Annick Geyskens verlaat de vergadering voor de bespreking en de stemming van volgende agendapunten:
De gemeenteraad gaat akkoord met de vacantverklaring van zes betrekkingen van inspecteur van politie (melding en interventie) in statutair verband vanaf de mobiliteitscyclus 2026-01, te begeven via de klassieke mobiliteit. Indien deze plaatsen niet ingevuld worden via de klassieke mobiliteit, worden de betrekkingen gepubliceerd voor de laureaten in de wervingsreserve.
De gemeenteraad stelde op 12 november 2020 de formatie vast voor het operationeel personeel en van het administratief en logistiek personeel van de lokale politiezone Aarschot. Deze formatie werd door de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant goedgekeurd op 15 december 2020.
Gelet op het feit dat het merendeel van kandidaten sinds het nieuwe rekruteringsmodel van de geïntegreerde politie dat van start ging eind 2022, aspirant-inspecteurs zijn die eerst nog een jaar naar de politieschool moeten vooraleer te starten in de politiezone, moeten we vanaf 2023 proactief rekruteren i.p.v. pas na het vertrek van de gepensioneerden de vacature open te stellen. In praktijk laat het proactief rekruteren toe dat de laureaten hun opleiding in de politieschool beëindigen rond de pensioneringsdatum van de vertrekkende collega's.
Om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen, wordt aan de gemeenteraad voorgesteld zes voltijdse betrekkingen van inspecteur van politie (melding en interventie) vacant te verklaren in statutair verband en de betrekkingen te begeven via de klassieke mobiliteit. Indien deze plaatsen niet ingevuld worden via de klassieke mobiliteit, publiceren we de betrekkingen voor de laureaten in de nationale wervingsreserve (pool met geslaagden in de selectieproeven om te mogen starten aan de politie-opleiding).
Verder vermeldt de ontwerpbeslissing de inhoud van de mededeling van de vacature die aan de algemene directie van het middelenbeheer en de informatie, directie van het personeel (DGR/DRP-P) van de federale politie dient overgemaakt te worden (wie mag zich inschrijven, functiebeschrijving, samenstelling selectiecommissie).
Er wordt geen lokale wervingsreserve aangelegd.
Gelet op
De personeelskosten zijn ingeschreven in de politiebegroting 2026 ev.
Artikel 1
Zes betrekkingen van inspecteur van politie (melding en interventie) worden vacant verklaard in statutair verband vanaf de mobiliteitscyclus 2026-01. Deze betrekkingen zijn te begeven via de klassieke mobiliteit. Indien deze plaatsen niet ingevuld worden via de klassieke mobiliteit, publiceren we de betrekkingen voor de laureaten in de wervingsreserve.
Artikel 2
De inhoud van de mededeling van de vacatures aan de algemene directie van het middelenbeheer en de informatie, directie van het personeel (DGR/DRP-P) van de federale politie bestaat minimum uit de volgende gegevens:
1° De categorieën van het personeel die zich voor de vacature mogen inschrijven:
2° Functiebeschrijving:
Als lid van de lokale politie is hij/zij een polyvalent medewerker welke ingezet wordt voor de verschillende functionaliteiten: interventie, melding, openbare orde, hycap, hulpverlening, toezicht en controle, verkeerstaken, slachtofferbejegening.
Naast deze algemene taken kan hij/zij zich specialiseren in andere taakaccenten van de politiezorg. Deze taakaccenten kunnen zowel operationeel, bestuurlijk of administratief van aard zijn.
Hierna volgt een niet limitatieve lijst: actieplannen, verkeersveiligheid, drugs, diefstalpreventie, projectwerking, functioneel systeembeheer, jeugd en gezin, slachtofferbejegening, vertrouwenspersoon, onderzoek, kantschriften,….
Polyvalente inzet met inbegrip van weekprestaties, weekendprestaties en nachtprestaties.
3° Gewenst profiel:
Kennis:
Attitude:
Beschikt over goede sociale vaardigheden waaronder assertiviteit, conflicthantering, goede contactuele en communicatieve vaardigheden.
Bevordert de goede verstandhouding en de samenwerking binnen de dienst.
Kan zowel zelfstandig als in teamverband werken.
4° Gewone plaats van het werk: Politiezone Aarschot, Demervallei 6, 3200 Aarschot.
5° Bijkomende inlichtingen betreffende de vacature: Teamchef melding en interventie: Stefan Vanderbruggen (jobinhoud) – tel. 016/550.202- Demervallei 6, 3200 Aarschot - mail: pz.aarschot@police.belgium.eu;
6° Vereiste bijzondere bekwaamheden: nihil.
7° Vacant ambt.
8° Samenstelling van de selectiecommissie:
9° Kennistest: nihil.
Artikel 3
Er zal één exemplaar van dit besluit aan de algemene directie van het middelenbeheer en de informatie, directie van het personeel (DGR/DRP-P) van de federale politie bezorgd worden.
De begroting 2025 van de politiezone Aarschot, als in bijlage, wordt aangenomen en vastgesteld.
Het ontwerp van begroting 2026 van de lokale politiezone Aarschot werd in toepassing van de bepalingen van het decreet lokaal bestuur op 3 december 2025 aan de raadsleden bezorgd.
besluit:
De begroting 2026 van de politiezone Aarschot, als in bijlage toegevoegd, wordt aangenomen en vastgesteld.
Gelet op het ontwerp van begroting 2026 van de politiezone Aarschot, zie bijlage.
Artikel 1
De begroting 2026 van de politiezone Aarschot, als in bijlage toegevoegd, wordt aangenomen en vastgesteld.
Artikel 2
Het resultaat van de politiebegroting 2026 - GEWONE DIENST - van de politiezone Aarschot wordt vastgesteld als volgt:
| GEWONE DIENST |
Geraamd algemeen begrotingsresultaat 2025 |
0,00 |
(1) | ||
| Begroting 2026 |
|
Saldo |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Ontvangsten eigen dienstjaar 2026
|
9.482.568,35
|
|
|
|
|
| Uitgaven eigen dienstjaar 2026 |
9.482.568,35
|
0,00 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Ontvangsten vorige dienstjaren (in 2026) |
0,00 |
|
|
|
|
| Uitgaven vorige dienstjaren (in 2026) |
0,00 |
0,00 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Ontvangsten overboekingen 2026 |
0,00 |
|
|
|
|
| Uitgaven overboekingen 2026 |
0,00 |
0,00 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Geraamd resultaat van de begroting 2026 (+ of -) |
|
|
0,00 |
(2) |
|
| Geraamd algemeen begrotingsresultaat 2026 - GEWONE DIENST |
|
|
0,00 |
(3) |
|
|
|
|
|
(3) = (1) + (2) |
|
|
Artikel 3
Het resultaat van de politiebegroting 2026 - BUITENGEWONE DIENST - van de politiezone Aarschot wordt vastgesteld als volgt:
| BUITENGEWONE DIENST |
Geraamd algemeen begrotingsresultaat 2025 |
0,00 |
(1) |
|
|
||
| Begroting 2026 |
|
Saldo |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ontvangsten eigen dienstjaar 2026
|
458.000,00 |
|
|
|
|
|
|
|
Uitgaven eigen dienstjaar 2026
|
458.000,00
|
0,00 |
|
||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Ontvangsten vorige dienstjaren (in 2026) |
0,00 |
|
|
|
|
|
|
| Uitgaven vorige dienstjaren (in 2026) |
0,00 |
0,00 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Ontvangsten overboekingen 2026 |
0,00 |
|
|
|
|
|
|
| Uitgaven overboekingen 2026 |
0,00 |
0,00 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Geraamd resultaat van de begroting 2026 (+ of -) |
|
|
0,00 |
(2) |
|
|
|
| Geraamd algemeen begrotingsresultaat 2026 - Buitengewone dienst |
0,00 |
(3) |
|||||
|
|
|
|
(3) = (1) + (2) |
|
|
|
|
Het Rioleringsdossier Molendreef-Langestraat ARS3037 is ondertussen uitgevoerd.
In een zijstraat van de Langestraat werd in functie van het maatschappelijk belang ruimte voorzien waar wagens zich kunnen parkeren buiten de rijweg. Het gedeelte rijweg zelf werd in kader van het decreet gemeentewegen overgedragen naar het openbaar domein binnen de vergunningsprocedure van het rioleringsdossier. De ruimte waar de parkeerplaats werd voorzien, werd reeds openbaar gebruikt maar viel buiten de wegzate en moet dus bijkomend verworven worden. Omwille van een eigenaarswissel van het desbetreffende perceel, kan de verkoop nu pas geformaliseerd worden.
Voor de waardebepaling werd een onafhankelijke schatter-expert aangesteld, die de waarde van het desbetreffende perceel heeft geschat in bijgevoegd schattingsverslag.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld akkoord te gaan met de aankoop van (het deel van) het betrokken kadastraal perceel.
Het Rioleringsdossier Molendreef-Langestraat ARS3037 is ondertussen uitgevoerd.
In een zijstraat van de Langestraat werd in functie van het maatschappelijk belang ruimte voorzien waar wagens kunnen worden geparkeerd buiten de rijweg. Het gedeelte rijweg zelf werd in kader van het decreet gemeentewegen overgedragen naar het openbaar domein binnen de vergunningsprocedure van het rioleringsdossier. De ruimte waar de parkeerplaats werd voorzien, werd reeds openbaar gebruikt maar viel buiten de wegzate en moet dus bijkomend verworven worden. Omwille van een eigenaarswissel van het desbetreffende perceel, kan de verkoop nu pas geformaliseerd worden.
Voor de waardebepaling werd een onafhankelijke schatter-expert aangesteld, die de waarde van het desbetreffende perceel heeft geschat in bijgevoegd schattingsverslag.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld akkoord te gaan met de aankoop van (het deel van) het betrokken kadastraal perceel.
Het Rioleringsdossier Molendreef-Langestraat ARS3037 is ondertussen uitgevoerd.
In een zijstraat van de Langestraat werd in functie van het maatschappelijk belang ruimte voorzien waar wagens kunnen worden geparkeerd buiten de rijweg. Het gedeelte rijweg zelf werd in kader van het decreet gemeentewegen overgedragen naar het openbaar domein binnen de vergunningsprocedure van het rioleringsdossier. De ruimte waar de parkeerplaats werd voorzien, werd reeds openbaar gebruikt maar viel buiten de wegzate en moet dus bijkomend verworven worden. Omwille van een eigenaarswissel van het desbetreffende perceel, kan de verkoop nu pas geformaliseerd worden.
Voor de waardebepaling werd een onafhankelijke schatter-expert aangesteld, die de waarde van het desbetreffende perceel heeft geschat in bijgevoegd schattingsverslag.
Concreet gaat het over volgend (deel van) kadastraal perceel, gelegen in woongebied met landelijk karakter:
Gelet op de waardebepaling van landmeter P. Goeron:
Overwegende dat de nodige kredieten zijn voorzien onder raming: MJP201405.
Artikel 1:
In het kader van het rioleringsproject Molendreef-Langestraat ARS3037, gaat de gemeenteraad akkoord met de aankoop van volgende (delen van) kadastrale percelen:
tegen de totale waarde van 15.000 EUR.
Artikel 2:
Bijgevoegde koopovereenkomst wordt goedgekeurd. Voor de ondertekening ervan zal de stad vertegenwoordigd worden door de algemeen directeur en de voorzitter van de gemeenteraad (of hun afgevaardigden).
Het rioleringsproject Rillaarsebaan-Boonzakstraat is vergevorderd.
Voor dit project moet er op verschillende plaatsen een grondverwerving plaatsvinden voor de aanleg van grachten en bufferinrichtingen. Voor de waardebepaling werd een onafhankelijke schatter-expert aangesteld.
Het rioleringsproject Rillaarsebaan-Boonzakstraat is vergevorderd.
Voor het project Rillaarsebaan-Boonzakstraat moet er op verschillende plaatsen een grondverwerving plaatsvinden voor de aanleg van grachten en bufferinrichtingen. Voor de waardebepaling werd een onafhankelijke schatter-expert aangesteld, die de waarde van de desbetreffende percelen heeft geschat in bijgevoegd schattingsverslag.
Het rioleringsproject Rillaarsebaan-Boonzakstraat is vergevorderd.
Voor het project Rillaarsebaan-Boonzakstraat moet er op verschillende plaatsen een grondverwerving plaatsvinden voor de aanleg van grachten en bufferinrichtingen. Voor de waardebepaling werd een onafhankelijke schatter-expert aangesteld, die de waarde van de desbetreffende percelen heeft geschat in bijgevoegd schattingsverslag.
Concreet gaat het over volgende (delen van) kadastrale percelen, hoofdzakelijk gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied, deels in natuurgebied - bufferzone, deels gelegen in pluviaal overstromingsgebied (plannen in bijlage ter illustratie):
Gelet op de waardebepaling van landmeter P. Goeron:
Overwegende dat de nodige kredieten zijn voorzien onder raming: MJP201405.
Artikel 1
In het kader van het rioleringsproject Rillaarsebaan-Boonzakstraat, gaat de gemeenteraad akkoord met de aankoop van volgende (delen van) kadastrale percelen:
tegen de totale waarde van 12.226,99 euro.
Artikel 2
Bijgevoegde koopovereenkomsten worden goedgekeurd. Voor de ondertekening ervan zal de stad vertegenwoordigd worden door de algemeen directeur en de voorzitter van de gemeenteraad (of hun afgevaardigden).
De gemeenteraad stemt in met de toetreding tot de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant. De Erfgoedstichting wil, samen met de aangesloten Vlaams-Brabantse lokale besturen, een voortrekkersrol spelen bij het veiligstellen van belangrijk onroerend erfgoed in onze provincie. De raad beslist een jaarlijkse solidariteitsbijdrage (vanaf 2026 tot 2031) aan Erfgoedstichting Vlaams-Brabant van 0,20 euro per inwoner in de meerjarenplanning in te schrijven.
Naar voorbeeld van Kempisch Landschap, provincie Antwerpen, werd de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant opgericht door de provincie Vlaams-Brabant.
De Erfgoedstichting wil, samen met de aangesloten Vlaams-Brabantse lokale besturen, een voortrekkersrol spelen bij het veiligstellen van belangrijk onroerend erfgoed in onze provincie.
Gelet op het feit dat de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant officieel werd opgericht op 1 januari 2021 in de schoot van de provincie Vlaams-Brabant. De Erfgoedstichting wil, samen met de aangesloten Vlaams-Brabantse lokale besturen, een voortrekkersrol spelen bij het veiligstellen van belangrijk onroerend erfgoed in onze provincie.
Samenwerken met ERF betekent:
Een samenwerking met ERF zou de volgende jaren nuttig kunnen zijn voor Stad Aarschot o.a. voor :
Overwegende dat
Vanaf 2026 tot 2031 is er een jaarlijkse bijdrage van 0.20 euro per inwoner, zijnde € 6.299,00 voor 2026.
Artikel 1
De gemeenteraad stemt in met de toetreding tot de Erfgoedstichting Vlaams-Brabant en keurt de convenant, als bijlage, goed.
Artikel 2
Er zal een jaarlijkse solidariteitsbijdrage vanaf 2026 tot 2031 aan Erfgoedstichting Vlaams-Brabant van 0,20 euro per inwoner, op basis van het inwonersaantal, in de meerjarenplanning worden ingeschreven.
In het kader van het bovenlokaal fietsbeleid werkt stad Aarschot mee aan de verdere uitbouw van de fietssnelweg F25, een hoogwaardige fietsverbinding tussen Leuven en Aarschot. De F25 vormt een veilige, comfortabele en rechtstreeks ingerichte fietsroute die een volwaardig alternatief biedt voor autoverplaatsingen binnen en tussen beide steden.
Het segment op Aarschots grondgebied, dat loopt van de gemeentegrens met Rotselaar tot aan park Elzenhof, vormt een ontbrekende schakel in het traject Aarschot–Leuven. Voor de aanleg van dit segment is een gedeeltelijke verwerving van specifieke percelen noodzakelijk. Voor een aantal grondverwervingen kon nog geen minnelijk akkoord gevonden worden en wordt een onteigeningsprocedure opgestart.
In het kader van het bovenlokaal fietsbeleid werkt stad Aarschot mee aan de verdere uitbouw van de fietssnelweg F25, een hoogwaardige fietsverbinding tussen Leuven en Aarschot. De F25 vormt een veilige, comfortabele en rechtstreeks ingerichte fietsroute die een volwaardig alternatief biedt voor autoverplaatsingen binnen en tussen beide steden.
Na eerdere studies en samenwerkingen tussen de provincie Vlaams-Brabant, de Vlaamse overheid en de betrokken gemeenten, is de realisatie van het traject op Aarschots grondgebied in een uitvoeringsfase gekomen. De startnota van de F25, goedgekeurd in 2017 door de Regionale Mobiliteitscommissie (RMC), legde het definitieve globale tracé vast. De uitwerking van de segmenten gebeurt stapsgewijs.
Het segment op Aarschots grondgebied, dat loopt van de gemeentegrens met Rotselaar tot aan park Elzenhof, vormt een ontbrekende schakel in het traject Aarschot–Leuven. Voor de aanleg van dit segment is een gedeeltelijke verwerving van specifieke percelen noodzakelijk. De Vlaamse Belastingdienst – Afdeling Vastgoedtransacties (AVT) staat in voor de opmaak van de schattingsverslagen, het sluiten van minnelijke akkoorden en het verlijden van de verkoopaktes.
Voor een aantal grondverwervingen kon nog geen minnelijk akkoord gevonden worden en wordt een onteigeningsprocedure opgestart. Dit voorstel heeft tot doel om de gemeenteraad te laten instemmen met het voorlopig onteigeningsbesluit, inclusief het onteigeningsplan en de unieke verantwoordingsnota, zodat de aanleg van de fietssnelweg binnen dit segment juridisch en praktisch kan worden voortgezet.
Overwegende dat:
Artikel 1 - Omschrijving van de te onteigenen goederen
De gemeenteraad keurt het onteigeningsplan d.d. 22-04-2024 goed zoals opgemaakt door landmeter-expert Vincent Verbeek. De te onteigenen innames worden als volgt vastgesteld:
| Inname |
Capakey |
Afdeling / Perceel |
Totale Oppervlakte |
Oppervlakte Inname |
| 7 |
24029A0159/00F000 |
Aarschot 6 AFD / Gelrode – A 159 F |
0,6134 ha |
11 a 22 ca |
| 8 |
24029A0163/00H003 |
Aarschot 6 AFD / Gelrode – A 163 H 3 |
0,4953 ha |
6 a 73 ca |
| 9 |
24029A0163/00L003 |
Aarschot 6 AFD / Gelrode – A 163 L 3 |
0,2998 ha |
2 a 38 ca |
| 12 |
24029A0163/00F003 |
Aarschot 6 AFD / Gelrode – A 163 F 3 |
0,0753 ha |
78 ca |
Artikel 2 – Onteigenende instantie
De stad Aarschot wordt aangeduid als onteigenende instantie voor de in artikel 1 vermelde innames.
Artikel 3 – Onteigeningsdoel van algemeen nut
De gemeenteraad keurt de omschrijving van het onteigeningsdoel goed, zijnde de realisatie van de fietssnelweg F25, segment Aarschot: grens Rotselaar – park Elzenhof.
Artikel 4 – Motivering van de onteigeningsnoodzaak
De gemeenteraad bevestigt dat de onteigening noodzakelijk is om de fietssnelweg te realiseren en aangezien minnelijke verwerving niet kon worden gerealiseerd.
Artikel 5 – Minnelijke onderhandelingstermijn
De minnelijke onderhandelingstermijn duurt twee maanden.
Artikel 6 – Bijlagen
Het onteigeningsplan en de unieke verantwoordingsnota maken integraal deel uit van dit voorlopig onteigeningsbesluit.
Definitieve goedkeuring wordt verleend aan het voorstel om het Hertogelijk Plein volgende nieuwe benaming te geven : Anne de Croÿ - plein en om het wandelpad op de begijnhofsite een naam te geven: Bertha van Stadepad.
Historisch gezien zijn straatnamen en pleinen in onze gemeente grotendeels vernoemd naar mannen. Om dit onevenwicht geleidelijk aan te corrigeren en meer diversiteit te brengen in het straatbeeld, wordt voorgesteld een vrouwelijke naam toe te kennen aan het Hertogelijk Plein.
Aan de gemeenteraad wordt een dubbel voorstel voorgelegd: het voorstel om het Hertogelijk Plein te vernoemen naar Anne de Croÿ en het wandelpad op de begijnhofsite de naam Bertha van Stadepad te geven.
Achtergrond
Historisch gezien zijn straatnamen en pleinen in onze gemeente grotendeels vernoemd naar mannen. Om dit onevenwicht geleidelijk aan te corrigeren en meer diversiteit te brengen in het straatbeeld, wil het college overgaan tot de toekenning van een vrouwelijke naam aan het Hertogelijk Plein.
Doelstelling
Het eren van een betekenisvolle vrouw (lokaal, nationaal of internationaal) en het versterken van de representatie van vrouwen in de publieke ruimte.
Onderzoek
Voor het betreffende plein werd een onderzoek/navraag gedaan bij Kerkfabriek OLV Aarschot en Hertogelijke Aarschotse Kring voor Heemkunde;
- de biechtstoelen van Anne de Croÿ en de familie Van Arenberg in de kerk
- de zilveren zonnemonstrans, topstuk uit de schatkamer van de kerk en geschonken door de van Arenbergs
- de obiit van de familie van Arenberg
- het zeer waardevolle Bremserorgel (1646) dat volgens de wens van Karel III van Croÿ werd gebouwd
- de muurschilderingen en artefacten uit de 1e helft van de 16e eeuw die onder het bewind van markies Willem van Croÿ en zijn vrouw Maria van Hamal aan het kerkinterieur werden toegevoegd
- een replica van één der verdwenen glasramen van de familie de Croÿ met daarop de afbeelding van Willem van Croÿ en Maria van Hamal. De andere glasramen werden allen vernietigd of verkocht
Inspiratie voor de Toekomst
Anne de Croÿ kan een inspiratiebron zijn als symbool van sterke vrouwen in de geschiedenis. Dit past goed bij moderne initiatieven om meer vrouwelijke historische figuren te eren in straatnamen en openbare ruimten.
In een tijd waarin er steeds meer aandacht komt voor de rol van vrouwen in de geschiedenis, is het passend om een vrouwelijke historische figuur te eren met een openbare ruimte. Haar nalatenschap als erfgename, hertogin en verbinder van adellijke huizen kan dienen als een inspirerend symbool van leiderschap en doorzettingsvermogen.
Symbool van Verbinding
Haar rol in het verbinden van families en gebieden kan een metafoor zijn voor een plein als ontmoetingsplek voor de gemeenschap.
Haar historische en culturele betekenis verdient deze erkenning en het vernoemen van een plein naar haar draagt bij aan het behoud van ons erfgoed. Zo blijft er een verwijzing naar het Hertogelijk Plein.
Aanvullende info :
Anne de Croÿ was de dochter van hertog Philips III van Croÿ en Joanna van Halewijn. Omdat haar broer hertog Karel III Van Croÿ kinderloos stierf, werd zij zijn opvolger en verkreeg de titel van hertogin van Aarschot. Door haar huwelijk met Karel de Ligne, prins van Arenberg, ging vervolgens het ontzaglijke fortuin van de Aarschotse stam van de familie De Croÿ naar de Van Arenbergfamilie, het kasteel in Heverlee en Aarschot met de O.L.V-Kerk incluis.
Het kasteel van Heverlee, later bekend als het Kasteel van Arenberg, werd een belangrijk bezit van de familie Arenberg. Hoewel er na de overname door de Arenbergs geen grote bouwprojecten werden ondernomen, onderging het kasteel in de 18e eeuw enkele renovaties om het aan te passen aan de toenmalige sociale en esthetische normen.
De familie De Croÿ speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van Aarschot. In 1432 kwam het verarmde land van Aarschot in handen van het Franse Picardische huis de Croÿ. Onder hun bewind werd een drossaard aangesteld, voor wie in 1470 een luisterrijk verblijf werd gebouwd op het oude kasteeldomein van Maria van Brabant uit de 14de eeuw, Het Huis vanden Lande, dat later bekend werd als de Drossaarde.
De familie de Croÿ probeerde Aarschot weer uit het slop te halen en startte met de heropbouw van de bouwvallige huizen, verhief de Onze-Lieve-Vrouwekerk tot collegiale kerk en richtte een kapittel op. Voor de deken van het kapittel werd op de Bonenwijk een ambtswoning opgericht. In het klooster op de Sint-Niklaasberg, gesticht in 1434, onderwezen zusters aan meisjes en vrouwen het weef- en borduurwerk en het kantklossen. Dit eerste technische onderwijs voor meisjes bracht in Aarschot een nieuwe nijverheid tot stand. Tevens verleende Antoon de Croÿ in een charter van 1462 Aarschot het recht om een wekelijkse vrije markt te houden.
De O.L.V.-Kerk was voor eeuwen de grafkerk van de familie de Croÿ. In het hoogkoor stond vroeger het praalgraf dat ondertussen verdwenen is (het werd leeggeroofd). Willem de Croÿ, markies van Aarschot; regent en belangrijkste edelman van de Nederlanden, werd er destijds begraven in aanwezigheid van keizer Karel V. Hij was de persoonlijke raadgever van de keizer en aldus een zeer machtig man. Omwille van zijn verdiensten benoemde keizer Karel de nazaten van Willem tot hertog in het nieuw opgerichte Hertogdom Aarschot. Willem liet trouwens de 's Hertogenmolens bouwen op de Demer begin 1500 als verdedigingsmechanisme tegen vijandige troepen.
In het stadspark stond vroeger het drossaarde; het middeleeuwse gebouw uit de 15e eeuw waar vroeger de drossaard huisde als persoonlijk vertegenwoordiger van de familie de Croy. Het gebouw werd in 1940 door de Duitsers vernietigd.
De familie de Croÿ heeft in het verleden zeer veel goeds gedaan voor Aarschot. Een plein naar één van hun telgen benoemen, zou een gepast eerbetoon zijn.
Daarom het voorstel om het Hertogelijk Plein te vernoemen naar Anne de Croÿ en het wandelpad op de begijnhofsite een naam te geven: Bertha van Stadepad.
Op 6.06.2025 besliste het college van burgemeester en schepenen (CBS/2025/2456) in te stemmen met het voorstel van de 2 nieuwe benamingen.
