het leegstandsregister. Eens de verjaardag van de opnamedatum is verlopen, kan er geen vrijstelling meer gevraagd worden voor die periode en zal de belasting verschuldigd zijn

           

          §3. Een aanvraag van een verlenging van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het einde van de lopende vrijstelling. Eens de lopende vrijstelling verstreken is, kan er geen verlenging van deze vrijstelling meer gevraagd worden.

           

          §4. Een vrijstelling wordt telkens voor een periode van 12 maanden toegekend. Indien er volgens het reglement voor meerdere jaren een vrijstelling kan toegekend worden, moet de vrijstelling elk jaar opnieuw aangevraagd worden via het aanvraagformulier.

           

          §5. Een vrijstelling kan worden verleend indien de zakelijk gerechtigde:

          1. minder dan 12 maanden het zakelijk recht heeft over het gebouw. Deze vrijstelling geldt tot 12 maanden na het verkrijgen van het zakelijk recht op deze woning. Dit bewijs dient afgeleverd te worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een afschrift van de notariële akte. Deze vrijstelling is éénmalig verlengbaar met 12 maanden als de belastingplichtige kan aantonen dat het gebouw niet beschikbaar is door complicaties verbonden aan de verkoop;
          2. langdurig wordt opgenomen in een zorginstelling. Het bewijs van het verblijf wordt geleverd door de erkende ouderenvoorziening, de psychiatrische instelling of het ziekenhuis waar de belastingplichtige verblijft. Deze vrijstelling gaat in op datum van opname in de zorginstelling en is eenmalig aansluitend verlengbaar met twaalf maanden als de zakelijk gerechtigde of de vertegenwoordiger van de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek indient waarbij aangetoond wordt dat om redenen buiten de wil om van de zakelijk gerechtigde nog geen stappen konden genomen worden om het gebouw te herstellen.

           

          §6. Een vrijstelling kan worden verleend indien het gebouw:

          a. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld. Deze vrijstelling is aanvraagbaar of verlengbaar voor zover de onteigening niet werd uitgevoerd.

           

          b. zich op een perceel bevindt dat deel uitmaakt van een conform verklaard bodemsaneringsproject. De vrijstelling gaat in op datum van conformverklaring van het project of, indien die datum meer dan 12 maanden voor de opnamedatum ligt, op datum van de aanvraag van de vrijstelling. De vrijstelling geldt voor 12 maanden. Bij de aanvraag wordt het bewijs van de conformverklaring toegevoegd. De vrijstelling is jaarlijks verlengbaar maar de totale termijn van de vrijstelling zal nooit de termijn van 60 maanden na conformverklaring van het bodemsaneringsproject overschrijden.

           

          c. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt 12 maanden vanaf de datum van de vernieling of beschadiging en kan 2 keer verlengd worden met telkens 12 maanden op basis van een gemotiveerd verzoek waarin de belastingplichtige aantoont dat het gebouw door redenen gerelateerd aan de ramp nog niet hersteld of gesloopt kon worden. Dit dient door de belastingplichtige met alle mogelijke bewijsvoeringen en verklaringen aangetoond te worden.

           

          d. gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning of omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken. Deze vrijstelling geldt gedurende 12 maanden volgend op de datum van aflevering van de omgevingsvergunning en is viermaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden.

          De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:

          1. een overzicht van de werken die uitgevoerd werden tijdens de afgelopen 12 maanden
          2. een renovatiedossier zoals bepaald in punt e §1 van dit artikel;
          3. een verantwoording waaruit blijkt dat de werken (nog) niet konden worden afgerond en een aangepast tijdsschema.

          Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit punt e van dit artikel gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.

           

          e. §1. gerenoveerd wordt blijkens een gedetailleerd renovatiedossier, op voorwaarde dat de geplande renovatiewerken niet vergunningsplichtig zijn. Deze vrijstelling geldt 12 maanden.

          Het gedetailleerd renovatiedossier moet minstens de volgende elementen bevatten:

          1. een plan of tekening en enkele foto’s van de bestaande toestand van het te renoveren gedeelte;
          2. een plan of tekening van de toestand na renovatie als deze verschillend is van 1;
          3. een overzicht van de werken die uitgevoerd worden;
          4. een raming van de kosten met de offertes en/of facturen van reeds uitgevoerde werken;
          5. een gedetailleerd tijdschema dat aangeeft wanneer de werken uitgevoerd worden.

          De aanvrager van de vrijstelling van belasting geeft toelating de geplande en uitgevoerde werken te controleren. De administratie kan de aanvraag tot vrijstelling van belasting weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zouden zijn om één jaar te duren en/of wanneer de geplande renovatie werken niet nodig zijn om de leegstand te verhelpen.

           

          §2. De aanvraag is viermaal aansluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden. De aanvraag voor een verlenging dient te gebeuren voor het verstrijken van de lopende vrijstelling.

          De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:

          1. één of meer facturen of offertes van maximum één jaar oud die betrekking heeft of hebben op de uitgevoerde of geplande renovatiewerken;
          2. in geval het tijdschema uit het renovatiedossier van de lopende vrijstelling niet meer realiseerbaar is: een verantwoording waaruit blijkt dat de werken niet konden worden afgerond en een aangepast tijdschema;

          Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit artikel 5 §6 punt d gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.

           

          f. gesloopt wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning. De vrijstelling geldt 12 maanden volgend op de aflevering van de omgevingsvergunning en kan per gebouw slechts één keer aangevraagd worden;

           

          g. het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 5.82 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Deze vrijstelling geldt voor een termijn van 12 maanden en is verlengbaar zolang het sociaal beheer aanhoudt.

           

          h. onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van 12 maanden volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik. Deze vrijstelling kan telkens voor een periode van 12 maanden verlengd worden mits gemotiveerd verzoek. De bewijslast hiervan ligt bij de belastingplichtige. Administratieve verzegelingen van ongeschikt- en/of onbewoonbaar verklaarde gebouwen vallen niet onder deze vrijstelling.

           

          Artikel 6. inning

          De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

           

          Artikel 7. betaaltermijn

          De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

           

          Artikel 8. beroep tegen de weigering van een vrijstelling

          §1. Binnen een termijn van 30 dagen, die ingaat de dag na de datum van de verzending van de beslissing tot weigering van de vrijstelling, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de weigering. Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.

          Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:

          1. de identiteit en adres van de indiener;
          2. de vermelding van gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft;
          3. één of meer bewijsstukken die aantonen de dat vrijstelling onterecht geweigerd wordt.

          Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

          Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.

           

          §2. Het beroep wordt behandeld zoals het beroep tegen de belasting zoals vermeld in artikel 9 van dit reglement.

           

          Artikel 9. beroep tegen de belasting

          §1. Binnen een termijn van drie maanden, die ingaat de dag na de datum van de verzending van het aanslagbiljet, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de belasting. Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.

          Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:

          1. de identiteit en adres van de indiener;
          2. de vermelding van het kohierartikel waarop het beroepschrift betrekking heeft;
          3. één of meer bewijsstukken die aantonen de dat belasting onterecht geïnd wordt.

          Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

          Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

           

          §2. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.

           

          §3. Het beroepschrift is onontvankelijk als:

          • het beroepschrift te laat is ingediend;
          • het beroepschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde of zijn gemachtigde;
          • het beroepschrift niet ondertekend is.

          Als het beroep onontvankelijk is, wordt dat aan de indiener meegedeeld.

           

          §4. Als het beroep ontvankelijk is, wordt de gegrondheid onderzocht. Dit kan gebeuren op basis van bijgevoegde stukken maar ook door een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.

           

          §5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.

           

          Artikel 10. overgangsbepalingen

          Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het belastingreglement van 21 december 2023 op leegstaande gebouwen blijven geldig voor de looptijd bepaald in dat reglement.

           

          Artikel 11. inwerkingtreding

          Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met betrekking tot inventarisatie en belasting van leegstaande gebouwen. Gebouwen die opgenomen zijn in het leegstandsregister voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement blijven opgenomen in het register met behoud van opnamedatum.

      • Sociaal Huis

        • Actualisatie statuten Lokaal Overleg Kinderopvang Aarschot

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De statuten van het Lokaal overleg Kinderopvang werden geactualiseerd. Tevens kreeg de adviesraad een nieuwe naam en invulling. De gemeenteraad keurt de aangepaste statuten goed. 

          Toelichting

          De statuten van het Lokaal Overleg Kinderopvang in Aarschot dienen geactualiseerd te worden.

          Het overleg krijgt een nieuwe naam en invulling: LOKA+
          Dit staat voor Lokaal Overleg Kinderopvang Aarschot, waarbij de 'plus' symbool staat voor de focus op extra aanbod en activiteiten. 

          Het LOKA+ fungeert als adviesorgaan en brengt alle relevante actoren rond het thema kinderopvang en buitenschoolse opvang en activiteiten samen. 

          De geactualiseerde statuten worden ter goedkeuring aan de raad voorgelegd. 

          Regelgeving
          • het Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • de wet van 11.04.1994 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het bestuursdecreet van 7.12.2018;
          • Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
          Feiten, context en motivering

          De statuten van het Lokaal Overleg Kinderopvang in Aarschot dienen geactualiseerd te worden.

           

          Het overleg krijgt een nieuwe naam en invulling: LOKA+

          Dit staat voor Lokaal Overleg Kinderopvang Aarschot, waarbij de 'plus' symbool staat voor de focus op extra aanbod en activiteiten. Het LOKA+ fungeert als adviesorgaan en brengt alle relevante actoren rond het thema kinderopvang en buitenschoolse opvang en activiteiten samen. 

           

          De volgende functies werden vastgelegd:

          • Voorzitter: Kim Vander Stuyft
          • Secretaris: Helena Vanbaelen 

           

          De geactualiseerde statuten werden op de vergadering van 20.11.2025 voorgelegd aan alle leden en goedgekeurd. 

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          De aangepaste statuten als in bijlage worden goedgekeurd door de gemeenteraad.

      • Lokale economie

        • Project "The Box" Aarschot: goedkeuring project en bijhorende overeenkomsten

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad keurt het project "The Box" goed voor de jaren 2026 - 2027 - 2028. 

          Toelichting

          De stad Aarschot wil zich enerzijds profileren als een ondernemersvriendelijke stad en anderzijds de leegstand terugdringen. 

           

          Ondernemerschap is de motor van het economisch weefsel. Een bloeiend handelscentrum is een belangrijke factor in de aantrekkelijkheid van een stadscentrum. Het huidige onzekere economische klimaat, samen met de administratielast die een eigen zaak met zich meebrengt, zorgt ervoor dat ondernemers afgeschrikt worden om te starten en te investeren. Ondernemers die willen opstarten kunnen elke steun gebruiken.

           

          Leegstand in een handelscentrum is erg hinderlijk voor de beeldkwaliteit van het handelscentrum. Een integrale aanpak waarbij wordt gewerkt aan zowel de vraag- en aanbodzijde is noodzakelijk. 

           

          Gelet op: 

          • voorgaande initiatieven m.b.t. startersondersteuning, waaronder de pop-up subsidie en de wedstrijd 'Win je Zaak'; 
          • initiatieven om de leegstand aan te pakken; 
          • het netwerk van The Box en de expertise van Stebo vzw met betrekking tot startersondersteuning. 

           

          The Box Vlaanderen is een initiatief dat startende en creatieve ondernemers ondersteunt door middel van 'plug-and-play' handelspanden aan te bieden. Dankzij een opstart met een laag risico en zonder investeringen voor de ondernemer, kunnen starters op een laagdrempelige manier hun concept testen voor bepaalde, korte periodes. 

           

          In deze context wordt aan de gemeenteraad het project "The Box" ter goedkeuring voorgelegd. 

          Regelgeving
          • het Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering; 
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen; 
          • de wet van 11.04.1994 betreffende de openbaarheid van bestuur; 
          • het bestuursdecreet van 7.12.2018; 
          • het Besluit van de Vlaamse Regering d.d. 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen; 
          Feiten, context en motivering

          Met het project The Box wil de stad Aarschot het ondernemerschap ondersteunen.

           

          Rechtstreeks doel van het project:

          • ondersteuning bij het testen van een eigen zaak;
          • de tussenstap naar een fysieke winkel;
          • een laagdrempelige kans om te proeven van wat het uitbaten van een fysieke zaak precies inhoudt.

           

          Nevendoelen: 

          • Promotie van de stad Aarschot als ondernemersvriendelijke stad binnen het netwerk van startende ondernemers, het netwerk van The Box en bij uitbreiding heel Vlaanderen;
          • Ondersteuning bij een doorstart van de deelnemers van The Box;
          • Het ondernemerschap blijven prikkelen, incl. het aanzetten van ondernemers om contact op te nemen. Het contact kan verlopen via een inschrijving in The Box, maar ook via informatievragen bij de dienst Lokale Economie of via startersondersteuning@aarschot.be;
          • Het creëren van een nieuwe dynamiek in de directe omgeving van het pand waar The Box gevestigd is;
          • Nieuwe concepten en vernieuwend ondernemerschap aantrekken.

           

          Het project The Box biedt de volgende voordelen voor startende ondernemers:

          • Neemt heel wat drempels weg
          • Korte testperiodes om het concept nog bij te sturen zonder grote financiële gevolgen;
          • geen grote investeringen;
          • Het pand is instapklaar en ingericht met modulaire meubels; 
          • Basisvoorzieningen voor een onderneming zijn aanwezig, waaronder een bancontacttoestel, kassasysteem, beveiligingssysteem,...

          The Box is bedoeld om ondernemers op een laagdrempelige manier te laten proeven van het uitbaten van een eigen handelszaak. Tegelijkertijd wordt de realiteit zoveel mogelijk gesimuleerd, vb. door een marktconforme vergoeding te vragen. De marktconforme vergoeding voor een tijdelijke uitbatingsperiode in The Box zorgt ook voor draagvlak bij de bestaande ondernemers. 

           

          The Box Vlaanderen is een uniek concept dat startersondersteuning naar een hoger niveau tilt. Ze stellen plug-and-play handelspanden - hun handelsmerk - ter beschikking aan marktconforme prijzen aan starters. Dankzij een opstart met een laag risico en zonder investeringen voor de ondernemer, kunnen starters op een laagdrempelige manier hun concept testen voor bepaalde, korte periodes. Dankzij de plug-and-play handelspanden kunnen starters meteen aan de slag zonder zware investeringen in infrastructuur of inrichting. 

           

          Het succes van The Box Vlaanderen steunt op een gestructureerd model dat doorheen heel Vlaanderen wordt uitgerold. The Box Vlaanderen is een onderdeel van Stebo vzw en behoort tot de pijler 'Ondernemen'. Stebo vzw is gespecialiseerd in startersondersteuning. Een ander initiatief van Stebo vzw is 'Starterslabo', om ondernemers begeleiding op maat te bieden, vb. workshops, haalbaarheidsadvies, ondersteuning bij de ontwikkeling van een businessplan... 

           

          The Box Vlaanderen is intussen uitgegroeid tot een merk dat gekend is bij startende ondernemers. Ze creëerden een breed netwerk van lokale ondernemers, steden en partners die elkaar versterken. Dit schaalbare en betrouwbare model maakt van The Box Vlaanderen een krachtige motor voor regionale economische groei en ondernemerschap. 

           

           

          Stebo vzw zorgt o.a. voor:

          • De lokale werking: promotie en bezetting van The Box Aarschot, korte lijnen met de dienst Economie, werking van de lokale stuurgroep; 
          • Netwerk en community van The Box Aarschot uitbouwen.

          = inzet van 0,2 VTE per jaar voor The Box Aarschot

           

           

          Stebo Services vzw zorgt o.a. voor: 

          • Een instapklaar handelspand: inrichting van het pand;
          • Alle nodige voorzieningen, verzekeringen en contracten: nutsvoorzieningen, internet, bancontact...;
          • Beheer van het pand: huur handelspand (huurcontract wordt afgesloten tussen eigenaar handelspand en Stebo Services vzw), overeenkomsten met de starters, boekhouding van The Box Aarschot (incl. opvolging betalingen door de starters)...

           

          Uitgebreide info over de verplichtingen van beiden partijen: zie de bijgaande overeenkomsten met respectievelijk Stebo vzw en Stebo Services vzw.

          Financiële Impact/budget

          Eenmalige kosten: 

          • Investering voor het instapklaar maken van het pand: € 25.000,00 (2026)
          • zie overeenkomst met Stebo Services vzw 
           

          Omschrijving:

          Project The Box Aarschot : inrichting

           

          Looptijd:

          Van  01.01.2026 tot en met 31.12.2028

           

          Totaal toegekend subsidiebedrag

          25.000 euro

           

           

          Jaarlijkse kosten: 

          • Werking: € 27.000,00 (1e jaar/opstartjaar) - € 20.328,00 (2027) - € 20.735,00 (2028) = jaarlijkse stijging van 2 %
          • zie overeenkomst met Stebo vzw
           

          Omschrijving:

          Project The Box Aarschot

           

          Looptijd:

          Van 01.01.2026 tot en met 31.12.2028

           

          Projectjaar 1 (opstartjaar)

          27.000 euro

          Projectjaar 2

          20.328 euro

          Projectjaar 3

          20.735 euro

           
           
          • Uitbatingskost (buffer uitbatingsrisico): € 16.000,00 (2026) - € 16.320,00 (2027) - € 16.646,00 (2028) = jaarlijkse stijging van 2 % 
          • zie overeenkomst met Stebo Services vzw

           

          Omschrijving:

          Project The Box Aarschot: uitbating

           

          Looptijd:

          Vanaf 1.01.2026 tot en met 31.12.2028

           

          Projectjaar 1

          16.000

          Projectjaar 2

          16.320

          Projectjaar 3

          16.646

           

          De samenwerkingsovereenkomsten worden afgesloten voor 3 jaar, nl. 2026, 2027 en 2028.