Omtrent deze nieuwe straatbenaming van het Hertogelijk Plein werd een openbaar onderzoek gehouden van 2 oktober 2025 tot en met 2 november 2025. Tijdens dit onderzoek werd geen bezwaar noch opmerking bekend gemaakt.
Omtrent deze nieuwe straatbenaming van het wandelpad aan het Begijnhof werd een openbaar onderzoek gehouden van 10 oktober 2025 tot en met 10 november 2025. Tijdens dit onderzoek werd geen bezwaar noch opmerking bekend gemaakt.
Het is noodzakelijk dat de gemeenteraad de voorgestelde benamingen definitief bekrachtigt.
Artikel 1:
Definitieve goedkeuring wordt verleend aan het voorstel om het Hertogelijk Plein volgende nieuwe benaming te geven : Anne de Croÿ - plein.
Artikel 2:
Definitieve goedkeuring wordt verleend om het wandelpad op de begijnhofsite een naam te geven: Bertha van Stadepad.
De gemeenteraad stelt vast dat er geen bezwaarschriften werden ingediend en gaat definitief akkoord met de plaatselijke verbreding van de gemeenteweg zoals voorgesteld op het bijgevoegd verkavelingsplan.
Op 19.08.2025 werd een omgevingsvergunningsaanvraag ingediend met als onderwerp het verkavelen van twee percelen grond in 3 loten waarvan er twee bedoeld zijn voor het bouwen van woningen in open bebouwing en één voor het bouwen van een woning in halfopen verband, inclusief een gratis grondafstand. Deze aanvraag heeft als referentie OMV_2025097741 , vindt plaats op de percelen kadastraal gekend als 24092E0144/00F000 en 24092E0143/00N000 en is gelegen langs de Tieltseweg. In deze omgevingsvergunningsaanvraag wordt een aanpassing van de gemeenteweg aangevraagd volgens het verkavelingsplan in bijlage opgesteld door HAGELANDS OPMETINGS-EN STUDIEBURO gevestigd te Diestsestraat(S) 175 te 3270 Scherpenheuvel-Zichem.
Voor de verwezenlijking van de handelingen in de omgevingsvergunningsaanvraag dient het perceel aangeduid op het verkavelingsplan als lot 4 met een oppervlakte van 27m² ingelijfd te worden in het openbaar domein voor het plaatselijk en gedeeltelijk verbreden van de gemeenteweg.
In bijlage zijn de relevantste documenten en plannen m.b.t. de omgevingsvergunningsaanvraag opgenomen. Het volledige dossier kan geraadpleegd worden bij het Departement Omgeving.
Voorstel van besluit:
Het perceel aangeduid op het verkavelingsplan als lot 4 met een oppervlakte van 27m², waarvan de inlijving in het openbaar domein nodig is voor het plaatselijk en gedeeltelijk verbreden van de gemeenteweg, zal kosteloos aangeschaft worden door de stad Aarschot bij wijze van gratis grondafstand en om reden van openbaar nut.
Gelet op
Overwegende dat
Artikel 1
De gemeenteraad stelt vast dat er geen bezwaarschriften werden ingediend.
Artikel 2
De gemeenteraad is definitief akkoord met de plaatselijke verbreding van de gemeenteweg zoals voorgesteld op het bijgevoegd verkavelingsplan van landmeter HAGELANDS OPMETINGS-EN STUDIEBURO.
Artikel 3
Het perceel aangeduid op het verkavelingsplan als lot 4 met een oppervlakte van 27m², waarvan de inlijving in het openbaar domein nodig is voor het plaatselijk en gedeeltelijk verbreden van de gemeenteweg, zal kosteloos aangeschaft worden door de stad Aarschot bij wijze van gratis grondafstand en om reden van openbaar nut.
Artikel 4
Bij het verlijden van de notariële akte zal de stad Aarschot vertegenwoordigd worden door de algemeen directeur en de voorzitter van de gemeenteraad of hun afgevaardigden.
De gemeenteraad stemt in met het gemeentelijk reglement inventarisatie van verwaarloosde woningen en gebouwen.
Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting, een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de stad een verarming betekent.
Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.
Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.
Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar zijn voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.
Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.
Gemeenten die een subsidieaanvraag indienen voor intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zijn verplicht een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij te houden.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om een gemeentelijk reglement goed te keuren om nadere materiële en procedurele regels voor het verwaarlozingsregister te bepalen.
Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting, een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de stad een verarming betekent.
Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.
Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.
Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar zijn voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.
Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.
Gemeenten die een subsidieaanvraag indienen voor intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zijn verplicht een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij te houden.
HOOFDSTUK 1. DEFINITIES en BEVOEGDHEID
Artikel 1. Begripsomschrijving
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 are. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats.
2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:
4°. IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister toevertrouwd krijgt;
5° Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register dat de lijst bevat van de als verwaarloosd geïnventariseerde woningen en gebouwen;
6° Opnamedatum: datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister. Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de verwaarlozing. De opnamedatum is het referentiepunt om de verjaardag te bepalen;
7° Registerbeheerder: de door IGO div of de gemeente aangestelde personeelsleden die belast worden met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk verwaarlozingsregister voor woningen en gebouwen;
8° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
9° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
Artikel 2.
§1. De gemeente vertrouwt in navolging van de overeenkomst inzake ondersteuning van het lokaal woonbeleid met IGO div, de bevoegdheid tot opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk verwaarlozingsregister over aan de dienstverlenende intergemeentelijke vereniging IGO div.
Concreet betekent dit dat de door IGO div aangeduide personeelsleden, zijnde de registerbeheerders, belast worden met volgende taken:
§2. De gemeente behoudt zich het recht voor om medewerkers van de “interlokale vereniging omgeving en wonen stadsregio Demerland” aan te duiden voor de uitvoering van deze taken.
§3. Het college van burgemeester en schepenen blijft exclusief bevoegd voor de beroepen tegen de opname in het verwaarlozingsregister.
HOOFDSTUK 2. REGISTER
Artikel 3. Verwaarlozingsregister
§1. De door IGO div of de gemeente met de opsporing van verwaarlozing belaste personeelslid, de registerbeheerder, houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
Artikel 4. Inventarisatie van verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. De registerbeheerder stelt de verwaarlozing van een woning of gebouw vast in een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Deze vaststelling gebeurt aan de hand van het model technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest, en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
Het verslag bevat naast een omstandig verslag drie categorieën die de ernst van verwaarlozing beschrijven:
§2. Een woning of gebouw wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer volgende gebreken op het technisch verslag vastgesteld werden:
§3. De door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§4. Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een verwaarloosd gebouw of als een verwaarloosde woning beschouwd.
De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als verwaarloosde gebouwen of woningen in de zin van deze titel beschouwd.
Artikel 5. Kennisgeving van opname in het verwaarlozingsregister
§1. Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de Administratie Opmetingen en Waarderingen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.
De kennisgeving bevat:
§2. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
Artikel 6. Beroep tegen opname in het verwaarlozingsregister
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending van het opnameattest, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en per beveiligde zending overgemaakt worden.
Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.
§2. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als:
Als het beroep onontvankelijk is, wordt dat aan de indiener meegedeeld.
§4. Als het beroep ontvankelijk is, wordt de gegrondheid onderzocht. Dit kan gebeuren op basis van bijgevoegde stukken maar ook door een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning of het gebouw geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§6. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister vanaf de datum van het opnameattest (opnamedatum).
Artikel 7. Schrapping uit het verwaarlozingsregister
§1. De zakelijk gerechtigde kan een gemotiveerd verzoek tot schrapping richten tot de registerbeheerder via beveiligde zending.
Dit verzoek bevat:
§2. Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde aangetekende verzending gehanteerd.
§3. De registerbeheerder voert een plaatsbezoek uit binnen een termijn van goede orde van negentig dagen. De registerbeheerder maakt voor dit plaatsbezoek gebruik van het technisch verslag verwaarlozing. Als uit het technisch verslag van het plaatsbezoek blijkt dat de woning niet meer verwaarloosd is, schrapt de registerbeheerder de woning of het gebouw uit het register op datum van aanvraag tot schrapping.
§4. Een gesloopte woning of een gesloopt gebouw wordt uit het verwaarlozingsregister geschrapt van zodra de werken beëindigd zijn en alle puin van het perceel is verwijderd. Als schrappingsdatum geldt de datum van het oudste bewijsstuk dat de beëindiging van de sloopwerken en het geruimde puin kan verifiëren. De bewijslast ligt bij de zakelijk gerechtigde en kan, uitgezonderd de eed, op verschillende wijzen aangeleverd worden.
Als de zakelijk gerechtigde geen bewijsstukken bij het gemotiveerd verzoek tot schrapping voegt, neemt de registerbeheerder de dag van melding van de sloop als schrappingsdatum na onderzoek ter plaatse dat de beëindiging van de sloopwerken en de ruiming van het puin bevestigt.
§5. Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§6. De registerbeheerder neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De registerbeheerder brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
§7. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6.
Artikel 8.
Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met betrekking tot het inventariseren en belasten van verwaarloosde woningen en gebouwen. Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement blijven opgenomen in het register met behoud van opnamedatum.
De gemeenteraad stemt in met het gemeentelijk reglement inventarisatie van leegstaande woningen en gebouwen.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.
Leegstaande woningen en gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.
Leegstaande woningen en gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan. Bewoonde woningen zorgen voor een levendige omgeving, meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.
Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Elk bestuur dat subsidies ontvangt in het kader van de ondersteuning van het lokaal woonbeleid is verplicht een leegstandsregister bij te houden.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om een gemeentelijk reglement goed te keuren waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgesteld.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.
Leegstaande woningen en gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.
Leegstaande woningen en gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan. Bewoonde woningen zorgen voor een levendige omgeving, meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.
Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Elk bestuur dat subsidies ontvangt in het kader van de ondersteuning van het lokaal woonbeleid is verplicht een leegstandsregister bij te houden.
Een gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgesteld.
HOOFDSTUK 1. DEFINITIES en BEVOEGDHEID
Artikel 1. Begripsomschrijving
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 are. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats.
2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:
4°. IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toevertrouwd krijgt;
5° Leegstandsregister: het gemeentelijk register dat de lijst bevat van de als leegstaand geïnventariseerde woningen en gebouwen;
6° Opnamedatum: datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het leegstandsregister. Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de leegstand. De opnamedatum is het referentiepunt om de verjaardag te bepalen.
7° Registerbeheerder: de door IGO div of de gemeente aangestelde personeelsleden die belast worden met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister voor woningen en gebouwen;
8° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
9° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
Artikel 2.
§1. De gemeente vertrouwt in navolging van de overeenkomst inzake ondersteuning van het lokaal woonbeleid met IGO div, de bevoegdheid tot opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister over aan de dienstverlenende intergemeentelijke vereniging IGO div.
Concreet betekent dit dat de door IGO div aangeduide personeelsleden, zijnde de registerbeheerders, belast worden met volgende taken:
§2. De gemeente behoudt zich het recht voor om medewerkers van de “interlokale vereniging omgeving en wonen stadsregio Demerland” aan te duiden voor de uitvoering van deze taken.
§3. Het college van burgemeester en schepenen blijft exclusief bevoegd voor de beroepen tegen de opname in het leegstandsregister.
HOOFDSTUK 2. REGISTER
Artikel 3. Leegstandsregister
§1. De door IGO div of de gemeente met de opsporing van leegstand belaste personeelslid, de registerbeheerder, houdt een register bij van leegstaande woningen en gebouwen.
§2. In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
Artikel 4. Inventarisatie van leegstaande woningen en gebouwen
§1. De registerbeheerder spoort de leegstand op en maakt een verslag op van de indicaties die de leegstand staven.
De beoordeling van leegstand gebeurt op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende niet-limitatieve lijst indien het een woning betreft:
1. administratieve vaststellingen:
2. de onmogelijkheid om de woning te bewonen te gebruiken;
3. in- en uitwendige indicaties van leegstand:
§2. De registerbeheerder spoort de leegstand op en maakt een verslag op van de indicaties die de leegstand staven.
De beoordeling van leegstand gebeurt op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende niet-limitatieve lijst indien het een gebouw betreft:
1. administratieve vaststellingen:
2. de onmogelijkheid om het gebouw te gebruiken:
3. in- en uitwendige indicaties van leegstand:
§3. De door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§4. Een tweede verblijf dat niet als zodanig wordt gebruikt, zal opgenomen worden in het leegstandsregister.
§5. Een gebouw dat of een woning die in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als een leegstaand gebouw of als een leegstaande woning beschouwd.
De bedrijfsruimten die op grond van artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten worden uitgesloten van de toepassing van voormeld decreet, worden onder de aldaar vermelde voorwaarden evenmin als leegstaande gebouwen of woningen in de zin van deze titel beschouwd.
Artikel 5. Kennisgeving van opname in het leegstandsregister
§1. Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de Administratie Opmetingen en Waarderingen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister.
De kennisgeving bevat:
§2. Elk opnameattest bevat volgende gegevens:
§3. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
Artikel 6. Beroep tegen opname in het leegstandsregister
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending van het opnameattest, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister.
Het beroepschrift moet ondertekend zijn en per beveiligde zending overgemaakt worden.
Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.
§2. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als:
Als het beroep onontvankelijk is, wordt dat aan de indiener meegedeeld.
§4. Als het beroep ontvankelijk is, wordt de gegrondheid onderzocht. Dit kan gebeuren op basis van bijgevoegde stukken maar ook door een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning of het gebouw geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§6. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het leegstandsregister vanaf de datum van het opnameattest (opnamedatum).
Artikel 7. Schrapping uit het leegstandsregister
§1. De zakelijk gerechtigde kan een gemotiveerd verzoek tot schrapping richten tot de registerbeheerder via beveiligde zending.
Dit verzoek bevat:
§2. Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde aangetekende verzending gehanteerd.
§3 Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt, als de zakelijk gerechtigde bewijst dat deze woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden wordt gebruikt in overeenstemming met haar functie. De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig haar functie, zoals omschreven in artikel 1.
§3. Een gesloopte woning of een gesloopt gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt van zodra de werken beëindigd zijn en alle puin van het perceel is verwijderd. Als schrappingsdatum geldt de datum van het oudste bewijsstuk dat de beëindiging van de sloopwerken en het geruimde puin kan verifiëren. De bewijslast ligt bij de zakelijk gerechtigde en kan, uitgezonderd de eed, op verschillende wijzen aangeleverd worden.
Als de zakelijk gerechtigde geen bewijsstukken bij het gemotiveerd verzoek tot schrapping voegt, neemt de registerbeheerder de dag van melding van de sloop als schrappingsdatum na onderzoek ter plaatse dat de beëindiging van de sloopwerken en de ruiming van het puin bevestigt.
§4. Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§5. De registerbeheerder neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De registerbeheerder brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
§6. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6.
Artikel 8.
Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met betrekking tot het inventariseren en belasten van leegstaande woningen en gebouwen. Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het leegstandsregister voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement blijven opgenomen in het register met behoud van opnamedatum.
De gemeenteraad stemt in met de gemeentelijke verordening tot afbakening van functies die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengen zoals bepaald in art. 2.10, §2 van de Vlaamse Codex Wonen.
Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Op basis van artikel 2.10, §2 van de Vlaamse Codex wonen kan het bestuur bij gemeentelijke verordening functies omschrijven die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt.
De stad wil leegstand tegengaan en tegelijk ruimte bieden voor economische en maatschappelijke dynamiek. Daarom wordt in voorgestelde verordening bepaald dat een woning niet als leegstaand wordt beschouwd wanneer zij effectief en niet-occasioneel wordt gebruikt voor een andere functie, zoals handel, dienstverlening of gemeenschapsactiviteiten. Hiermee stimuleren we hergebruik van gebouwen, versterken we het lokale ondernemersklimaat en voorkomen we verloedering van straten en buurten.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om de gemeentelijke verordening tot afbakening van functies die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengen zoals bepaald in art. 2.10, §2 van de Vlaamse Codex Wonen goed te keuren.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.
Leegstaande woningen en gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.
Leegstaande woningen en gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan. Bewoonde woningen zorgen voor een levendige omgeving, meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.
Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Op basis van artikel 2.10, §2 van de Vlaamse Codex wonen kan het bestuur bij gemeentelijke verordening functies omschrijven die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt.
De stad wil leegstand tegengaan en tegelijk ruimte bieden voor economische en maatschappelijke dynamiek. Daarom wordt in deze verordening bepaald dat een woning niet als leegstaand wordt beschouwd wanneer zij effectief en niet-occasioneel wordt gebruikt voor een andere functie, zoals handel, dienstverlening of gemeenschapsactiviteiten. Hiermee stimuleren we hergebruik van gebouwen, versterken we het lokale ondernemersklimaat en voorkomen we verloedering van straten en buurten.
Artikel 1. Begripsomschrijving
1° Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 are. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats.
2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:
4° Leegstandsregister: het gemeentelijk register dat de lijst bevat van de als leegstaand geïnventariseerde woningen en gebouwen;
5° Registerbeheerder: de door IGO div of de gemeente aangestelde personeelsleden die belast worden met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister voor woningen en gebouwen;
6° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
Artikel 2. Gelijkgestelde functies
De hierna vermelde functies worden gelijkgesteld aan de woonfunctie en zullen bij de beoordeling van de leegstand van woningen door de registerbeheerder behandeld worden als functies die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengen:
1. Handelsfunctie
2. Kantoorfunctie
3. Gemeenschapsfunctie
4. Tijdelijke invulling
Artikel 3.
ls de functie geen effectief en niet-occasioneel gebruik met zich meebrengt dan kan de woning alsnog als leegstaand geïnventariseerd worden.
Het gebruik mag niet louter opslag of occasioneel zijn.
Het gebruik moet aantoonbaar zijn via inschrijving in de Kruispuntbank voor Ondernemingen, huurovereenkomst of bewijs van activiteiten.
Artikel 4.
De invulling van een woning met een gelijkgestelde functie moet plaatsvinden zonder structurele ingrepen aan de woning.
Huisvesting van een gezin moet op elk moment mogelijk blijven.
Artikel 5.
Zonevreemde en onvergunde woningen zijn uitgesloten van deze verordening.
Artikel 6.
De gemeente behoudt zich het voorrecht om de registerbeheerder het effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning ter plaatse na te laten gaan.
Dit plaatsbezoek zal steeds tijdens de kantooruren en aangekondigd plaatsvinden.
Als de toegang geweigerd wordt dan zal de woning als leegstaand geïnventariseerd worden of blijven.
Artikel 7.
Deze verordening is van toepassing op het hele grondgebied van de stad Aarschot.
Er wordt besloten akkoord te gaan met een nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen de stad Aarschot en IGO voor de periode 2026-2031 met als doel via sociale tewerkstelling gemeentelijke natuurprojecten uit te voeren, de biodiversiteit te versterken en jaarlijks een vooraf bepaald actieprogramma van 4.350 uren (3 VTE) te realiseren ter ondersteuning van het gemeentelijke natuur- en groenpatrimonium binnen de beleidsdoelstellingen van de Beheers- en BeleidsCyclus.
De samenwerkingsovereenkomst 2020-2025 tussen de provincie Vlaams-Brabant, de stad Aarschot en IGO in het kader van het project ‘Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen’ loopt op 31.12.2025 ten einde.
Er wordt voorgesteld om een nieuwe samenwerkingsovereenkomst te installeren tussen de stad Aarschot en IGO voor de periode 2026-2031.
De samenwerkingsovereenkomst heeft tot doel de uitvoering van gemeentelijke natuurprojecten door middel van sociale tewerkstelling.
In deze samenwerkingsovereenkomst worden de Intergemeentelijke Natuur- en landschapsploegen als sterk instrument beschouwd om via inrichting en beheer te streven naar een milieukwaliteit die vereist is voor duurzame instandhouding van doelsoorten of -habitats, en bijgevolg worden ingezet om een serieuze bijdrage te leveren in het biodiversiteitsbeleid en het stoppen van het verlies aan biodiversiteit.
Via deze samenwerkingsovereenkomst wordt jaarlijks een vooraf afgesproken actieprogramma uitgevoerd op basis van een gegarandeerd urenpakket.
De Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsteams leveren een bijdrage tot het behoud en de uitbreiding van het gemeentelijke natuur- en groenpatrimonium in de gemeenten waar ze actief zijn.
Het Natuur- en Landschapsteam zal ingezet worden om de onderwerpen, die worden / zijn opgenomen binnen de Beheers- en BeleidsCyclus voor de volgende jaren, verder uit te werken en uit te voeren.
De gemeenten en steden dienen vóór uiterlijk 1 januari 2026 een besluit te nemen om een naadloos verder zetten van het project ‘Intergemeentelijk Natuur- en Landschapsteams’ te kunnen garanderen.
Binnen de overeenkomst wordt voorzien in 3 VTE, wat garant staat voor 4.350 uren INL-werk.
Gelet op:
Overwegende:
Overwegende:
Overwegende dat de samenwerkingsovereenkomst de uitvoering van gemeentelijke natuurprojecten door middel van sociale tewerkstelling tot doel heeft;
Overwegende:
Overwegende dat het om voormelde redenen opportuun lijkt om deel te nemen in de intergemeentelijke meerjarenovereenkomst (2026-2031) voor natuur- en landschapsploegen (INL), deze als in bijlage gevoegd;
Overwegende dat:
- 167.388,00 euro voor 2026;
- 174.083,52 euro voor 2027;
- 181.046,86 euro voor 2028;
- 188.288,74 euro voor 2029;
- 195.820,28 euro voor 2030;
- 203.653,10 euro voor 2031;
Visum ‘Samenwerkingsovereenkomst m.b.t. de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) voor de periode 2026-2031’ - IGO div
Component ‘Voorafgaande kredietcontrole’
De kostprijs (incl. 0% btw) voor 3 VTE (of 4.350 uren) voor natuur- en landschapsploegen (INL) wordt door IGO div vastgelegd als volgt:
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, zijn de kredieten opgenomen conform de begroting van IGO div, nl. raming MJP201175, BBC–actie 3.1.3 We maken het openbaar domein klimaatrobuust door het aan te passen aan de gevolgen van klimaatveranderingen, beleidsveld 0340, ARK 61399999. Er is dus voldoende krediet beschikbaar onder voorwaarde dat het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 zal goedgekeurd worden door de gemeenteraad op 18 december 2025.
Component ‘Wetmatigheidscontrole die voorafgaat aan de verbintenis’
De stad Aarschot is vennoot van IGO div. De opdrachten waarvoor de vennoten beroep doen op IGO div zijn te beschouwen als inhouse - opdrachten. In artikel 12 van Richtlijn 2014/24/EU en artikel 30 van de Wet inzake Overheidsopdrachten van 17 juni 2016 is de regeling opgenomen m.b.t. de toepassing van de inhouse - doctrine. De opdracht voor het organiseren van de natuur- en landschapsploegen (INL) kan op basis hiervan dus gegund worden aan IGO div. Uit het onderzoek van de documenten blijken geen strijdigheden met de wettelijke voorschriften.
Visum ‘Samenwerkingsovereenkomst m.b.t. de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) voor de periode 2026-2031’ - IGO div
Component ‘Voorafgaande kredietcontrole’
De kostprijs (incl. 0% btw) voor 3 VTE (of 4.350 uren) voor natuur- en landschapsploegen (INL) wordt door IGO div vastgelegd als volgt:
- 2026 : 167.388,00 euro
- 2027 : 174.083,52 euro
- 2028 : 181.046,86 euro
- 2029 : 188.288,74 euro
- 2030 : 195.820,28 euro
- 2031 : 203.653,10 euro
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, zijn de kredieten opgenomen conform de begroting van IGO div, nl. raming MJP201175, BBC–actie 3.1.3 We maken het openbaar domein klimaatrobuust door het aan te passen aan de gevolgen van klimaatveranderingen, beleidsveld 0340, ARK 61399999. Er is dus voldoende krediet beschikbaar onder voorwaarde dat het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 zal goedgekeurd worden door de gemeenteraad op 18 december 2025.
Component ‘Wetmatigheidscontrole die voorafgaat aan de verbintenis’
De stad Aarschot is vennoot van IGO div. De opdrachten waarvoor de vennoten beroep doen op IGO div zijn te beschouwen als inhouse-opdrachten. In artikel 12 van Richtlijn 2014/24/EU en artikel 30 van de Wet inzake Overheidsopdrachten van 17 juni 2016 is de regeling opgenomen m.b.t. de toepassing van de inhouse-doctrine. De opdracht voor het organiseren van de natuur- en landschapsploegen (INL) kan op basis hiervan dus gegund worden aan IGO div. Uit het onderzoek van de documenten blijken geen strijdigheden met de wettelijke voorschriften.
Geen standpunt ingenomen visum INL van Geert Wijns van 02 december 2025
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om deel te nemen aan de ‘Samenwerkingsovereenkomst betreffende de organisatie van Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL) in het kader van een Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de periode 2026 – 2031 uitgevoerd door IGO div’, als in bijlage gevoegd.
Artikel 2
De gemeente neemt deel aan de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen met 4.350 uren (3 VTE), waarbij 1450 uren = 1 VTE, met als kostprijs een maximale bijdrage (vrijstelling BTW mits exclusiviteit) van:
Artikel 3
Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan IGO div.
De gemeenteraad gaat akkoord met een uitbreiding van de beheersoverdrachtern stedelijk afvalbeleid aan de intercommunale ECOWERF, gevestigd te Aarschotsesteenweg 210 in 3012 LEUVEN (Wilsele) met ingang van 1 januari 2026 houdende:
| Nr |
Naam |
Beheersoverdracht |
| 2.1.6 |
Inzameling oude metalen |
X |
| 5.2 |
Inzameling textiel |
X |
Er wordt voorgesteld tot de uitbreiding van de beheersoverdracht houdende het stedelijk afvalbeleid: de stad Aarschot heeft vanaf 1.1.2026:
(1) niet langer een overheidsopdracht voor de inzameling van textiel, en
(2) dient gelet de wijziging van de wetgeving houdende catalogeren van 'grof vuil' naar 'groot selectief afval', met exclusie van oude metalen, een uitbreiding van de beheersoverdracht in te zetten m.b.t. de fracties:
Door de overdrachten van beheer:
Gelet op:
Overwegende:
Overwegende:
De stad Aarschot neemt deel aan de intergemeentelijke opdrachthoudende vereniging EcoWerf, een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, meer bepaald een opdrachthoudende vereniging zoals bedoeld in artikel 398, §1, 3° van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. De opdrachthoudende vereniging is een samenwerkingsverband met beheersoverdracht, waaronder wordt verstaan het toevertrouwen door de deelnemende gemeenten aan het samenwerkingsverband van de uitvoering van de door hen genomen beslissingen in kader van zijn doelstellingen, in die zin dat de gemeenten zich het recht ontzeggen zelfstandig of met derden dezelfde opdracht uit te voeren.
Overdracht 1
Het huidige basispakket omvat de inzameling van grofvuil. De gemeente/stad deed echter geen beheersoverdracht aan EcoWerf voor de inzameling van oude metalen (2.1.6). En in het Lokaal Materialenplan betreffende de inzameling huis-aan-huis werden volgende minimale frequenties opgenomen: grofvuil (2x/per jaar). Bij het inzamelen van grofvuil aan huis moet de burger ook afvalstoffen kunnen meegeven die via het recyclagepark selectief ingezameld moeten worden, indien de burger die afvalstoffen omwille van omvang of gewicht niet zelf kan brengen. Naast de restfractie van het grofvuil dient een lokaal bestuur minstens volgende grote stukken selectief afval aan huis in te zamelen:
Deze stromen worden gecatalogeerd als ‘groot selectief afval’. De startdatum van deze verplichting is 1 januari 2026. De inzameling van grofvuil en oude metalen aan huis binnen het werkingsgebied van EcoWerf wordt momenteel als een inzameling op afroep georganiseerd met vaste ophaalmomenten. De inwoner maakt vooraf een afspraak en het aangemelde afval wordt opgehaald. Aangezien alle inzamelpunten vooraf bekend zijn en er een spreiding doorheen het jaar is, kan de inzamelplanning efficiënt geschieden over de gemeentegrenzen heen.
Door de gewijzigde verplichtingen zal de inzameling grofvuil op afroep uitbreiden tot ‘groot selectief afval’ voor alle inzameldagen.
Het college van burgemeester en schepenen wenst een optimale dienstverlening aan haar inwoners te voorzien. De invoering van een gewijzigde inzamelplicht huis-aan-huis laat de inwoners toe om meer aan te bieden dan enkel grofvuil, meer specifiek ook oude metalen. Een beheersoverdracht aan EcoWerf met betrekking tot in de inzameling van oude metalen aan huis is hiervoor noodzakelijk. Overwegende lijkt het daarom opportuun te kiezen voor een uitbreiding van de beheersoverdracht voor de inzameling oude metalen (nr. 2.1.6 van de aanstiplijst).
Overwegende dat dit als bij aanstiplijst dient te worden vastgesteld door de gemeenteraad van Aarschot als bevoegd orgaan voor deze beheersoverdracht;
Overdracht 2
Het lijkt opportuun om tevens de textielinzameling uit te dragen aan EcoWerf: De stad Aarschot heeft vanaf 1.1.2026 geen lopende overheidsopdrachten houdende de organisatie van inzameling van textiel meer.
Overwegende dat
Overwegende dat het om voormelde redenen voor de stad Aarschot opportuun lijkt om vanaf 1 januari 2026, als volwaardig vennoot in de intercommunale Ecowerf, een uitbreiding van de beheersoverdracht te bewerkstelligen, met name tot de volgende pakketten:
| Nr |
Naam |
Beheersoverdracht |
| 2.1.6 |
Inzameling oude metalen |
X |
| 5.2 |
Inzameling textiel |
X |
D.i. inclusief de verrekeningen van de toelagen en diensten onder de contracten met 3de partijen zoals Recupel, Fost Plus, Bebat, en andere beheersorganismen.
Advies d.d. 02.12.2026 houdende financiële impact:
In de gemeenteraadsbeslissing van 13 juni 2019 werden de grenzen, waarbinnen de visumverplichting in de stad Aarschot van toepassing is, afgebakend. Alle financiële verbintenissen zijn uitgesloten van de visumverplichting, met uitzondering van:
1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;
2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;
4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan 30.000 euro (excl. BTW);
5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan 15.000 euro (excl. BTW);
6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro.
In de beslissing m.b.t. de uitbreiding van de beheersovereenkomst m.b.t. textielinzameling en inzameling van oude metalen zijn geen bedragen vermeld.
_______
De kosten worden integraal binnen de gemeenschap en afspraken met de opdrachtnemer voor de in te zamelen fracties gedragen.
In de gemeenteraadsbeslissing van 13 juni 2019 werden de grenzen, waarbinnen de visumverplichting in de stad Aarschot van toepassing is, afgebakend. Alle financiële verbintenissen zijn uitgesloten van de visumverplichting, met uitzondering van:
1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;
2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;
4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan 30.000 euro (excl. BTW);
5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan 15.000 euro (excl. BTW);
6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan 10.000 euro.
In de beslissing m.b.t. de uitbreiding van de beheersovereenkomst m.b.t. textielinzameling en inzameling van oude metalen zijn geen bedragen vermeld.
Geen standpunt ingenomen visum textielinzameling van Geert Wijns van 02 december 2025
Artikel 1
§1. De lijst met beheersoverdrachten aan EcoWerf wordt uitgebreid voor:
| Nr |
Naam |
Beheersoverdracht |
| 2.1.6 |
Inzameling oude metalen |
X |
| 5.2 |
Inzameling textiel |
X |
§2. De gemeenteraad beslist tot een uitbreiding van de overdrachten van beheer, met de onder art. 1 §1 in aanstiplijst opgenomen pakketten en/of opties, aan de Intercommunale EcoWerf, gevestigd te Aarschotsesteenweg 210 in 3012 Leuven (Wilsele), met ingang van 1 januari 2026.
Artikel 2
§1. Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gelast de Intercommunale EcoWerf, gevestigd te Aarschotsesteenweg 210 in 3012 Leuven (Wilsele), in kennis te stellen van onderhavige besluit.
§2. Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gelast met de uitvoering van onderhavige beslissing.
De gemeenteraad geeft een positief advies betreffende de plaatsing van de mobiele sluikstortcamera’s op glasbolsites door de afvalintercommunale EcoWerf. De gemeenteraad keurt de overeenkomst / samenwerkingsprotocol met de afvalintercommunale en de politiezone inzake het plaatsen en gebruiken van de mobiele sluikstortcamera’s goed voor de periode 2026 - 2031. Het cameraproject wordt verlengd van 2026 tot en met 2031.
De gemeenteraad keurt de overeenkomst met de afvalintercommunale en de politiezone inzake het plaatsen en gebruiken van de mobiele sluikstortcamera’s goed voor de periode 2026 - 2031. Het project wordt verlengd.
De gemeenteraad wordt een positief advies gevraagd betreffende de plaatsing van de mobiele sluikstortcamera’s op glasbolsites door de afvalintercommunale EcoWerf.
De inzet van camera’s heeft in andere gemeenten geleid tot een merkbare daling van sluikstorten, wat wijst op een sterk afschrikkend effect. Door de volledige beeldverwerking aan EcoWerf toe te vertrouwen, wordt de administratieve last voor stad en politie verlicht. De kostprijs van 0,3914 euro per inwoner per jaar is financieel verantwoord en biedt een efficiënte oplossing tegenover de hoge kosten van opruim en handhaving. De aanpak voldoet aan de wettelijke vereisten en waarborgt de privacy van burgers. Dankzij de mobiele opstelling kunnen hotspots snel aangepakt worden. De samenwerking met de politiezone en EcoWerf wordt verankerd in een transparant protocol.
Gelet op:
Overwegende:
- het plaatsen en registreren van de camera’s;
- het leveren van de camerapictogrammen, de plaatsing ervan gebeurt in onderling overleg;
- het bekijken van de beelden en het bijhouden van een dataregister;
- het opstarten van een dossier in de vorm van een bestuurlijk verslag waar mogelijk en het overmaken van de vaststellingen en het bestuurlijk verslag aan de sanctionerend ambtenaar die werd aangesteld door de stad/gemeente;
Overwegende dat het project 'Plaatsing tijdelijke vaste sluikstortcamera’s door afvalintercommunale EcoWerf ter bestrijding van sluikstort en zwerfvuil aan glasbolsites en andere sluikstort-hotspots' wordt geraamd als volgt:
voor een totaal van € 77.997,22;
Overwegende dat de kredieten worden voorzien binnen de meerjarenbegroting als in bijlage Afvalbegroting_AAT_2026_V2.pdf, onder de werkingsbijdragen / vaste kosten: afvalpreventie.
Visum ‘plaatsing tijdelijke vaste sluikstortcamera’s door afvalintercommunale EcoWerf ter bestrijding van sluikstort en zwerfvuil aan glasbolsites en andere sluitstort-hotspots
Visum – Component ‘Voorafgaande kredietcontrole’
Ecowerf heeft voor 2026 en de volgende jaren een begroting opgemaakt m.b.t. de kost van de afvalophaling in Aarschot zoals toegevoegd aan het agendapunt. De kostprijs in 2026 bedraagt 3.153.370,09 euro (incl. 0% btw). De kostprijs stijgt met 4% in 2027, 3% in 2028 en 2% voor de volgende jaren.
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, zijn de kredieten opgenomen conform de afvalbegroting van EcoWerf, nl. raming MJP201187, BBC–actie 3.3.3 We zorgen voor een correcte, betaalbare en duurzame afvalinzameling, beleidsveld 0309 / Overig afval- en materialenbeheer.
De kost voor het cameraproject is in de afvalbegroting van EcoWerf opgenomen, zie pagina 4 onder de rubriek ‘Afvalpreventie’ en is dus ook opgenomen in de kredieten van het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031. Er is dus voldoende krediet beschikbaar onder voorwaarde dat het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 zal goedgekeurd worden door de gemeenteraad op 18 december 2025.
Visum – Component ‘ Wetmatigheidscontrole die voorafgaat aan de verbintenis’
De stad is, met ingang van 1 januari 2025, overgegaan tot de volledige beheersoverdracht van het stedelijke afvalbeleid van de stad Aarschot aan de Intercommunale Ecowerf. De opdracht voor het plaatsen van sluikstortcamera’s maakt deel uit van de opdracht m.b.t. het stedelijke afvalbeleid van Aarschot. Uit het onderzoek van de documenten blijken er geen strijdigheden met de wettelijke voorschriften.
Visum ‘plaatsing tijdelijke vaste sluikstortcamera’s door afvalintercommunale EcoWerf ter bestrijding van sluikstort en zwerfvuil aan glasbolsites en andere sluitstort-hotspots
Visum – Component ‘Voorafgaande kredietcontrole’
Ecowerf heeft voor 2026 en de volgende jaren een begroting opgemaakt m.b.t. de kost van de afvalophaling in Aarschot zoals toegevoegd aan het agendapunt. De kostprijs in 2026 bedraagt 3.153.370,09 euro (incl. 0% btw). De kostprijs stijgt met 4% in 2027, 3% in 2028 en 2% voor de volgende jaren.
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, zijn de kredieten opgenomen conform de afvalbegroting van EcoWerf, nl. raming MJP201187, BBC–actie 3.3.3 We zorgen voor een correcte, betaalbare en duurzame afvalinzameling, beleidsveld 0309 / Overig afval- en materialenbeheer.
De kost voor het cameraproject is in de afvalbegroting van EcoWerf opgenomen, zie pagina 4 onder de rubriek ‘Afvalpreventie’ en is dus ook opgenomen in de kredieten van het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031. Er is dus voldoende krediet beschikbaar onder voorwaarde dat het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 zal goedgekeurd worden door de gemeenteraad op 18 december 2025.
Visum – Component ‘ Wetmatigheidscontrole die voorafgaat aan de verbintenis’
De stad is, met ingang van 1 januari 2025, overgegaan tot de volledige beheersoverdracht van het stedelijke afvalbeleid van de stad Aarschot aan de Intercommunale Ecowerf. De opdracht voor het plaatsen van sluikstortcamera’s maakt deel uit van de opdracht m.b.t. het stedelijke afvalbeleid van Aarschot. Uit het onderzoek van de documenten blijken er geen strijdigheden met de wettelijke voorschriften.
Gunstig visum camera sluikstorten van Geert Wijns van 02 december 2025
Artikel 1
§1. De gemeenteraad geeft een gunstig advies omtrent het cameraproject, waarvoor de afspraken tussen lokaal bestuur, politiezone en afvalintercommunale worden verankerd in een overeenkomt (samenwerkingsprotocol). De gemeenteraad geeft een positief advies betreffende de plaatsing van de tijdelijke vaste camera’s op glasbolsites en andere sluikstort - hotspots door de afvalintercommunale EcoWerf.
§2. De gemeenteraad keurt de overeenkomst met de afvalintercommunale EcoWerf en de politiezone inzake het plaatsen en gebruiken van de tijdelijke vaste camera’s goed.
§3. Het cameraproject wordt verlengd van 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 2
De gemeenteraad stelt de Intergemeentelijke samenwerking EcoWerf aan als gemeentelijke vaststeller, waarbij de personeelsleden aangeduid door de leidende ambtenaar van deze entiteit, een vaststellingsbevoegdheid krijgen voor de gemeentelijke administratieve sancties van de stad Aarschot voor de vaststellingen van overtredingen op de bepalingen onder het Algemeen Politiereglement Aarschot (politieverordening) houdende sluikstortproductie, meer bepaald de openbare netheid en gezondheid:
Artikel 3
De beslissing wordt overgemaakt aan:
De gemeenteraad geeft de goedkeuring aan de contantbelasting voor aanslagjaar 2026 voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark.
De gemeenteraad stelde op datum van 24 oktober 2024 een contantbelastingreglement vast voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval, dit zowel voor de huis-aan-huisinzameling, inzameling via sorteerstraten, inzameling op afroep, als de inzameling op het recyclagepark, voor het aanslagjaar 2025.
Voor aanslagjaar 2026 wordt de contantbelasting hernomen als volgt:
Gelet op:
Overwegende:
Artikel 1
§ 1. Er wordt een contant belasting gevestigd voor:
§ 2. Definities algemeen:
1° Aansluitpunt (ASP):
2° Aorta: de databank waarin EcoWerf per gezin of per onderneming registreert:
Voor elk gezin of elke onderneming zoals omschreven in dit reglement is een registratie verplicht en is maximaal één registratie mogelijk.
Per gezin of per onderneming in het bedieningsgebied wordt in Aorta een formulier aangemaakt. Het formulier omvat voor het gezin of de onderneming de vermelding van de referentiepersoon, het adres, een bankrekeningnummer, een detail van de diensten waarvan gebruik kan worden gemaakt, een rekenstaat, het rijksregisternummer of nummer van het vreemdelingenregister van de referentiepersoon, het ondernemingsnummer en het EcoWerf - klantnummer. Er wordt geregistreerd of het formulier wordt aangemaakt voor een gezin, een tweede verblijf (met een ander verzendadres), een gemeenschap of voor een onderneming, vereniging, school, gemeentelijke overheid of andere overheid. Indien de referentiepersoon bereid is deze gegevens te verstrekken, vermeldt het formulier ook één telefoonnummer/gsm-nummer en een e-mailadres van het gezin of de onderneming.
Op basis van het bedrag van de rekenstaat in de databank en in functie van de beschikbare diensten wordt bepaald of aan de belastingplichtige betalingsuitnodigingen verstuurd worden en of de belastingplichtige in de voorwaarden verkeert om dienstverlening inzake inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval te ontvangen.
De gegevens van Aorta kunnen door EcoWerf worden aangewend voor het versturen van betalingsuitnodigingen t.a.v. de referentiepersoon.
Wanneer niet langer beroep wordt gedaan op enige dienst inzake verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en gelijkaardig bedrijfsafval wegens verhuis of overlijden, en dit door de gemeente gemeld wordt aan EcoWerf, zal EcoWerf de afvalcontainers blokkeren, de toegangskaart blokkeren of niet langer een toegangsmachtiging aan de identiteitskaart verlenen. Op vraag van de burger kan het eventuele onbestede tegoed op het rekeningnummer van de referentiepersoon terug betaald worden.
3° DifTar-rekening: de individuele rekening die per gezin of per onderneming in de databank wordt bijgehouden en waarop afzonderlijk worden ingeschreven:
De rekenstaat geeft op elk ogenblik getrouw weer wat de schuld of het tegoed is van het gezin of de onderneming.
4° Gebruikersgroep: een selectie van aansluitpunten die op basis van het domicilieadres geselecteerd worden, een elektronische toegangskaart toegewezen krijgen (of via eID) en op deze wijze toegang krijgen tot een sorteerstraat en/of recyclagepark(en).
5° Ondergrondse afvalcontainer: een ondergronds inzamelrecipiënt, voorzien van een inwerpzuil met, afhankelijk van de aangeboden fractie een aangepaste inwerpopening.
6° Referentiepersoon: de meerderjarige persoon die in Aorta als referentiepersoon voor het gezin of de onderneming wordt vermeld. Als de registratie gebeurt:
7° Recyclagepark: een bij toepassing van VLAREMA vergunde inrichting waar particulieren en eventueel ook bedrijven onder toezicht van op vastgestelde dagen en uren bepaalde gesorteerde huishoudelijke afvalstoffen en eventueel met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen kunnen deponeren.
8° Sorteerstraat: een combinatie van (ondergrondse) afvalcontainers ten behoeve van de inzameling van de fracties restafval, pmd, gft en papier & karton. Dit zowel ter vervanging als aanvullend aan de reguliere huis-aan-huis inzameling.
9° Toegangskaart: een elektronische kaart die wordt uitgereikt aan onderstaande doelgroepen:
§ 3. Definities afvalfracties:
1° Afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA): apparaten die elektrische stromen of elektronische velden nodig hebben om naar behoren te kunnen werken, en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden, die onder een van de categorieën, vermeld in artikel 3.4.4.2 van het VLAREMA, vallen en die bedoeld zijn voor gebruik met een spanning van maximaal 1000 volt bij wisselstroom en 1500 volt bij gelijkstroom. Daarin zijn ook alle onderdelen, subeenheden en verbruiksmaterialen begrepen die deel uitmaken van het product op het moment dat het wordt afgedankt. De volgende apparaten vallen niet onder deze definitie: apparaten die deel zijn van andere elektrische apparatuur, apparatuur die verband houdt met de bescherming van de wezenlijke belangen van de veiligheid van lidstaten, wapens, munitie en oorlogsmateriaal, tenzij het gaat om producten die niet specifiek voor militaire doeleinden zijn bestemd, en grote, niet-verplaatsbare industriële installaties van elektrische en elektronische gereedschappen en tuingereedschappen.
2° Asbestcement: alle voorwerpen uit gebonden asbest zoals eternieten golfplaten, schaliën, vlakke eterniet … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van losse asbest, plastic golfplaten, …
3° Boomstronken: alle boomstronken die na ontdaan te zijn van wortels en aarde kunnen worden ingezet in de groencompostering en/of kunnen worden verhakseld voor hergebruik.
4° Cellenbeton: alle schuimbeton ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.
5° E.P.S.: zuiver witte piepschuim ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit met uitzondering van gekleurd piepschuim, verpakkingschips, verpakkingspiepschuim afkomstig van voedingsmiddelen, vervuild piepschuim, styrofoamplaten,…
6° Frituurolie en afgelaten motorolie: alle soorten smeerolie en/of industriële olie, op minerale of synthetische basis ontstaan door de werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit in het bijzonder afgewerkte motorolie, frituurolie, met uitzondering van grote hoeveelheden motorolie, olie met pcb’s of andere giftige stoffen.
7° Gips: bouwafval uit gips en kalk zoals gipsplaten, kalk, gips, bezetsel … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van cement, stenen, asfalt,…
8° Glas: hol glas en vlak glas ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of gelijkaardige bedrijfsactiviteiten, ontdaan van dopsels, deksels en sluitingen, met uitzondering van vuurvaste voorwerpen en hittebestendig glas, gewapend glas, kristal, opaal glas, rookglas, autoruiten, plexiglas, gloeilampen, spaarlampen, tl-lampen, stenen, tegels, porselein, aardewerk, beeldbuizen van tv’s,…
9° Gras- en bladafval: alle vers gazonmaaisel en bladeren afkomstig van normaal tuinonderhoud, met uitzondering van oud en rot gazonmaaisel en gras vermengd met grond.
10° Groente-, fruit- en tuinafval (gft): organisch composteerbaar afval zoals schillen en resten van fruit, groenten en aardappelen; dierlijk en plantaardig keukenafval en etensresten; broodresten; koffiedik en papieren koffiefilters; papier van keukenrol; noten en pitten; vlees- en visresten, schaaldierresten (uitgezonderd mosselschelpen, oesterschelpen …); vaste zuivelproducten (kaasresten); eieren en eierschalen; fijn tuin- en snoeiafval (bladeren, gras, onkruid, haagscheersel, versnipperd snoeihout …); kamer- en tuinplanten; schaafkrullen en zaagmeel van onbehandeld hout; mest van kleine huisdieren (cavia, konijn, kat en hond) in beperkte hoeveelheden. Dit alles ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of uit een bedrijfsactiviteit die vergelijkbaar is met een huishouden.
11° Grofvuil: alle huishoudelijke afvalstoffen en voorwerpen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding of ermee vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in het recipiënt voor de huisvuilinzameling kunnen worden aangeboden, met uitzondering van: papier en karton, textiel, glas, kga (Klein Gevaarlijk Afval), gft (groenten, tuin– en fruitafval) en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval, pmd, oude metalen, houtafval, snoeihout en groenafval, afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA), autobanden, steenachtige fracties van bouw - en sloopafval, matrassen en andere selectief ingezamelde afvalstoffen.
12° Harde plastics: alle zuivere harde plastics zoals deuren, rolluiken, buizen, dakgoten, tuinmeubelen, bloempotten, plastic kleerhangers, speelgoed, wasmanden, emmers ... ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van plastic flessen en flacons (pmd), verpakkingen van gevaarlijke producten (kga), bouw- en isolatiematerialen, tuinslangen, verpakkingen van voedings- waren, plastic blisters en straps, cd’s, dvd’s en videobanden (restafval),...
13° Herbruikbare goederen: alle door de normale werking van een particuliere huishouding ontstane afvalstoffen die worden aanvaard door het erkend Kringloopcentrum en geschikt kunnen worden gemaakt voor hergebruik, zoals meubelen, kleding, kleine huisraad, boeken, elektronische informatiedragers, speelgoed,…
14° Huishoudelijk afval: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van de particuliere huishouding en/of afvalstoffen ontstaan door een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.
15° Keramiek: alle keramiek ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit zoals wc-potten, lavabo’s, tegels, stenen borden en tassen, porselein, … met uitzondering van steenafval.
16° Klein Gevaarlijk Afval (KGA): de afvalstoffen zoals opgesomd in artikel 5.2.2.1. van het VLAREMA.
17° Kurk: alle afvalstoffen uit kurk, afkomstig van de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, zoals stopsels, deksels, sluitingen, tegels, wandbedekking,…
18° Oude Metalen: alle ferro- en non-ferro metalen voorwerpen ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van ferro- en non-ferroverpakkingen, kga en elektrische en elektronische toestellen.
19° Papier en karton: alle dag-, week-, en maandbladen, tijdschriften en periodieken, reclamedrukwerk en ander drukwerk, publicaties, telefoon- en faxgidsen, schrijfpapier, kopieerpapier, computerpapier, boeken en papieren of kartonnen verpakkingen, die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding of ermee gelijkgestelde bedrijfsafvalstoffen, met uitzondering van geolied papier of karton, papier met waslaag, carbonpapier, vervuild papier, vervuilde papieren en kartonnen verpakkingen, papieren voorwerpen waar kunststof of andere materialen in verwerkt zijn, kaarten met magneetbanden, behangpapier, cement-, meststof- en sproeizakken,…
20° Pmd: flessen, flacons, schaaltjes, vlootjes, bakjes, potjes, tubes, folies, zakken, drank- en conservenblikken, spuitbussen voor voedingsmiddelen of cosmetica, aluminium bakjes en schaaltjes, deksels, doppen, kroonkurken en drankkartons, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit. De aangeboden plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons mogen geen kga, glas, etensresten of andere afvalstoffen bevatten.
21° Houtafval: alle zuiver afvalhout afkomstig van constructiewerken, bouwmaterialen, meubilair en grote speeltuigen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van geïmpregneerde houtsoorten (tuinmeubelen), hout vermengd met ijzer of glas, treinbilzen. A-hout en B-hout worden apart ingezameld op de recyclageparken van EcoWerf. A-hout is zuiver, onbehandeld en geverfd (maar geen loodverf) massief hout zoals massief houten meubels en schrijnwerk (houten stoelen, raamkader zonder glas,…), Europees hardhout (bv. eik), onbehandeld timmerhout (dakgebinten, balken en planken) en verpakkingshout (verpakkingskisten, kabelhaspels zonder metalen kern of andere materialen). B-hout omvat verwerkt of behandeld hout, dat niet geïmpregneerd is: Tropisch hardhout (Teak, Bankirai, Merbau, Afzelia, Padoek, Ipé, Afrormosia …), meubels bestaande uit honinggraatstructuur, laminaat, MDF, multiplex en triplex.
22° Snoeihout: alle hout afkomstig van het normaal onderhoud van de tuin (met een diameter van minder dan 10 cm), haagscheersel.
23° Steenafval: zuivere steenslag, (gewapend) beton, versteende cement, betonnen palen … ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit, met uitzondering van vervuilde steenslag (bv. met grond), asfalt, keramiek, gips en kalk, cellenbeton, asbest,…
24° Textiel: alle niet verontreinigde kleding, huishoudlinnen, woningtextiel (gordijnen, overgordijnen, tafelkleden, servetten…), beddengoed, schoeisel, handtassen en lederwaren ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en/of een gelijkaardige bedrijfsactiviteit.
25° Landbouwfolie: kuilfolie (zwart/wit/zwart-wit) of rek/wikkelfolie (groen/wit) die wordt gebruikt in het kader van een landbouw, tuinbouw- of veeteeltactiviteit.
26° Groot selectief afval: alle huishoudelijke afvalstoffen en voorwerpen die ontstaan door de normale werking van een particulier huishouden of ermee vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen en die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in het recipiënt voor de huisvuilinzameling kunnen worden aangeboden, met uitzondering van: papier en karton, textiel, glas, kga (Klein Gevaarlijk Afval), gft (groenten, tuin– en fruitafval) en organisch-biologisch vergelijkbaar bedrijfsafval, pmd, snoeihout en groenafval, afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA), autobanden en steenachtige fracties van bouw - en sloopafval.