          Nadien en na evaluatie kan bekeken worden om de samenwerking te verlengen. 

          De lokale stuurgroep beslist over de projectuitgaven. 

           

          De nodige kredieten werden aangevraagd voor het nieuwe MJP 2026-2031.

          De goedkeuring van het project The Box is onder voorbehoud van de goedkeuring van het MJP 2026-2031. 


          Visum "Subsidieovereenkomsten m.b.t. de nominatieve werkings- en investeringssubsidies inzake project ‘The Box’"

          In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is in 2026 krediet opgenomen m.b.t. de financiering van de nominatieve investeringstoelage aan Stebo Services vzw voor de inrichtingskost van het project ‘The Box’, nl. 25.000,00 euro (actie 4.3.1 We zetten Aarschot op de kaart als een groene, levendige en bruisende stad, raming MJP201154, beleidsveld 0500 ‘Handel en middenstand’, ARK 66400000 ‘Toegestane Investeringssubsidies.

          In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is krediet opgenomen m.b.t. de financiering van de nominatieve werkingstoelage aan Stebo Services vzw voor de uitbatingskost van het project ‘The Box’ (actie 4.3.1 We zetten Aarschot op de kaart als een groene, levendige en bruisende stad, raming MJP202283, beleidsveld 0500 ‘Handel en middenstand’, ARK 64960000 ‘Specifieke werkingssubsidies – nominatief’), nl.

          • 2026 : 16.000,00 euro
          • 2027 : 16.320,00 euro
          • 2028 : 16.646,00 euro


          In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is krediet opgenomen m.b.t. de financiering van de nominatieve werkingstoelage aan Stebo vzw voor de overheadkost van het project ‘The Box’ (actie 4.3.1 We zetten Aarschot op de kaart als een groene, levendige en bruisende stad, raming MJP201117, beleidsveld 0500 ‘Handel en middenstand’, ARK 64960000 ‘Specifieke werkingssubsidies – nominatief’), nl.

          • 2026 : 27.000,00 euro
          • 2027 : 20.328,00 euro
          • 2028 : 20.735,00 euro


          De gemeenteraad heeft de autonomie om subsidieovereenkomsten voor het project ‘The Box’ goed te keuren m.b.t. nominatieve investeringstoelage aan Stebo services vzw en nominatieve werkingstoelagen aan Stebo vzw en Stebo services vzw, mits goedkeuring op 18 december 2025 van benodigde kredieten, zoals opgenomen in het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031.
          Adviezen
          • Visum financieel beheerder

            Subsidieovereenkomsten m.b.t. de nominatieve werkings- en investeringssubsidies inzake project ‘The Box’

            In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is in 2026 krediet opgenomen m.b.t. de financiering van de nominatieve investeringstoelage aan Stebo Services vzw voor de inrichtingskost van het project ‘The Box’, nl. 25.000,00 euro (actie 4.3.1 We zetten Aarschot op de kaart als een groene, levendige en bruisende stad, raming MJP201154, beleidsveld 0500 ‘Handel en middenstand’, ARK 66400000 ‘Toegestane Investeringssubsidies.

            In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is krediet opgenomen m.b.t. de financiering van de nominatieve werkingstoelage aan Stebo Services vzw voor de uitbatingskost van het project ‘The Box’ (actie 4.3.1 We zetten Aarschot op de kaart als een groene, levendige en bruisende stad, raming MJP202283, beleidsveld 0500 ‘Handel en middenstand’, ARK 64960000 ‘Specifieke werkingssubsidies – nominatief’), nl.

            -          2026 : 16.000,00 euro

            -          2027 : 16.320,00 euro

            -          2028 : 16.646,00 euro

            In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is krediet opgenomen m.b.t. de financiering van de nominatieve werkingstoelage aan Stebo vzw voor de overheadkost van het project ‘The Box’ (actie 4.3.1 We zetten Aarschot op de kaart als een groene, levendige en bruisende stad, raming MJP201117, beleidsveld 0500 ‘Handel en middenstand’, ARK 64960000 ‘Specifieke werkingssubsidies – nominatief’), nl.

            -          2026 : 27.000,00 euro

            -          2027 : 20.328,00 euro

            -          2028 : 20.735,00 euro

            De gemeenteraad heeft de autonomie om subsidieovereenkomsten voor het project ‘The Box’ goed te keuren m.b.t. nominatieve investeringstoelage aan Stebo services vzw en nominatieve werkingstoelagen aan Stebo vzw en Stebo services vzw, mits goedkeuring op 18 december 2025 van benodigde kredieten, zoals opgenomen in het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031.

            Gunstig visum The Box van Geert Wijns van 02 december 2025

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 15 stemmen voor, 12 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1

          De gemeenteraad keurt de subsidieovereenkomst tussen de stad Aarschot en Stebo vzw goed met betrekking tot de subsidie voor de werking en uitvoering van het project ‘The Box’ voor de jaren 2026 - 2027 - 2028.

           

          Artikel 2

          De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de stad Aarschot en Stebo Services vzw goed met betrekking tot de uitbating van een handelspand in het kader van de werking van het project ‘The Box’ voor de jaren 2026 - 2027 - 2028.

        • Reglement inzake financiële ondersteuning pop-up stores (2014): opheffing reglement

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad beslist het volgende reglement op te heffen: 'Reglement inzake financiële ondersteuning pop-up stores' (2014).

          Toelichting

          Gelet op: 

          • het pop-up reglement (2014), van toepassing op pop-up stores van min. 1 maand en max. 6 maanden; 
          • het reglement 'Schot in je Zaak' (2023), van toepassing op pop-up stores van min. 6 maanden en max. 12 maanden; 
          • het project 'The Box' (vanaf 2026), waarbij starters een 'plug-and-play' handelspand kunnen huren aan marktconforme prijs van min. 1 week tot max. 3 maanden.
          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
          • de wet van 14.11.1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen;
          • de beslissing van de gemeenteraad van 10.03.2022 houdende goedkeuring van het reglement 'controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen'
          • de beslissing van de gemeenteraad van 23.06.2022 houdende goedkeuring van het gemeentelijk reglement subsidies ter verfraaiing van handelspanden in het kernwinkelgebied.
          • het decreet houdende de huur van korte duur voor handel en ambacht van 17 juni 2016. 
          Feiten, context en motivering

          De stad Aarschot wil enerzijds startende ondernemers ondersteunen en anderzijds de leegstand terugdringen. 

          Hiervoor wil zij volgende maatregelen blijven toepassen of in het leven roepen:

           

          Reglement 'Schot in je zaak': ondernemers die een pop-up openen voor min. 6 maanden en max. 12 maanden: 

          • Starters hebben recht op een gemeentelijke subsidie van € 1.000,00 indien zij voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in desbetreffend reglement. 
          • Eigenaars van handelspanden hebben recht op een gemeentelijke subsidie van € 1.000,00 indien zij voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in desbetreffend reglement. 

           

          The Box Aarschot (nieuw/vanaf 2026):

          Starters die hun concept op een laagdrempelige manier en zonder risico willen testen voor een periode korter dan 6 maanden, kunnen terecht bij The Box Aarschot. Starters kunnen The Box aan een marktconforme prijs huren voor min. een week en max. 3 maanden. 

           

           

          Voorliggend reglement inzake financiële ondersteuning voor pop-up stores uit 2014: 

           

          • faciliteert invullingen van zeer beperkte duur

            Het is billijk om een uitbatingsperiode van min. 6 maanden te vragen, gelet op het subsidiebedrag van € 1.000,00.

           

          • werd niet meer aangevraagd omdat de pop-up stores meestal min. 6 maanden worden uitgebaat

            In 2025 werden 5 subsidiedossiers ingediend. Alle dossiers vielen onder het subsidiereglement 'Schot in je zaak' omwille van een uitbatingsperiode van meer dan 6 maanden. 
           
           
          • overlapt met het subsidiereglement 'Schot in je zaak' 

            Beide reglementen hebben pop-up stores als onderwerp, maar met verschillende uitbatingsperioden, waarvan sommigen overlappen. Dit is verwarrend. 
           
           

           

          Reglement financiële ondersteuning pop-up stores

          Subsidiereglement ‘Schot in je zaak’

           

          2014

          2023

          Subsidiebedrag uitbater

          € 1.000,00

          € 1.000,00

          Subsidiebedrag eigenaar

          € 500,00

          € 1.000,00

          Min. uitbatingsperiode

          1 maand

          6 maanden

          Max. uitbatingsperiode

          6 maanden

          12 maanden

           
           
           
          Gelet op: 
           
          • administratieve vereenvoudiging:het reglement overlapt met het subsidiereglement 'Schot in je zaak' (voor pop-up stores voor min. 6 maanden en max. 12 maanden); 
          • slapende reglementen opheffen: het reglement wordt in praktijk niet meer toegepast wegens geen pop-ups tot max. 5 maanden in 2025;
          • het aanmoedigen van pop-ups die langer dan 6 maanden geopend zijn
           
          wil de stad Aarschot het subsidiereglement inzake financiële ondersteuning voor pop-up stores (2014) opheffen.
           
          Het bestaande reglement 'Schot in je zaak' blijft in voege voor de ondersteuning van pop-up stores van min. 6 maanden tot max. 12 maanden.
          Financiële Impact/budget

          Geen financiële impact:

          Op raming MJP104489 werden kredieten voorzien voor de subsidies voor pop-up stores voor beide reglementen (het subsidiereglement inzake financiële ondersteuning voor pop-up stores en het subsidiereglement 'Schot in je zaak'). 

           

          Jaarlijks voorzien: € 7.000,00

          Dit wil zeggen dat er jaarlijks max. 7 subsidiedossiers van € 1.000,00 kunnen uitbetaald worden. 

           

          Aantal aanvragen voor pop-ups ihkv 'Schot in je zaak' in 2025: 5 (zowel uitbaters als eigenaars)

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Tegenstanders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock
          Onthouders: Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Guido Vencken
          Resultaat: Met 15 stemmen voor, 9 stemmen tegen, 3 onthoudingen
          Besluit

          Enig artikel

          De gemeenteraad beslist het volgende reglement op te heffen: 'Reglement inzake financiële ondersteuning pop-up stores' (2014).

        • Gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van verfraaiing van handelspanden in het kernwinkelgebied: opheffing reglement

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad beslist het volgende reglement op te heffen: 'Gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van verfraaiing van handelspanden in het kernwinkelgebied'.

          Toelichting

          Gelet op het beleid m.b.t. leegstaande handelspanden: 

          • de inventarisatie van en belasting op leegstaande handelspanden;
          • de ondersteuning van pop-up initiatieven van 1 maand tot 12 maanden; 
          • de ondersteuning van de verfraaiing van handelspanden d.m.v. voorliggend reglement.

           

          Voorliggend reglement is een flankerende maatregel om eigenaars aan te zetten om onaangepaste handelspanden te verfraaien.

          Tijdens de looptijd van het reglement heeft echter geen enkele eigenaar van een handelspand een subsidieaanvraag ingediend bij de dienst Economie.

          Ondanks individuele gesprekken met de eigenaars en doorverwijzingen van dienst Ruimtelijke Ordening, blijkt de toelage zoals voorzien niet doeltreffend.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
          • de wet van 14.11.1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen;
          • de beslissing van de gemeenteraad van 10.03.2022 houdende goedkeuring van het reglement 'controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen'
          • de beslissing van de gemeenteraad van 23.06.2022 houdende goedkeuring van het gemeentelijk reglement subsidies ter verfraaiing van handelspanden in het kernwinkelgebied.
          Feiten, context en motivering

          Gelet op:

          • de individuele gesprekken met verschillende eigenaars van handelspanden;
          • het feit dat in de looptijd van het reglement geen enkele eigenaar een subsidieaanvraag heeft ingediend. 

           

          Tijdens de looptijd van het reglement heeft geen enkele eigenaar van een handelspand een subsidieaanvraag ingediend bij de dienst Economie. Nochtans werden tijdens de looptijd van het reglement een aantal handelspanden verbouwd of gerenoveerd die in aanmerking kwamen. 

          Ondanks individuele gesprekken met de eigenaars en doorverwijzingen van dienst Ruimtelijke Ordening, blijkt de toelage zoals voorzien niet doeltreffend.

           

          Bijgevolg is het niet langer nodig om de kredieten voor deze toelage te voorzien binnen het meerjarenplan.

          De opheffing van voorliggend reglement is het gevolg van het kritisch evalueren en efficiënt inzetten van toelagen en stadsfinanciën. 

          Financiële Impact/budget

          Schrappen van krediet:

          • Krediet: 50.000,- euro per jaar
          • Raming: MJP104842

           

          De middelen die vrijkomen worden geheroriënteerd binnen het meerjarenplan.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Tegenstanders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock
          Onthouders: Guido Vencken
          Resultaat: Met 17 stemmen voor, 9 stemmen tegen, 1 onthouding
          Besluit

          Enig artikel

          De gemeenteraad beslist het volgende reglement op te heffen: 'Gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van verfraaiing van handelspanden in het kernwinkelgebied'.

      • Financiën

        • Overdracht exploitatie van feestzaal Den Akker en feestzaal Gelrode van AGB Aarschot naar Stad Aarschot: aanpassing van de tarieven, het huishoudelijk reglement en de gebruiksovereenkomst

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement en de gebruiksovereenkomst van de feestzaal Gelrode en feestzaal Den Akker goed.

          Toelichting

          Vanaf 1 januari 2026 wordt het beheer van de feestzaal Gelrode en feestzaal Den Akker van AGB Aarschot overgedragen naar de Stad Aarschot.

          De Stad Aarschot moet de tarieven, een huishoudelijk reglement en model van gebruiksovereenkomst vastleggen voor deze zalen.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het besluit van de gemeenteraad van 13.11.2025 betreffende de beëindiging van de erfpacht op de oude werkhuizen, zaal Den Akker en oude jongensschool Gelrode.
          Feiten, context en motivering

          Vanaf 1 januari 2026 wordt het beheer van de feestzaal Gelrode en feestzaal Den Akker van AGB Aarschot overgedragen naar de Stad Aarschot.

          De Stad Aarschot moet de tarieven, een huishoudelijk reglement en model van gebruiksovereenkomst vastleggen voor deze zalen.

          In bijlage worden de huishoudelijk reglementen en gebruiksovereenkomsten (incl. tarieven) van feestzaal Gelrode en feestzaal Den Akker voorgelegd ter goedkeuring. 
          De nieuwe tarieven behelzen een verlaging van de prijzen met 20% voor Aarschotse verenigingen. 

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement en de gebruiksovereenkomst (incl. tarieven) van de feestzaal Gelrode en feestzaal Den Akker als in bijlage goed. 

        • Vaststelling van het meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Aarschot en krediet 2026, deel stad

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stelt haar deel van het meerjarenplan 2026-2031 vast, zoals in bijlage toegevoegd. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.

          Toelichting

          Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlage, wordt voorgelegd aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst het eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan, die de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan 2026-2031 definitief is vastgesteld. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel definitief vastgesteld.

          Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het budget is geen afzonderlijk beleidsrapport meer, maar wordt geïntegreerd in het meerjarenplan.

          Vermits elke rechtspersoon (stad en OCMW) voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan wel een duidelijk onderscheid tussen de kredieten van de stad en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (M3), waarin de kredieten voor de stad en het OCMW apart worden opgenomen.

          Omdat de stad en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financieel evenwicht voor de twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld. Het meerjarenplan is financieel in evenwicht als het voldoet aan de volgende voorwaarden:

          • het geraamd beschikbaar budgettair resultaat is in geen enkel jaar negatief;
          • de geraamde autofinancieringsmarge voor 2031 is minstens gelijk aan nul.

          De twee bovenvermelde normen worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerd financieel evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge. Dit zijn evenwel geen afdwingbare normen.

          In toepassing van de bepalingen van het decreet lokaal bestuur werd het ontwerp van aanpassing van het meerjarenplan op 3 december 2025 aan de raadsleden bezorgd. 

          Voorstel van besluit:

          De gemeenteraad stelt haar deel van het meerjarenplan 2026-2031 vast, zoals in bijlage toegevoegd.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen (BVR BBC);
          • het ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC);
          • de omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18.07.2025 over de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- & beheerscyclus.
          Feiten, context en motivering

          Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlage, wordt voorgelegd aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn. Het budget is geen afzonderlijk beleidsrapport meer, maar wordt geïntegreerd in het meerjarenplan. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.

          Het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlagen, bestaat uit volgende onderdelen:

          • de strategische nota met de beleidsverklaring, het overzicht van de beleidsdoelstellingen en de prioritaire acties en actieplannen
          • de financiële nota:
            • het financieel doelstellingenplan (schema M1)
            • de staat van het financieel evenwicht (schema M2), waarin aangetoond wordt dat aan alle evenwichtsvoorwaarden voldaan wordt
            • het overzicht van de kredieten (schema M3)
          • de toelichting :
            • het overzicht van uitgaven en ontvangsten volgens beleidsdomein (schema T1)
            • het overzicht van uitgaven en ontvangsten volgens hun economische aard (schema T2)
            • het overzicht van de financiële schulden (schema T3)
            • het overzicht van de investeringen
            • het overzicht van de personeelsinzet
            • het overzicht van de verbonden entiteiten
            • het overzicht van de financiële risico's
            • de beschrijving van grondslagen en assumpties
          • de documentatie:
            • het overzicht van beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties met bijbehorende ramingen van de uitgaven en ontvangsten voor exploitatie, investeringen en financiering
            • het overzicht van de toegestane werkings- en investeringssubsidies
            • het overzicht van de beleidsdomeinen en de beleidsvelden
            • het overzicht van de jaarlijkse opbrengst per soort belasting en per soort retributie
            • het overzicht van de jaarlijkse uitgaven en ontvangsten voor exploitatie, investeringen en financiering per beleidsveld
            • de omgevingsanalyse 

          Het meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Aarschot is financieel in evenwicht vermits het voldoet aan de volgende voorwaarden:

          • het geraamd beschikbaar budgettair resultaat is in geen enkel jaar negatief
          • de geraamde autofinancieringsmarge voor 2031 is minstens gelijk aan nul.
          De twee bovenvermelde normen worden aangevuld met indicatoren over de gecorrigeerde autofinancieringsmarge en het geconsolideerd financieel evenwicht (stad, OCMW en AGB Aarschot samen). Dit zijn evenwel geen afdwingbare normen.
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 15 stemmen voor, 12 onthoudingen
          Besluit

          Enig artikel

          De gemeenteraad stelt haar deel van het meerjarenplan 2026-2031 vast, zoals in bijlage toegevoegd. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.

        • Schorsing van de vergadering van de gemeenteraad en herneming ervan na de behandeling van het agendapunt "vaststelling van het meerjarenplan2026-2031 van stad en OCMW Aarschot en krediet 2026, deel OCMW Aarschot"

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge
        • Vaststelling van meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Aarschot en krediet 2026, deel stad en deel OCMW

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031, die de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld op 18 december 2025, goed, zoals in bijlage toegevoegd. Hierdoor is het meerjarenplan in zijn geheel definitief vastgesteld. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.

          Toelichting

          Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlage, wordt voorgelegd aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst het eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan, die de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan 2026-2031 definitief is vastgesteld. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel definitief vastgesteld.

          Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het budget is geen afzonderlijk beleidsrapport meer, maar wordt geïntegreerd in het meerjarenplan.

          Vermits elke rechtspersoon (stad en OCMW) voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan wel een duidelijk onderscheid tussen de kredieten van de stad en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (M3), waarin de kredieten voor de stad en het OCMW apart worden opgenomen.

          Omdat de stad en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financieel evenwicht voor de twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld. Het meerjarenplan is financieel in evenwicht als het voldoet aan de volgende voorwaarden:

          • het geraamd beschikbaar budgettair resultaat is in geen enkel jaar negatief;
          • de geraamde autofinancieringsmarge voor 2031 is minstens gelijk aan nul.

          De twee bovenvermelde normen worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerd financieel evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge. Dit zijn evenwel geen afdwingbare normen.

          In toepassing van de bepalingen van het decreet lokaal bestuur werd het ontwerp van aanpassing van het meerjarenplan op 3 december 2025 aan de raadsleden bezorgd. 

          Voorstel van besluit:

          De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026 - 2031, die de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld op 18 december 2025, goed, zoals in bijlage toegevoegd. Hierdoor is het meerjarenplan 2026-2031 in zijn geheel definitief vastgesteld.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen (BVR BBC);
          • het ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC);
          • de omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18.07.2025 over de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- & beheerscyclus.
          Feiten, context en motivering

          Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het ontwerp het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlage, voorgelegd aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn. Het budget is geen afzonderlijk beleidsrapport meer, maar wordt geïntegreerd in het meerjarenplan. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.

          Het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlagen, bestaat uit volgende onderdelen:

          • de strategische nota met de beleidsverklaring, het overzicht van de beleidsdoelstellingen en de prioritaire acties en actieplannen
          • de financiële nota:
            • het financieel doelstellingenplan (schema M1)
            • de staat van het financieel evenwicht (schema M2), waarin aangetoond wordt dat aan alle evenwichtsvoorwaarden voldaan wordt
            • het overzicht van de kredieten (schema M3)
          • de toelichting :
            • het overzicht van uitgaven en ontvangsten volgens beleidsdomein (schema T1)
            • het overzicht van uitgaven en ontvangsten volgens hun economische aard (schema T2)
            • het overzicht van de financiële schulden (schema T3)
            • het overzicht van de investeringen
            • het overzicht van de personeelsinzet
            • het overzicht van de verbonden entiteiten
            • het overzicht van de financiële risico's
            • de beschrijving van grondslagen en assumpties
          • de documentatie:
            • het overzicht van beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties met bijbehorende ramingen van de uitgaven en ontvangsten voor exploitatie, investeringen en financiering
            • het overzicht van de toegestane werkings- en investeringssubsidies
            • het overzicht van de beleidsdomeinen en de beleidsvelden
            • het overzicht van de jaarlijkse opbrengst per soort belasting en per soort retributie
            • het overzicht van de jaarlijkse uitgaven en ontvangsten voor exploitatie, investeringen en financiering per beleidsveld
            • de omgevingsanalyse 

          Het meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Aarschot is financieel in evenwicht vermits het voldoet aan de volgende voorwaarden:

          • het geraamd beschikbaar budgettair resultaat is in geen enkel jaar negatief;
          • de geraamde autofinancieringsmarge voor 2031 is minstens gelijk aan nul.
          De twee bovenvermelde normen worden aangevuld met indicatoren over de gecorrigeerde autofinancieringsmarge en het geconsolideerd financieel evenwicht (stad, OCMW en AGB Aarschot samen). Dit zijn evenwel geen afdwingbare normen.
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Peggy de Jonge, Guido Vencken
          Resultaat: Met 15 stemmen voor, 12 onthoudingen
          Besluit

          Enig artikel

          De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031, die de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld op 18 december 2025, goed, zoals in bijlage toegevoegd. Hierdoor is het meerjarenplan in zijn geheel definitief vastgesteld. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.

        • Goedkeuring meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Aarschot en krediet 2026 van het AGB Aarschot

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Aarschot, die door de raad van bestuur van het AGB Aarschot werd vastgesteld op 18 december 2025, goed. Hierdoor is het meerjarenplan 2026-2031, in bijlage, in zijn geheel definitief vastgesteld. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.

          Toelichting

          De raad van bestuur van het AGB Aarschot heeft de beleids- en financiële planning vastgelegd in een meerjarenplan voor de periode 2026 tot 2031. Het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031, zie bijlage, wordt eerst vastgesteld door de raad van bestuur en vervolgens voorgelegd aan de gemeenteraad ter goedkeuring. Na goedkeuring door de gemeenteraad is de het meerjarenplan 2026-2031 definitief vastgesteld.

          Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het budget is geen afzonderlijk beleidsrapport meer, maar wordt geïntegreerd in het meerjarenplan. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor dat jaar.

          Het meerjarenplan van het AGB Aarschot is financieel in evenwicht als het geraamd beschikbaar budgettair resultaat in geen enkel jaar negatief is.

          In toepassing van de bepalingen van het decreet lokaal bestuur werd het ontwerp van de aanpassing van het meerjarenplan op 3 december 2025 aan de raadsleden bezorgd. 

          Voorstel van besluit:

          De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Aarschot, die door de raad van bestuur van het AGB Aarschot werd vastgesteld op 18 december 2025, goed. Hierdoor is het meerjarenplan 2026-2031, in bijlage, in zijn geheel definitief vastgesteld. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen (BVR BBC);
          • het ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC);
          • de omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18.07.2025 over de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- & beheerscyclus.
          Feiten, context en motivering
          Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlage, wordt eerst voorgelegd aan de raad van bestuur ter vaststelling en vervolgens voorgelegd aan de gemeenteraad ter goedkeuring. Na goedkeuring door de gemeenteraad is het meerjarenplan 2026-2031 definitief vastgesteld. Het budget is geen afzonderlijk beleidsrapport meer, maar wordt geïntegreerd in het meerjarenplan. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.

          Het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlagen, bestaat uit volgende onderdelen:

          • de strategische nota met de beleidsverklaring, het overzicht van de beleidsdoelstellingen en de prioritaire acties en actieplannen
          • de financiële nota:
            • het financieel doelstellingenplan (schema M1)
            • de staat van het financieel evenwicht (schema M2), waarin aangetoond wordt dat aan alle evenwichtsvoorwaarden voldaan wordt
            • het overzicht van de kredieten (schema M3)
          • de toelichting :
            • het overzicht van uitgaven en ontvangsten volgens beleidsdomein (schema T1)
            • het overzicht van uitgaven en ontvangsten volgens hun economische aard (schema T2)
            • het overzicht van de financiële schulden (schema T3)
            • het overzicht van de investeringen
            • het overzicht van de verbonden entiteiten
            • het overzicht van de financiële risico's
            • de beschrijving van grondslagen en assumpties
          • de documentatie:
            • het overzicht van beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties met bijbehorende ramingen van de uitgaven en ontvangsten voor exploitatie, investeringen en financiering
            • het overzicht van de toegestane werkings- en investeringssubsidies
            • het overzicht van de beleidsdomeinen en de beleidsvelden
            • het overzicht van de jaarlijkse uitgaven en ontvangsten voor exploitatie, investeringen en financiering per beleidsveld
            • de omgevingsanalyse 

          Het meerjarenplan van het AGB Aarschot is financieel in evenwicht vermits het geraamd beschikbaar budgettair resultaat in geen enkel jaar negatief is.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 15 stemmen voor, 12 onthoudingen
          Besluit

          Enig artikel

          De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Aarschot, die door de raad van bestuur van het AGB Aarschot werd vastgesteld op 18 december 2025, goed. Hierdoor is het meerjarenplan 2026-2031, in bijlage, in zijn geheel definitief vastgesteld. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.

        • Vaststelling van de nominatieve werkings- en investeringstoelagen 2026

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad stelt de lijst van nominatieve werkings- en investeringstoelagen 2026 vast.

          Toelichting

          In toepassing van artikel 41, 23° van het decreet lokaal bestuur kan de gemeenteraad haar bevoegdheid voor het toekennen van nominatieve subsidies niet toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen. De bevoegdheid voor de toekenning van nominatieve subsidies ligt dus volledig bij de gemeenteraad. Tot en met 2019 was de lijst met nominatieve subsidies een verplichte bijlage bij het budget, de goedkeuring van het budget impliceerde automatisch ook de goedkeuring van de nominatieve subsidies. Vanaf BBC 2020 bestaat het beleidsrapport 'budget' en haar verplichte bijlagen niet meer. De nominatieve subsidies nemen vanaf BBC 2020 de vorm aan van een afzonderlijk besluit van de gemeenteraad. Aan de gemeenteraad wordt daarom de lijst van nominatieve werkings- en investeringstoelagen van 2026 voorgelegd, zoals bepaald in het document in bijlage.

          Ontwerp besluit:

          De gemeenteraad stelt de lijst van nominatieve werkings- en investeringstoelagen van 2026 vast, zoals bepaald in het document in bijlage.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen;
          • de wet van 14.11.1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
          Feiten, context en motivering

          Gelet op

          • de beslissing van de gemeenteraad van 13.12.1990 houdende goedkeuring van een gemeentelijk reglement 'Controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen';
          • de beslissing van de gemeenteraad van 29.02.1996 houdende aanpassing van het gemeentelijk reglement 'Controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen';
          • de beslissing van de gemeenteraad van 10.03.2022 houdende aanpassing van het gemeentelijk reglement 'Controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen'
          • de nominatieve werkings- en investeringstoelagen van 2026, zoals opgenomen in de lijst in bijlage.
          Financiële Impact/budget

          In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031, zoals goedgekeurd door de raad op 18 december 2025, zijn de nominatieve werkings- en investeringstoelagen opgenomen.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 15 stemmen voor, 12 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1

          De gemeenteraad stelt de lijst van nominatieve werkings- en investeringstoelagen 2026 vast, zoals bepaald in het document in bijlage.

          Artikel 2

          Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de verdere uitvoering conform het gemeentelijk reglement 'Controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen' zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 10.03.2022.

        • Prijssubsidiereglement 2026 voor de exploitatie van de infrastructuur van het AGB Aarschot

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad keurt het prijssubsidiereglement goed op basis waarvan de stad Aarschot het AGB Aarschot een prijssubsidie toekent voor het recht op toegang tot de infrastructuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Aarschot in 2026.

          Toelichting

          Met beslissing ET.129.288 van 19 januari 2016 heeft de BTW administratie haar visie op het BTW-statuut van autonome gemeentebedrijven uiteengezet.

          Van belang is onder meer dat werkingssubsidies (waarop geen BTW moet worden aangerekend) die door de gemeente aan het AGB worden toegekend, in principe niet in aanmerking mogen worden genomen voor de beoordeling van het winstoogmerk. Prijssubsidies (waarop wel BTW moet worden aangerekend) die door de gemeente aan het AGB worden toegekend, komen daarentegen wel in aanmerking voor de beoordeling van het winstoogmerk.

          Het AGB Aarschot heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026 voor de exploitatie van de infrastructuur, zoals vastgelegd in het op 18 december 2025 goedgekeurd meerjarenplan 2026-2031. Op basis van deze ramingen heeft het AGB Aarschot vastgesteld dat voor het kalenderjaar 2025 de inkomsten uit prijssubsidies voor het verlenen van het recht op toegang tot de door het AGB geëxploiteerde infrastructuur minstens 1.336.040,49 euro (exclusief btw) moeten bedragen om economisch rendabel te zijn.

          Aan de gemeenteraad wordt het prijssubsidiereglement voor 2026 voorgelegd ter goedkeuring.

          Ontwerp besluit:

          De gemeenteraad keurt het prijssubsidiereglement goed op basis waarvan de stad Aarschot het AGB Aarschot een prijssubsidie toekent voor het recht op toegang tot de infrastructuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Aarschot in 2026.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het decreet van 26.03.2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het bestuursdecreet van 7.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
          Feiten, context en motivering

          Met beslissing van ET.129.288 van 19 januari 2016 heeft de BTW administratie haar visie op het BTW-statuut van autonome gemeentebedrijven uiteengezet, nl.:

          1. Een AGB is in principe een gewone BTW-plichtige met recht op aftrek van BTW. Dat impliceert dus dat een AGB de BTW op de exploitatiekosten en de investeringskosten volgens de normale regels in aftrek kan brengen.
          2. Voorwaarde daartoe is wel dat het AGB een winstoogmerk heeft en dat dus statutair is bepaald dat eventueel gemaakte winsten moeten worden uitgekeerd en dat ook effectief gebeurt.
          3. Om te beoordelen of er winstoogmerk is, moet de globale activiteit van het AGB in aanmerking worden genomen.
          4. De administratie kan onderzoeken of die statutaire bepalingen niet louter theoretisch zijn. Dat zal het geval zijn wanneer systematisch tekorten voorkomen in hoofde van het AGB omdat de aan de bezoekers van de inrichting aangerekende prijzen niet volstaan om de exploitatiekosten van het AGB te dekken
          5. Werkingssubsidies waarop geen BTW moet worden aangerekend die door de gemeente aan het AGB worden toegekend, mogen in principe niet in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van het winstoogmerk. Men kan hierbij wel niet terugkomen op beslissingen die de Rulingdienst in het verleden heeft genomen en die het tegenovergestelde zouden beweren.
          6. Prijssubsidies waarop wel BTW moet worden aangerekend die door de gemeente aan het AGB worden toegekend, komen daarentegen wel in aanmerking voor de beoordeling van het winstoogmerk.
          7. In de loop van het boekjaar is het mogelijk om het bedrag van de prijssubsidies aan te passen naar de toekomst toe.


          Verder vermeldt voorgaande beslissing van de BTW-administratie:

          De kwalificatie van een autonoom gemeentebedrijf als belastingplichtige met recht op aftrek van BTW belet niet dat de administratie later kan onderzoeken of de statutaire bepalingen niet louter theoretisch zijn.

          Dit zal het geval zijn wanneer systematische tekorten voorkomen in hoofde van het autonoom gemeentebedrijf omdat de aan de bezoekers van de inrichting aangerekende prijzen niet volstaan tot dekking van de exploitatiekosten van het autonoom gemeentebedrijf. In dat verband kunnen de werkingssubsidies die door de gemeente aan het autonoom gemeentebedrijf worden ter beschikking gesteld, gelet op de nauwe band de tussen het autonoom gemeentebedrijf en de gemeente, niet worden aangemerkt als ontvangsten uit een bepaalde activiteit. De werkingssubsidies mogen bijgevolg niet als bijkomende ontvangsten worden aangemerkt en mogen evenmin in mindering worden gebracht van de gedane kosten voor het bepalen van het boekhoudkundig resultaat.