Artikel 2
De contantbelasting is verschuldigd door de gebruiker op basis van de kostprijs van de specifieke dienstverlening en wordt aangerekend naar gelang van de soort en de hoeveelheid of het gewicht van het afval bij de huis-aan-huis-inzameling, de inzameling via het recyclagepark en de sorteerstraten.
Artikel 3
§ 1. Huis-aan-huisinzameling
De contantbelasting voor de huis-aan-huis inzameling in functie van de fractie en het volume/gewicht van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen wordt hieronder weergegeven. De gewichtsmeting is tot op 0,5 kg nauwkeurig.
a) Huisvuil
Inzameling en verwerking
|
|
Particulieren (euro) |
KMO (euro) |
| Per kg gewogen huisvuil |
0,32 |
0,32 |
| Per aanbieding 40 L-container |
0,29 |
0,29 |
| Per aanbieding 120 L-container |
0,86 |
0,86 |
| Per aanbieding 140 L-container |
1,00 |
1,00 |
| Per aanbieding 240 L-container |
1,71 |
1,71 |
| Per aanbieding 360 L-container [1] |
2,58 |
2,58 |
| Per aanbieding 1100 L-container |
7,86 |
7,86 |
Gebruiksrecht container per maand
|
|
Particulieren (euro) |
KMO (euro) |
| 40 L-container |
0 |
0 |
| 120 L-container |
0 |
0 |
| 140 L-container |
0 |
0 |
| 240 L-container |
0 |
0 |
| 360 L-container |
0 |
0 |
| 1100 L-container |
0 |
0 |
Eenmalig container voorzien van slot (optioneel): 25 euro (niet mogelijk op een 40 L container).
b) Gft-afval
Inzameling en verwerking
|
|
Particulieren (euro) |
KMO (euro) |
| Per kg gewogen gft |
0,25 |
0,25 |
Gebruiksrecht container per maand
|
|
Particulieren (euro) |
KMO (euro) |
| 40 L-container |
0 |
0 |
| 120 L-container |
0 |
0 |
| 140 L-container |
0 |
0 |
| 240 L-container |
0 |
0 |
Eenmalig container voorzien van slot (optioneel): 25 euro (niet mogelijk op een 40 L container).
c) Pmd
|
|
Particulieren (euro) |
KMO (euro) |
| Per zak van 60 L |
0,15 |
0,15 |
| Per zak van 90 L |
0,20 |
0,20 |
d) Groot selectief afval
|
|
Particulieren (euro) |
KMO (euro) |
| Voorrijkost |
12,50 |
12,50 |
| Per begonnen 0,5 m³ |
8 |
8 |
| 1-persoonsbed |
8 |
8 |
| 2-persoonsbed |
16 |
16 |
| Zetel: 1-zit |
8 |
8 |
| Zetel: 2-zit |
16 |
16 |
| Zetel: 3-zit |
24 |
24 |
| Stoel (2 stuks) |
8 |
8 |
| (Tuin-)tafel |
8 |
8 |
e) Snoeihout
|
|
Particulieren (euro) |
KMO (euro) |
| Per bussel |
5,00 |
5,00 |
f) Papier en karton
Gebruiksrecht container per maand
|
|
Particulieren (euro) |
KMO (euro) |
| 40 L-container |
0 |
0 |
| 120 L-container |
0 |
0 |
| 140 L-container |
0 |
0 |
| 240 L-container |
0 |
0 |
| 500 L-container |
0 |
0 |
| 1100 L-container |
0 |
0 |
§ 2. Inzameling via sorteerstraat op gewicht
De contantbelasting in functie van het gewicht van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen in een sorteerstraat wordt hieronder weergegeven. De gewichtsmeting is tot op 0,5kg nauwkeurig.
|
|
Particulier (euro) |
KMO (euro) |
| Huisvuil (kg) |
0,32 |
0,32 |
| gft (kg) |
0,25 |
0,25 |
| Beheerskost (maand) |
0 |
0 |
§ 3. Inzameling via DifTar recyclagepark op gewicht
De contantbelasting in functie van het gewicht (per kg) van de ter inzameling en verwerking aangeboden afvalstoffen op het recyclagepark wordt hieronder weergegeven. Het minimaal aangerekende gewicht bedraagt 5 kg.
|
|
Particulier (euro) |
KMO (euro) |
| Grofvuil |
0,32 |
0,32 |
| Gras en blad [2] |
0,27 (eerste 200 kg gratis) |
0,27 (eerste 200 kg gratis) |
| Boomstronken [2] |
0,27 (eerste 200 kg gratis) |
0,27 (eerste 200 kg gratis) |
| Snoeihout [2] |
0,27 (eerste 200 kg gratis) |
0,27 (eerste 200 kg gratis) |
| Houtafval [3] |
0,17 (eerste 300 kg gratis) |
0,17 (eerste 300 kg gratis) |
| Steenafval [4] |
0,04 (eerste 300 kg gratis) |
0,04 (eerste 300 kg gratis) |
| Cellenbeton [4] |
0,04 (eerste 300 kg gratis) |
0,04 (eerste 300 kg gratis) |
| Gips [4] |
0,04 (eerste 300 kg gratis) |
0,04 (eerste 300 kg gratis) |
| Keramiek [4] |
0,04 (eerste 300 kg gratis) |
0,04 (eerste 300 kg gratis) |
| Landbouwfolie[5] |
0,18 | 0,18 |
| Asbest |
0,00 |
0,00 |
| Autobanden |
0,00 |
0,00 |
| Harde plastics |
0,00 |
0,00 |
Artikel 4
Indien het afval wordt aangeboden door een gezin dan is de belasting hoofdelijk verschuldigd door de referentiepersoon van het gezin en alle meerderjarige leden van het gezin die in de woongelegenheid van de referentiepersoon verblijven.
Indien het afval wordt aangeboden door een onderneming of vereniging dan is de belasting hoofdelijk verschuldigd door de referentiepersoon en de onderneming, zijnde iedere natuurlijke – of rechtspersoon die de onderneming uitmaakt of de leden van de vereniging, indien deze geen rechtspersoonlijkheid heeft.
Artikel 5
§ 1. De personen die gebruik maken van de door de gemeente voorgeschreven containers zijn de contantbelasting betreffende de inzameling en verwerking verschuldigd op het ogenblik dat de kiepbeweging van de container en het gewicht van het meegegeven afval door de ophaalwagen wordt geregistreerd. De contantbelasting betreffende het gebruik van de container is maandelijks verschuldigd.
§ 2. De gebruiker van de sorteerstraat is de contantbelasting betreffende de inzameling en verwerking van afvalstoffen verschuldigd op het ogenblik dat de gebruiker afvalstoffen aanbiedt aan de ondergrondse afvalcontainer en de elektronische toegangskaart van de gebruiker deze beweging registreert. De contantbelasting betreffende het gebruik van de sorteerstraat is maandelijks verschuldigd.
§ 3. Iedere gebruiker van een container/sorteerstraat dient vooraf een bedrag te storten op de DifTar-rekening en dit op basis van de ter beschikking staande containers:
| Aantal en type containers |
Voorschot (euro) |
| 1 of meerdere 40 L- of 120/140 L-containers of een particuliere gebruiker van een sorteerstraat en een 240L papier en karton-container |
50,00 |
| Aansluitpunten met een 1100L container voor huisvuil |
150,00 |
§ 4. Bij elke registratie van een kiepbeweging en het gewicht van het meegegeven afval of in geval van sorteerstraat bij een gewichtsmeting, zal de contantbelasting, in mindering worden gebracht van het vooraf betaald bedrag. De contantbelasting zal worden afgerond tot op 2 cijfers na de decimaal.
Artikel 6
§ 1. Iedere referentiepersoon die geregistreerd staat in Aorta beschikt over een DifTar-rekening waarmee voor bepaalde dienstverleningen van EcoWerf betaald kan worden.
Zodra het beschikbare bedrag lager is dan 10,00 euro wordt een betalingsuitnodiging gestuurd naar de referentiepersoon. Het aanzuiveren van de DifTar-rekening is mogelijk door betaling via overschrijving of door betaling met Bancontact in het recyclagepark.
Volgende betalingstermijnen worden gehanteerd:
De containers zullen niet meer geledigd worden of de sorteerstraat zal niet meer toegankelijk zijn van zodra de vervaldatum van de herinnering is verlopen en het beschikbare bedrag lager is dan 0 euro.
Indien de niet geledigde container niet tijdig wordt binnengehaald, kan die door of in opdracht van de gemeente worden geledigd aan het tarief vastgelegd in het gemeentelijk belastingreglement betreffende ambtshalve opruimen van sluikstorten.
Bij afmelding (verhuis, overlijden, …) wordt de DifTar-rekening gesloten en wordt het nog beschikbare bedrag teruggestort op rekeningnummer van de begunstigde, tenzij de begunstigde nog een openstaande schuld heeft aan de gemeente. Een eindafrekening wordt afgeleverd aan de begunstigde.
§ 2. De personen die gebruik maken van de voorgeschreven pmd-zakken zijn de contantbelasting verschuldigd bij de aankoop ervan op de door de gemeente vastgestelde plaats(en).
§ 3. Bij een DifTar gewichtspark is de contantbelasting verschuldigd door de bezoeker (particulier en KMO) die de afvalstoffen aanbiedt en is betaalbaar, na gewichtsbepaling, via de DifTar-rekening of met de betaalkaart (Bancontact).
Indien het saldo van de DifTar-rekening ontoereikend is en de vervaldatum van de herinnering nog niet verlopen is, zal de bezoeker van het recyclagepark hierop attent gemaakt worden en nog slechts éénmaal de mogelijkheid hebben om het tarief voor betalende fracties via de DifTar-rekening te betalen. In dit geval zal ook steeds gevraagd worden om de DifTar-rekening aan te zuiveren met een minimaal bedrag dat gelijk is aan de schuld.
Indien het saldo van de DifTar-rekening ontoereikend is en de vervaldatum van de herinnering is verlopen, zal bij de ingang gevraagd worden om de DifTar-rekening aan te zuiveren met een minimaal bedrag dat gelijk is aan de schuld. Indien het saldo niet wordt aangezuiverd zal hij/zij geen toegang krijgen tot het betalend gedeelte en zal de uitgang geweigerd worden met de vraag om het openstaande saldo aan te zuiveren. Men zal ook geen gebruik meer kunnen maken van de inzameling op afroep tot het saldo werd aangezuiverd.
§ 4. Voor de vervanging van een verloren, beschadigde en/of gestolen toegangskaart of een extra toegangskaart wordt een contantbelasting gevraagd van 5,00 euro. Dit bedrag zal aangerekend worden via de DifTar-rekening.
Niet-inwoners of toekomstige inwoners van de gemeente kunnen, voor het aanbrengen van afval afkomstig vanuit de gemeente, een kaart voor het recyclagepark aanvragen bij het gemeentebestuur. De kaarten worden gratis uitgeleend voor een periode van maximum 4 weken.
Artikel 7
De contantbelastingen worden zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.
De belasting is persoonsgebonden waardoor de gemeente de mogelijkheid heeft om gebruik te maken van het positief saldo op een ander particulier ASP betreffende dezelfde persoon/referentiepersoon om het negatief saldo aan te zuiveren, alvorens over te gaan tot inkohiering.
Artikel 8
De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 (en latere wijzigingen) betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 9
Deze belasting zal definitief zijn indien geen tijdige dan wel ontvankelijke bezwaren ingediend werden.
Artikel 10
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 11
Gelast het College van Burgemeester en Schepenen met de uitvoering van dit besluit.
[1] 360 L-containers worden enkel geleverd per set van 3 en alleen na goedkeuring door of op aanraden van EcoWerf.
[2] Het gratis gewicht 200 kg wordt jaarlijks pro rata toegekend op basis van begindatum van de bewoning in de gemeente. Het gratis gewicht omvat het gezamenlijk gewicht van de aangeboden fracties gras en blad, snoeihout en boomstronken.
[3] Het gratis gewicht 300 kg wordt jaarlijks pro rata toegekend op basis van begindatum van de bewoning in de gemeente. Het gratis gewicht omvat het gewicht van de aangeboden fractie houtafval.
[4] Het gratis gewicht 300 kg wordt jaarlijks pro rata toegekend op basis van begindatum van de bewoning in de gemeente. Het gratis gewicht omvat het gezamenlijk gewicht van de aangeboden fracties steenafval, cellenbeton, gips en keramiek.
[5] De gemeente schrijft de land- en tuinbouwers aan. Met dit schrijven kan men zich tijdens de gecommuniceerde periodes aanbieden op één van volgende recyclageparken: Messelbroek, Wezersebaan (Zoutleeuw), Lubbeek en Haacht en Kortenaken.
De gemeenteraad keurt de retributie voor de aankoop van asbestzakken en het gebruik van asbestcontainers en de bijhorende dienstverlening goed. Dit reglement geldt voor de periode van 1 maart 2026 t.e.m. 31 december 2027.
Op 1 februari 2023 startte EcoWerf met de inzameling van asbest aan huis in de stad Aarschot. Hiervoor werd een retributiereglement door de gemeente gestemd waardoor de aanrekening van de aankoop van asbestzakken en de bijhorende dienstverlening via EcoWerf kan verlopen.
EcoWerf zal nu versneld verder voorzien in de ophaling van asbest aan huis. EcoWerf biedt daarom voor de inzameling in plaat- en kuubzakken, ook de mogelijkheid aan om asbest aan te bieden in containers. De inwoners zullen de mogelijkheid hebben om maximaal 2 containers te vullen, dit komt overeen met dakoppervlak van max. 480 m². De vergoeding voor de inwoner hiervoor werd door OVAM vastgelegd op 170 euro per container. Hiervan kan niet worden afgeweken.
Er kunnen jaarlijks maximaal acht kuubzakken of acht plaatzakken (of een combinatie van zakken beperkt tot acht stuks) per adres aangekocht worden. De werkwijze is gelijkaardig aan de huidige werkwijze, alleen zal de retributie van 30 euro per kuubzak en/of plaatzak verhoogt worden naar 40 euro per kuubzak en/of plaatzak.
Aangezien de Vlaams minister van omgeving op 27 oktober 2025 de nieuwe projectaanvraag van EcoWerf heeft goedgekeurd om via de huis-aan-huisinzameling de asbestafbouw in vlaanderen te versnellen moet het een nieuw retributiereglement, ter vervanging van het retributiereglement van de gemeenteraad dd. 24/04/2025, worden goedgekeurd.
Het nieuwe retributiereglement zal ingaan op 1 maart 2026 en eindigt op 31 december 2027.
Overwegende:
1) De inwoner vult op de website een formulier in.
2) De asbestcoach contacteert de inwoner en gaat op huisbezoek, bekijkt de situatie ter plaatse, geeft informatie over een veilige afbraak, verkoopt de plaatzakken of reserveert de containers, spreekt een plaats af waar de zakken of containers moeten gezet worden en plant de ophaaldatum in. De inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor de vergunning voor inname publiek terrein en de signalisatievergunning, indien de container niet op de eigendom van de burger kan staan. Indien de inwoner het bewijs van de vergunning niet kan voorleggen, wordt de container niet geplaatst.
3) EcoWerf zorgt dat het asbest opgehaald wordt en naar een vergunde verwerker vervoerd wordt.
- de ophaling aan huis van plaatzakken (1 m³) of kuubzakken (1 m³), welke door de EcoWerf ter beschikking van de bevolking worden gesteld via de asbestcoach van EcoWerf.
- de ophaling aan huis via containers welke door EcoWerf ter beschikking van de bevolking worden gesteld via de asbestcoach van EcoWerf.
De uitvoering van de beschreven diensten door Ecowerf brengt geen kosten met zich mee. Hierdoor moeten geen gepaste kredieten worden voorzien in het meerjarenplan. Het tarief dat de inwoners betalen aan EcoWerf wordt niet verrekend met de gemeenten. Het inzameltraject via huis-aan-huis-inzameling tot asbestafbouw is gesubsidieerd, waarvoor Ecowerf de inkomsten verzamelt. De bijpassing tot vergoeden van de prestaties Ecowerf wordt rechtstreeks doorgerekend aan de inwoners aan de hand van onderhavig retributiereglement.
Het project is dus kostendekkend door (1) de subsidies van OVAM en (2) het tarief dat betaald wordt door de inwoners. EcoWerf kan hiermee zijn geleverde dienstverlening bekostigen.
Artikel 1
Er wordt een retributie geheven op de verkoop van kuubzakken en plaatzakken en inzameling via containers voor het inzamelen van asbestleien en/of -platen.
Artikel 2
§1. De retributie bedraagt:
§2. Er kunnen jaarlijks maximum acht kuubzakken of acht plaatzakken (of een combinatie van zakken beperkt tot acht stuks) per adres aangekocht worden of maximum twee containers per adres gereserveerd worden. Hierbij zijn twee veiligheidskits en het ophalen van de kuub- of plaatzakken/containers aan huis inbegrepen.
Artikel 3
De procedure voor aankoop van de recipiënten voor de ophaling aan huis verloopt als volgt:
Artikel 4
EcoWerf wordt gemachtigd om de retributies, zoals vermeld in artikel 2, te innen. De wijze van betaling gebeurt uitsluitend op de door EcoWerf voorgeschreven wijze, met name via Bancontact bij aflevering van de zakken.
Artikel 5
Dit reglement vervangt het bestaande vanaf 1 maart 2026 en is geldig tot 31 december 2027.
Artikel 6
Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Het reglement inzake het doorvoeren van een sociaal verantwoorde financiële tegemoetkoming voor de huishoudelijke afvalkosten - Dienstjaar 2026, wordt goedgekeurd. Er wordt in 2026 een premie toegekend aan de volgende doelgroepen:
| DG2A: Peritoneaal dialysepatiënten |
€ 35 |
| DG2B: Stomapatiënten |
€ 35 |
| DG2C: Patiënten die lijden aan incontinentie | € 80 |
Het lokaal bestuur wenst voor 2026 een subsidiereglement in te voeren, met als doel specifieke doelgroepen te ondersteunen in hun DifTar-factuur. Deze regeling vervangt alle voorgaande beslissingen houdende financiële en niet-financiële tegemoetkomingen. DifTar huldigt het principe van “de vervuiler betaalt”. De ophaalkosten kunnen een zware financiële last betekenen voor personen die worden geconfronteerd met (een) aandoening(en) waardoor een verhoogde afvalproductie optreedt.
De bijkomende kosten door het aanbieden in de restafval recipiënten worden gebufferd door te willen voorzien in een financiële tegemoetkoming. Voor het dienstjaar 2026 zullen de volgende bevolkingsgroepen in aanmerking komen voor de tussenkomst van een éénmalige premie in de onkosten voor de huisvuilophaling:
| DG2A: Peritoneaal dialysepatiënten |
€ 35 |
| DG2B: Stomapatiënten |
€ 35 |
| DG2C: Patiënten die lijden aan incontinentie | € 80 |
De financiële tegemoetkoming is cumuleerbaar voor de rechthebbenden die tegelijk voldoen aan meerdere van de hoger genoemde correcties.
De premies zijn gedifferentieerd omdat de door de doelgroepen aangebrachte vuilvrachten verschillend zijn in massa en volume.
De toelage voor gezinnen met kinderen jonger dan 3 jaar en luierpremie worden niet hernomen voor 2026.
Gelet op:
Overwegende:
- Doelgroep 2A: Peritoneaal dialysepatiënten;
- Doelgroep 2B: Stomapatiënten;
- Doelgroep 2C: Patiënten die lijden aan incontinentie;
| DG2A: Peritoneaal dialysepatiënten |
€ 35 |
| DG2B: Stomapatiënten |
€ 35 |
| DG2C: Patiënten die lijden aan incontinentie | € 80 |
Overwegende:
Component ‘Voorafgaande kredietcontrole’
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is in 2026 een krediet van 17.000,00 euro beschikbaar m.b.t. de toelage inzake sociale tegemoetkoming in de afvalkosten, BBC–actie 3.3.3 We zorgen voor een correcte, betaalbare en duurzame afvalinzameling, beleidsveld 0309 / Overig afval- en materialenbeheer, raming MJP200490, ARK 64970000 Specifieke werkingssubsidies – reglement. Het bovenvermelde bedrage in het meerjarenplan wordt jaarlijks verhoogd met 1%.
Er is dus voldoende krediet beschikbaar onder voorwaarde dat het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 zal goedgekeurd worden door de gemeenteraad op 18 december 2025.
Component ‘ Wetmatigheidscontrole die voorafgaat aan de verbintenis’
De gemeenteraad kan aan doelgroepen (peritoneaal dialysepatiënten, stomapatiënten en patiënten die lijden aan incontinentie) een premie toekennen als tussenkomst in de onkosten voor de huishoudelijke afvalophaling. Uit het onderzoek van de documenten blijken er geen strijdigheden met de wettelijke voorschriften.
Visum m.b.t. reglement inzake het doorvoeren van een sociaal verantwoorde financiële tegemoetkoming inzake huishoudelijke afvalkosten voor bepaalde doelgroepen - dienstjaar 2026
Component ‘Voorafgaande kredietcontrole’
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is in 2026 een krediet van 17.000,00 euro beschikbaar m.b.t. de toelage inzake sociale tegemoetkoming in de afvalkosten, BBC–actie 3.3.3 We zorgen voor een correcte, betaalbare en duurzame afvalinzameling, beleidsveld 0309 / Overig afval- en materialenbeheer, raming MJP200490, ARK 64970000 Specifieke werkingssubsidies – reglement. Het bovenvermelde bedrage in het meerjarenplan wordt jaarlijks verhoogd met 1%.
Er is dus voldoende krediet beschikbaar onder voorwaarde dat het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 zal goedgekeurd worden door de gemeenteraad op 18 december 2025.
Component ‘ Wetmatigheidscontrole die voorafgaat aan de verbintenis’
De gemeenteraad kan aan doelgroepen (peritoneaal dialysepatiënten, stomapatiënten en patiënten die lijden aan incontinentie) een premie toekennen als tussenkomst in de onkosten voor de huishoudelijke afvalophaling. Uit het onderzoek van de documenten blijken er geen strijdigheden met de wettelijke voorschriften.
Gunstig visum sociale tegoetkoming van Geert Wijns van 02 december 2025
Artikel 1
Voor het dienstjaar 2026 wordt een premie als tussenkomst in de onkosten voor de huisvuilophaling voorzien voor rechthebbenden die behoren tot de hieronder opgesomde doelgroepen:
| Doelgroep 2A: Peritoneaal dialysepatiënten |
| Doelgroep 2B: Stomapatiënten |
| Doelgroep 2C: Patiënten die lijden aan incontinentie |
Artikel 2
Het bedrag van de premie bedraagt:
| DG2A: Peritoneaal dialysepatiënten |
€ 35 |
| DG2B: Stomapatiënten |
€ 35 |
| DG2C: Patiënten die lijden aan incontinentie | € 80 |
De financiële tegemoetkoming is cumuleerbaar voor de rechthebbenden die tegelijk voldoen aan meerdere van de hoger genoemde voorwaarden.
Artikel 3
De verschillende groepen rechthebbenden moeten inwoner zijn van Aarschot. De rechthebbenden dienen de volgende bewijzen voor te leggen aan het College van Burgemeester en Schepenen:
Doelgroepen 2A, 2B en 2C:
De rechthebbende peritoneaal dialysepatiënten, stomapatiënten en patiënten die lijden aan incontinentie: het aanvraagformulier, een bewijs van samenstelling van het gezin, als bewijs dat ze thuis verblijven of thuis verzorgd worden, en een bewijs van de huisarts dat ze peritoneaal dialysepatiënt, stomapatiënt of patiënt zijn die lijdt aan incontinentie.
Artikel 4
Binnen de perken van de daartoe voorziene kredieten en na afgifte van het aanvraagformulier, te samen met de gevraagde bewijsmaterialen, zal het bedrag ter waarde van de toegekende sociale correctie als onder artikel 2 bepaald, worden ingeschreven op de provisierekening van de persoon die het aanvraagformulier invult of zo deze persoon niet als referentiepersoon geregistreerd staat in het afvalbetaalsysteem, van de persoon die ingeschreven staat in het bevolkingsregister op hetzelfde adres als de persoon die het aanvraagformulier afgeeft en als referentiepersoon deelneemt aan het afvalbetaalsysteem. De datum van de voorlegging van de gevraagde documenten aan het College van Burgemeester en Schepenen, is bepalend voor het nazicht van de vereiste voorwaarden tot toekenning van de premie.
De gemeenteraad stemt in met het gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten voor de periode 2026 t.e.m. 2031. Het betreft een hernieuwing van het reglement van 12 oktober 2023 houdende goedkeuring van het gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten.
De gemeenteraad keurde op 12 oktober 2023 de beslissing het gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten, goed, welke een einde neemt op 31.12.2025. Het bestaande reglement dient te worden hernomen om het zwerfkattenbeleid verder te kunnen zetten.
Aan de gemeenteraad wordt het reglement voorgelegd tot herneming voor de periode 2026 - 2031.
Er zijn geen inhoudelijke wijzigingen voorzien, m.u.v. de tariefaanpassing op basis van de reeds in voorgaand reglement opgenomen indexatiemechanismen.
Gelet op:
Overwegende dat het stadsbestuur het belang van een gemeentelijk zwerfkattenbeheer erkent;
Overwegende dat de financiële ondersteuning van dergelijke initiatieven dient te gebeuren op basis van een beslissing van de gemeenteraad houdende goedkeuring van het gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten;
Overwegende dat - om reden van de uniformiteit van de gemeentelijke toelagereglementen - in het besluit van de beslissing vaste artikelnummers dienen te worden opgenomen:
Aan de gemeenteraad wordt voorgelegd om het geüniformeerd reglement voor de periode 2026 - 2031 goed te willen keuren.
Toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, zijn kredieten opgenomen m.b.t. de financiering van het subsidiereglement ‘sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten’, raming MJP200475, beleidsveld 0349 Overige bescherming van biodiversiteit, landschappen, ARK 64970000 ‘Specifieke werkingssubsidies – reglement’:
Mits goedkeuring van het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 op 18 december 2025, kan de gemeenteraad het toelagereglement goedkeuren binnen de beschikbare kredieten.
Toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, zijn kredieten opgenomen m.b.t. de financiering van het subsidiereglement ‘sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten’, raming MJP200475, beleidsveld 0349 Overige bescherming van biodiversiteit, landschappen, ARK 64970000 ‘Specifieke werkingssubsidies – reglement’:
- 2026 : 20.000,00 euro
- 2027 : 20.000,00 euro
- 2028 : 20.000,00 euro
- 2029 : 20.000,00 euro
- 2030 : 20.000,00 euro
- 2031 : 20.000,00 euro
Mits goedkeuring van het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 op 18 december 2025, kan de gemeenteraad het toelagereglement goedkeuren binnen de beschikbare kredieten.
Gunstig mits aanpassing visum zwerfkatten van Geert Wijns van 02 december 2025
(Ter vervanging van de beslissing van de gemeenteraad van 12 oktober 2023 houdende goedkeuring van het gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van dierenartsen en Verenigingen voor Dierenwelzijn in het kader van de sterilisatie, castratie en euthanasie van zwerfkatten)
Artikel 1 - doel
Binnen de kredieten voorzien in het lopende meerjarenplan wordt onder de hierna vermelde voorwaarden aan de doelgroep een gemeentelijke toelage verleend die tot doel heeft de zwerfkattenpopulatie op haar grondgebied onder controle te houden door sterilisatie en castratie van de katten. In uitzonderlijke gevallen kan overgegaan worden tot euthanasie wanneer de gezondheidstoestand van de katten dit nodig maakt.
Artikel 2 - doelgroep
Dierenartsen (organisaties met rechtspersoonlijkheid) met een vestiging in Aarschot en Verenigingen voor Dierenwelzijn die een samenwerkingsovereenkomst hebben met de stad Aarschot kunnen beroep doen op dit subsidiereglement.
Artikel 3 - definitie(s)
Onder zwerfkatten wordt in dit reglement verstaan:
katten die door verwildering of door gebrek aan positief contact met mensen tijdens de socialisatieperiode (voor de leeftijd van 10 weken) zich niet of moeilijk laten benaderen door mensen. Ze hebben geen eigenaar, ze hebben geen toegang tot de woning van mensen;
Uitgesloten zijn:
Huiskatten: hieronder worden verstaan katten die een eigenaar hebben die hen voeding en eventueel ook onderdak verschaft. Ze zijn sociaal en delen de leefomgeving van de eigenaar. Alle huiskatten geboren na 1 september 2014 moeten geïdentificeerd en geregistreerd zijn;
Artikel 4 - aanvraagprocedure
Elke aanvraag moet gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen.
De aanvraag kan gebeuren via het standaard aanvraagformulier
De aanvraag bevat ten minste volgende gegevens/documenten:
verklaring op eer dat de toelage zal aangewend worden voor het doel waarvoor ze wordt verleend,
BTW-nummer indien van toepassing,
bankrekeningnummer waarop de toelage gestort mag worden,
Het college van burgemeester en schepenen zal na controle van het aanvraagdossier door de bevoegde ambtenaar al dan niet zijn goedkeuring verlenen tot uitbetaling van de toelage. Na goedkeuring van de toelage door het college van burgemeester en schepenen wordt de toelage binnen een periode van 30 kalenderdagen uitbetaald.
Artikel 5 - voorwaarden/beoordelingscriteria
Elke aanvraag zal getoetst worden aan de hand van volgende voorwaarden/beoordelingscriteria:
§1. De toelage kan enkel en alleen uitgekeerd worden aan een dierenarts die een sterilisatie, een castratie of een euthanasie heeft uitgevoerd op zwerfkatten die werden gevangen op het grondgebied van de stad Aarschot.
§2. In afwijking op §1 kan in het kader van socialisering van zwerfkittens bij opvanggezinnen verbonden aan een Vereniging voor Dierenwelzijn waarmee de stad Aarschot een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten, de toelage worden uitgekeerd aan deze Vereniging voor Dierenwelzijn. Deze Vereniging betaalt hiervan de dierenartsen die voor haar de ingrepen uitvoeren.
hoofdstuk 2: lenen van vangkooien en vangen van zwerfkatten
§1. Indien een inwoner van de stad Aarschot zwerfkatten wenst te vangen in het kader van het zwerfkattenproject, dient hij/zij dit vooraf bij de dienst leefmilieu te melden. De medewerkers van deze dienst kunnen een eerste controle uitvoeren op de locatie waar de zwerfkatten gevangen zullen worden.
§2. Inwoners kunnen bij de dienst leefmilieu van de stad Aarschot, in het kader van het zwerfkattenproject, een vangkooi en overzetkooi(en) ontlenen mits betaling van een waarborg. Deze waarborg wordt vastgesteld op 40,- € per vangkooi.Het ontlenen van de kooien wordt geregeld door het gebruiksreglement uitlenen van kattenvangkooien als in bijlage aan voorliggend besluit gevoegd.
§3. De dieren dienen ten allen tijde gevangen te worden op een diervriendelijke wijze, opdat geen enkel lijden zou kunnen veroorzaakt worden.
§4. De door een inwoners opgezette kooi moet na maximaal 12 u worden gecontroleerd op vangst. Indien een controle niet mogelijk is, mag de inwoner de kooi niet opstellen. Kooien mogen niet opgesteld worden indien er binnen de 12 uren geen contact kan genomen worden met de milieudienst, bijvoorbeeld omwille van feestdagen of weekends.
§5. Indien er huiskatten worden gevangen, moeten de gevangen dieren onmiddellijk worden vrijgelaten.
§6. Een inwoner kan de keuze maken om zelf in te staan voor de behandeling van de zwerfkatten die worden gevangen op zijn eigendom. In dit geval neemt de inwoner rechtstreeks contact op met een dierenarts van zijn keuze. De inwoner draagt in dit geval zelf de kosten voor de behandeling van de gevangen dieren. Voor deze dieren kunnen de dierenartsen (of verenigingen actief in de dierenbescherming) geen subsidie verkrijgen.
§7. Wanneer de inwoner om één of andere reden niet in staat is de zwerfkatten te vangen kan de stad Aarschot beroep doen op een Vereniging voor Dierenwelzijn waarmee ze een samenwerkingsovereenkomst heeft, om kosteloos de katten te vangen en te transporteren naar en van de dierenarts.
Artikel 6 - bedrag
Het subsidiebedrag wordt vastgesteld op:
De subsidiebedragen worden jaarlijks geïndexeerd en afgerond naar het hoger liggende tiende van de eenheid (€). Voor de indexatie wordt rekening gehouden met de gezondheidsindex op 31 januari van het lopende jaar ten opzichte van deze van 31 januari 2018.
*Een cryptorch is een kater met een verborgen teelbal in de buikholte.
Artikel 7 - controle/sancties
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de verdere uitwerking en de controle op de aanwending van de toelage overeenkomstig de bepalingen van de beslissing van de gemeenteraad van 10.03.2022 houdende goedkeuring van het reglement 'controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen'
Het college van burgemeester en schepenen kan de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen in de gevallen waarbij:
Het stadsbestuur kan na afloop van de activiteiten bewijsstukken opvragen om de effectieve kosten vast te stellen. Indien de bewijsstukken onjuist of onvolledig zijn, kan het stadsbestuur de subsidie of een gedeelte ervan terugvorderen en/of toekomstige subsidiëring uitsluiten.
Artikel 8 - inwerkingtreding
Het huidige reglement is van toepassing van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031.
De gemeenteraad stemt in met het reglement en de retributie op de terbeschikkingstelling van gemeentelijke volkstuinpercelen 'Orleanstoren' 2026 - 2031.
De gemeenteraad keurde op 12.12.2019 het reglement op de terbeschikkingstelling van gemeentelijke volkstuinpercelen 'Orleanstoren', inclusief retributie op de terbeschikkingstelling voor de periode 01.01.2019 tot en met 31.12.2025, goed.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om voornoemde beslissing integraal te hernemen voor de periode 2026 - 2031.
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 12.12.2019 houdende goedkeuring van het reglement op de terbeschikkingstelling van gemeentelijke volkstuinpercelen 'Orleanstoren', inclusief retributie op de terbeschikkingstelling voor de periode 01.01.2019 tot en met 31.12.2025;
Overwegende dat het noodzakelijk is dat voornoemde beslissing integraal hernomen wordt voor de periode 2026 - 2031;
Artikel 1. Algemeen
Dit reglement regelt de terbeschikkingstelling van de volkstuinpercelen en berging van het stadsbestuur Aarschot, Ten Drossaarde 1, 3200 Aarschot.
De volkstuinpercelen en berging bevinden zich langsheen de Geetsstraat z/n te 3200 Aarschot, kadastraal gekend als 2de afd. sectie E nrs. 0077 B en 0079.
De gronden worden opgedeeld in 77 volkstuinpercelen (niet-limitatief aantal) met elk een individuele oppervlakte van 30 m2.
Dit besluit regelt de terbeschikkingstelling van de volkstuinen binnen de kadastrale percelen:
Dit reglement geldt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Artikel 2. Toekenning van een volkstuinperceel
§1. Algemeen
De volkstuinpercelen worden door de stad Aarschot ter beschikking gesteld aan kandidaat-volkstuinders.
De volgende personen komen in aanmerking voor het in gebruik nemen van een volkstuinperceel:
De kandidaat-volkstuinder stelt zijn kandidatuur bij de dienst Leefmilieu van de stad Aarschot. De kandidatuur wordt door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld.
Na indiening van de aanvraag tot gebruik van een volkstuinperceel komt de kandidaat-volkstuinder op een wachtlijst.
De definitieve toekenning tot gebruik wordt afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen.
Het aanvaarden, weigeren en uitsluiten van volkstuinders valt exclusief onder de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
Er kan maar 1 vergunning tot toekenning per domicilieadres afgeleverd worden. Per kandidaat-volkstuinder mag er maximaal een oppervlakte van 90 m2 in gebruik genomen worden.
De vergunninghouder mag vrij gebruik maken van de op de volkstuinen aanwezige handpompen (watervoorziening).
§2. Wachtlijst
Elke aanvraag wordt naar chronologie op een wachtlijst geplaatst d.i. volgens datum van aanvraag.
Bij het vrijkomen van een volkstuinperceel wordt de kandidaat-volkstuinder die bovenaan de wachtlijst staat gecontacteerd. Indien deze kandidaat-volkstuinder het volkstuintje wenst te gebruiken, zal de dienst leefmilieu voor de verdere administratieve afhandeling zorgen en de definitieve toekenning voorleggen aan het college van burgemeester en schepenen.
De toekenning van de volkstuinpercelen gebeurt jaarlijks, óf bij het vrijkomen van een volkstuinperceel.
§3. Gebruiksvergoeding en betalingsmodaliteiten
Om volkstuinder te worden en te blijven moet een jaarlijkse retributie worden betaald.
Het basisbedrag van deze retributie bedraagt 20 euro per in gebruik genomen perceel met een oppervlakte van 30 m2.
Voor inwoners die behoren tot de maatschappelijk kwetsbare doelgroep - deze gedomicilieerde natuurlijke persoon heeft een gezamenlijk belastbaar inkomen dat lager ligt dan 29.600 euro voor het aanslagjaar voorafgaand aan het jaar dat deze persoon zich kandidaat stelt als volkstuinder, en per persoon ten laste mag 1.510 euro bijgeteld worden - worden volgende sociale tarieven gehanteerd voor de periode van 1 januari 2026 t/m 31 december 2031:
Het totale bedrag van deze retributie dient na ontvangst van de factuur betaald door overschrijving op het rekeningnummer van het stadsbestuur Aarschot.
De dienst leefmilieu staat in voor de facturatie van de verschuldigde retributie.
Indien de initiële betalingstermijn wordt overschreden:
§4. Termijnen en opzegmodaliteiten
De volkstuinpercelen worden voor een termijn van telkens één jaar toegekend die telkens aanvangt op 1 februari. Deze periode wordt in normale omstandigheden automatisch verlengd voor perioden van telkens één jaar (telkens eindigend de laatste dag van januari).
Een toekenning kan maximaal 2 maal worden verlengd.
Na 3 jaar dient de volkstuinder zich opnieuw kandidaat te stellen en een nieuwe aanvraag in te dienen.
De volkstuinder kan de ingebruikname opzeggen per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs meedelen aan het stadsbestuur Aarschot.
De opzegging dient vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan de beëindiging tegen ontvangstbewijs betekend worden.
§5. Overdracht van een toekenning
De vergunning tot toekenning is strikt persoonlijk en kan enkel worden overgedragen aan natuurlijke personen die op het moment van de aanvraag tot overdracht geregistreerd samenwonen.
Een aanvraag tot overdracht dient te gebeuren bij de dienst leefmilieu van het stadsbestuur Aarschot.
Volkstuinen waarvoor geen overdracht mogelijk is, worden vrijgesteld en kunnen aan een volgende kandidaat - volkstuinder worden toegekend.
Artikel 3. Gebruiksvoorwaarden volkstuinen 'Orleanstoren'
§1. Algemene gebruiksvoorwaarden
Een volkstuinder neemt het aan hem toegekende volkstuinperceel persoonlijk in gebruik.
De volkstuinder moet het hem toegekende volkstuinperceel beheren als een goede huisvader, d.w.z. op regelmatige basis en over heel zijn oppervlakte verzorgen en vrij houden van onkruid, ziekten en insecten. Alles wat rommelig en verwaarloosd aandoet moet stellig vermeden worden.
De volkstuinder zal op aanwijzing van de bevoegde toezichthoudende ambtenaren of op aangeven van de binnen de volkstuinraad aangeduide toezichters de noodzakelijk uit te voeren onderhoudswerken uitvoeren aan het hem toegekende perceel.
De volkstuinder past de principes van het ecologisch tuinieren toe. Dat impliceert o.m. dat hij geen chemische bestrijdingsmiddelen en/of chemische meststoffen zal gebruiken.
De volkstuinder zal bij het gebruik en onderhoud van het toegekende volkstuinperceel de andere gebruikers niet benadelen. Hij zal zich altijd gedragen in goede verstandhouding met de andere volkstuingebruikers.
Elke volkstuinder mag gebruik maken van de bergingen voorzien in het gemeenschappelijke gebouw aan de Geetsstraat. Het beheer van het gebouw ligt bij de Volkstuinraad. De volkstuinder kan gebruik maken van een locker in dit gebouw. De volkstuinder staat zelf in voor een slot voor de locker.
De volkstuinder moet het hem toegekende perceel voor minstens 80 % van de oppervlakte aanwenden voor de teelt van groenten, kruiden, sierstruiken, bloemen of fruit in struikvorm naar keuze. De opbrengsten uit deze tuin zijn voor eigen gebruik en zonder economisch oogmerk.
De paadjes binnen een toegekend volkstuinperceel moeten onverhard of in gras zijn.
Het tuinafval afkomstig van de volkstuinpercelen moet door de volkstuinder tot compost worden verwerkt op de lokale composthoek. Er mag geen afval ter plaatse verbrand worden. Een zone voor niet wenselijk of niet composteerbaar organisch afval zal op het gemeenschappelijke perceel voorzien worden.
§2. Verbodsbepalingen
Het is verboden:
§3. Onderhoud van de gemeenschappelijke delen en berging
De volkstuinders zullen samen en in overleg met de volkstuinraad en de diensten van het stadsbestuur instaan voor de netheid van de door hun gebruikte gemeenschappelijke delen en berging.
§4. Einde toekenning
Op het einde van de periode van toekenning moet de volkstuinder de gronden op ordentelijke wijze nalaten, d.i. vrij van enige begroeiing, restmaterialen, constructies of hulpmiddelen. De volkstuinder mag geen aanspraak maken op een vergoeding wegens schade die zou veroorzaakt worden door het verkopen, het weghalen van gewassen of restmaterialen die nog op het perceel aanwezig waren.
Artikel 4. Verzekering
Het stadsbestuur sluit een algemene verzekering tegen brand af. In deze verzekering is de vergoeding voor schade aan naburen inbegrepen, doch niet de verzekering van de op de volkstuinpercelen of in de berging gestalde inboedel van de volkstuinders.
Artikel 5. Toezicht
Het stadsbestuur Aarschot behoudt zich het recht voor om te allen tijde toezicht uit te oefenen op het gebruik en de netheid van het ter beschikking gestelde volkstuinperceel.
De volkstuinder dient zich te richten naar de onderrichtingen van de afgevaardigde toezichthouder(s). Als afgevaardigde toezichthouders treden op de personeelsleden van de dienst leefmilieu.
De volkstuinraad mag 2 leden voorstellen die als afgevaardigde toezichters binnen de Raad van bestuur (volkstuinraad) worden aangesteld. Deze toezichters hebben een louter raadgevende rol en kunnen hun vaststellingen doorgeven aan de door het stadsbestuur Aarschot afgevaardigde toezichthouder(s).
Artikel 6. Geschillen/schadevergoeding/aansprakelijkheid
Het vroegtijdig beëindigen van het gebruik van het toegekende volkstuinperceel zal geen aanleiding geven tot het vorderen van enige schadevergoeding van de stad Aarschot. De volkstuinder kan bij een gemotiveerde voortijdige beëindiging geen aanspraak maken op de gehele gebruiksvergoeding of een gedeelte ervan.
De gebruiksovereenkomst kan door het stadsbestuur Aarschot beëindigd worden:
Alle bestaande uitrustingen zullen jaarlijks gecontroleerd worden door het stadsbestuur Aarschot.
Beschadigingen aan het domein of de gemeenschappelijke infrastructuur zullen aangerekend worden tegen de kostprijs voor de herstelling aan de in gebreke bevonden volkstuinder. Wie deze kosten weigert te betalen, kan onmiddellijk en zonder ingebrekestelling een opzegging krijgen van de toekenning.
Het stadsbestuur kan onder geen voorwendsel aansprakelijk gesteld worden voor beschadigingen en/of diefstal van het persoonlijk goed van de volkstuinders, waaronder te rekenen plantgoed, planten, zaden, meststoffen, materialen, e.d.
De gemeenteraad keurt het voorstel tot vaststelling van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel goed.
In zitting van 11.09.2025 keurde de gemeenteraad de wijziging van de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel in het kader van de elektronische loondocumenten goed. In het licht van het nieuwe rechtspositiebesluit en de gewijzigde HR-regelgeving, de snelle veranderingen in de arbeidsmarkt, de huidige (werk)context en hedendaagse HR-inzichten en de digitalisering was, in het kader van een modern, professioneel en mensgericht HR-beleid met oog voor flexibiliteit, betrokkenheid en wendbaarheid om te kunnen inspelen op de veranderende noden, een integrale screening en actualisatie van de rechtspositieregeling in al haar facetten aan de orde. Voorliggend ontwerp van rechtspositieregeling, zoals gevoegd in de bijgaande bijlage, kwam tot stand na een intensief traject in nauw overleg met de betrokken diensten, actoren en partners waarbij gestreefd werd naar een evenwichtige, toekomstgerichte en juridisch correcte kaderstructuur met oog voor harmonisering en ter ondersteuning van een aangenaam werkklimaat waarin betrokkenheid en professionaliteit centraal staan.
Voorliggend voorstel behelst - gelet op de grootorde en het omvangrijke aanpassingskarakter - de opheffing van het onderdeel 'rechtspositieregeling' van het document 'rechtspositieregeling en arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel' met ingang van 01.01.2026 gekoppeld aan de vaststelling van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel als apart document. Het gedeelte 'arbeidsreglement' blijft onverminderd van toepassing voor het gemeentepersoneel en staat op de planning voor actualisatie in 2026. Het voorstel tot vaststelling van de rechtspositieregeling is principieel goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 16.10.2025 en door het managementteam op 01.12.2025. Het dossier werd tevens voorgelegd aan en besproken met de representatieve vakorganisaties tijdens de vergaderingen van het syndicaal overleg- en onderhandelingscomité van 18.09.2025 en 23.10.2025, resulterend in een protocol van akkoord met unanimiteit.
Aan de gemeenteraad wordt dan ook voorgesteld om in te stemmen met voorliggend voorstel.
In zitting van 11.09.2025 keurde de gemeenteraad de wijziging van de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel in het kader van de elektronische loondocumenten goed. In het licht van het nieuwe rechtspositiebesluit en de gewijzigde HR-regelgeving, de snelle veranderingen in de arbeidsmarkt, de huidige (werk)context en hedendaagse HR-inzichten en de digitalisering was, in het kader van een modern, professioneel en mensgericht HR-beleid met oog voor flexibiliteit, betrokkenheid en wendbaarheid om te kunnen inspelen op de veranderende noden, een integrale screening en actualisatie van de rechtspositieregeling in al haar facetten aan de orde. Voorliggend ontwerp van rechtspositieregeling, zoals gevoegd in de bijgaande bijlage, kwam tot stand na een intensief traject in nauw overleg met de betrokken diensten, actoren en partners waarbij gestreefd werd naar een evenwichtige, toekomstgerichte en juridisch correcte kaderstructuur met oog voor harmonisering en ter ondersteuning van een aangenaam werkklimaat waarin betrokkenheid en professionaliteit centraal staan. Het ontwerp omvat - naast actualisatie - diverse wijzigingen in nagenoeg alle delen/hoofdstukken, behoudens onder meer:
Voorliggend voorstel behelst - gelet op de grootorde en het omvangrijke aanpassingskarakter - de opheffing van het onderdeel 'rechtspositieregeling' van het document 'rechtspositieregeling en arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel' met ingang van 01.01.2026 gekoppeld aan de vaststelling van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel als apart document. Het gedeelte 'arbeidsreglement' blijft onverminderd van toepassing voor het gemeentepersoneel en staat op de planning voor actualisatie in 2026. Het voorstel tot vaststelling van de rechtspositieregeling is principieel goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 16.10.2025 en door het managementteam op 01.12.2025. Het dossier werd tevens voorgelegd aan en besproken met de representatieve vakorganisaties tijdens de vergaderingen van het syndicaal overleg- en onderhandelingscomité van 18.09.2025 en 23.10.2025, resulterend in een protocol van akkoord met unanimiteit.
De financiële impact van de voorgestelde wijzigingen werd - in voorkomend geval en waar mogelijk - geraamd en vertaald binnen de personeelsbegroting van het meerjarenplan 2026 - 2031. De concrete opvolging wordt voorzien door de personeelsdienst in functie van de reële situatie en toepassing met het oog op de eerstvolgende aanpassing(en) van het meerjarenplan 2026-2031.
Artikel 1
Het onderdeel 'rechtspositieregeling' van het document 'rechtspositieregeling en arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel' wordt opgeheven met ingang van 01.01.2026.
Artikel 2
Het gedeelte 'arbeidsreglement' van het document 'rechtspositieregeling en arbeidsreglement voor het gemeentepersoneel' blijft onverminderd van toepassing.
Artikel 3
De rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel wordt vastgesteld - als apart document - zoals gevoegd in bijlage bij dit besluit.
De gemeenteraad keurt de aanpassingen aan de personeelsformatie en het organogram van stad/OCMW Aarschot, behoudens diensten en instellingen, goed.
In vergadering van 24.04.2025 keurde de gemeenteraad de aanpassingen aan de personeelsformatie (behoudens voor de diensten en instellingen) en het organogram van stad/OCMW Aarschot goed. De personeelsformatie en het organogram worden op regelmatige basis getoetst aan de noden en behoeften van onze organisatie met het oog op het realiseren van de beleidsdoelstellingen in het meerjarenplan en in het belang van de verdere uitbouw van de organisatiebeheersing.
In het licht van de huidige (werk)context, het hedendaagse verwachtingspatroon, de snel wijzigende (overheids)reglementering en de digitalisering was, in het kader van een modern, professioneel en mensgericht HR-beleid met oog voor flexibiliteit, betrokkenheid en wendbaarheid om te kunnen inspelen op de veranderende noden, een grondige actualisatie en afstemming ter zake in overeenstemming met de praktijk aan de orde. Voorliggend ontwerp, zoals gevoegd in de bijgaande bijlage, kwam tot stand na een intensief traject in nauw overleg met de betrokken diensten, actoren en partners waarbij gestreefd werd naar een evenwichtig en toekomstgericht kader met oog voor harmonisering en ter ondersteuning van een aangenaam werkklimaat waarin betrokkenheid en professionaliteit centraal staan. Het ontwerp is maximaal afgestemd op de strategische doelen van het bestuur en op de behoeften van medewerkers en organisatie, is gebaseerd op een onderbouwde omgevingsanalyse en sluit aan bij de budgettaire mogelijkheden.
Voorliggend voorstel is principieel goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 21.11.2025 en 05.12.2025 en door het managementteam op 01.12.2025 en 16.12.2025. Het dossier werd tevens voorgelegd aan en besproken met de representatieve vakorganisaties tijdens de vergadering van het syndicaal overleg- en onderhandelingscomité van 09.12.2025.
Aan de gemeenteraad wordt dan ook voorgesteld om in te stemmen met voorliggend voorstel.
In vergadering van 24.04.2025 keurde de gemeenteraad de aanpassingen aan de personeelsformatie (behoudens voor de diensten en instellingen) en het organogram van stad/OCMW Aarschot goed. De personeelsformatie en het organogram worden op regelmatige basis getoetst aan de noden en behoeften van onze organisatie met het oog op het realiseren van de beleidsdoelstellingen in het meerjarenplan en in het belang van de verdere uitbouw van de organisatiebeheersing.
In het licht van de huidige (werk)context, het hedendaagse verwachtingspatroon, de snel wijzigende (overheids)reglementering en de digitalisering was, in het kader van een modern, professioneel en mensgericht HR-beleid met oog voor flexibiliteit, betrokkenheid en wendbaarheid om te kunnen inspelen op de veranderende noden, een grondige actualisatie en afstemming ter zake in overeenstemming met de praktijk aan de orde. Voorliggend ontwerp, zoals gevoegd in de bijgaande bijlage, kwam tot stand na een intensief traject in nauw overleg met de betrokken diensten, actoren en partners waarbij gestreefd werd naar een evenwichtig en toekomstgericht kader met oog voor harmonisering en ter ondersteuning van een aangenaam werkklimaat waarin betrokkenheid en professionaliteit centraal staan. Het ontwerp is maximaal afgestemd op de strategische doelen van het bestuur en op de behoeften van medewerkers en organisatie, is gebaseerd op een onderbouwde omgevingsanalyse en sluit aan bij de budgettaire mogelijkheden.
Voorliggend voorstel is principieel goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 21.11.2025 en 05.12.2025 en door het managementteam op 01.12.2025 en 16.12.2025. Het dossier werd tevens voorgelegd aan en besproken met de representatieve vakorganisaties tijdens de vergaderingen van het syndicaal overleg- en onderhandelingscomité van 09.12.2025.