          De door de gemeente aan het autonoom gemeentebedrijf toegekende subsidies die rechtstreeks verband houden met de prijs behoren tot de maatstaf van heffing van de BTW en mogen dan ook gevoegd bij de overige ontvangsten uit een bepaalde activiteit om te bepalen of de statutaire bepalingen inzake winstoogmerk en het doel winsten uit te keren al dan niet theoretisch zijn.

          Van een rechtstreeks verband met de prijs is slechts sprake indien de subsidie specifiek aan het gesubsidieerde orgaan wordt betaald om een welbepaald goed te leveren of een welbepaalde dienst te verrichten. Dit verband tussen de subsidie en de prijs moet duidelijk blijken uit een onderzoek van de concrete omstandigheden die aan de basis van de betaling van de tegenprestaties liggen. Daarentegen is het niet nodig dat de prijs van het goed of de dienst, of een deel ervan, bepaald zou zijn. Het volstaat dat hij bepaalbaar is.

          Voor het bepalen van de winst moet rekening gehouden worden met het boekhoudkundig resultaat (met inbegrip van afschrijvingen, aanleggen van provisies, …) en mag met niet louter vergelijken tussen het boek voor inkomende facturen enerzijds en het boek voor uitgaande facturen/dagboek voor ontvangsten anderzijds.

          Het resultaat van de globale activiteit (dus niet activiteit per activiteit) van de instelling dient in aanmerking te worden genomen. Er wordt evenwel geen rekening gehouden met uitzonderlijke opbrengsten (vb. de inkomsten uit onroerende en financiële transacties). De winst/verliespositie moet structureel zijn en onafhankelijk van toevallige gebeurtenissen langs inkomsten- of uitgavenzijde.

          Het AGB Aarschot heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026 voor de exploitatie van de infrastructuur, zoals vastgelegd in het op 18 december 2025 goedgekeurd meerjarenplan 2026-2031. Op basis van deze ramingen heeft het AGB Aarschot vastgesteld dat, voor het kalenderjaar 2026, de inkomsten uit prijssubsidies voor het verlenen van het recht op toegang tot de door het AGB geëxploiteerde infrastructuur minstens 1.336.040,49 euro (exclusief btw) moeten bedragen om economisch rendabel te zijn.

          Financiële Impact/budget

          Visum toekenning prijssubsidie 2026 aan AGB Aarschot – 1.416.202,92 euro (incl. 6% BTW)

          Visum – Component ‘Voorafgaande kredietcontrole’

          In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031, zoals ter goedkeuring voorgelegd aan de raad op 18 december 2025, is in 2026 het benodigde krediet voorzien voor de prijssubsidie aan het AGB Aarschot, BBC–actie AC000089 ‘9.2.1. We bepalen de kerntaken van de stad en bekijken of we die zelf doen of uitbesteden’,–  ARK 64950000 ‘prijssubsidies’, nl.

          • raming MJP200439 : 467.736,25 euro (incl. 6% BTW) - Prijssubsidie sport
          • raming MJP200437 : 391.789,22 euro (incl. 6% BTW) - Prijssubsidie cultureel centrum
          • raming MJP200438 : 302.457,73 euro (incl. 6% BTW) - Prijssubsidie bibliotheek
          • raming MJP200436 : 254.219,72 euro (incl. 6% BTW) - Prijssubsidie museum

          Er is dus voldoende krediet beschikbaar voor de uitbetaling van de prijssubsidie 2026 aan het AGB Aarschot.

          Visum – Component ‘Wetmatigheidscontrole die voorafgaat aan de verbintenis’

          Uit het onderzoek van de documenten blijken geen strijdigheden met de wettelijke voorschriften.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1

          De gemeenteraad geeft de goedkeuring aan het onderstaand prijssubsidiereglement voor het kalenderjaar 2026 ten voordele van het Autonoom Gemeentebedrijf Aarschot:


          PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT EXPLOITATIE BIBLIOTHEEK AARSCHOT


          Rekening houdend met de socio-culturele en sociale functie van de door het AGB Aarschot geëxploiteerde bibliotheek en om de leesmotivatie te stimuleren en de toegang tot de bibliotheekinfrastructuur en haar collectie zo laagdrempelig mogelijk te maken, wenst de stad Aarschot de kosten voor de toegang van de door AGB Aarschot geëxploiteerde bibliotheekinfrastructuur op zich te nemen, nl. 285.337,48 euro (excl. btw) in 2026.

          Het aantal bezoekers vanaf 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026 wordt geraamd op
          64.493. De kostprijs per bezoeker voor het gebruik van de infrastructuur van de bibliotheek gedurende de periode 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026 wordt bepaald op 4,4243 euro (exclusief btw), zijnde een kost die de stad Aarschot op zich zal nemen door het verlenen van een prijssubsidie.


          PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT EXPLOITATIE MUSEUM AARSCHOT

          Rekening houdend met de socio-culturele en sociale functie van het door het AGB Aarschot geëxploiteerd museum en om de toegang tot de museuminfrastructuur en haar collectie zo laagdrempelig mogelijk te maken, wenst de stad Aarschot de kosten voor de toegang van de door AGB Aarschot geëxploiteerde museuminfrastructuur op zich te nemen, nl. 239.829,92 euro (excl. btw), in 2026.

          Het aantal bezoekers vanaf 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026 wordt geraamd op 6.810. De kostprijs per bezoeker voor het gebruik van de infrastructuur van het museum gedurende de periode 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026 wordt bepaald op 35,2173 euro (exclusief btw), zijnde een kost die de stad Aarschot op zich zal nemen door het verlenen van een prijssubsidie. 


          PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT EXPLOITATIE CC HET GASTHUIS

          Rekening houdend met de socio-culturele en sociale functie van het door het AGB Aarschot geëxploiteerd CC Het Gasthuis en om de toegang tot de voorstellingen in de theaterinfrastructuur zo laagdrempelig mogelijk te maken, wenst de stad Aarschot de tickets tot het theater van het CC Het Gasthuis te subsidiëren middels de toekenning van een prijssubsidie per toegangsticket.

          Het totale exploitatietekort van CC Het Gasthuis in 2026 wordt geraamd op 369.612,48 euro (excl. btw). Het aantal bezoekers aan de theaterinfrastructuur van het CC Het Gasthuis, gedurende de periode vanaf 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026, wordt geraamd op 47.124. De prijssubsidie per bezoeker voor het gebruik van de theaterinfrastructuur van het CC Het Gasthuis gedurende de periode 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026 wordt bepaald op 
          7,8434 euro (exclusief btw).


          PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT EXPLOITATIE SPORTCOMPLEX

          Rekening houdend met de sportieve en sociale functie van het door het AGB Aarschot geëxploiteerde sportinfrastructuur en om de toegang tot het zwembad zo laagdrempelig mogelijk te maken, wenst de stad Aarschot de tickets tot het zwembad te subsidiëren middels de toekenning van een prijssubsidie.

          Het totale exploitatietekort van het sportcomplex in 2026 wordt geraamd op 441.260,61 euro (excl. btw). De omzet van het zwembad (toegangsgelden), gedurende de periode vanaf 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026, wordt geraamd op
          520.000,00 euro (excl. btw). De prijssubsidie voor het gebruik van het zwembad gedurende de periode 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026 wordt bepaald op basis van de omzet (toegangsgelden) van die periode vermenigvuldigd met een factor 0,8486 (excl. btw).


          Artikel 2

          Het AGB Aarschot deelt op 31 december 2026 het aantal bezoekers/omzet mee van het voorafgaande jaar en stelt een nota op met vermelding van het jaarlijks verschuldigd bedrag van de prijssubsidie. De Stad Aarschot dient de prijssubsidie te betalen aan AGB Aarschot binnen de 30 kalenderdagen na ontvangst.

          Artikel 3

          De stad Aarschot heeft de nodige kredieten voor de betaling van de prijssubsidies voorzien in de aanpassing van haar meerjarenplan, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2025.

        • Analyse schuldportefeuille stad Aarschot - aanpassing voorwaarden lening nr. 1635 van Belfius Bank nv

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge
          Toelichting

          Aan Belfius Bank nv werd, op vraag van het college van burgemeester en schepenen, gevraagd om een alternatief voor te stellen m.b.t. lening nr. 1635 (type bullet) met een resterend schuldsaldo van 4.920.000,00 euro (huidige einddatum: 15 december 2030, huidige vaste rentevoet: 3,160%).

          Belfius Bank nv heeft de huidige samenstelling van de schuldportefeuille van de stad Aarschot bij Belfius (toestand 24/11/2025) onderzocht en een voorstel uitgewerkt, zie verslag van Belfius in bijlage.

          Ontwerp van besluit:

          De gemeenteraad geeft de goedkeuring aan de omzetting van het krediet 1635 (type bullet, resterend schuldsaldo van 4.920.000,00 euro) in een (traditionele) lening, zoals voorgesteld door Belfius Bank nv, met een jaarlijkse progressieve kapitaalsaflossing op 15 december (eerstvolgende kapitaalsaflossing op 15 december 2026), met een nieuwe vaste rentevoet van 4,032 % (waarbij de bestaande periodiciteit en intrestberekeningsbasis behouden blijft) en een verlenging van de looptijd van de lening met 23 jaar.

          Regelgeving

          Gelet op

          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het decreet van 26.03.2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
          Feiten, context en motivering

          Gelet op

          • de vraag van het college van burgemeester en schepenen aan Belfius Bank nv om een alternatief voor te stellen m.b.t. lening nr. 1635 (type bullet) met een resterend schuldsaldo van 4.920.000,00 euro (huidige einddatum: 15 december 2030, huidige vaste rentevoet: 3,160%).

          Gelet op
          • de analyse van de huidige samenstelling van de schuldportefeuille van de stad Aarschot bij Belfius (toestand 24/11/2025),
          • de rentetoestand en de alternatieve financieringstechnieken, voorgesteld door Belfius Bank n.v., die inspelen op de huidige rentetoestand,
          • de technische fiche en de indicatieve simulatie, met betrekking tot deze alternatieve financieringstechnieken, verstrekt door Belfius Bank N.V., en die door het stadsbestuur aandachtig werd doorgenomen en die nuttige informatie verschaft inzake het contractueel overeengekomen product, zie verslag van Belfius in bijlage.

          Overwegende dat
          • dit document het stadsbestuur in staat stelt om alle informatie met betrekking tot dit product te begrijpen alsook de gevolgen die eruit kunnen voortvloeien en dat het stadsbestuur deze gevolgen aanvaardt,
          • de voorwaarden verbonden aan deze technieken slechts beperkt geldig blijven en er dus snel moet gehandeld worden,
          • de voorgestelde verrichtingen betrekking hebben op het beheer van overheidsschuld en geschieden binnen het contractuele kader van reeds bestaande overeenkomsten.

          Het college van burgemeester en schepenen stelt aan de gemeenteraad voor om in te gaan op het voorstel van Belfius Bank nv m.b.t. de omzetting van het krediet 1635 (type bullet) in een (traditionele) lening met een jaarlijkse progressieve kapitaalsaflossing op 15 december (eerstvolgende kapitaalsaflossing op 15 december 2026) met een nieuwe vaste rentevoet van 4,032 %, waarbij de bestaande periodiciteit en intrestberekeningsbasis behouden blijft, maar de looptijd van de lening verlengd wordt met 23 jaar.
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 15 stemmen voor, 12 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1

          De gemeenteraad geeft de goedkeuring aan de omzetting van het krediet 1635 (type bullet, resterend schuldsaldo van 4.920.000,00 euro) in een (traditionele) lening, zoals voorgesteld door Belfius Bank nv, met een jaarlijkse progressieve kapitaalsaflossing op 15 december (eerstvolgende kapitaalsaflossing op 15 december 2026), met een nieuwe vaste rentevoet van 4,032 % (waarbij de bestaande periodiciteit en intrestberekeningsbasis behouden blijft) en een verlenging van de looptijd van de lening met 23 jaar.


          Artikel 2

          De gemeenteraad gaat akkoord met de clausule inzake verbrekingsvergoeding: "Vervroegde terugbetalingen tijdens de duur van het krediet zijn niet toegelaten. Elke niet-contractueel voorziene verrichting tijdens de duur van het krediet wordt gelijkgesteld met een eenzijdige verbreking van het contract door het bestuur. In dat geval heeft Belfius Bank recht op een vergoeding gelijk aan haar reëel geleden financieel verlies".


          Artikel 3

          Aan de financieel directeur wordt de machtiging verleend om de definitieve rentevoorwaarden vast te leggen.


          Artikel 4

          Een afschrift van deze beslissing zal bezorgd worden aan Belfius Bank n.v., ter attentie van Stijn Bauters, en aan de financieel directeur.

        • Leningovereenkomst tussen de stad Aarschot en het AGB Aarschot m.b.t. financiering van de investeringen 2026 van het AGB Aarschot

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad keurt de bijgaande leningsovereenkomst 2026 tussen de stad Aarschot en het autonoom gemeentebedrijf Aarschot goed. De overeenkomst behelst de toekenning van een renteloze lening door de stad aan het AGB Aarschott, ten bedrage van 1.004.809,50 euro en lopende tot 31 december 2059.

          Toelichting

          Het transactiekrediet van de investeringen van het AGB Aarschot in 2026 wordt geraamd op 1.004.809,50 euro. De liquiditeitspositie van het AGB Aarschot laat geen integrale en onmiddellijke externe financiering toe. Het is daarom aangewezen dat de stad ter financiering een renteloze lening toestaat aan AGB Aarschot.


          Voorstel van besluit:

          De gemeenteraad keurt de bijgaande leningsovereenkomst tussen de stad Aarschot en het autonoom gemeentebedrijf Aarschot goed. De overeenkomst behelst de toekenning van een renteloze lening ten bedrage van 1.004.809,50 euro.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen (BVR BBC);
          • het ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen (MB BBC);
          • de gemeenteraadsbeslissing van 15.12.2005 waarin de oprichting en de statuten van AGB Aarschot werden goedgekeurd (cfr. goedkeuring Vlaamse minister van binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering op 14.04.2006 en de publicatie van deze beslissing in het Belgisch Staatsblad van 19.05.2006);
          • de beheersovereenkomst tussen stad en AGB Aarschot;
          • de beslissing van de gemeenteraad d.d. 18 december 2025 houdende de goedkeuring van het meerjarenplan van de stad en OCMW Aarschot enerzijds en het AGB Aarschot anderzijds.
          Feiten, context en motivering

          Het transactiekrediet van de investeringen van het AGB Aarschot in 2026 wordt geraamd op 1.004.809,50 euro.

          De liquiditeitspositie van het AGB Aarschot laat geen integrale en onmiddellijke externe financiering toe. Het is daarom aangewezen dat de stad ter financiering een renteloze lening toestaat aan AGB Aarschot. Hierbij moet opgemerkt worden dat het renteloze karakter van een lening die verstrekt wordt door een stad aan een AGB niet wordt aangemerkt als een verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel in hoofde van het AGB.

          Aan de raad wordt de bijgaande leningsovereenkomst 2026 voorgelegd tussen de stad Aarschot en het autonoom gemeentebedrijf Aarschot voor de toekenning van een renteloze lening door de stad aan het AGB Aarschot, ten bedrage van 1.004.809,50 euro, lopende tot 31 december 2059.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Koen Nijs, Stef Van Calster, Liesbeth Roelants, Els Wouters, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Onthouders: Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Petra Vanlommel, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Ansje Vicca, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Guido Vencken
          Resultaat: Met 15 stemmen voor, 12 onthoudingen
          Besluit

          Artikel 1

          De gemeenteraad keurt de bijgaande leningsovereenkomst 2026 tussen de stad Aarschot en het autonoom gemeentebedrijf Aarschot goed. De overeenkomst behelst de toekenning van een renteloze lening door de stad aan het AGB Aarschot, ten bedrage van 1.004.809,50 euro en lopende tot 31 december 2059.

          Artikel 2

          De gemeenteraad machtigt de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur om de bijgaande overeenkomst te ondertekenen namens de stad Aarschot.

        • Evaluatieverslag AGB Aarschot voor de periode 2019-2025

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad neemt kennis van het bijgaande evaluatieverslag van het Autonoom Gemeentebedrijf Aarschot en spreekt zich uit voor het behoud van deze verzelfstandiging. 

          Toelichting

          Het Decreet over het lokaal bestuur legt aan ieder extern verzelfstandigd agentschap de verplichting op om in het eerste jaar van de legislatuur een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad.

          Het AGB Aarschot legt dit evaluatieverslag voor aan de gemeenteraad. Het omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie maanden uitspreekt. In de periode behandeld in dit rapport bleven motieven aanwezig om de verzelfstandiging te behouden.

          Regelgeving
          • het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • het bestuursdecreet van 7 december 2018;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • de wet van 11.04.1994 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het Besluit van de Vlaamse Regering d.d. 25 juni 2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
          • de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Aarschot, zoals laatst goedgekeurd door de gemeenteraad en de raad van bestuur op 11.06.2020;
          Feiten, context en motivering

          Het Decreet over het lokaal bestuur legt aan ieder extern verzelfstandigd agentschap de verplichting op om in het eerste jaar van de legislatuur een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad.

          Het Autonoom Gemeentebedrijf Aarschot legt dit evaluatieverslag voor aan de gemeenteraad. Het omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie maanden uitspreekt. In de periode behandeld in dit rapport bleven motieven aanwezig om de verzelfstandiging te behouden.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Enig artikel:

          De gemeenteraad neemt kennis van het bijgaande evaluatieverslag van het Autonoom Gemeentebedrijf Aarschot en spreekt zich uit voor het behoud van deze verzelfstandiging. 

      • Sportcentrum

        • Gebruiksreglement Sportschuur Gelrode met bijhorende gebruiksovereenkomst

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad beslist over de tarieven, een huishoudelijk reglement en gebruiksovereenkomst voor deze sportaccommodatie.

          Toelichting

          Vanaf 1 januari wordt het beheer van de sportschuur Gelrode van AGB Aarschot overgedragen naar de Stad Aarschot.
          De Stad Aarschot moet de tarieven, een huishoudelijk reglement en gebruiksovereenkomst vastleggen voor deze sportaccommodatie.

          Dit voorstel is conform de tarieven die AGB Aarschot hanteerde en de gemeenteraad op 19.06.2025 goedkeurde voor de schoolsportinfrastructuur. Het huishoudelijk reglement bevat dezelfde principes als voor sporthal Demervallei.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het besluit van de gemeenteraad van 19.06.2025 reglement betreffende de tarieven voor het gebruik van schoolsportinfrastructuur;
          • het besluit van de gemeenteraad van 13.11.2025 betreffende de beëindiging van de erfpacht op de oude werkhuizen, zaal Den Akker en oude jongensschool Gelrode.
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Enig artikel
          De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het "Gebruiksreglement Sportschuur Gelrode met bijhorende gebruiksovereenkomst", luidend als volgt:

          HUISHOUDELIJK REGLEMENT

          1. Algemene bepaling

          Artikel 1:
          De Stad Aarschot beschikt over de Sportschuur Gelrode, gelegen Pastoor Dergentstraat 46, 3200 Gelrode, hierna genoemd “sportschuur”.
          Deze sportschuur omvat:
          - inkomhal
          - sportschuur
          - kleedkamers
          - bergingen
          - cafetaria

          alle als dusdanig ter plaatse voldoende aangeduid.

          Artikel 2:

          Opening en sluiting van de sportschuur
          - de sportschuur is in principe iedere dag geopend van 17 tot 22 uur.
          - De data van sluiting van de sportschuur worden vastgesteld door het College van Burgemeester en Schepenen en ter kennisgeving uitgehangen in de sportschuur.
          - Uitzonderlijk zal de sportschuur niet kunnen gebruikt worden
          a) wanneer onderhouds- of herstellingswerken moeten worden uitgevoerd;
          b) wanneer de Stad Aarschot de sportschuur nodig heeft voor eigen sportdoeleinden. 

          Artikel 3:
          Toegang tot en gebruik van de sportschuur
          De voorwaarden tot het recht op toegang tot de sportschuur en het recht om er gebruik van te maken overeenkomstig de bestemming ervan en de tarieven worden vastgelegd door de Gemeenteraad.

          Deze voorwaarden en tarieven worden ter kennisgeving uitgehangen in de sportschuur.

          Artikel 4:

          Gebruikers
          Voor de toekenning van het recht op toegang tot de stedelijke sportinfrastructuur en het recht om er gebruik van te maken geldt volgende voorrangsregeling:

          1. de diensten en scholen van de stad;
          2. erkende adviesraden;
          3. de door de stad Aarschot erkende Aarschotse sportvereniging volgens competitieniveau volwassenen;
          4. de door de stad Aarschot erkende Aarschotse sportvereniging volgens competitieniveau jeugd;
          5. de door de stad Aarschot erkende Aarschotse sportvereniging volgens recreatief niveau;
          6. de door de Stad Aarschot erkende Aarschotse sportvereniging;
          7. andere dan gemeentelijke scholen, gevestigd te Aarschot;
          8. de niet-erkende Aarschotse verenigingen;
          9. Aarschotse inwoners;
          10. andere gemeentebesturen;
          11. scholen buiten Aarschot;
          12. niet-Aarschottenaars.

          Bij de aanvraag van een nieuwe gebruiksovereenkomst kunnen de dagen en uren van de vorige overeenkomst behouden blijven mits de toepassing van de voorrangsregeling.

          Het College van Burgemeester en Schepenen zal een beslissing nemen als er bij aanvragen geen onderscheid kan worden gemaakt volgens de voorrangsregeling.


          Artikel 5:

          Gebruiksperiodes
          De sportschuur wordt ter beschikking gesteld
          a) voor een gebruiksovereenkomst vanaf begin juli tot en met einde juni;
          b) voor kortere periodes per reservatie (uren, dagen, weken …) naargelang de beschikbaarheid van de sportschuur.

          De tijd, nodig voor het opstellen en wegbrengen van toestellen, apparatuur en allerlei toebehoren is vervat in de betreffende uren van de reservatie.

          Alle toestellen, apparatuur en allerlei toebehoren moeten door de gebruiker worden geplaatst en weggeborgen, eventueel in samenwerking met de personeelsleden van de sportdienst.

          Artikel 6:

          Aanvraag
          Aanvragen voor een gebruiksovereenkomst worden per e-mail gericht aan de sportdienst. De toekenning gebeurt door het College van Burgemeester en Schepenen, na advies van de stedelijke sportdienst.

          Aanvragen voor kortere periodes kunnen via het reservatiesysteem of per e-mail worden ingediend en kunnen worden goedgekeurd door de sportdienst in functie van de beschikbaarheid van de gewenste delen van de sportschuur.

          Artikel 7:
          Betaling van de gebruiksvergoeding
          De gebruiksvergoeding wordt maandelijks betaald per factuur. De facturen worden opgemaakt in het begin van de maand volgend op de reservatie.

          Artikel 8:
          Wijziging en opzegging van de gebruiksovereenkomst
          Elke aanvraag tot wijziging of opzegging van de gebruiksovereenkomst moet per aangetekend schrijven ten minste 1 maand voor de einddatum van de gebruiksovereenkomst bij de sportdienst worden ingediend.
          De sportdienst zal deze aanvraag adviseren en voor beslissing voorleggen aan het College van Burgemeester en Schepenen.
           

          1. Praktische schikkingen voor het gebruik van de sportschuur

          Artikel 9:
          Bestemming van de sportschuur
          De gebruiker zal de sportschuur uitsluitend gebruiken voor sportdoeleinden. Hij zal de ter beschikking gestelde accommodaties niet verder geven aan derden.

          Artikel 10:

          Verantwoordelijke afgevaardigden van de sportschuur
          In de sportschuur is een conciërge van de Stad Aarschot.
          De conciërge
          - opent en sluit de sportschuur;
          - zorgt ervoor dat het huishoudelijk reglement door de gebruikers gekend is en nageleefd wordt;
          - houdt toezicht op het correct gebruik van lokalen, toestellen, apparatuur en toebehoren door de gebruikers en treedt op bij vaststelling van schade (zie verder)

          Artikel 11:
          Verantwoordelijke afgevaardigde van de gebruiker.
          Elke gebruiker duidt een verantwoordelijke afgevaardigde aan.
          Deze verantwoordelijke afgevaardigde:
          - stelt bij de aanvang van elke gebruik van de sportschuur vast of er enige schade zou zijn aan de lokalen, toestellen, apparatuur en toebehoren en maakt dit kenbaar aan de conciërge (zie verder)
          - zorgt bij het einde van elk gebruik van de sportschuur ervoor dat de lokalen, toestellen, apparatuur en toebehoren in de oorspronkelijke staat terug worden overgedragen aan de conciërge (zie verder)
          - draagt nauwlettend zorg voor de handhaving van de orde gedurende de hele gebruiksperiode.  Hij oefent behoorlijk toezicht uit aan de ingang van de lokalen en kleedkamers;
          - zorgt voor de stipte naleving van de gekozen gebruiksperiode: het sportgedeelte mag niet worden betreden voor het vastgestelde beginuur en moeten worden verlaten op het vastgestelde einduur;
          - zorgt voor een zuinig verbruik van verlichting en water in de sportschuur;

          Artikel 12:
          Kleedkamers
          De gebruiker mag de kleedkamer(s) betreden vanaf 15 minuten voor de aanvang van elk gebruik van de sportschuur en moet de kleedkamers ontruimd hebben ten laatste 20 minuten na het einde van elk gebruik van de sportschuur.

          Artikel 13:
          Reclame en publiciteit
          De gebruiker mag reclame en publiciteit voeren tijdens de door hem betaalde gebruiksperiode
          - via sponsorborden;
          - op kledij van de gebruiker.

          Artikel 14:
          Schade aan lokalen, toestellen, apparatuur, toebehoren, kleedkamers, kasten enz.
          De gebruiker is verplicht de sportschuur, de bijhorende lokalen, toestellen, apparatuur, toebehoren, kleedkamer, kasten enz. in de oorspronkelijke staat te behouden.

          De verantwoordelijke afgevaardigde van de gebruiker dient alle schade, vastgesteld bij de aanvang en op het einde van elk gebruik van de sportschuur te melden aan de sportdienst via e-mail.

          Eventuele herstellingen gebeuren op initiatief van de sportdienst.  De gebruiker zal de kosten voor de herstelling van de schade, die door zijn toedoen is aangebracht, op eerste verzoek vergoeden.

          Artikel 15:
          Richtlijnen i.v.m. roken en eten, betreden van de vloer, gebruik van glaswerk en toelating van dieren
          a) het is verboden te roken in de sportschuur en de bijhorende lokalen;
          b) de sportzalen mogen alleen worden betreden op blote voeten en/of reine zaalsportschoenen, het betreden van de zalen met straatschoeisel is verboden;
          c) voor supporters is het niet toegelaten om te eten of te drinken in de sportschuur (met uitzondering van de cafetaria), voor deelnemers en sporters is eten en drinken toegelaten tijdens en in functie van de activiteit;
          d) dieren worden niet toegelaten in de sportschuur en bijhorende lokalen.

          Artikel 16:
          Publiek
          Het publiek, dat de sportmanifestatie van de gebruiker wenst bij te wonen, mag zich uitsluitend bevinden op de voor het publiek bestemde ruimte in de sportschuur.  Het krijgt uitsluitend via de hoofdingang van de sportschuur toegang tot deze ruimte.
          De gebruiker is verantwoordelijk voor het gedrag, van het publiek tijdens de hele gebruiksperiode.
          De zaalcapaciteit (inclusief sportbeoefenaars) wordt bepaald volgens het laatste brandweerverslag.

          Artikel 17:
          Ongevallen en verloren voorwerpen
          De Stad Aarschot is niet verantwoordelijk voor ongevallen of verlies van voorwerpen die zich zouden voordoen in de sportschuur en de bijhorende lokalen, tenzij de aansprakelijkheid van de Stad Aarschot duidelijk kan worden vastgesteld.

          De gebruiker is verplicht zelf een volledig uitgeruste EHBO-kist ter plaatse te voorzien.
          De gebruiker is verplicht zijn wettelijke aansprakelijkheid te verzekeren. Een afschrift van de polis kan door de Stad Aarschot worden gevraagd.

          Artikel 18:
          Aanvaarding van het huishoudelijk reglement
          Door ondertekening van een gebruiksovereenkomst verklaart de gebruiker zich akkoord met de inhoud van het huishoudelijk reglement van de sportschuur.
          Bij overtreding of niet-naleving van dit huishoudelijk reglement en bij moedwillige beschadigingen aan de sportschuur en alle voornoemde toebehoren en bijhorende lokalen, kan de conciërge de gebruiker onmiddellijk doen verdrijven uit de sportschuur.
          Bovendien kan het College van Burgemeester en Schepenen, op advies van de sportdienst beslissen
          - de lopende gebruiksovereenkomst onmiddellijk en eenzijdig te verbreken zonder enige vorm van schadevergoeding aan de gebruiker en onder voorbehoud van alle rechten op schadevergoeding door de gebruiker.
          - de gebruiker alle rechten op een nieuwe gebruiksovereenkomst te ontzeggen.

          3. Tarieven

          Normaal tarief voor gebruikers vanaf 1 volwassenen + 21 jaar (trainer niet inbegrepen)

           

          Sportschuur Gelrode

          Mindervaliden / personen met een beperking
          Stedelijke diensten van stad Aarschot
          Adviesraden van Aarschot
          Gratis

          Erkende Aarschotse verenigingen
          Inwoners van Aarschot (particulier)

          €13 / uur

          Niet-erkende Aarschotse verenigingen
          Niet-Aarschotse verenigingen
          Niet-Aarschottenaar
          Ander gemeentebestuur
          Anderen

          €19,5 / uur


          Jeugdtarief
           voor gebruikers allemaal - 21 jaar (trainer niet inbegrepen)

            Sportschuur Gelrode
          Mindervaliden / personen met een beperking
          Stedelijke diensten van stad Aarschot
          Adviesraden van Aarschot
          Gratis

          Erkende Aarschotse verenigingen

          €4,88 / uur

          Jeugdploegen
          Scholen van Aarschot
          Inwoner van Aarschot (particulier)

          €6,5 / uur
          Niet-erkende Aarschotse verenigingen
          Niet-Aarschotse verenigingen
          Niet-Aarschottenaar
          Ander gemeentebestuur
          Anderen
          €9,75 / uur


          De tarieven worden 2-jaarlijkse geïndexeerd op 01.07 op basis van de consumptieprijsindex van de maand mei in het betrokken jaar, op 01.07.2027 wordt de eerst indexatie toegepast.

        • Reglement tussenkomst AED buitentoestel voor secundaire scholen met een sporthal

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          In het kader van Hartveilige Gemeente wil het bestuur aan elke secundaire school met een sporthal aanbieden dat de stad voor de helft tussenkomt in de kosten voor de aankoop van een AED buitentoestel. 

          Toelichting

          In het kader van Hartveilige Gemeente wil het bestuur aan elke secundaire school met een sporthal aanbieden dat de stad voor de helft tussenkomt in de kosten voor de aankoop van een AED buitentoestel. 

          Voorstel van reglement:

          Artikel 1
          Binnen de mogelijkheden van de kredieten, voorzien in het budget van de stad Aarschot, kan eenmalig een subsidie verleend worden aan een secundaire school met een sporthal.

          Artikel 2
          Het bedrag van de subsidie wordt bepaald op basis van 50% van de factuur van de aankoop van een nieuw AED buitentoestel en toebehoren, met een maximum van 1.000 euro per aanvraag. 

          Artikel 3
          Deze subsidie staat los van andere subsidies waar een secundaire school aanspraak op kan maken.

          Artikel 4
          Een subsidieaanvraag wordt schriftelijk of per e-mail ingediend bij de sportdienst van de stad Aarschot, Demervallei 8, 3200 Aarschot of sportdienst@aarschot.be
          De aanvraag omvat een factuur van de aankoop van een nieuw AED toestel en toebehoren en een bewijs van betaling.

          Regelgeving
          • het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          Financiële Impact/budget

          Budget van 4.000 wordt voorzien in 2026

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Enig artikel
          De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het "Reglement tussenkomst AED buitentoestel voor secundaire scholen met een sporthal", luidend als volgt:


          Artikel 1

          Binnen de mogelijkheden van de kredieten, voorzien in het budget van de stad Aarschot, kan eenmalig een subsidie verleend worden aan een secundaire school met een sporthal.

          Artikel 2
          Het bedrag van de subsidie wordt bepaald op basis van 50% van de factuur van de aankoop van een nieuw AED buitentoestel en toebehoren, met een maximum van 1.000 euro per aanvraag. 

          Artikel 3
          Deze subsidie staat los van andere subsidies waar een secundaire school aanspraak op kan maken.

          Artikel 4
          Een subsidieaanvraag wordt schriftelijk of per e-mail ingediend bij de sportdienst van de stad Aarschot, Demervallei 8, 3200 Aarschot of sportdienst@aarschot.be
          De aanvraag omvat een factuur van de aankoop van een nieuw AED toestel en toebehoren en een bewijs van betaling.

        • Evaluatieverslag Sportpromotie Aarschot vzw voor de periode 2019-2025

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad neemt kennis van het bijgaande evaluatieverslag van het extern verzelfstandigd agentschap in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk "Sportpromotie Aarschot" (SPOA) en spreekt zich uit voor het behoud van deze verzelfstandiging. 

          Toelichting

          Het Decreet over het lokaal bestuur legt aan ieder extern verzelfstandigd agentschap de verplichting op om in het eerste jaar van de legislatuur een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad.

          De VZW Sportpromotie Aarschot (SPOA) legt dit evaluatieverslag voor aan de gemeenteraad. Het omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie maanden uitspreekt. In de periode behandeld in dit rapport bleven motieven aanwezig om de verzelfstandiging te behouden.

          Regelgeving
          • het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • het bestuursdecreet van 7 december 2018;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • de wet van 11.04.1994 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het Besluit van de Vlaamse Regering d.d. 25 juni 2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
          • het besluit van de gemeenteraad dd. 25.12.2013 houdende oprichting van het extern verzelfstandigd agentschap in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk "Sportpromotie Aarschot" (SPOA) en vaststelling van de statuten;
          Feiten, context en motivering

          Het Decreet over het lokaal bestuur legt aan ieder extern verzelfstandigd agentschap de verplichting op om in het eerste jaar van de legislatuur een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad.