De financiële impact van de voorgestelde wijzigingen werd - behoudens uitzondering - vertaald binnen de personeelsbegroting van het meerjarenplan 2026 - 2031. In voorkomend geval zullen de betreffende aanpassingen - zoals opgenomen in de bijgaande bijlage 1 - genoteerd worden voor opname bij de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan 2026-2031.
Artikel 1
De aanpassingen aan de personeelsformatie en het organogram van stad/OCMW Aarschot behoudens diensten en instellingen, zoals gevoegd in bijlage 1 bij dit besluit, worden goedgekeurd.
Artikel 2
Het aangepaste organogram van stad/OCMW Aarschot zoals toegevoegd in bijlage 2 (schematische voorstelling) met bijhorende detailoverzicht - behoudens diensten en instellingen - in bijlage 3 (detailoverzicht) bij dit besluit, waarbij ook de betrekkingen zijn opgenomen waaraan het lidmaatschap van het managementteam is verbonden, wordt goedgekeurd.
Artikel 3
De aangepaste personeelsformatie en het geactualiseerd uitdovend kader van stad/OCMW Aarschot worden vastgesteld zoals gevoegd in bijlage 4 bij dit besluit.
Artikel 4
De personeelsformatie van het kabinetspersoneel ter ondersteuning van het college van burgemeester en schepenen is gevoegd in bijlage 5 bij dit besluit.
De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op de afgifte van omgevingsvergunningen voor het aanslagjaar 2026.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).
Overwegende dat door het decreet betreffende de omgevingsvergunning één enkele procedure is ingesteld wat betreft de vergunningsplicht of de meldingsplicht voor zowel de stedenbouwkundige handelingen en de verkavelingen (bedoeld in de artikelen 4.2.1, 4.2.2 en 4.2.15 van de VCRO) als voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste, de tweede of de derde klasse (bedoeld in de artikelen 5.2.1 van het DABM);
Overwegende dat het artikel 5 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning de projecten vermeldt die op grond van respectievelijk het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) en van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), ofwel vergunningsplichtig ofwel meldingsplichtig zijn;
Overwegende dat het gerechtvaardigd voorkomt om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen voor de gemeentelijke inzet van middelen bij de behandeling van vergunningsaanvragen en meldingen in het kader van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een gemeentebelasting gevestigd op het afleveren door het college van burgemeester en schepenen of de bestendige deputatie (in geval van klasse 1-inrichting of in geval van beroepsprocedure) van een omgevingsvergunning/melding voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting, voor het verkavelen van gronden of bijstelling van de verkaveling, voor bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, voor de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, voor de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur en stedenbouwkundig attest/inlichtingen.
Artikel 2. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de aanvrager van een omgevingsvergunning/melding voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting, voor het verkavelen van gronden of bijstelling van de verkaveling, voor bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, voor de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, voor de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur en stedenbouwkundig attest/inlichtingen.
Artikel 3. berekeningsgrondslag en tarief
De belasting op afgifte aan de aanvrager van het besluit van het college van burgemeester en schepenen of het besluit van de bestendige deputatie (in geval van klasse 1-inrichting of in geval van beroepsprocedure) wordt vastgesteld als volgt:
| aanvraag van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, of aanvraag tot bijstelling van de verkaveling |
|
312 euro |
| supplement (in geval van vergunning) per bijkomend/nieuw lot en per bijkomende/nieuwe wooneenheid (in geval van een lot voor meergezinswoningen) |
312 euro |
|
|
|
|
|
| aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen en/of exploitatie van een klasse 1- of 2-inrichting |
|
187 euro* |
| * in geval van een digitaal aangevraagde omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, waarvoor de medewerking van de architect niet noodzakelijk is, bedraagt de belasting 93,50 euro i.p.v. 187 euro |
||
| supplement in geval een openbaar onderzoek noodzakelijk is |
125 euro |
|
| supplement (in geval van een vergunning) per bijkomende/nieuwe wooneenheid |
312 euro |
|
| supplement in geval van een aanvraag tot exploitatie van een klasse 1-inrichting |
1560 euro |
|
|
|
|
|
| melding van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een klasse 3-inrichting,
verzoek bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden,
melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, of
vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur |
|
93,50 euro* |
| * in geval de melding van stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een klasse 3-inrichting, het verzoek tot bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, of de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur, digitaal wordt ingediend bedraagt de belasting 0 euro i.p.v. 93,50 euro |
||
|
|
|
|
| stedenbouwkundig attest/inlichtingen |
|
93,50 euro |
Artikel 4. contantbelasting of kohierbelasting
De belasting wordt geheven op het ogenblik van afgifte aan de aanvrager van het besluit van het college van burgemeester en schepenen of het besluit van de bestendige deputatie (in geval van klasse 1-inrichting of in geval van beroepsprocedure) van een omgevingsvergunning/melding voor stedenbouwkundige handelingen en/of de exploitatie van een ingedeelde inrichting, voor het verkavelen van gronden of bijstelling van de verkaveling, voor bijstelling of afwijking van de milieuvoorwaarden, voor de melding van de overdracht van een vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit, voor de vraag tot omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning van onbepaalde duur en stedenbouwkundig attest/inlichtingen.
De belasting is contant te betalen. Bij gebrek aan betaling wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.
Artikel 5. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 6. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.
De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op de standplaatsen voor frituuruitbatingen op openbaar domein voor het aanslagjaar 2026.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).
Overwegende dat het gebruik van het openbaar domein voor commerciële activiteiten, zoals frituuruitbatingen een privaat economisch voordeel oplevert voor de exploitant;
Overwegende dat het billijk en verantwoord is dat gebruikers die op economisch voordelige wijze gebruikmaken van het gemeentelijk openbaar domein, bijdragen tot de kosten die voortvloeien uit dit gebruik;
Overwegende dat het tevens gerechtvaardigd voorkomt om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen van de op het openbaar domein gevestigde frituuruitbatingen, aangezien deze gerechten verkopen die onmiddellijk genuttigd worden, wat een extra alertheid nodig maakt van de gemeentelijke diensten, onder meer in verband met mogelijk achterlaten van verpakking en etensresten;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een belasting gevestigd op de standplaatsen voor frituuruitbatingen op openbaar domein.
Artikel 2. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de exploitant.
Artikel 3. berekeningsgrondslag en tarief
De belasting bedraagt 162 euro per m² per frituuruitbating.
De belasting is ondeelbaar. Ze is verschuldigd voor het ganse jaar, ongeacht de datum van aanvang of stopzetting van de exploitatie.
Als de exploitatie slechts in de loop van het laatste kwartaal van het aanslagjaar een aanvang neemt, is er geen belasting verschuldigd.
Artikel 4. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 5. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 6. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 7. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.
De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerde (reclame)drukwerken en van gelijkgestelde producten voor het aanslagjaar 2026.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).
Overwegende dat het ongevraagd en systematisch verspreiden van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten in alle brievenbussen of op de openbare weg nadelig is voor het milieu, het volume papierafval verhoogt en bijkomende kosten van onder meer afhaling en verwerking meebrengt;
Overwegende dat het gerechtvaardigd voorkomt om op de verspreiding van ongeadresseerd reclamedrukwerk een belasting te heffen;
Gelet op de financiële toestand van de stad en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een belasting geheven op het huis-aan-huis verspreiden van niet-geadresseerd reclamedrukwerk en daarmee gelijkgestelde producten op het grondgebied van de stad Aarschot.
Artikel 2. definities
Onder reclame wordt verstaan: de aanprijzing van een handelszaak of van een verhandelbaar product of dienst via publicaties die rechtstreeks worden uitgegeven door de adverteerder daarvan of via de aankoop van publicatieruimte in een door derden uitgegeven publicatie en waarvan de doelstelling is een direct commercieel voordeel op te leveren aan de adverteerder.
Worden niet als reclame beschouwd:
Onder gelijkgestelde producten worden verstaan: alle stalen of reclamedragers, door de adverteerders aangeboden, van gelijk welke aard die aanzetten tot gebruik of verbruik van het aangeprezen product of de aangeboden dienst.
Onder huis-aan-huis-verspreiding wordt verstaan: het systematisch achterlaten van het drukwerk zonder adressering in de brievenbussen van woningen, zonder dat de bestemmeling hiervoor enig initiatief heeft betoond.
Artikel 3
De belasting is verschuldigd telkenmale er een huis-aan-huis-verspreiding van reclamedrukwerk of een daarmee gelijkgesteld product plaatsvindt, met daarin minimaal 75% aan reclamevolume.
Het reclamevolume wordt gedefinieerd als zijnde zowel het tekstuele als afgebeelde volume dat ertoe strekt aan te zetten tot het gebruik van het aangeprezen product of de aangeboden dienst.
Artikel 4. belastingplichtige
Deze belasting is in eerste instantie verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die geldt als verantwoordelijke uitgever of de verspreider van het desbetreffende drukwerk en daarmee gelijkgestelde producten.
Indien deze niet gekend is, is de belasting verschuldigd door diegene onder wiens handelsnaam, logo of embleem, de reclame wordt gevoerd.
Artikel 5. berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op 0,047 euro per exemplaar.
Artikel 6. vrijstellingen
Van de belasting zijn vrijgesteld:
Artikel 7. aangifteplicht
Elke belastingplichtige moet binnen de 15 dagen na elk verstreken kwartaal een aangifte indienen van de verspreiding in het desbetreffende kwartaal bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier.
Dit betekent voor de verspreiding
Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.
De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.
Artikel 8. ambtshalve vestiging
Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, wordt de belastingplichtige hiervan aangetekend verwittigd. De belastingplichtige heeft dertig dagen om schriftelijk te reageren en alsnog een aangifte in te dienen. Wanneer voor een aanslagjaar de aangifte correct wordt ingediend, wordt geen ambtshalve aanslag gevestigd. Op de ambtshalve vastgestelde belasting zal een verhoging worden toegepast.
Deze ambtshalve verhoging bedraagt:
De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 9. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 12. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.
De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op de nachtwinkels voor het aanslagjaar 2026.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).
Overwegende dat het gerechtvaardigd is een billijke financiële tussenkomst te vragen van al wie, al dan niet gevraagd, beroep doet op de dienstverlening van de gemeente;
Overwegende dat de belasting verantwoord is enerzijds door de overlast voor omwonenden die veroorzaakt wordt door de aanwezigheid van nachtwinkels en anderzijds door de kosten die gemaakt worden inzake toezicht door de politie teneinde alert te zijn voor mogelijke verstoringen van de openbare veiligheid en rust;
Gelet op de financiële toestand van de stad en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er worden voor het aanslagjaar 2026 een openingsbelasting en een gemeentebelasting gevestigd op nachtwinkels, gelegen op het grondgebied van Aarschot.
Artikel 2. definitie
Voor de toepassing van het reglement, moet er onder nachtwinkels verstaan worden, elke winkel die in algemene voedingswaren en huishoudartikelen handelt en tussen 18 en 7 uur open is, zoals bedoeld in de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening en ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit de wet door de nachtwinkel gerespecteerd zijn.
Artikel 3. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de uitbater van de nachtwinkel.
De eigenaar van het pand of van het deel van het pand waar de nachtwinkel gevestigd is, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief
De openingsbelasting is een éénmalige belasting vastgesteld op 6.230 euro per nachtwinkel en verschuldigd bij elke opening of wijziging van uitbating van een nachtwinkel.
De (jaarlijkse) gemeentebelasting is vastgesteld op 1.250 euro per nachtwinkel.
De openingsbelasting en de (jaarlijkse) belasting zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het ganse jaar, ongeacht de datum van aanvang of stopzetting van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar.
De (jaarlijkse) belasting is verschuldigd vanaf het jaar volgend op het jaar van opening of wijziging van uitbating van de nachtwinkel.
Artikel 5. aangifteplicht
Openingsbelasting
Elke belastingplichtige moet ten laatste één maand na de opening een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
(Jaarlijkse) belasting
Elke belastingplichtige moet (jaarlijks) ten laatste op 1 maart van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.
De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.
Elke wijziging of stopzetting van economische activiteit dient onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het stadsbestuur.
Artikel 6. ambtshalve vestiging
Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.
Artikel 7. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 10. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.
De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van markten voor het aanslagjaar 2026.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).
Overwegende dat het in het gebruik nemen van het openbaar domein voor de gemeente bijkomende kosten met zich meebrengt op het vlak van veiligheid, onderhoud van het openbaar domein, afvalbeheersing, openbare netheid, verkeersveiligheid en infrastructuur;
Gelet op de financiële toestand van de stad en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een belasting gevestigd op het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van markten, tenzij deze ingebruikname het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst.
Artikel 2. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de gebruiker van het openbaar domein ter gelegenheid van markten.
Artikel 3. berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op:
Elk gedeelte van een lopende meter wordt als een volle lopende meter beschouwd.
Ingeval van werken waardoor de marktstandplaatsen moeilijk toegankelijk zijn, kan in verhouding tot de duur der werken een halvering van de belasting worden toegekend.
De belasting is niet verschuldigd voor acties van occasionele verkoop met niet-commercieel karakter, hiervoor is een toelating van het college van burgemeester en schepenen nodig. Deze verkopen zijn acties van verenigingen, scholen en particulieren om bijvoorbeeld culturele, sportieve, menslievende, sociale of educatieve doelstellingen te realiseren. Deze verkopen zijn niet onderworpen aan de bepalingen die voor de ambulante handelaars gelden.
Artikel 4. vaste deelnemers - abonnement
Voor het verwerven van een vaste standplaats op het openbaar domein, ter gelegenheid van markten, is een abonnement vereist.
De abonnementen worden toegekend voor onbepaalde duur. De prijs van een dergelijk abonnement wordt berekend overeenkomstig artikel 3.
De houders van een vaste plaats ontvangen het aanslagbiljet via eBox of via de post.
Artikel 5. losse deelnemers
De gemeentelijk aangestelde marktverantwoordelijke ontvangt ter plaatse de belasting van de losse marktkramers tegen afgifte van een kwitantie. Bij niet-betaling worden deze van de markt verwezen.
Artikel 6. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 7.
De daartoe beëdigde aangestelden van het stadsbestuur zijn gemachtigd alle inbreuken op deze verordening vast te stellen.
Artikel 8. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.
De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op reclameborden voor het aanslagjaar 2026.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).
Overwegende dat een overvloed aan reclame zichtbaar op de openbare weg voor visuele vervuiling zorgt, en dat de stad dit wenst te beperken om aldus tot een kwalitatief straatbeeld te komen;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Voor het aanslagjaar 2026 wordt een belasting geheven op de reclameborden.
Artikel 2. definitie
Onder reclameborden wordt verstaan: elke constructie in onverschillig welk materiaal, geplaatst langs de openbare weg, of op een plaats in open lucht die zichtbaar is vanaf de openbare weg, waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering of door elk ander middel, met inbegrip van muren of gedeelten van muren en de omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om er een reclame op aan te brengen.
Artikel 3. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar of gebruiker is van het reclamebord. Als er geen eigenaar of gebruiker van het bord gekend is, wordt de eigenaar van de grond of van de muur waarop het reclamebord zich bevindt, belast.
Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op 62,50 euro per m². Per bord wordt elk gedeelte van een m² als een volle m² beschouwd.
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar.
Artikel 5. vrijstellingen
Van de belasting zijn vrijgesteld:
Artikel 6. aangifteplicht
Elke belastingplichtige moet ten laatste op 31 december van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.
De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.
Artikel 7. ambtshalve vestiging
Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 8. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 11. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.
De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op tweede verblijven voor het aanslagjaar 2026.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).
Wonen moet voor elke doelgroep betaalbaar en kwaliteitsvol blijven. De stad vervult daarbij een regierol. De stad doet grote inspanningen voor een degelijke aanleg, beheer en onderhoud van haar openbaar domein en infrastructuur. Personen met een tweede verblijf in Aarschot hebben eveneens het gebruiksrecht en genot van deze infrastructuur.
Het is wenselijk om een bijdrage te vragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven lastens de eigenaars van woningen die niet als hoofdverblijfplaats worden aangewend;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een gemeentebelasting gevestigd op de tweede verblijven.
Artikel 2. definities
Als tweede verblijf wordt beschouwd: elke woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitenverblijven, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans.
Als tweede verblijf worden niet beschouwd:
Artikel 3. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt of wanneer het tijdelijk niet gebruikt wordt.
De eigenaar is de belasting verschuldigd ongeacht het feit of hij op een ander adres in de bevolkingsregisters van de stad Aarschot is ingeschreven.
Ingeval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder.
Ingeval van mede-eigendom is iedere niet vrijgestelde mede-eigenaar belastingplichtige in verhouding tot zijn aandeel in het tweede verblijf. Elke niet vrijgestelde mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief
De belasting bedraagt per tweede verblijf dat volgens het gewestplan Aarschot - Diest (K.B. van 7 november 1978) gelegen is:
Artikel 5. aangifteplicht
Elke belastingplichtige moet ten laatste op 1 juli van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.
De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.
Artikel 6. ambtshalve vestiging
Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan het dubbele van de verschuldigde belasting. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 7. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 10.
Wanneer een zelfde situatie aanleiding kan geven tot de toepassing van onderhavig belastingreglement en het belastingreglement op de kampeerverblijfparken, is alleen onderhavige verordening van toepassing.
Artikel 11. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.
De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op het ambtshalve opruimen of verwijderen van sluikstortingen door of in opdracht van de stad Aarschot voor het aanslagjaar 2026.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026 en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).
Sluikstorten op ons openbaar domein zijn een bron van ergernis.
Overwegende dat voor het opruimen van sluikstorten de stad personeel en materieel moet inzetten wat kosten met zich brengt. Het is dan ook billijk hiervoor een specifieke belasting aan te rekenen aan de vervuiler.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een belasting geheven op het ambtshalve opruimen of verwijderen van sluikstortingen door of in opdracht van de gemeente.
Artikel 2. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door
Artikel 3. berekeningsgrondslag en tarief
Bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten door de gemeente wordt het bedrag van de belasting als volgt vastgesteld:
De voormelde bedragen zijn verschuldigd per aangevangen uur en/of ingezamelde kg en/of begonnen km.
In ieder geval bedraagt de belasting niet minder dan 585 euro.
Bij het ambtshalve opruimen van sluikstorten door derden in opdracht van de gemeente of de burgemeester wordt het factuurbedrag van deze derde, vermeerderd met een administratieve kost van 119 euro, doorgerekend aan de in artikel 2 vermelde belastingplichtige.
Artikel 4. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 5. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 6. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 7.
Een afschrift van deze beslissing wordt ter kennisgeving toegezonden aan de OVAM en het Bestuur Milieu-Inspectie (AMINAL).
Artikel 8. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.
De gemeenteraad keurt het gewijzigd belastingreglement voor masten en pylonen (wijziging tarieven voor het aanslagjaar 2026) goed.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige tarieven in het van toepassing zijnde belastingreglement op de masten en pylonen voor het aanslagjaar 2026 te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 20 april 2023 betreffende gewijzigde belastingreglement op de masten en pylonen voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026;
Gelet op het feit dat in voornoemd belastingreglement geen indexatieclausule werd opgenomen en bijgevolg de tarieven in 2024 en 2025 niet werden geïndexeerd;
Overwegende dat het wenselijk is de tarieven uit dit belastingreglement aan te passen, gelet op:
Overwegende dat om deze redenen een verhoging van de tarieven voor het aanslagjaar 2026 aangewezen is;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
De beslissing van de gemeenteraad van 20.04.2023 betreffende het gewijzigde belastingreglement op de masten en pylonen voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026, wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de masten en pylonen geplaatst op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied van de stad Aarschot, in open lucht en zichtbaar vanaf de openbare weg.
Artikel 2. definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 3. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de mast of pyloon.
Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief
De belasting bedraagt voor de aanslagjaren 2023 - 2025:
De belasting bedraagt voor het aanslagjaar 2026:
De belasting is ondeelbaar en voor het hele jaar verschuldigd. Er wordt geen vermindering of terugbetaling van de belasting toegestaan indien de mast en/of pyloon in de loop van het aanslagjaar wordt weggenomen.
Artikel 5. vrijstellingen en verminderingen
De belasting is niet verschuldigd voor:
Artikel 6. aangifteplicht
Elke belastingplichtige moet ten laatste op 1 september van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.
De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.
Artikel 7. ambtshalve vestiging
Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50% van de ontdoken belasting. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 8. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 11. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement voor brandstofverdeelapparaten (wijziging tarieven voor het aanslagjaar 2026) goed.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige tarieven in het van toepassing zijnde belastingreglement op de verdeelapparaten voor autobrandstoffenbelastingreglementen voor het aanslagjaar 2026 te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).
Overwegende dat het gerechtvaardigd voorkomt om in de vorm van een gemeentebelasting een bijdrage te vragen aan de exploitanten van brandstofdistributieapparaten aangezien deze een veiligheidsrisico inhouden en de gemeente nopen tot bijzondere uitgaven;
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 10 november 2022 betreffende de belasting op brandstofverdeelapparaten voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026;
Gelet op het feit dat in voornoemd belastingreglement geen indexatieclausule werd opgenomen en bijgevolg de tarieven in 2024 en 2025 niet werden geïndexeerd;
Overwegende dat het wenselijk is de tarieven uit dit belastingreglement aan te passen, gelet op:
Overwegende dat om deze redenen een verhoging van de tarieven voor het aanslagjaar 2026 aangewezen is;
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
De beslissing van de gemeenteraad van 10 november 2022 betreffende de belasting op brandstofverdeelapparaten voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026, wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2026 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de olie-, benzine- of andere brandstofverdelingsapparaten, welke op het grondgebied van de stad, langs de openbare weg, al dan niet op privé-terrein zijn opgesteld en gebruikt worden tot de publieke bevoorrading van aanrijdende auto- en motorvoertuigen.
Artikel 2. definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 3. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de belastbare verdelingsapparaten.
Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief
De belasting bedraagt voor de aanslagjaren 2023 - 2025:
De belasting bedraagt voor het aanslagjaar 2026:
Indien er twee of meerdere brandstofslangen in hetzelfde verdelingsapparaat ingebouwd zijn, is de belasting respectievelijk 2 of meerdere malen verschuldigd.
Artikel 5. vrijstellingen
De belasting is niet verschuldigd voor:
Artikel 6. aangifteplicht
Elke belastingplichtige moet ten laatste op 1 juli van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur Aarschot op het door het stadsbestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.
De aangifte dient alle inlichtingen te bevatten nodig voor het vestigen van de aanslag.
Artikel 7. ambtshalve vestiging
Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30.05.2008.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50% van de ontdoken belasting. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 8. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 11. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.
De gemeenteraad stemt in met de aanpassing van de gemeentelijke activeringsheffing 2020-2025 voor aanslagjaar 2025.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om in het gemeenteraadsbeslissing van 12.12.2019 betreffende de gemeentelijke activeringsheffing 2020 - 2025 voor het aanslagjaar 2025 een vrijstelling te voorzien voor percelen die wegens waterproblematiek onbebouwbaar zijn.
Deze vrijstelling sluit aan bij de doelstellingen en beginselen van het integraal waterbeleid, op basis waarvan de vergunningverlenende overheid wordt verplicht om schadelijke effecten voor het watersysteem te voorkomen, te beperken, te herstellen of te compenseren, en desgevallend de vergunning te weigeren.
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 12.12.2019 betreffende de gemeentelijke activeringsheffing 2020 - 2025;
De stad acht het niet wenselijk om gronden die structureel waterziek zijn of die een onaanvaardbaar overstromingsrisico met zich meebrengen fiscaal te activeren. Het is daarom gepast om een vrijstelling te voorzien voor percelen die wegens waterproblematiek onbebouwbaar zijn. Deze vrijstelling sluit aan bij de doelstellingen en beginselen van het integraal waterbeleid, op basis waarvan de vergunningverlenende overheid wordt verplicht om schadelijke effecten voor het watersysteem te voorkomen, te beperken, te herstellen of te compenseren, en desgevallend de vergunning te weigeren.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
De beslissing van de gemeenteraad van 12.12.2019 betreffende de gemeentelijke activeringsheffing 2020 - 2025, wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 1.
Er wordt voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 een gemeentebelasting gevestigd op onbebouwde bouwgronden in woongebied en op de onbebouwde kavels.
Artikel 2.
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 3.
De belasting is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de bouwgrond of kavel.
Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de belasting verschuldigd door de erfpachter of opstalhouder.
Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
Artikel 4.
§1. Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op minimaal 12,50 euro per strekkende meter lengte van de bouwgrond of kavel palende aan de openbare weg.
De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt.
Elk gedeelte van een meter wordt als volle meter beschouwd.
De minimale aanslag bedraagt 125 euro per bouwgrond of kavel.
De in dit artikel vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemmen overeen met de index van december 2008. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat.
§2. Indien een perceel paalt aan twee of meer straten zal de grootste perceellengte langsheen één van die straten als berekeningsgrondslag in aanmerking komen. Indien het een hoekperceel betreft, wordt de langste perceellengte evenwijdig met de openbare weg in aanmerking genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek.
Artikel 5.
§1. Zijn van de belasting vrijgesteld:
§2. Een vrijstelling beperkt tot 1 onbebouwde bouwgrond in woongebied of 1 onbebouwde kavel per kind wordt tevens toegekend aan ouders met kinderen die al dan niet ten laste zijn. Deze vrijstelling wordt toegekend indien het kind op 1 januari van het aanslagjaar voldoet aan beide hiernavolgende voorwaarden:
§3. De belasting wordt niet geheven op percelen die voldoen aan de hiernavolgende voorwaarden:
De vrijstelling vermeld in §3 geldt slechts voor een straatbreedte van ten hoogste 30 meter.
Indien de belasting per vierkante meter wordt berekend, wordt de vrijstelling berekend door de vrijgestelde straatbreedte te vermenigvuldigen met de gemiddelde lengte van de onbebouwde bouwgrond in woongebied of de onbebouwde kavel.
§4. De belasting wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd:
§5. Een vrijstelling van belasting wordt verleend aan de houders van een in laatste administratieve aanleg verleende verkavelingsvergunning en dit gedurende 5 jaren te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de afgifte van de vergunning in laatste administratieve aanleg, respectievelijk, wanneer de verkaveling werken omvat, vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar van afgifte van het attest, vermeld in artikel 4.2.16 §2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, desgevallend voor die fase van de verkavelingsvergunning waarvoor het attest verleend wordt.