          De VZW Sportpromotie Aarschot (SPOA) legt dit evaluatieverslag voor aan de gemeenteraad. Het omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie maanden uitspreekt. In de periode behandeld in dit rapport bleven motieven aanwezig om de verzelfstandiging te behouden.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Enig artikel:

          De gemeenteraad neemt kennis van het bijgaande evaluatieverslag van het extern verzelfstandigd agentschap in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk "Sportpromotie Aarschot" (SPOA) en spreekt zich uit voor het behoud van deze verzelfstandiging. 

      • Cultuurcentrum Het Gasthuis

        • Bovenlokale erfgoedwerking: opstart IGS onroerend en cultureel erfgoed in het Hageland

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          Met deze beslissing engageert de gemeenteraad zich om samen met de gemeenten Aarschot, Diest, Scherpenheuvel-Zichem en Tienen solidair een intergemeentelijke samenwerking rond erfgoed op te starten.

          De gemeenteraad gaat akkoord om de bestaande projectvereniging de Merode, waarvan de stad Aarschot reeds deel uitmaakt, aan te wenden als rechtspersoon voor het samenwerkingsverband inzake intergemeentelijke erfgoedwerking. De statuten van de vereniging zullen in dit kader worden aangepast.

          De gemeenteraad gaat akkoord om deel te nemen aan de IOED Hageland voor de beleidsperiode 2027-2032 en verbindt zich er toe jaarlijks €1,03 per inwoner bij te dragen aan de werking van de IOED Hageland.

          De gemeenteraad gaat akkoord om deel te nemen aan de cultureel erfgoedcel Hageland voor de beleidsperiode 2027-2032 en verbindt zich er toe jaarlijks €0,45 per inwoner bij te dragen aan de werking van de cultureel erfgoedcel Hageland.

          De gemeenteraad verbindt zich er toe om in januari 2027 een aangepaste versie van de statuten goed te keuren zodat de erfgoedwerkingen in het Hageland effectief kunnen opstarten.

          Toelichting

          De huidige werking van IOED en Erfgoedcel De Merode sluit niet langer aan bij de referentieregio’s zoals vastgelegd door de Vlaamse overheid. Hierdoor komt de projectvereniging in haar huidige vorm niet meer in aanmerking voor Vlaamse ondersteuning voor bovenlokale erfgoedwerking.

          Om toekomstige Vlaamse middelen wél te kunnen ontvangen, wenst Aarschot samen met Tienen, Diest en Scherpenheuvel-Zichem een nieuwe samenwerkingsstructuur op te starten. De vier gemeenten kunnen hiervoor gebruikmaken van de bestaande projectvereniging De Merode. Daardoor moet er geen nieuwe projectvereniging worden opgericht.

          Deze keuze biedt een duidelijk financieel voordeel: Vlaanderen voorziet een hogere subsidiëring voor bestaande erfgoedcellen. Door de huidige projectvereniging verder te benutten, kan de nieuwe samenwerking dus optimaal intekenen op de beschikbare Vlaamse middelen.


          Regelgeving

          Gelet op het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

          Gelet op het Decreet over regiovorming en tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

          Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 

          Gelet op het Decreet houdende de ondersteuning van cultureelerfgoedwerking (citeeropschrift: Cultureelerfgoeddecreet van 23 december 2021)

          Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 13.11.2025 i.v.m. Bovenlokale erfgoedwerking: opstart IGS onroerend en cultureel erfgoed in het Hageland;


          Feiten, context en motivering

          In het Hageland groeit de bereidheid om op vlak van onroerend (IOED) en cultureel erfgoed (Erfgoedcel) de krachten te bundelen tot een duurzame, gesubsidieerde, intergemeentelijke samenwerking. De deadlines voor de mogelijke Vlaamse subsidies zijn echter nakend: snelle beslissingen dringen zich op. Een paar burgemeesters vroegen aan de bestaande projectvereniging de Merode om alsnog een rol op te nemen om een nieuwe samenwerking in het Hageland te ondersteunen. Heel concreet dienen de betrokken gemeenten onverwijld en unaniem te beslissen over:

          • De zakelijke structuur van de samenwerking;
          • Het engagement om rond onroerend erfgoed samen te werken en hier financieel aan bij te dragen; 
          • Het engagement om rond cultureel erfgoed samen te werken en hier financieel aan bij te dragen.

           

          1. Zakelijk: Projectvereniging Erfgoed Hageland[1]

          Indien gemeenten in het Hageland elkaar vinden om rond onroerend en cultureel erfgoed samen te werken en hier Vlaamse subsidies voor willen aanvragen, dienen zij zich te verenigingen in een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid: zie decreet lokaal bestuur, 22/12/2017, artikel 398.
          Deze rechtspersoonlijkheid dient de subsidieaanvragen / erkenning in en dient goedgekeurd te zijn door alle gemeenteraden voorafgaand aan de subsidieaanvraag. Dit betekent dat alle betrokken gemeenten de rechtspersoonlijkheid en haar statuten dient goed te keuren en raadsleden dient af te vaardigen, ten laatste op de gemeenteraad van december ‘25 (deadline voor IOED is 15/1/2026).

          Er is geen tijd meer om te bespreken welke vorm (projectvereniging of dienstverlenend) met zekerheid de juiste is, en ook te weinig tijd om een volledige nieuwe projectvereniging op te richten. De projectvereniging de Merode - waarvan de huidige werking grotendeels zal doorstromen in een andere samenwerking binnen de Kempen - heeft de vraag gekregen of de nieuwe samenwerking in het Hageland kan verder bouwen op haar huidige werking en dus gebruik kan maken van haar bestaande juridische structuur.
          Dat is mogelijk mits aanpassing van statuten en goedkeuring van alle betrokken gemeenteraden: dus niet alleen de gemeenten uit het Hageland maar ook alle huidige partners binnen projectvereniging de Merode. Het is een goede pragmatische oplossing die bovendien het voordeel heeft dat de Hagelandse gemeenten kunnen verder bouwen op de Merode en daardoor voor de cultureel erfgoedcel een hogere subsidie kunnen aanvragen.


          Om dit mogelijk te maken dient er statutair in 2 stappen gewerkt te worden:

          • Nu – gemeenteraad december ’25 -  treden er nieuwe gemeenten toe tot de projectvereniging de Merode. De huidige gemeenten blijven samenwerken tot eind 2026. De nieuwe leden zijn geen financiële bijdrage verschuldigd aan de huidige werking, inspanningen zijn alleen nodig i.k.v. de toekomstige samenwerking. De naam de Merode en de huidige zetel in Scherpenheuvel-Zichem blijven behouden tot eind 2026. De nieuwe gemeenten duiden reeds de nodige raadsleden aan. Statutenwijziging in bijlage.
          • In januari ’27 verandert de naam de Merode naar een nieuwe naam gekozen door de gemeenten die in deze projectvereniging actief blijven. De Kempische en Limburgse gemeenten treden uit. De opgebouwde reserve wordt verdeeld naar de verschillende toekomstige samenwerkingsverbanden. De statuten worden dus een tweede maal aangepast en voorgelegd aan alle betrokken gemeenteraden.


          Het is essentieel dat alle betrokken gemeenteraden exact dezelfde statuten goedkeuren in december ‘25, waarna deze kunnen worden neergelegd. Indien niet alle betrokken gemeenten deze versie goedkeuren, komt deze opzet te vervallen en blijven de huidige statuten van de Merode geldig. Indien dit zich zou voordoen, betekent dit dat de Hagelandse gemeenten geen juridische structuur hebben die voldoet aan alle voorwaarden om Vlaamse subsidies aan te vragen en er dus geen IOED kan aangevraagd worden (de deadline voor de erfgoedcel is 1 april ’26).
          Ook voor de tweede stap in januari 2027 is het essentieel dat alle betrokken gemeenteraden opnieuw akkoord gaan met de dan voorgestelde statutenwijzigingen.

           

          2. Inhoudelijk: Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED) Hageland

          Een IOED is een samenwerking van meerdere gemeenten die er samen voor kiezen om intergemeentelijk samen te werken rond onroerend erfgoed, waardoor ze waardevolle extra expertise binnenhalen op het vlak van onroerend erfgoed, de gemeente ontzorgen op het vlak van onroerend erfgoed advisering en kennis, meer rechtszekerheid en ondersteuning creëren voor eigenaars van onroerend erfgoed en hun onroerend erfgoed valoriseren op een meer regionaal en geïntegreerd niveau.


          De Vlaamse Overheid stimuleert gemeenten om in te zetten op hun onroerend erfgoedbeleid en hierin intergemeentelijk samen te werken. Wanneer het collectief van gemeenten:

          • minstens 100.000 inwoners telt,
          • de deelnemende gemeenten 120.000 euro matching funding neerleggen naast de Vlaamse subsidie,
          • samen een beleidsplan overeenkomstig met het decreet opmaakt en tijdig (voor 15 januari 2026) indient,

          dan kan de intergemeentelijke samenwerking een jaarlijkse Vlaamse subsidie verkrijgen van 120.000 euro.


          In de afgelopen beleidsperiode konden de gemeenten Scherpenheuvel-Zichem en Aarschot genieten van de ondersteuning van IOED de Merode. De stad Tienen kon een beroep doen op de expertise van IOED Portiva.  


          Dit leverde deze gemeenten en haar inwoners o.a. volgende op:

          • expertise inzake beleid & beheer van geïnventariseerd erfgoed en onroerend erfgoedadvies bij stedenbouwkundige vergunningsaanvragen voor alle onroerend erfgoed dat geen beschermde monumenten-status heeft. De IOED zet hierbij maximaal in op een constructief vooroverleg.
          • een maximale duidelijkheid en zekerheid voor erfgoed eigenaars en ontwikkelaars, door middel van inventarisaties, het onderhoud en de verzorging van inventarissen en het doorvoeren van een waardering en categorisering binnen inventarissen.
          • de begeleiding van lokale besturen bij het integreren, verankeren en zichtbaar maken van erfgoed in ruimtelijk beleid en grote planprocessen, b.v. gericht op het vrijwaren van dorpse waarden of herbestemmingen
          • een rol als kenniscentrum en onroerend erfgoed geheugen voor de betrokken gemeenten
          • een platform voor alle regionale erfgoed stakeholders
          • en een creator van draagvlak door onroerend erfgoed (her)kenbaar, vindbaar en beleefbaar te maken op b.v. Open Monumenten Dagen en ergelijke.


          De Vlaamse Overheid geeft in haar decreet mee wat een IOED moet doen maar binnen dat kader is er ook ruimte om zelf invulling te geven aan de doelstellingen. Hierdoor kan de IOED ook eigen projecten en publieksprojecten ontwikkelen indien de participerende gemeenten dat wensen.

          De vier steden in het Hageland, Aarschot, Diest, Scherpenheuvel-Zichem en Tienen komen samen aan 116.957 inwoners.
          Indien zij zich alle vier engageren om 1,03€ per inwoner jaarlijks bij te dragen aan IOED Hageland, dan zijn zij in orde met de minimale voorwaarden van het decreet om een IOED aan te vragen, mits tijdig – voor 15/1/’26- een goedgekeurd beleidsplan in te dienen.

           

          3. Inhoudelijk: Cultureel Erfgoedcel Hageland

          Een cultureel erfgoedcel is een samenwerking van meerdere gemeenten die er samen voor kiezen om meer ondersteuning te bieden aan en expertise te ontwikkelen rond hun eigen cultureel erfgoed. Via de erfgoedcel wordt het erfgoed beter bewaard, geïnventariseerd, verzorgd en ontsloten. Heemkringen en erfgoedvrijwilligers worden verregaand ondersteund en nieuwe projecten worden opgezet. Lokale ambtenaren inspireren elkaar, stellen samen doelstellingen op en worden in een aantal taken ondersteund of ontzorgd door de medewerkers van de erfgoedcel, waardoor er meer ruimte komt voor lokale taken.

          De Vlaamse Overheid stimuleert gemeenten om in te zetten op hun cultureel erfgoedbeleid en hierin intergemeentelijk samen te werken. Wanneer het collectief van gemeenten:

          • minstens 85.000 inwoners telt,
          • iedere gemeente 0,45€ per inwoner bijdraagt,
          • samen een beleidsplan overeenkomstig met het decreet cultureel erfgoed opmaakt en tijdig (voor 1 april 2026) indient,

          dan kan de intergemeentelijke samenwerking een jaarlijkse Vlaamse subsidie verkrijgen tussen 200.000 en 300.000 euro. Voor een beperkte eigen bijdrage, kan er samen zo een werking worden gerealiseerd van minstens 325.000 euro.


          In de Demervallei konden de gemeenten Scherpenheuvel-Zichem en Aarschot de afgelopen jaren genieten van de ondersteuning van erfgoedcel de Merode, dankzij een genereuze samenwerking met Kempische gemeenten en Tessenderlo-Ham. Dit leverde deze gemeenten en haar inwoners o.a. volgende op:

          • een  inventarisatie en digitalisering van de collecties in alle kerken;
          • een ReORG-traject van de collectie van het stedelijk museum in Aarschot;
          • vele en succesvolle ‘erfgoedklasbakken’ in vele scholen tijdens de Erfgoedweken;
          • talloze lokale erfgoedprojecten van of met verenigingen werden mogelijk met financiële ondersteuning en expertise;
          • uitbreiding van netwerk, inspiratiemomenten, opleidingen en lezingen;
          • eigen projecten waaronder ‘Volksverhalen’ en ‘Struikelstenen’ waarrond momenteel een educatief pakket ontwikkeld wordt;


          De Vlaamse Overheid geeft in haar decreet mee wat een erfgoedcel moet doen maar binnen dat kader is er veel ruimte om zelf – de gemeenten en het werkveld- invulling te geven aan de doelstellingen. De opmaak van het beleidsplan en de werking van de erfgoedcel is steeds ‘bottom-up’ en participatief. Het decreet stelt als voorwaarde dat het beleidsplan participatief wordt opgemaakt en gedragen is door zowel de besturen, de ambtenaren als het werkveld. Een stuurgroep van ambtenaren dient te worden samengesteld voor de opmaak, waarbij de gemeenten Diest en Tienen zich dienen te engageren dat een ambtenaar ook mee schrijft aan het plan.


          Net als bij de IOED voldoen de 4 Hagelandse steden aan de minimale inwonersaantallen. Indien zij zich engageren om minimaal 0,45€ per inwoner jaarlijks bij te dragen en tijdig een participatief opgemaakt beleidsplan – voor 1/4/’26 – op te maken, dan kunnen zij de subsidies voor een cultureel erfgoedcel van het Hageland aanvragen.



          [1] Projectvereniging Erfgoed Hageland is momenteel de werktitel. In het proces naar samenwerking kan samen voor een andere naam gekozen worden.

          Financiële Impact/budget

          IOED: Jaarlijkse inbreng van 1.03€ per inwoner voor periode 2027-232

          Erfgoedcel: Jaarlijkse inbreng van 0.45€ per inwoner voor periode 2027-2032

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1:
          De gemeenteraad engageert zich om samen met de gemeenten Aarschot, Diest, Scherpenheuvel-Zichem en Tienen solidair een intergemeentelijke samenwerking rond erfgoed op te starten en geeft haar ambtenaren de opdracht om mee te werken aan de opmaak van de beleidsplannen.

          Artikel 2:

          De gemeenteraad gaat akkoord om de bestaande projectvereniging de Merode, waarvan de stad Aarschot reeds deel uitmaakt, aan te wenden als rechtspersoon voor het samenwerkingsverband inzake intergemeentelijke erfgoedwerking. De statuten van de vereniging zullen in dit kader worden aangepast.

          Artikel 3: 

          De gemeenteraad gaat akkoord met de aangepaste statuten van projectvereniging de Merode zoals voorgelegd:

          Projectvereniging de Merode - Statuten

           

          Namens de gemeente Aarschot:

          Mijnheer Gerry Vranken, geboren op 19/11/1974 (plaatsvervanger: Isabelle Dehond)

          Namens de gemeente Diest:

          Mevrouw Monique De Dobbeleer geboren op 19/08/1965 (geen plaatsvervanger)

          Namens de gemeente Herselt:

          Mijnheer Tim Tubbax, geboren op 14/08/1979 (plaatsvervanger: Anneleen Maris)

          Namens de gemeente Hulshout:

          Mevrouw Elien Bergmans, geboren op 26/02/1988 (plaatsvervanger Hilde Van Looy,)

          Namens de gemeente Laakdal:

          Mevrouw Gerda Broeckx, geboren op 10/09/1962 (geen plaatsvervanger)

          Namens de gemeente Scherpenheuvel-Zichem:

          Mijnheer Kris Peetermans, geboren op 01/07/1979 (plaatsvervanger: Paul Janssens)

          Namens de gemeente Tessenderlo-Ham:

          Mijnheer Patrick Bosmans geboren op 14/02/1978  (plaatsvervanger Kurt Vermeyen)

          Namens de gemeente Tienen:

          xxxx

          Namens de gemeente Westerlo:

          Mijnheer Kristof Welters geboren op 28/12/1978 (plaatsvervanger Guy Van Hirtum)

           

          Kris Peetermans werd verkozen tot voorzitter en Kristof Welters tot onder voorzitter op de raad van bestuur van 12 februari 2025.

           

           

          HOOFDSTUK 1: NAAM, ZETEL, DOELSTELLINGEN EN DUUR


          Artikel 1 – Naam van de projectvereniging

          De projectvereniging wordt genoemd ‘projectvereniging de Merode‘.

          De projectvereniging is onderworpen aan de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en door deze statuten.


          Artikel 2 – Zetel van de projectvereniging

          De zetel van de vereniging is gevestigd te Pater Beckxstraat 3, 3270 Scherpenheuvel-Zichem.


          Artikel 3 – Deelnemers aan de projectvereniging

          De leden van de projectvereniging zijn de gemeenten Aarschot, Diest, Herselt, Hulshout, Laakdal, Scherpenheuvel-Zichem, Tessenderlo-Ham, Tienen en Westerlo.
          Alle deelnemende gemeenten blijven lid van de projectvereniging tot en met 31 december 2026.

          Met ingang van 1 januari 2027 treden de gemeenten Herselt, Hulshout, Laakdal, Tessenderlo-Ham en Westerlo uit de projectvereniging.
          De gemeenten Aarschot, Diest, Scherpenheuvel-Zichem en Tienen blijven deelnemend lid voor de lopende periode, overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 van deze statuten.

          In het deelnemersregister, dat aan de statuten van de projectvereniging is gehecht, wordt vermeld voor welke deelwerking(en) de deelnemers een bijdrage leveren.

          Artikel 4 – Doel van de projectvereniging

          De projectvereniging wil in de aangesloten gemeenten een werking uitbouwen rond erfgoed, toerisme en cultuur. Hierbij wordt minstens ingezet op de volgende deelwerkingen: cultureel erfgoed, onroerend erfgoed en bovenlokale cultuur.

          De deelwerking cultureel erfgoed wil een cultureel-erfgoedbeleid uitwerken binnen de gebiedsomschrijving van de projectvereniging. Daarbij wordt onder meer ingezet op:

          • het afsluiten van een cultureel-erfgoedconvenant met de Vlaamse Gemeenschap;
          • de realisatie van cultureel-erfgoedprojecten, inclusief het voorbereiden en indienen van eventuele subsidieaanvragen in dit verband;
          • de zorg voor en de ontsluiting van cultureel erfgoed, vanuit een integrale en geïntegreerde visie met oog voor herkennen en verzamelen, behouden en borgen, onderzoeken, presenteren en toeleiden, en participeren;
          • de ontwikkeling van kennis en expertise rond cultureel erfgoed en de uitwisseling ervan binnen de regio;
          • de ontwikkeling en uitwisseling van geïntegreerde cultureel-erfgoedpraktijken;
          • het vergroten van het maatschappelijk draagvlak voor cultureel erfgoed;
          • het ondersteunen van lokale cultureel-erfgoedactoren.

           

          De deelwerking onroerend erfgoed wil een beleid uitwerken rond het onroerend erfgoed binnen de gebiedsomschrijving van de projectvereniging. Daarbij wordt onder meer ingezet op:

          • het behalen van een erkenning als Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED);
          • het uitbouwen van een professionele en kwaliteitsvolle netwerkorganisatie rond onroerend erfgoed;
          • de realisatie van onroerend erfgoedprojecten, inclusief het voorbereiden en indienen van eventuele subsidieaanvragen in dit verband;
          • de zorg voor en de ontsluiting van onroerend erfgoed, vanuit een integrale en geïntegreerde visie;
          • het vergroten van het maatschappelijk draagvlak voor onroerend erfgoed;
          • de ontwikkeling van kennis en expertise rond onroerend erfgoed en de uitwisseling ervan binnen de regio;
          • het ondersteunen van lokale onroerend erfgoedactoren;
          • het ondersteunen van de betrokken lokale besturen in hun onroerend erfgoedbeleid en adviezen in de hun dossiers rond onroerend erfgoed, archeologie en landschap.

           

          De deelwerking bovenlokale cultuur wil een beleid rond bovenlokale cultuur binnen de gebiedsomschrijving van de projectvereniging voeren. Daarbij wordt onder meer ingezet op:

          • een door Vlaanderen structureel gesubsidieerd bovenlokaal cultuurbeleid uitwerken en voeren samen met de deelnemende gemeenten en het werkveld;
          • het uitbouwen van een professionele en kwaliteitsvolle netwerkorganisatie rond cultuur, bibliotheken en cultuurparticipatie binnen de regio;
          • de ontwikkeling van kennis en expertise rond cultuur en cultuurparticipatie, en de uitwisseling ervan;
          • het bevorderen van cultuurparticipatie van inwoners en specifieke doelgroepen;
          • het werkveld toeleiden naar projectsubsidies en de inhoudelijke beoordelingsrol in de kleinschalige projectsubsidies van Vlaanderen opnemen;
          • het inspireren tot en het ondersteunen van de realisatie van bepaalde bovenlokale cultuurprojecten.

           

          De specifieke doelstellingen van deze drie deelwerkingen zijn gedetailleerd uitgewerkt in de beleidsplannen van de deelwerkingen, die worden goedgekeurd door zowel de Raad van Bestuur van de projectvereniging als door de Vlaamse overheid.

           

          Artikel 5 – Duur van de projectvereniging

          § 1. De projectvereniging werd voor het eerst opgericht in 2015 en de samenwerking werd hernieuwd in 2019, vervolgens verlengd tot en met 31/12/2026, en nu verlengd voor de periode 2027-2031.

          § 2. De projectvereniging kan opeenvolgende keren voor het verstrijken van de termijn opnieuw verlengd worden voor een periode van maximum 6 jaar indien dit de unanieme wil is van de deelnemende gemeenten. Bij het uitblijven van een beslissing van een van de gemeentebesturen vervalt de projectvereniging
           
          § 3. Overeenkomstig artikel 401 van het Decreet Lokaal Bestuur is geen uittreding uit de projectvereniging mogelijk gedurende de vastgelegde looptijd, behoudens wijzigingen of verplichtingen voortvloeiend uit decretale of federale wetgeving.

          De projectvereniging dient zich te conformeren aan de bepalingen van het Regiodecreet.

          In uitvoering daarvan is het in 2027 voor een aantal gemeenten mogelijk, en voor andere gemeenten niet mogelijk, om uit te treden uit de projectvereniging en haar deelwerkingen.

          Concreet zullen de gemeenten Herselt, Hulshout, Laakdal, Westerlo en Tessenderlo-Ham uit de projectvereniging treden met ingang van 1 januari 2027.

          De gemeenten Aarschot, Diest, Scherpenheuvel-Zichem en Tienen blijven deelnemend lid en verbinden zich voor beide deelwerkingen gedurende de periode 2027–2032.

          § 4. Toetreding van een gemeente tot de bestaande projectvereniging kan daarentegen wel en wordt geregeld op basis van het Decreet Lokaal Bestuur, alsook de decreten van de drie deelwerkingen.

          § 5. Wanneer een projectvereniging eindigt, wordt niet langer voldaan aan de voorwaarden van de decreten van de deelwerkingen: IOED, cultuurregio  en Cultureel Erfgoedcel. Dan verliezen deze deelwerkingen hun Vlaamse subsidies en houden zij aldus op met te bestaan.

           

          HOOFDSTUK 2: BESTUUR VAN DE VERENIGING

          Artikel 6 – Bestuur van de vereniging

          § 1. De projectvereniging wordt geleid door een raad van bestuur waarvan de leden benoemd worden door de deelnemende gemeenten.

          § 2. Deze raad van bestuur heeft uitsluitend de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen die kaderen binnen het doel van de vereniging.

          Artikel 7 – Samenstelling raad van bestuur

          § 1. De raad van bestuur bestaat uit stemgerechtigde leden en uit leden met raadgevende stem.

          § 2. Elke gemeenteraad vaardigt één stemgerechtigd lid af naar de raad van bestuur, zijnde een burgemeester, een schepen of een gemeenteraadslid verkozen op een lijst waarvan de verkozenen deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen. De voorzitter wordt gekozen uit de stemgerechtigde leden. Elk stemgerechtigd lid beschikt over slechts één stem.

           
          § 3. Daarnaast duidt elke deelnemende gemeente één afgevaardigde aan als lid met raadgevende stem. Deze afgevaardigden zijn steeds raadsleden in de deelnemende gemeenten, verkozen op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen.

          § 4. Elke deelnemende gemeente duidt eveneens een plaatsvervanger aan voor het stemgerechtigd lid, zijnde een burgemeester, een schepen of een gemeenteraadslid verkozen op een lijst waarvan de verkozenen deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen. Deze plaatsvervanger kan het stemgerechtigd lid, bij diens afwezigheid, vervangen in de raad van bestuur.

          § 5. Elke deelnemende gemeente kan eveneens een plaatsvervanger aanduiden voor het lid met raadgevende stem, zijnde een gemeenteraadslid verkozen op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen.

          § 6. Met behoud van de toepassing van andere wettelijke of decretale bepalingen die van toepassing zijn op de bestuurders, bestaat er onverenigbaarheid tussen hun mandaat en de ambten, de functies of de mandaten, vermeld in artikel 436 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.

          § 7. De bestuurders worden benoemd voor de duur van de projectvereniging, maar zijn van rechtswege ontslagnemend bij verlies van hun openbaar mandaat of tot het ogenblik van de algehele vernieuwing van de gemeenteraden. Het mandaat van bestuurder wordt eveneens beëindigd indien de respectievelijke raad die hij vertegenwoordigt zijn mandaat intrekt en in dezelfde raadsvergadering zijn vervanger aanduidt.

           

          Artikel 8 – Werkingsmodaliteiten

          De raad van bestuur maakt een huishoudelijk reglement op waarin de werkingsmodaliteiten van de raad van bestuur worden vastgelegd. Dat huishoudelijk reglement kan worden gewijzigd bij eenvoudige beslissing van stemgerechtigde leden van de raad van bestuur.

          Artikel 9 – Vergaderingen raad van bestuur

          De raad van bestuur vergadert ten minste twee keer per jaar. De uitnodigingen worden minstens 8 dagen vooraf verstuurd, vergezeld van een agenda.

          Om rechtsgeldig te vergaderen en beslissen moet een gewone meerderheid van de stemgerechtigde leden aanwezig zijn. Van dat aanwezigheidsquorum kan worden afgeweken voor een tweede vergadering die volgt op een onvoldoende samengestelde eerdere vergadering, en op voorwaarde dat het gaat om punten die voor de tweede keer op de agenda voorkomen. Deze bepaling geldt niet voor de voorstellen tot statutenwijziging en aanvaarding van toetredingen.

          Beslissingen worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen.


          Artikel 10 –Beslissingen in geval van hoogdringendheid

          In gevallen van hoogdringendheid kunnen beslissingen genomen worden gezamenlijk door de voorzitter, of bij verhindering de ondervoorzitter, en een bestuurder.

          De raad van bestuur wordt per e-mail geïnformeerd over de beslissing. De beslissing wordt voorgelegd aan de raad van bestuur ter bekrachtiging op de volgende vergadering.


          Artikel 11 – Presentiegeld

          De leden van de raad van bestuur zullen geen presentiegeld ontvangen.


          Artikel 12 – Ondersteuning raad van bestuur

          De raad van bestuur kan een dagelijks bestuur, stuurgroepen, werkgroepen of adviesgroepen oprichten om de vergaderingen van de raad van bestuur voor te bereiden en kan specifieke opdrachten uitbesteden aan derden.

          De bepalingen met betrekking tot samenstelling en werkwijze van het dagelijks bestuur, de stuurgroepen, de werkgroepen en de adviesgroepen worden door de raad van bestuur vastgelegd in haar huishoudelijk reglement.


          Artikel 13 – Verslaggeving aan de gemeenteraden

          § 1. De vergaderingen van de raad van bestuur zijn niet openbaar. De notulen van de vergaderingen en de bijhorende documenten worden, maximaal één maand na de vergadering, ter inzage gelegd van de gemeenteraadsleden op het secretariaat van alle aangesloten gemeenten.

           

           HOOFDSTUK 3: FINANCIEEL BEHEER

          Artikel 14 – Begroting en rekeningen

          § 1. De boekhouding wordt gevoerd overeenkomstig de wetgeving op de boekhouding van de ondernemingen en met naleving van de richtlijnen die de overheid uitvaardigt m.b.t. de boekhoudkundige verrichtingen.

          § 2.
          De raad van bestuur stelt de rekening van het afgelopen jaar vast uiterlijk op 31 maart na het verstreken boekjaar. De goedgekeurde jaarrekeningen worden door de raad van bestuur neergelegd bij de Nationale Bank van België. De raad van bestuur legt de jaarrekening samen met het verslag van de accountant en het activiteitenverslag jaarlijks ter goedkeuring voor aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. De begroting wordt goedgekeurd door de Raad van Bestuur uiterlijk op 31 december van het voorafgaande jaar.


          Artikel 15 – Financiering

          De gemeentebesturen financieren de projectvereniging via een jaarlijkse subsidie die bestaat uit:

          • een financiële bijdrage op basis van het aantal inwoners voor de deelwerking cultureel erfgoed;  
          • een financiële bijdrage op basis van het aantal inwoners voor de deelwerking onroerend erfgoed;
          • een financiële bijdrage op basis van het aantal inwoners voor de deelwerking bovenlokale cultuur;

           

          Elk bestuur betaalt eenzelfde bedrag per inwoner. De bedragen worden jaarlijks per deelwerking vastgelegd in een overleg met de deelnemende gemeenten. De bedragen worden bepaald conform de noden en de te verwachten kosten van de projectvereniging.


          Artikel 16 - Financiële controle

          De raad van bestuur benoemt een revisor die de controle op de financiële toestand uitvoert en hierover jaarlijks rapporteert.

            

          HOOFDSTUK 4: WIJZIGING STATUTEN, TOETREDING, ONTBINDING

          Artikel 17 - Wijziging van de statuten, toetreding

          De wijzigingen van de statuten en de aanvaarding van de toetreding van nieuwe leden behoeven de instemming van twee derden van de deelnemende gemeenten, op basis van een gemeenteraadsbeslissing.


          Artikel 18 - Ontbinding van de vereniging

          De vereniging kan voortijdig ontbonden worden mits een akkoord van twee derden van de bestuurders. De vereniging stelt hiertoe een vereffenaar aan.


          Artikel 19 - Bestemming van de activa

          In geval van ontbinding van de vereniging worden de activa, na aanzuivering van de eventuele passiva, overgedragen aan de deelnemende gemeenten in verhouding tot de betaalde financiële bijdragen.

          Bij de ontbinding van de vereniging zullen de eventueel in gebruik gegeven goederen worden teruggegeven aan de eigenaars, in zoverre hun rechten daarop kunnen bewezen worden aan de hand van geschreven overeenkomsten.

          Voor alles wat niet in deze statuten is voorzien gelden de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen aan dit decreet.

           

           

          Artikel 3
          De gemeenteraad gaat akkoord om deel te nemen aan de IOED Hageland voor de beleidsperiode 2027-2032.

           

          Artikel 4:

          De gemeenteraad verbindt zich er toe jaarlijks €1,03 per inwoner bij te dragen aan de werking van de IOED Hageland vanaf 2027 t.e.m. 2032 en neemt dit op in de meerjarenbegroting.

           

          Artikel 5:
          De gemeenteraad gaat akkoord om deel te nemen aan de cultureel erfgoedcel Hageland voor de beleidsperiode 2027-2032.

           

          Artikel 6:

          De gemeenteraad verbindt zich er toe jaarlijks €0,45 per inwoner bij te dragen aan de werking van de cultureel erfgoedcel Hageland vanaf 2027 t.e.m. 2032 en neemt dit op in de meerjarenbegroting.

           

          Artikel 7:

          De gemeenteraad van de gemeente Aarschot verbindt zich er toe om op de gemeenteraad van januari 2027 een aangepaste versie van de statuten opnieuw goed te keuren zodoende dat de erfgoedwerkingen in het Hageland effectief kunnen opstarten.

        • Oprichting intergemeentelijke projectvereniging Cultuurregio COBRA: statuten, samenwerkingsovereenkomst en aanduiding vertegenwoordigers

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad beslist tot de oprichting van de intergemeentelijke projectvereniging COBRA, samen met de andere deelnemende steden en gemeenten uit Oost-Brabant.Dit is een lichte vorm van intergemeentelijke samenwerking waarin elke gemeente een evenwaardige stem heeft. 

          Via Cultuurregio COBRA kunnen Vlaamse werkingssubsidies voor de cultuurregio worden aangevraagd. De Vlaamse middelen dienen vooral voor de organisatorische werking (klein professioneel team en overhead). De gemeentelijke bijdragen per inwoner worden ingezet voor kennisdeling, ondersteuning van lokale culturele actoren en gezamenlijke bovenlokale cultuurprojecten.

          De inhoudelijke krijtlijnen worden verder uitgewerkt in een Cultuurnota voor Cultuurregio COBRA, met doelstellingen rond ondersteuning van lokale spelers, gezamenlijke publieksinitiatieven, cultuurparticipatie (met aandacht voor kwetsbare groepen) en uitwisseling van expertise tussen gemeenten.