§6. Indien sommige mede-eigenaars krachtens de bovenstaande bepalingen zijn vrijgesteld, wordt de belasting onder de overige mede-eigenaars, in verhouding tot hun deel in het perceel, verrekend.
§7. De belasting wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar 2025 niet voor bebouwing kunnen worden bestemd ingevolge een waterproblematiek op de desbetreffende bouwgrond of kavel.
Om te bepalen of een bouwgrond en/of kavel niet voor bebouwing in aanmerking komt wegens een waterproblematiek wordt informatief gekeken naar de volgende waterkaarten zoals vermeld in artikel 8/5 van het uitvoeringsbesluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets vermeld in artikel 1.3.1.1 van het gecoördineerde decreet van 15 juni 2018 betreffende het integraal waterbeleid:
De belastingplichtige die zich op de vrijstelling wenst te beroepen, dient zelf te bewijzen dat de waterproblematiek zich in de feiten voordoet en dat de bouwgrond of de kavel ten gevolge hiervan onbebouwbaar is. De kaarten vermeld in het tweede lid zijn daarbij informatief en niet-limitatief. Het ontbreken van een aanduiding op deze kaarten sluit de vrijstelling niet uit, indien de belastingplichtige de waterproblematiek en de daaruit volgende onbebouwbaarheid op andere wijze aantoont.
De vrijstelling wordt per aanslagjaar toegekend en is niet automatisch hernieuwbaar. Een nieuwe aanvraag met actuele bewijsstukken is vereist. Reeds ingediende stukken kunnen hergebruikt worden indien zij de actuele toestand nog representeren.
Artikel 6.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8.
De belastingschuldige kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn.
Het bezwaarschrift kan via een duurzame drager worden ingediend indien het college van burgemeester en schepenen in deze mogelijkheid voorziet.
De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 9.
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 6 (aanslagtermijnen), 7 tot en met 9bis (rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintrest, rechten en voorrechten van de schatkist, verjaring van de rechten van de schatkist) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek (betreft o.m. de verjaring en de vervolgingen) van toepassing, voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.
De gemeenteraad stemt in met de gemeentelijke activeringsheffing voor het aanslagjaar 2026.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen voor het aanslagjaar 2026.
De stad acht het wenselijk om potentiële woonlocaties vrij te maken en om grondspeculatie tegen te gaan. Het is wenselijk om realiseerbare onbebouwde gronden en onbebouwde kavels te activeren in de stad.
De invoering van een activeringsheffing laat de gemeente toe om de eigenaars van die gronden en kavels daartoe aan te sporen.
De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de stad en liggen in lijn met de vrijstellingen voorzien in het DGP.
De stad acht het overigens niet wenselijk om gronden die structureel waterziek zijn of die een onaanvaardbaar overstromingsrisico met zich meebrengen fiscaal te activeren. Het is daarom gepast om een vrijstelling te voorzien voor percelen die wegens waterproblematiek onbebouwbaar zijn. Deze vrijstelling sluit aan bij de doelstellingen en beginselen van het integraal waterbeleid, op basis waarvan de vergunningverlenende overheid wordt verplicht om schadelijke effecten voor het watersysteem te voorkomen, te beperken, te herstellen of te compenseren, en desgevallend de vergunning te weigeren.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden;
Artikel 1. heffingstermijn en belastbaar feit
Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een gemeentebelasting gevestigd op onbebouwde bouwgronden in woongebied en op de onbebouwde kavels.
Artikel 2. definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 3. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van de bouwgrond of kavel. Indien er een recht van opstal of erfpacht bestaat, is de belasting verschuldigd door de erfpachter of opstalhouder.
Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief
§1. Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op minimaal 12,50 euro per strekkende meter lengte van de bouwgrond of kavel palende aan de openbare weg.
De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt. Elk gedeelte van een meter wordt als volle meter beschouwd.
De minimale aanslag bedraagt 125 euro per bouwgrond of kavel.
De in dit artikel vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de evolutie van de ABEX-index en stemmen overeen met de index van december 2008. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het ABEX-indexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat.
§2. Indien een perceel paalt aan twee of meer straten zal de grootste perceellengte langsheen één van die straten als berekeningsgrondslag in aanmerking komen. Indien het een hoekperceel betreft, wordt de langste perceellengte evenwijdig met de openbare weg in aanmerking genomen, vermeerderd met de helft van de afgesneden of afgeronde hoek.
Artikel 5. vrijstellingen
§1. Zijn van de belasting vrijgesteld:
§2. Een vrijstelling beperkt tot 1 onbebouwde bouwgrond in woongebied of 1 onbebouwde kavel per kind wordt tevens toegekend aan ouders met kinderen die al dan niet ten laste zijn. Deze vrijstelling wordt toegekend indien het kind op 1 januari van het aanslagjaar voldoet aan beide hiernavolgende voorwaarden:
§3. De belasting wordt niet geheven op percelen die voldoen aan de hiernavolgende voorwaarden:
§4. De belasting wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd:
§5. Een vrijstelling van belasting wordt verleend aan de houders van een in laatste administratieve aanleg verleende verkavelingsvergunning en dit gedurende 5 jaren te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de afgifte van de vergunning in laatste administratieve aanleg, respectievelijk, wanneer de verkaveling werken omvat, vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar van afgifte van het attest, vermeld in artikel 4.2.16 §2 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, desgevallend voor die fase van de verkavelingsvergunning waarvoor het attest verleend wordt.
§6. De belasting wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het aanslagjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd ingevolge een waterproblematiek op de desbetreffende bouwgrond of kavel.
Om te bepalen of een bouwgrond en/of kavel niet voor bebouwing in aanmerking komt wegens een waterproblematiek wordt informatief gekeken naar de volgende waterkaarten zoals vermeld in artikel 8/5 van het uitvoeringsbesluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets vermeld in artikel 1.3.1.1 van het gecoördineerde decreet van 15 juni 2018 betreffende het integraal waterbeleid:
De belastingplichtige die zich op de vrijstelling wenst te beroepen, dient zelf te bewijzen dat de waterproblematiek zich in de feiten voordoet en dat de bouwgrond of de kavel ten gevolge hiervan onbebouwbaar is. De kaarten vermeld in het tweede lid zijn daarbij informatief en niet-limitatief. Het ontbreken van een aanduiding op deze kaarten sluit de vrijstelling niet uit, indien de belastingplichtige de waterproblematiek en de daaruit volgende onbebouwbaarheid op andere wijze aantoont.
De vrijstelling wordt per aanslagjaar toegekend en is niet automatisch hernieuwbaar. Een nieuwe aanvraag met actuele bewijsstukken is vereist. Reeds ingediende stukken kunnen hergebruikt worden indien zij de actuele toestand nog representeren.
§7. Indien sommige mede-eigenaars krachtens de bovenstaande bepalingen zijn vrijgesteld, wordt de belasting onder de overige mede-eigenaars, in verhouding tot hun deel in het perceel, verrekend.
Artikel 6. kohierbelasting
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 9. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.
De gemeenteraad stemt in met de aanvullende belasting op de personenbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om de aanvullende belasting op de personenbelasting van 8% te behouden voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Artikel 1
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een aanvullende belasting op de personenbelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2
De belasting wordt vastgesteld op 8 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het wetboek van de inkomstenbelastingen.
De gemeenteraad stemt in met de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing van 944,58 te behouden voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden ten bate van de stad Aarschot 944,58 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.
Artikel 2
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting zal gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
De gemeenteraad stemt in met het retributiereglement op het voltrekken van huwelijken.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).
Voorgaande jaren werd voor de voltrekking van een huwelijk een belasting geheven. Vermits het hier gaat om een een tegenprestatie voor een dienst die louter in het rechtstreekse en onmiddellijke belang van de begunstigde is verleend, kunnen we echter niet spreken van een belasting maar van een retributie.
Het voltrekken van een huwelijk brengt voor een gemeente kosten met zich mee.
Om de kostenneutraliteit te bewaren, voert de stad een retributie in op het voltrekken van huwelijken.
Een retributie heeft volgende kenmerken:
Het voltrekken van huwelijken door de gemeentediensten buiten de normale werkdagen veroorzaakt nog extra kosten, zodat het past om hiervoor een hoger tarief te vragen.
Artikel 1.
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 een retributie gevestigd voor het voltrekken van huwelijken.
Artikel 2.
Het bedrag van de retributie wordt gevestigd per huwelijk afhankelijk van het tijdstip.
De bedragen zijn gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de gezondheidsindex van de maand november 2025. Deze bedraagt 136,49 (gezondheidsindex 2013 = 100).
Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat. Het bedrag na indexering zal worden afgerond naar de hogere tien cent.
basisbedrag x nieuw gezondheidsindexcijfer
136,49 (gezondheidsindex november 2025)
Artikel 3.
Er zullen uitsluitend huwelijken voltrokken worden:
Artikel 4.
Deze retributie is verschuldigd door de aanvrager van de voltrekking van het huwelijk.
Artikel 5.
De retributie wordt betaald op het ogenblik van de aangifte van het huwelijk tegen afgifte van een betalingsbewijs.
De gemeenteraad stemt in met het retributiereglement op het ontgraven.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de huidige belastingreglementen te hernieuwen en de tarieven te indexeren overeenkomstig de evolutie van de gezondheidsindex (al dan niet met een afronding).
Voorgaande jaren werd voor de ontgravingen een belasting geheven. Vermits het hier gaat om een een tegenprestatie voor een dienst die louter in het rechtstreekse en onmiddellijke belang van de begunstigde is verleend, kunnen we echter niet spreken van een belasting maar van een retributie.
Ontgravingen van stoffelijke overblijfselen brengen kosten met zich mee.
Om de kostenneutraliteit te bewaren, voert de stad een retributie in op het ontgraven.
Een retributie heeft volgende kenmerken:
Artikel 1
Er wordt met ingang van 1 januari 2026 een retributie gevestigd voor het ontgraven van stoffelijke overblijfselen.
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de opgraving.
Artikel 3
De retributie wordt vastgesteld op als volgt:
De bedragen zijn gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de gezondheidsindex van de maand november 2025. Deze bedraagt 136,49 (gezondheidsindex 2013 = 100).
Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat. Het bedrag na indexering zal worden afgerond naar de hogere tien cent.
basisbedrag x nieuw gezondheidsindexcijfer
136,49 (gezondheidsindex november 2025)
Artikel 4
Geven geen aanleiding tot de toepassing van de retributie,
Artikel 5
De retributie wordt betaald bij de aanvraag.
De gemeenteraad stemt in met het retributiereglement op de afgifte van administratieve documenten.
Voorgaande jaren werd voor het afleveren van een ontvangstbewijs van een verklaring van wettelijke samenwoonst een belasting geheven. Vermits het hier gaat om een een tegenprestatie voor een dienst die louter in het rechtstreekse en onmiddellijke belang van de begunstigde is verleend, kunnen we echter niet spreken van een belasting maar van een retributie.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld voormelde retributie op te nemen in het huidige retributiereglement voor het opzoeken, het samenstellen en het afleveren van administratieve stukken, inlichtingen en bestuursdocumenten.
Gelet op de beslissingen van de gemeenteraad van
De beslissing van de gemeenteraad van 12 december 2019 houdende retributie voor het opzoeken, het samenstellen en het afleveren van administratieve stukken, inlichtingen en bestuursdocumenten, wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 1
Er wordt vanaf 1 januari 2026 een retributie gevestigd op de afgifte door het gemeentebestuur van administratieve documenten.
Artikel 2
De retributie is verschuldigd door de persoon aan wie het document door het gemeentebestuur op aanvraag wordt uitgereikt.
Artikel 3. afgifte van een ontvangstbewijs van een verklaring van wettelijke samenwoonst
De retributie bedraagt 25 euro per ontvangstbewijs.
Artikel 4. afgifte van afschriften (kopies) van bestuursdocumenten
De retributie bedraagt
Artikel 5.
De bedragen zijn gekoppeld aan de evolutie van de gezondheidsindex en stemmen overeen met de gezondheidsindex van de maand november 2025. Deze bedraagt 136,49 (gezondheidsindex 2013 = 100).
Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand november die aan de aanpassing voorafgaat. Het bedrag na indexering zal worden afgerond naar de hogere tien cent.
De indexeringsformule ziet eruit als volgt:
basisbedrag x nieuw gezondheidsindexcijfer
136,49 (gezondheidsindex november 2025)
Artikel 6.
De retributie moet betaald worden bij het afleveren van het document.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen (elektriciteit en gas) op gemeentelijk openbaar domein voor de periode 2026 - 2028 goed.
Dagelijks worden werken en herstellingen aan nutsleidingen uitgevoerd op het gemeentelijk grondgebied, die vanzelfsprekend een invloed op het openbaar domein hebben.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de retributie op werken aan nutsvoorzieningen (elektriciteit en gas) op gemeentelijk openbaar domein voor de periode 2026 - 2028 goed te keuren.
Gelet op het feit dat de stad/gemeente en de burgers voortdurend geconfronteerd worden met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied;
Gelet op het feit dat deze nutsvoorzieningen werkzaamheden vergen langs de gemeentelijke wegen en aldus een impact hebben op het openbaar domein;
Gelet op de goedkeuring door de stad/gemeente van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden;
Gelet op het feit dat deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten;
Gelet op het feit dat er op het vlak van het onderhoud en de herstellingen ook geregeld dringende werken moeten worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en dat er daarnaast een aantal werken zijn zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein;
Gelet op de actualisatie van de code naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP...;
Artikel 1 - Algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de stad/gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de stad/gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028.
Artikel 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken.
Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1 euro per op het grondgebied van de stad/gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de stad/gemeente.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast., naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de stad/gemeente.
Artikel 4 – Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
DE gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op de overnachtingen in toeristische logies 2026 - 2031.
De gemeente levert inspanningen voor veiligheid, infrastructuur, verfraaiing, afvalbeheersing en toeristische ontwikkeling van de gemeente. De logiesverstrekkende sector haalt voordeel uit deze inspanningen. Toeristen en tijdelijke verblijvers kunnen genieten van deze inspanningen, maar leveren geen bijdrage in de algemene financiering van de kosten.
Om deze reden is het billijk een belasting op de overnachtingen in toeristische logies in te voeren.
De belasting is verschuldigd door de uitbater van toeristische logies. Het is onder meer de uitbater van toeristische logies die economisch voordeel haalt uit de investeringen en inspanningen die de stad Aarschot levert op vlak van toerisme. De uitbater kan de kost doorrekenen aan de toerist.
De beperkte prijsverhoging stimuleert kwaliteitsvol toerisme.
Dankzij de bestaande registratie- en meldingsplicht kan deze belasting op een relatief eenvoudige manier worden geïnd, zonder noemenswaardige administratieve lasten.
In het licht van het label ‘Kindvriendelijke Stad’ is het verantwoord om enkel overnachtingen van personen vanaf 12 jaar in de berekening van de belasting op te nemen.
De vrijstellingen voor jeugdverblijven en initiatieven rond vakantieparticipatie zijn gerechtvaardigd, gezien het duidelijke maatschappelijk belang van deze organisaties.
Ook de vrijstelling voor kampeerverblijfparken is verantwoord, aangezien deze verblijven al onderworpen zijn aan een specifieke belasting.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld het belastingreglement op de overnachtingen in toeristische logies 2026 - 2031 goed te keuren.
De gemeente levert inspanningen voor veiligheid, infrastructuur, verfraaiing, afvalbeheersing en toeristische ontwikkeling van de gemeente. De logiesverstrekkende sector haalt voordeel uit deze inspanningen. Toeristen en tijdelijke verblijvers kunnen genieten van deze inspanningen, maar leveren geen bijdrage in de algemene financiering van de kosten.
Om deze reden is het billijk een belasting op de overnachtingen in toeristische logies in te voeren.
De belasting is verschuldigd door de uitbater van toeristische logies. Het is onder meer de uitbater van toeristische logies die economisch voordeel haalt uit de investeringen en inspanningen die de stad Aarschot levert op vlak van toerisme. De uitbater kan de kost doorrekenen aan de toerist.
De beperkte prijsverhoging stimuleert kwaliteitsvol toerisme.
Dankzij de bestaande registratie- en meldingsplicht kan deze belasting op een relatief eenvoudige manier worden geïnd, zonder noemenswaardige administratieve lasten.
In het licht van het label ‘Kindvriendelijke Stad’ is het verantwoord om enkel overnachtingen van personen vanaf 12 jaar in de berekening van de belasting op te nemen.
De vrijstellingen voor jeugdverblijven en initiatieven rond vakantieparticipatie zijn gerechtvaardigd, gezien het duidelijke maatschappelijk belang van deze organisaties.
Ook de vrijstelling voor kampeerverblijfparken is verantwoord, aangezien deze verblijven al onderworpen zijn aan een specifieke belasting.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Aantal overnachtingen in 2024 = 44.820
Inkomsten worden voorzien op MJP200550.
Voorstel om volgende wijziging aan te brengen in het ontwerpbesluit, nl. toevoeging van artikel 14. inwerkingtreding.
'Dit besluit treedt in werking vanaf 1 juli 2026.'
De rest van het ontwerpbesluit blijft ongewijzigd.
Gelet op de resultaten van de stemming over het amendement:
de gemeenteraad keurt het voorliggende amendement unaniem goed.
De geamendeerde beslissing wordt besproken.
Artikel 1. belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op het verstrekken van toeristische logies aan personen in daartoe uitgeruste gelegenheden zoals onder meer hotels, motels, gastenkamers, vakantiewoningen en vakantielogies.
Artikel 2. definities
Voor de toepassing van het reglement wordt verstaan onder:
Toerist: elke persoon die zich met het oog op vrijetijdsbesteding, ontspanning, persoonlijke ontwikkeling, beroepsuitoefening of zakelijk contact begeeft naar of verblijft in een andere dan zijn alledaagse leefomgeving;
Toeristische logies: elke constructie, inrichting of ruimte met uitgeruste kamers, in eender welke vorm en ongeacht haar benaming, dat aan één of meer toeristen de mogelijkheid tot verblijf biedt voor minstens één nacht en dat al dan niet gratis wordt aangeboden op de toeristische markt en/of werd aangemeld bij Toerisme Vlaanderen en/of een erkenning heeft ontvangen.
Worden uitdrukkelijk uitgesloten als toeristische logies:
Artikel 3. belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die een logiesverstrekkend bedrijf uitbaat.
Artikel 4. berekeningsgrondslag en tarief
§1. De belasting wordt vastgesteld per persoon per nacht.
De belasting bedraagt:
§2. De belasting is verschuldigd per kwartaal. Een overnachting die start in kwartaal N en eindigt in kwartaal N + 1 wordt beschouwd als een overnachting in kwartaal N +1.
§3. Indien de uitbater zijn exploitatie stopt of overdraagt in de loop van een kwartaal, is de exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden tijdens de periode dat hij het toeristisch logies heeft aangeboden.
Ingeval van overdracht is de overnemende uitbater de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden vanaf de datum van overdracht.
In geval van een overnachting die start in de exploitatieperiode van de overdragende uitbater en eindigt in de exploitatieperiode van de overnemende uitbater, is de belasting verschuldigd door de overnemende uitbater.
Artikel 5. vrijstellingen
Worden vrijgesteld van deze belasting:
Artikel 6. kohierbelasting
De belasting zal worden ingevorderd bij wijze van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7. registerplicht
§1. De uitbater moet een register bijhouden waarin het aantal overnachtingen per nacht wordt vermeld. Dit register moet steeds ter inzage liggen in het logiesverstrekkend bedrijf ter controle en vermeldt de meest recente stand van het aantal overnachtingen en de datum.
Het register moet in elk geval minimaal de volgende gegevens bevatten:
Artikel 8. aangifteplicht
De belastingplichtige is gehouden ten laatste op 30 april (kwartaal 1), 31 juli (kwartaal 2), 31 oktober (kwartaal 3) van het aanslagjaar en op 31 januari van het volgend aanslagjaar (kwartaal 4) een aangifte in te dienen bij het stadsbestuur op een door het stadsbestuur voorgeschreven formulier.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, moet zelf een aangifteformulier vragen via aangifte@aarschot.be en is gehouden uiterlijk op 30 april (kwartaal 1), 31 juli (kwartaal 2), 31 oktober (kwartaal 3) van het aanslagjaar en op 31 januari van het volgend aanslagjaar (kwartaal 4), aan het stadsbestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Artikel 9. meldingsplicht
§1. De uitbater van een logiesverstrekkend bedrijf moet ingeval van stopzetting of het starten van een nieuwe exploitatie dit onmiddellijk meedelen aan het stadsbestuur, met in desbetreffend geval de gegevens van de overnemer (ondernemingsnummer, benaming en adresgegevens).
§2. Elke nieuwe uitbater die zich vestigt op het grondgebied moet dit binnen een periode van een maand na aanvang van de exploitatie aan het stadsbestuur.
§3. Deze meldingen dienen te gebeuren via:
Artikel 10. ambtshalve vestiging
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 8 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte,wordt de belasting ambtshalve ingekohierd op basis van de maximumcapaciteit van de exploitant.
In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met 50%. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 11. betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12. bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van contante inning.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend.
Artikel 13. bekendmaking
De bekendmaking van het besluit gebeurt overeenkomstig de artikelen 286 t/m 288 van het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017. Overeenkomstig artikel 330 van hetzelfde decreet wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het besluit.
Artikel 14. inwerkingtreding.
Dit besluit treedt in werking vanaf 1 juli 2026.
De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op verwaarloosde woningen en gebouwen 2026 - 2031.
Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de stad een verarming betekent.
Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.
Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.
Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar zijn voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.
Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.
Gemeenten die een subsidieaanvraag indienen voor intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zijn verplicht een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij te houden.
De strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen zal enkel een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een verwaarlozingsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.
De vrijstellingen van belasting, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de stad.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen 2026 - 2031 goed te keuren.
Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de stad een verarming betekent.
Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.
Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.
Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar zijn voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.
Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.
Gemeenten die een subsidieaanvraag indienen voor intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zijn verplicht een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij te houden.
De strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen zal enkel een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een verwaarlozingsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele belastingen zodat een financieel evenwicht kan bereikt worden in het meerjarenplan.
De vrijstellingen van belasting, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de stad.
HOOFDSTUK 1. DEFINITIES en BEVOEGDHEID
Artikel 1. begripsomschrijving
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 are. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats.
2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:
4°. IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister toevertrouwd krijgt;
5° Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register dat de lijst bevat van de als verwaarloosd geïnventariseerde woningen en gebouwen;
6° Opnamedatum: datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister. Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de verwaarlozing. De opnamedatum is het referentiepunt om de verjaardag te bepalen;
7° Registerbeheerder: de door IGO div of de gemeente aangestelde personeelsleden die belast worden met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk verwaarlozingsregister voor woningen en gebouwen;
8° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
9° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
Artikel 2.
§1. De gemeente vertrouwt in navolging van de overeenkomst inzake ondersteuning van het lokaal woonbeleid met IGO div, de bevoegdheid tot opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk verwaarlozingsregister over aan de dienstverlenende intergemeentelijke vereniging IGO div.
Concreet betekent dit dat de door IGO div aangeduide personeelsleden, zijnde de registerbeheerders, belast worden met volgende taken:
§2. De gemeente behoudt zich het recht voor om medewerkers van de “interlokale vereniging omgeving en wonen stadsregio Demerland” aan te duiden voor de uitvoering van deze taken.
§3. De door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§4. Het college van burgemeester en schepenen blijft exclusief bevoegd voor de beroepen tegen de opname in het verwaarlozingsregister.
HOOFDSTUK 2. BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 3. belastingtermijn en belastbare grondslag
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het verwaarlozingsregister.
Artikel 4. belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opname. Als er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de totale belastingschuld, dat wil zeggen dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.
§2. Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger op de hoogte brengen van de opname van het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister.
Daarnaast moet de overdrager van het zakelijk recht de gemeente per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van de notaris bezorgen, binnen twee maanden na het verlijden van deze akte.
De kopie of het attest bevat minstens volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd, voor zover de gemeente op het moment van het verschuldigd worden van de belasting niet op de hoogte is dat er een overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden
Artikel 5. aanslagvoet en berekeningsbasis
§1. De belasting bedraagt 1.500 euro voor een verwaarloosd gebouw of woning is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het verwaarlozingsregister.
§2. Per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister staat, wordt de belasting vermeerderd met 150%.
De verschuldigde belasting bedraagt dan voor:
§3. De anciënniteit van de belasting wordt bepaald volgens de anciënniteit die de woning opgebouwd heeft binnen de inventaris.
§4. Bij een overdracht van het zakelijk recht van de woning zal het aantal verjaardagen op 0 gesteld worden. De verjaardag blijft behouden voor de berekening van de termijnen.
§5. Zolang de geïnventariseerde woning of het gebouw niet uit de inventaris is geschrapt en er geen lopende vrijstelling van de belasting is, is deze belasting verschuldigd op het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.
Artikel 6. vrijstellingen
§1. Uitsluitend de vrijstellingen die opgesomd zijn in dit reglement worden toegepast en kunnen slechts aangevraagd worden via het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat als bijlage aan dit reglement opgenomen werd. Dit aanvraagformulier wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, per beveiligde zending bezorgd aan de administratie.
§2. Een aanvraag van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van twaalf maanden na datum van opname in het verwaarlozingsregister. Eens de verjaardag van de opnamedatum is verlopen, kan er geen vrijstelling meer gevraagd worden voor die periode en zal de belasting verschuldigd zijn.
§3. Een aanvraag van een verlenging van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het einde van de lopende vrijstelling. Eens de lopende vrijstelling verstreken is, kan er geen verlenging van deze vrijstelling meer gevraagd worden
§4. Een vrijstelling wordt telkens voor een periode van 12 maanden toegekend. Indien er volgens het reglement voor meerdere jaren een vrijstelling kan toegekend worden, moet de vrijstelling elk jaar opnieuw aangevraagd worden via het aanvraagformulier.
§5. Een vrijstelling kan worden verleend indien de zakelijk gerechtigde:
§6. Een vrijstelling kan worden verleend indien de woning of het gebouw:
Artikel 7. inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8. betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9. beroep tegen de weigering van een vrijstelling
§1. Binnen een termijn van 30 dagen, die ingaat de dag na de datum van de verzending van de beslissing tot weigering van de vrijstelling, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de weigering.
Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.
Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.