          Toelichting

          De gemeenteraad beslist over de oprichting van de intergemeentelijke projectvereniging Cultuurregio COBRA, samen met andere steden en gemeenten uit Oost-Brabant. De vereniging bundelt de krachten voor een bovenlokaal cultuurbeleid en sluit aan bij de kandidatuur Leuven & Beyond 2030 als Europese Culturele Hoofdstad. Via COBRA kunnen Vlaamse werkingssubsidies worden aangevraagd en ingezet voor een professionele werking, kennisdeling en gezamenlijke cultuurprojecten in de regio.

          Regelgeving

          Gelet op het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

          Gelet op het Decreet over regiovorming en tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

          Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 19.06.2025 houdende Principiële deelname kandidatuur Leuven & Beyond Europese Culturele Hoofdstad 2030 (LOV2030) en principiële deelname voorbereidingen IGS Cultuur Oost-Brabant

          Feiten, context en motivering

          De beslissing om een projectvereniging op te richten is de uitwerking van voormelde gemeenteraadsbeslisising met referentie GR/2025/184 Principiële deelname kandidatuur LOV2030 en principiële deelname  IGS cultuur Oost Brabant.

          De deelnemende steden en gemeenten richten samen de intergemeentelijke projectvereniging Cultuurregio COBRA op. Dit is een lichte vorm van intergemeentelijke samenwerking waarin elke gemeente een evenwaardige stem heeft. 

          Via Cultuurregio COBRA kunnen Vlaamse werkingssubsidies voor de cultuurregio worden aangevraagd. De Vlaamse middelen dienen vooral voor de organisatorische werking (klein professioneel team en overhead). De gemeentelijke bijdragen per inwoner worden ingezet voor kennisdeling, ondersteuning van lokale culturele actoren en gezamenlijke bovenlokale cultuurprojecten.

          De inhoudelijke krijtlijnen worden verder uitgewerkt in een Cultuurnota voor Cultuurregio COBRA, met doelstellingen rond ondersteuning van lokale spelers, gezamenlijke publieksinitiatieven, cultuurparticipatie (met aandacht voor kwetsbare groepen) en uitwisseling van expertise tussen gemeenten.

          Cfr. de beslissing van het CBS (CBS 2025/5185 vraag tot vaststelling maatschappelijke zetel IGS cultuur Oost-Brabant in Aarschot) wordt voorgesteld om de maatschappelijke zetel van Cultuurregio COBRA onder te brengen in de stad Aarschot, als centraal gelegen centrumstad met ervaring in intergemeentelijke culturele samenwerking.

          Volgens de decretale regels voor projectverenigingen (decreet lokaal bestuur) beschikt Cultuurregio COBRA uitsluitend over een raad van bestuur. De deelnemende gemeenten benoemen elk één stemgerechtigd lid van de raad van bestuur en duiden daarnaast een afgevaardigde met raadgevende stem aan uit de gemeenteraad. Het stemgerechtigde bestuurslid dient te komen uit de meerderheid, de afgevaardigde met raadgevende stem uit de oppositie. Zo worden zowel meerderheid als oppositie structureel betrokken bij de werking van Cultuurregio COBRA.

          Financiële Impact/budget

          De gemeente betaalt een jaarlijkse bijdrage aan Cultuurregio COBRA. Deze bijdrage bedraagt geïndexeerd € 0,675 per inwoner per jaar

          Aanduiding vertegenwoordiger met stemrecht
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Gestemd: Klaartje Bruyninckx, Koen Nijs, Hanne Goossens, Julien Heylen, Stef Van Calster, Ansje Vicca, Kurt Lemmens, Gwendolyn Rutten, Petra Vanlommel, Mattias Paglialunga, Thomas Salaets, Berdien Verbruggen, Elke Peeters, Isabelle Dehond, Nele Pelgrims, Dries Van Horebeek, Gerry Vranken, Ronny De Rijck, Jill Schellens, Rozane De Cock, Leo Janssens, Gerda Vandegaer, Nicole Van Emelen, Liesbeth Roelants, Annick Geyskens, Guido Vencken, Els Wouters
          Stemmen voor: 27
          Stemmen tegen: 0
          Onthoudingen: 0
          Resultaat:

          Met 27 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.

          Aanduiding plaatsvervangend vertegenwoordiger met stemrecht
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Gestemd: Klaartje Bruyninckx, Koen Nijs, Hanne Goossens, Julien Heylen, Stef Van Calster, Ansje Vicca, Kurt Lemmens, Gwendolyn Rutten, Petra Vanlommel, Mattias Paglialunga, Thomas Salaets, Berdien Verbruggen, Elke Peeters, Isabelle Dehond, Nele Pelgrims, Dries Van Horebeek, Gerry Vranken, Ronny De Rijck, Jill Schellens, Rozane De Cock, Leo Janssens, Gerda Vandegaer, Nicole Van Emelen, Liesbeth Roelants, Annick Geyskens, Guido Vencken, Els Wouters
          Stemmen voor: 27
          Stemmen tegen: 0
          Onthoudingen: 0
          Resultaat:

          Met 27 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.

          Aanduiding vertegenwoordiger zonder stemrecht
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Gestemd: Klaartje Bruyninckx, Koen Nijs, Hanne Goossens, Julien Heylen, Stef Van Calster, Ansje Vicca, Kurt Lemmens, Gwendolyn Rutten, Petra Vanlommel, Mattias Paglialunga, Thomas Salaets, Berdien Verbruggen, Elke Peeters, Isabelle Dehond, Nele Pelgrims, Dries Van Horebeek, Gerry Vranken, Ronny De Rijck, Jill Schellens, Rozane De Cock, Leo Janssens, Gerda Vandegaer, Nicole Van Emelen, Liesbeth Roelants, Annick Geyskens, Guido Vencken, Els Wouters
          Stemmen voor: 27
          Stemmen tegen: 0
          Onthoudingen: 0
          Resultaat:

          Met 27 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.

          Aanduiding plaatsvervangend vertegenwoordiger zonder stemrecht
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Gestemd: Klaartje Bruyninckx, Koen Nijs, Hanne Goossens, Julien Heylen, Stef Van Calster, Ansje Vicca, Kurt Lemmens, Gwendolyn Rutten, Petra Vanlommel, Mattias Paglialunga, Thomas Salaets, Berdien Verbruggen, Elke Peeters, Isabelle Dehond, Nele Pelgrims, Dries Van Horebeek, Gerry Vranken, Ronny De Rijck, Jill Schellens, Rozane De Cock, Leo Janssens, Gerda Vandegaer, Nicole Van Emelen, Liesbeth Roelants, Annick Geyskens, Guido Vencken, Els Wouters
          Stemmen voor: 27
          Stemmen tegen: 0
          Onthoudingen: 0
          Resultaat:

          Met 27 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.

          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Hanne Goossens
          Resultaat: Met 26 stemmen voor, 1 niet gestemd
          Besluit

          Artikel 1 – Oprichting projectvereniging COBRA
          De gemeenteraad beslist tot de oprichting van de intergemeentelijke projectvereniging COBRA, samen met de andere deelnemende steden en gemeenten uit Oost-Brabant.


          Artikel 2
          – Goedkeuring statuten
          De gemeenteraad keurt de ontwerpstatuten van de projectvereniging COBRA goed. De statuten worden als bijlage bij dit besluit gevoegd en maken er integraal deel van uit.


          Artikel 3
          – Goedkeuring samenwerkingsovereenkomst
          De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemende steden en gemeenten goed, afgesloten op (dag/december/2025), en bevestigt gehouden te zijn tot de uitvoering ervan tot en met 15 februari 2031.

          Artikel 4
          - gemeentelijke bijdrage
          In de meerjarenbegroting 2026-2031vanaf 2027 een jaarlijks bedrag van 0,675 € per inwoner te voorzien en te oormerken voor deze periode voor de deelname aan de intergemeentelijke projectvereniging COBRA ter ondersteuning van de realisatie van bovenlokale cultuurprojecten in de eigen gemeente en binnen de brede (Europese) programmalijnen ‘human, nature, innovation’ voor LOV2030.

          Artikel 5
          – Toezicht
          De oprichtingsakte van de projectvereniging COBRA wordt binnen dertig dagen na dagtekening ter informatie voorgelegd aan de toezichthoudende overheid.

          Artikel 6
          – Aanduiding vertegenwoordigers
          De gemeenteraad duidt volgende personen aan als vertegenwoordigers van de gemeente in de raad van bestuur van de projectvereniging COBRA.

          Lid met stemrecht: Jill Schellens – plaatsvervanger met stemrecht: Isabelle Dehond

          Lid zonder stemrecht: Elke Peeters – plaatsvervanger zonder stemrecht: Petra Vanlommel

      • Kerkfabrieken

        • Goedkeuring van het meerjarenplan 2026 - 2031 van OLV Aarschot

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De beslissing van de kerkraad houdende het meerjarenplan 2026 - 2031 van OLV Aarschot wordt goedgekeurd door de gemeenteraad.

          Toelichting

          De beslissing van de kerkraad houdende het meerjarenplan 2026 - 2031 van OLV Aarschot wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

          Regelgeving
          • het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het decreet van 26.03.2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 07.05.2004 houdende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
          Feiten, context en motivering

          Gelet op

          • het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad.

           

          Overwegende dat 

          • de gemeentelijke bijdrage in het meerjarenplan 2026 - 2031 binnen de grenzen blijft van de gemaakte afspraken tussen het Centraal Kerkbestuur en de Stad, keurt de gemeenteraad het meerjarenplan 2026 - 2031 goed;
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1 

          Het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad wordt goedgekeurd.


          Artikel 2  

          Dit besluit wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur (Diestsepoort 6 bus 1, 3000 Leuven).

        • Goedkeuring van het meerjarenplan 2026 - 2031 van HH Maria, Pieter en Antonius

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De beslissing van de kerkraad houdende het meerjarenplan 2026 - 2031 van HH Maria, Pieter en Antonius wordt goedgekeurd door de gemeenteraad.

          Toelichting

          De beslissing van de kerkraad houdende het meerjarenplan 2026 - 2031 van HH Maria, Pieter en Antonius wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

          Regelgeving
          • het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het decreet van 26.03.2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 07.05.2004 houdende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
          Feiten, context en motivering

          Gelet op

          • het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad.

           

          Overwegende dat 

          • de gemeentelijke bijdrage in het meerjarenplan 2026 - 2031 binnen de grenzen blijft van de gemaakte afspraken tussen het Centraal Kerkbestuur en de Stad, keurt de gemeenteraad het meerjarenplan 2026 - 2031 goed;
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1 

          Het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad wordt goedgekeurd.


          Artikel 2  

          Dit besluit wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur (Diestsepoort 6 bus 1, 3000 Leuven).

        • Goedkeuring van het meerjarenplan 2026 - 2031 van Sint Cornelius en Sint Niklaas

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De beslissing van de kerkraad houdende het meerjarenplan 2026 - 2031 van Sint Cornelius en Sint Niklaas wordt goedgekeurd door de gemeenteraad.

          Toelichting

          De beslissing van de kerkraad houdende het meerjarenplan 2026 - 2031 van Sint Cornelius en Sint Niklaas wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

          Regelgeving
          • het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het decreet van 26.03.2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 07.05.2004 houdende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
          Feiten, context en motivering

          Gelet op

          • het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad.

           

          Overwegende dat 

          • de gemeentelijke bijdrage in het meerjarenplan 2026 - 2031 binnen de grenzen blijft van de gemaakte afspraken tussen het Centraal Kerkbestuur en de Stad, keurt de gemeenteraad het meerjarenplan 2026 - 2031 goed;
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1 

          Het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad wordt goedgekeurd.


          Artikel 2  

          Dit besluit wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur (Diestsepoort 6 bus 1, 3000 Leuven).

        • Akteneming van het budget 2026 van OLV Aarschot

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad neemt akte van het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.

          Toelichting

          De beslissing van de kerkraad houdende het budget 2026 van OLV Aarschot wordt voor akteneming voorgelegd aan de gemeenteraad.

          Regelgeving
          • het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het decreet van 26.03.2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 07.05.2004 houdende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
          Feiten, context en motivering

          Gelet op

          • het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad.


          Overwegende dat

          • de gemeentelijke bijdrage in het budget 2026 binnen de grenzen blijft van het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1 

          De gemeenteraad neemt akte van het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.


          Artikel 2  

          Een afschrift van deze beraadslaging wordt naar de voornoemde erkende kerkgemeenschap, het centraal kerkbestuur, het erkend representatief orgaan en de provinciegouverneur verzonden.  Deze instanties zullen dit document aan het reeds ontvangen exemplaar van het budget hechten.

        • Akteneming van het budget 2026 van HH Maria, Pieter en Antonius

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad neemt akte van het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.

          Toelichting

          De beslissing van de kerkraad houdende het budget 2026 van HH Maria, Pieter en Antonius wordt voor akteneming voorgelegd aan de gemeenteraad.

          Regelgeving
          • het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het decreet van 26.03.2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 07.05.2004 houdende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
          Feiten, context en motivering

          Gelet op

          • het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad.


          Overwegende dat

          • de gemeentelijke bijdrage in het budget 2026 binnen de grenzen blijft van het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1 

          De gemeenteraad neemt akte van het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.


          Artikel 2  

          Een afschrift van deze beraadslaging wordt naar de voornoemde erkende kerkgemeenschap, het centraal kerkbestuur, het erkend representatief orgaan en de provinciegouverneur verzonden.  Deze instanties zullen dit document aan het reeds ontvangen exemplaar van het budget hechten.

        • Akteneming van het budget 2026 van Sint Cornelius en Sint Niklaas

          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

          De gemeenteraad neemt akte van het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.

          Toelichting

          De beslissing van de kerkraad houdende het budget 2026 van Sint Cornelius en Sint Niklaas wordt voor akteneming voorgelegd aan de gemeenteraad.

          Regelgeving
          • het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, zoals gewijzigd en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
          • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
          • het decreet van 26.03.2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
          • het bestuursdecreet van 07.12.2018;
          • het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen;
          • het decreet van 07.05.2004 houdende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
          Feiten, context en motivering

          Gelet op

          • het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad.


          Overwegende dat

          • de gemeentelijke bijdrage in het budget 2026 binnen de grenzen blijft van het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.
          Publieke stemming
          Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
          Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens
          Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
          Besluit

          Artikel 1 

          De gemeenteraad neemt akte van het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.


          Artikel 2  

          Een afschrift van deze beraadslaging wordt naar de voornoemde erkende kerkgemeenschap, het centraal kerkbestuur, het erkend representatief orgaan en de provinciegouverneur verzonden.  Deze instanties zullen dit document aan het reeds ontvangen exemplaar van het budget hechten.

    • Vragen van raadsleden

      • N-VA: Vlaggen Aarschot

        Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Hanne Goossens, Christi Van Calster
        Verontschuldigd: Nico Creces, Marnik Jordens, Joke Hoornaert, Peggy de Jonge

        Dit agendapunt werd besproken. Voor de volledige bespreking verwijzen we naar het audioverslag van deze vergadering.

        Tussenkomsten

        Stef Van Calster

        Beste collega’s,

        De huidige coalitie heeft de voorbije zes jaar veel aandacht besteed aan onze deelgemeenten en gaat dat komende zes jaar weer doen, mooi zo!

        Tijdens een passage in Rillaar viel me wel iets op dat misschien klein lijkt, maar communicatief wel iets kan betekenen. Aan verschillende locaties in onze stad hangen vandaag de gekende turquoise vlaggen met het logo en de naam Aarschot. Op zich mooi en herkenbaar, maar in de deelgemeenten lijkt er soms een gemiste kans te zitten. Persoonlijk ben ik ook fan van ons wapenschild, maar dat is een vraag voor een andere keer.

        Het idee is eenvoudig. Wat als we in Rillaar, Gelrode, Langdorp, Gijmel, Ourodenberg, Bergvijver, … dezelfde vlaggen gebruiken, maar dan met de naam van de deelgemeente erop? De layout blijft identiek en past dus volledig binnen onze huisstijl, maar het geeft tegelijk een stukje lokale identiteit terug. Het straalt herkenning uit, versterkt het gevoel van nabijheid en vraagt geen grote investering.

        AI deed al volgende ‘verdienstelijke’ poging

        Mijn vragen zijn daarom de volgende:

        • Staat het college open voor dit voorstel om de bestaande vlaggenlijn uit te breiden met varianten voor de deelgemeenten/deelgebieden?
        • Is het volgens de diensten doenbaar?
        • Is het mogelijk dit mee te nemen in een eerstvolgende vervangronde van de huidige vlaggen of in een bredere update van onze stadscommunicatie?

         

        Gevolg dat aan dit agendapunt werd gegeven:

        Dit agendapunt werd besproken. Voor de volledige bespreking verwijzen we naar het audioverslag van deze vergadering.

Notulen en zittingsverslag vergadering 13 november 2026

Notulen

Gelet op het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en de gemeenteraadscommissies, goedgekeurd door de gemeenteraad  in vergadering van 11.01.2024, inzonderheid artikel 29 §3;

Aangezien verder tijdens de vergadering geen bezwaren tegen de notulen van de vergadering van 13 november 2026 werden ingebracht;

zijn de notulen van de vergadering van 13 november 2026 goedgekeurd.

Zittingsverslag
In toepassing van artikel 278 §1 van het decreet over het lokaal bestuur en artikel 28 §2 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en de gemeenteraadscommissies is het zittingsverslag vervangen door de integrale audio-opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.