§2. Het beroep wordt behandeld zoals het beroep tegen de belasting zoals vermeld in artikel 10 van dit reglement.
Artikel 10. beroep tegen de belasting
§1. Binnen een termijn van drie maanden, die ingaat de dag na de datum van de verzending van het aanslagbiljet, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de belasting.
Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.
Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.
§2. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als:
Als het beroep onontvankelijk is, wordt dat aan de indiener meegedeeld.
§4. Als het beroep ontvankelijk is, wordt de gegrondheid onderzocht. Dit kan gebeuren op basis van bijgevoegde stukken maar ook door een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning of het gebouw geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
Artikel 11. overgangsbepalingen
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het belastingreglement van 12 december 2019 op verwaarloosde woningen en gebouwen blijven geldig voor de looptijd bepaald in dat reglement.
Artikel 12. inwerkingtreding
Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met betrekking tot het inventariseren en belasten van verwaarloosde woningen en gebouwen. Woningen die opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement blijven opgenomen in het register met behoud van opnamedatum.
De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op ongeschikte en onbewoonbare woningen en kamers 2026 - 2031.
De kwaliteit van woningen op het grondgebied van de stad moet bewaakt worden om het grondrecht op menswaardig wonen van de inwoners van de stad te vrijwaren.
Vanaf het aanslagjaar 2017 wordt de gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen niet geheven in gemeenten met een eigen belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen teneinde een dubbele heffing te vermijden, mits deze in overeenstemming is met artikel 2.5.1.0.1. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
De strijd tegen de ongeschikte en onbewoonbare woningen zal enkel een effect zal hebben als de opname van dergelijke woningen in een register ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele belastingen zodat een financieel evenwicht kan bereikt worden in het meerjarenplan.
De vrijstellingen van belasting, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de stad.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld de belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen en kamers 2026 - 2031 goed te keuren.
De kwaliteit van woningen op het grondgebied van de stad moet bewaakt worden om het grondrecht op menswaardig wonen van de inwoners van de stad te vrijwaren.
Vanaf het aanslagjaar 2017 wordt de gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen niet geheven in gemeenten met een eigen belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen teneinde een dubbele heffing te vermijden, mits deze in overeenstemming is met artikel 2.5.1.0.1. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
De strijd tegen de ongeschikte en onbewoonbare woningen zal enkel een effect zal hebben als de opname van dergelijke woningen in een register ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.
De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van rendabele belastingen zodat een financieel evenwicht kan bereikt worden in het meerjarenplan.
De vrijstellingen van belasting, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de stad.
HOOFDSTUK 1. DEFINITIES
Artikel 1. begripsomschrijving
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:
3° Opnamedatum: datum waarop de woning opgenomen wordt in de VIVOO. De opnamedatum is het referentiepunt om de verjaardag te bepalen.
4° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke periode van 12 maanden vanaf de opnamedatum, zolang de woning niet uit de VIVOO is geschrapt.
5° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals bepaald in artikel 1.3, 66° van de Vlaamse Codex Wonen;
6° Kamer: woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor één of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt, zoals bepaald in artikel 1.3, 25° van de Vlaamse Codex Wonen;
7° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
HOOFDSTUK 2. BELASTING
Artikel 2. belastingbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op de woningen en kamers op het grondgebied van de gemeente die werden opgenomen op de VIVOO.
Artikel 3. belastingplichtig
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de geïnventariseerde woning op de verjaardag van de opname. Als er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de totale belastingschuld, dat wil zeggen dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.
§2. Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger op de hoogte brengen van de opname van het gebouw of de woning in de VIVOO.
Daarnaast moet de overdrager van het zakelijk recht de gemeente per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van de notaris bezorgen, binnen twee maanden na het verlijden van deze akte. De kopie of het attest bevat minstens volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd, voor zover de gemeente op het moment van het verschuldigd worden van de belasting niet op de hoogte is dat er een overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden.
Artikel 4. aanslagvoet en berekeningsbasis
§1. De belasting bedraagt 1.500 euro voor een geïnventariseerde woning en 500 euro voor een geïnventariseerde kamer en is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of kamer gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in de VIVOO.
§2. Per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de woning in de VIVOO staat, wordt de belasting vermeerderd met 150%.
De verschuldigde belasting bedraagt dan voor:
WONING
§3. De anciënniteit van de belasting wordt bepaald volgens de anciënniteit die de woning opgebouwd heeft binnen de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen. Vrijstellingen hebben geen invloed op de berekening van de termijnen.
§4. Bij een overdracht van het zakelijk recht van de woning zal het aantal verjaardagen op 0 gesteld worden. De verjaardag blijft behouden voor de berekening van de termijnen.
§5. Zolang de geïnventariseerde woning niet uit de VIVOO is geschrapt en er geen lopende vrijstelling van de belasting is, is deze belasting verschuldigd op het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.
Artikel 5. vrijstellingen
§1. Uitsluitend de vrijstellingen die opgesomd zijn in dit reglement worden toegepast en kunnen slechts aangevraagd worden via het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat als bijlage aan dit reglement opgenomen werd. Dit aanvraagformulier wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, per beveiligde zending bezorgd aan de administratie.
§2. Een aanvraag van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van twaalf maanden na datum van opname in de VIVOO. Eens de verjaardag van de opnamedatum is verlopen, kan er geen vrijstelling meer gevraagd worden voor die periode en zal de belasting verschuldigd zijn.
§3. Een aanvraag van een verlenging van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het einde van de lopende vrijstelling. Eens de lopende vrijstelling verstreken is, kan er geen verlenging van deze vrijstelling meer gevraagd worden
§4. Een vrijstelling wordt telkens voor een periode van 12 maanden toegekend. Indien er volgens het reglement voor meerdere jaren een vrijstelling kan toegekend worden, moet de vrijstelling elk jaar opnieuw aangevraagd worden via het aanvraagformulier.
§5. Een vrijstelling kan worden verleend indien de zakelijk gerechtigde:
§6. Een vrijstelling kan worden verleend indien de woning:
a. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld. Deze vrijstelling is aanvraagbaar of verlengbaar voor zover de onteigening niet werd uitgevoerd.
b. zich op een perceel bevindt dat deel uitmaakt van een conform verklaard bodemsaneringsproject. De vrijstelling gaat in op datum van conformverklaring van het project of, indien die datum meer dan 12 maanden voor de opnamedatum ligt, op datum van de aanvraag van de vrijstelling. De vrijstelling geldt voor 12 maanden. Bij de aanvraag wordt het bewijs van de conformverklaring toegevoegd. De vrijstelling is jaarlijks verlengbaar maar de totale termijn van de vrijstelling zal nooit de termijn van 60 maanden na conformverklaring van het bodemsaneringsproject overschrijden.
c. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt 12 maanden vanaf de datum van de vernieling of beschadiging en kan 2 keer verlengd worden met telkens 12 maanden op basis van een gemotiveerd verzoek waarin de belastingplichtige aantoont dat het gebouw door redenen gerelateerd aan de ramp nog niet hersteld of gesloopt kon worden. Dit dient door de belastingplichtige met alle mogelijke bewijsvoeringen en verklaringen aangetoond te worden.
d. gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning of omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken. Deze vrijstelling geldt gedurende 12 maanden volgend op de datum van aflevering van de omgevingsvergunning en is viermaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden.
De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:
Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit punt e van dit artikel gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.
e. gerenoveerd wordt blijkens een gedetailleerd renovatiedossier waaruit blijkt dat de vastgestelde woningkwaliteitsproblemen zullen verholpen worden, op voorwaarde dat de geplande renovatiewerken niet vergunningsplichtig zijn. Deze vrijstelling geldt 12 maanden per woning.
Het gedetailleerd renovatiedossier moet minstens de volgende elementen bevatten:
De aanvrager van de vrijstelling van belasting geeft toelating de geplande en uitgevoerde werken te controleren. De administratie kan de aanvraag tot vrijstelling van belasting weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zouden zijn om één jaar te duren en/of wanneer de geplande renovatie werken de onbewoonbaarheid niet zullen verhelpen.
De aanvraag is viermaal aansluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden. De aanvraag voor een verlenging dient te gebeuren voor het verstrijken van de lopende vrijstelling.
De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:
Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit artikel 5 §6 punt d gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.
f. gesloopt wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning.
De vrijstelling geldt 12 maanden volgend op de aflevering van de omgevingsvergunning en kan per woning slechts één keer aangevraagd worden.
g. het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 5.82 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Deze vrijstelling geldt voor een termijn van 12 maanden en is verlengbaar zolang het sociaal beheer aanhoudt.
h. onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van 12 maanden volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik. Deze vrijstelling kan telkens voor een periode van 12 maanden verlengd worden mits gemotiveerd verzoek. De bewijslast hiervan ligt bij de belastingplichtige. Administratieve verzegelingen van ongeschikt- en/of onbewoonbaar verklaarde woningen vallen niet onder deze vrijstelling.
Artikel 7. inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8. betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9. beroep tegen de weigering van een vrijstelling
§1. Binnen een termijn van 30 dagen, die ingaat de dag na de datum van de verzending van de beslissing tot weigering van de vrijstelling, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de weigering.
Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.
Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.
§2. Het beroep wordt behandeld zoals het beroep tegen de belasting zoals vermeld in artikel 10 van dit reglement.
Artikel 10. beroep tegen de belasting
§1. Binnen een termijn van drie maanden, die ingaat de dag na de datum van de verzending van het aanslagbiljet, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de belasting.
Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.
Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.
§2. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als:
Als het beroep onontvankelijk is, wordt dat aan de indiener meegedeeld.
§4. Als het beroep ontvankelijk is, wordt de gegrondheid onderzocht. Dit kan gebeuren op basis van bijgevoegde stukken maar ook door een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
Artikel 11. overgangsbepalingen
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het belastingreglement van 12 december 2019 op de ongeschikte en onbewoonbare woningen blijven geldig voor de looptijd bepaald in dat reglement.
Artikel 12. inwerkingtreding
Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met betrekking tot belasting op als ongeschikt en onbewoonbare woningen en kamers.
De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op leegstaande woningen 2026 - 2031.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.
Leegstaande woningen en gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.
Leegstaande woningen en gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan. Bewoonde woningen zorgen voor een levendige omgeving, meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.
Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Elk bestuur dat subsidies ontvangt in het kader van de ondersteuning van het lokaal woonbeleid is verplicht een leegstandsregister bij te houden.
De strijd tegen de leegstaande woningen zal enkel een effect zal hebben als de opname van dergelijke woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting. Een heffing heeft een ontradend effect en is een instrument om het aanbod aan beschikbare panden te bevorderen.
De vrijstellingen, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om de belasting op leegstaande woningen 2026 - 2031 goed te keuren.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.
Leegstaande woningen en gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.
Leegstaande woningen en gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan. Bewoonde woningen zorgen voor een levendige omgeving, meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.
Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Elk bestuur dat subsidies ontvangt in het kader van de ondersteuning van het lokaal woonbeleid is verplicht een leegstandsregister bij te houden.
De strijd tegen de leegstaande woningen zal enkel een effect zal hebben als de opname van dergelijke woningen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting. Een heffing heeft een ontradend effect en is een instrument om het aanbod aan beschikbare panden te bevorderen.
De vrijstellingen, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Artikel 1. begripsomschrijving
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:
3°. IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toevertrouwd krijgt;
4° Leegstandsregister: het gemeentelijk register dat de lijst bevat van de als leegstaand geïnventariseerde woningen;
5° Opnamedatum: datum waarop de woning opgenomen wordt in het leegstandsregister. Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de leegstand. De opnamedatum is het referentiepunt om de verjaardag te bepalen.
6° Registerbeheerder: de door IGO div of de gemeente aangestelde personeelsleden die belast worden met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister voor woningen en gebouwen;
7° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;
8° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
Artikel 2. belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op woningen op het grondgebied van de gemeente die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.
Artikel 3. belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de geïnventariseerde woning op de verjaardag van de opname. Als er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de totale belastingschuld, dat wil zeggen dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.
§2. Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger op de hoogte brengen van de opname van de woning in het leegstandsregister.
Daarnaast moet de overdrager van het zakelijk recht de gemeente per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van de notaris bezorgen, binnen twee maanden na het verlijden van deze akte.
De kopie of het attest bevat minstens volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd, voor zover de gemeente op het moment van het verschuldigd worden van de belasting niet op de hoogte is dat er een overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden.
Artikel 4. aanslagvoet en berekeningsbasis
§1. De belasting bedraagt 1.500 euro voor een geïnventariseerde woning en is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
§2. Per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de woning in het leegstandsregister staat, wordt de belasting vermeerderd met 150%.
De verschuldigde belasting bedraagt dan voor:
§3. De anciënniteit van de belasting wordt bepaald volgens de anciënniteit die de woning opgebouwd heeft op het leegstandsregister. Vrijstellingen hebben geen invloed op de berekening van de termijnen.
§4. Bij een overdracht van het zakelijk recht van de woning zal het aantal verjaardagen op 0 gesteld worden. De verjaardag blijft behouden voor de berekening van de termijnen.
§5. Zolang de geïnventariseerde woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt en er geen lopende vrijstelling van de belasting is, is deze belasting verschuldigd op het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.
Artikel 5. vrijstellingen
§1. Uitsluitend de vrijstellingen die opgesomd zijn in dit reglement worden toegepast en kunnen slechts aangevraagd worden via het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat als bijlage aan dit reglement opgenomen werd. Dit aanvraagformulier wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, per beveiligde zending bezorgd aan de administratie.
§2. Een aanvraag van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van twaalf maanden na datum van opname in het leegstandsregister. Eens de verjaardag van de opnamedatum is verlopen, kan er geen vrijstelling meer gevraagd worden voor die periode en zal de belasting verschuldigd zijn
§3. Een aanvraag van een verlenging van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het einde van de lopende vrijstelling. Eens de lopende vrijstelling verstreken is, kan er geen verlenging van deze vrijstelling meer gevraagd worden.
§4. Een vrijstelling wordt telkens voor een periode van 12 maanden toegekend. Indien er volgens het reglement voor meerdere jaren een vrijstelling kan toegekend worden, moet de vrijstelling elk jaar opnieuw aangevraagd worden via het aanvraagformulier.
§5. Een vrijstelling kan worden verleend indien de zakelijk gerechtigde:
§6. Een vrijstelling kan worden verleend indien de woning:
a. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld. Deze vrijstelling is aanvraagbaar of verlengbaar voor zover de onteigening niet werd uitgevoerd.
b. zich op een perceel bevindt dat deel uitmaakt van een conform verklaard bodemsaneringsproject. De vrijstelling gaat in op datum van conformverklaring van het project of, indien die datum meer dan 12 maanden voor de opnamedatum ligt, op datum van de aanvraag van de vrijstelling. De vrijstelling geldt voor 12 maanden. Bij de aanvraag wordt het bewijs van de conformverklaring toegevoegd. De vrijstelling is jaarlijks verlengbaar maar de totale termijn van de vrijstelling zal nooit de termijn van 60 maanden na conformverklaring van het bodemsaneringsproject overschrijden.
c. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt 12 maanden vanaf de datum van de vernieling of beschadiging en kan 2 keer verlengd worden met telkens 12 maanden op basis van een gemotiveerd verzoek waarin de belastingplichtige aantoont dat de woning door redenen gerelateerd aan de ramp nog niet hersteld of gesloopt kon worden. Dit dient door de belastingplichtige met alle mogelijke bewijsvoeringen en verklaringen aangetoond te worden.
d. gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning of omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken. Deze vrijstelling geldt gedurende 12 maanden volgend op de datum van aflevering van de omgevingsvergunning en is viermaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden.
De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:
Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit punt e van dit artikel gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.
e. §1. gerenoveerd wordt blijkens een gedetailleerd renovatiedossier, op voorwaarde dat de geplande renovatiewerken niet vergunningsplichtig zijn. Deze vrijstelling geldt 12 maanden.
Het gedetailleerd renovatiedossier moet minstens de volgende elementen bevatten:
De aanvrager van de vrijstelling van belasting geeft toelating de geplande en uitgevoerde werken te controleren. De administratie kan de aanvraag tot vrijstelling van belasting weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zouden zijn om één jaar te duren en/of wanneer de geplande renovatie werken niet nodig zijn om de leegstand te verhelpen.
§2. De aanvraag is viermaal aansluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden. De aanvraag voor een verlenging dient te gebeuren voor het verstrijken van de lopende vrijstelling.
De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:
Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit artikel 5 §6 punt d gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.
f. gesloopt wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning. De vrijstelling geldt 12 maanden volgend op de aflevering van de omgevingsvergunning en kan per woning slechts één keer aangevraagd worden;
g. het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 5.82 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Deze vrijstelling geldt voor een termijn van 12 maanden en is verlengbaar zolang het sociaal beheer aanhoudt.
h. onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure.
Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van 12 maanden volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik. Deze vrijstelling kan telkens voor een periode van 12 maanden verlengd worden mits gemotiveerd verzoek. De bewijslast hiervan ligt bij de belastingplichtige. Administratieve verzegelingen van ongeschikt- en/of onbewoonbaar verklaarde woningen vallen niet onder deze vrijstelling.
Artikel 6. inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7. betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8. beroep tegen de weigering van een vrijstelling
§1. Binnen een termijn van 30 dagen, die ingaat de dag na de datum van de verzending van de beslissing tot weigering van de vrijstelling, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de weigering. Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.
Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.
§2. Het beroep wordt behandeld zoals het beroep tegen de belasting zoals vermeld in artikel 9 van dit reglement.
Artikel 9. beroep tegen de belasting
§1. Binnen een termijn van drie maanden, die ingaat de dag na de datum van de verzending van het aanslagbiljet, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de belasting. Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.
Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als:
Als het beroep onontvankelijk is, wordt dat aan de indiener meegedeeld.
§4. Als het beroep ontvankelijk is, wordt de gegrondheid onderzocht. Dit kan gebeuren op basis van bijgevoegde stukken maar ook door een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
Artikel 10. overgangsbepalingen
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het belastingreglement van 12 december 2019 op leegstaande woningen blijven geldig voor de looptijd bepaald in dat reglement.
Artikel 11. inwerkingtreding
Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met betrekking tot inventarisatie en belasting van leegstaande woningen. Woningen die opgenomen zijn in het leegstandsregister voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement blijven opgenomen in het register met behoud van opnamedatum.
De gemeenteraad stemt in met het belastingreglement op leegstaande gebouwen 2026 - 2031.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.
Leegstaande gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.
Leegstaande gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan.
Leegstaande gebouwen vormen één van de meest hinderlijke elementen in het straatbeeld van een handels- en/of dorpskern. Ze hebben een nefaste impact op de beeldkwaliteit, het handelsapparaat en de sfeer en beleving in een handels- of dorpskern.
Een leegstandsbeleid voor gebouwen werd uitgewerkt en een integrale leegstandsaanpak voor gebouwen wordt gehanteerd waarbij eigenaars handvaten krijgen aangereikt om leegstand te voorkomen.
Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Elk bestuur dat subsidies ontvangt in het kader van de ondersteuning van het lokaal woonbeleid is verplicht een leegstandsregister bij te houden.
De strijd tegen de leegstaande gebouwen zal enkel een effect zal hebben als de opname van dergelijke gebouwen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.
Een heffing heeft een ontradend effect en is een instrument om het aanbod aan beschikbare panden te bevorderen.
De vrijstellingen, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Aan de gemeenteraad wordt voorgesteld om de belasting op leegstaande gebouwen 2026 - 2031 goed te keuren.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt wegens de groter wordende ecologische en maatschappelijke druk.
Leegstaande gebouwen brengen een schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle gebouwen met zich mee met een stijging van huur- en verkoopprijzen als gevolg.
Leegstaande gebouwen kunnen een negatieve impact hebben op de leefomgeving en de uitstraling ervan.
Leegstaande gebouwen vormen één van de meest hinderlijke elementen in het straatbeeld van een handels- en/of dorpskern. Ze hebben een nefaste impact op de beeldkwaliteit, het handelsapparaat en de sfeer en beleving in een handels- of dorpskern.
Een leegstandsbeleid voor gebouwen werd uitgewerkt en een integrale leegstandsaanpak voor gebouwen wordt gehanteerd waarbij eigenaars handvaten krijgen aangereikt om leegstand te voorkomen.
Op basis van artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Elk bestuur dat subsidies ontvangt in het kader van de ondersteuning van het lokaal woonbeleid is verplicht een leegstandsregister bij te houden.
De strijd tegen de leegstaande gebouwen zal enkel een effect zal hebben als de opname van dergelijke gebouwen in een leegstandsregister ook daadwerkelijk leidt tot een belasting.
Een heffing heeft een ontradend effect en is een instrument om het aanbod aan beschikbare panden te bevorderen.
De vrijstellingen, die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Artikel 1. begripsomschrijving
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° Bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 are. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats.
2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijze:
4°. IGO div: de intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister toevertrouwd krijgt;
5° Leegstandsregister: het gemeentelijk register dat de lijst bevat van de als leegstaand geïnventariseerde woningen en gebouwen;
6° Opnamedatum: datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het leegstandsregister. Als datum geldt de datum van opmaak van het opnameattest tot vaststelling van de leegstand. De opnamedatum is het referentiepunt om de verjaardag te bepalen.
7° Registerbeheerder: de door IGO div of de gemeente aangestelde personeelsleden die belast worden met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk leegstandsregister voor woningen en gebouwen;
8° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
9° Kernwinkelgebied: volgende straten behoren tot het kernwinkelgebied. Waar huisnummers worden vermeld, beperkt het reglement zich tot de opgegeven nummers. In de andere gevallen worden de volledige straten bedoeld.
Artikel 2. belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.
Artikel 3. belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van de geïnventariseerde gebouw op de verjaardag van de opname. Als er meerdere zakelijk gerechtigden zijn, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de totale belastingschuld, dat wil zeggen dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.
§2. Bij overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager de verkrijger op de hoogte brengen van de opname van het gebouw in het leegstandsregister.
Daarnaast moet de overdrager van het zakelijk recht de gemeente per aangetekend schrijven een kopie van de notariële akte of een attest van de notaris bezorgen, binnen twee maanden na het verlijden van deze akte.
De kopie of het attest bevat minstens volgende gegevens:
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd, voor zover de gemeente op het moment van het verschuldigd worden van de belasting niet op de hoogte is dat er een overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden.
Artikel 4. aanslagvoet en berekeningsbasis
§1. De belasting voor een leegstaand gebouw binnen het kernwinkelgebied bedraagt 298 euro per strekkende meter gevellengte van het gebouw.
Als gevellengte wordt beschouwd de projectie van de afstand tussen de uiterste punten van de gebouwen op de straatzijde. De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt. De gedeelten kleiner dan een halve meter worden weggelaten; de gedeelten gelijk aan of boven een halve meter worden aangerekend als volle meter. Wanneer het gebouw paalt aan twee of meer straten, zal de grondslag voor de belastingberekening de helft van de som van de gevellengten van elk der straatzijden in aanmerking genomen worden.
De minimumaanslag per gebouw bedraagt 2.980 euro.
Per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat het gebouw in het leegstandsregister staat, wordt de belasting vermeerderd met 100 %.
De verschuldigde belasting voor gebouwen bedraagt dan voor:
§2. De belasting voor een leegstaand gebouw buiten het kernwinkelgebied bedraagt 155 euro per strekkende meter gevellengte van het gebouw. Als gevellengte wordt beschouwd de projectie van de afstand tussen de uiterste punten van de gebouwen op de straatzijde. De belastbare lengte wordt steeds in volle meter uitgedrukt.
De gedeelten kleiner dan een halve meter worden weggelaten. De gedeelten gelijk aan of boven een halve meter worden aangerekend als volle meter. Wanneer het gebouw paalt aan twee of meer straten, zal de grondslag voor de belastingberekening de helft van de som van de gevellengten van elk der straatzijden in aanmerking genomen worden.
De minimumaanslag per gebouw bedraagt 1.550 euro.
Per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat het gebouw in het leegstandsregister staat, wordt de belasting vermeerderd met 100 %.
De verschuldigde belasting voor gebouwen bedraagt dan voor:
§3. De anciënniteit van de belasting wordt bepaald volgens de anciënniteit die het gebouw opgebouwd heeft op het leegstandsregister. Vrijstellingen hebben geen invloed op de berekening van de termijnen.
§4. Bij een overdracht van het zakelijk recht van het gebouw zal het aantal verjaardagen op 0 gesteld worden. De verjaardag blijft behouden voor de berekening van de termijnen.
§5. Zolang het geïnventariseerde gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt en er geen lopende vrijstelling van de belasting is, is deze belasting verschuldigd op het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden.
Artikel 5. vrijstellingen
§1. Uitsluitend de vrijstellingen die opgesomd zijn in dit reglement worden toegepast en kunnen slechts aangevraagd worden via het daartoe bestemde aanvraagformulier, dat als bijlage aan dit reglement opgenomen werd. Dit aanvraagformulier wordt, vergezeld van de nodige bewijsstukken, per beveiligde zending bezorgd aan de administratie.
§2. Een aanvraag van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het verstrijken van de eerste of een volgende termijn van twaalf maanden na datum van opname in het leegstandsregister. Eens de verjaardag van de opnamedatum is verlopen, kan er geen vrijstelling meer gevraagd worden voor die periode en zal de belasting verschuldigd zijn
§3. Een aanvraag van een verlenging van een vrijstelling moet de administratie bereikt hebben voor het einde van de lopende vrijstelling. Eens de lopende vrijstelling verstreken is, kan er geen verlenging van deze vrijstelling meer gevraagd worden.
§4. Een vrijstelling wordt telkens voor een periode van 12 maanden toegekend. Indien er volgens het reglement voor meerdere jaren een vrijstelling kan toegekend worden, moet de vrijstelling elk jaar opnieuw aangevraagd worden via het aanvraagformulier.
§5. Een vrijstelling kan worden verleend indien de zakelijk gerechtigde:
§6. Een vrijstelling kan worden verleend indien het gebouw:
a. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld. Deze vrijstelling is aanvraagbaar of verlengbaar voor zover de onteigening niet werd uitgevoerd.
b. zich op een perceel bevindt dat deel uitmaakt van een conform verklaard bodemsaneringsproject. De vrijstelling gaat in op datum van conformverklaring van het project of, indien die datum meer dan 12 maanden voor de opnamedatum ligt, op datum van de aanvraag van de vrijstelling. De vrijstelling geldt voor 12 maanden. Bij de aanvraag wordt het bewijs van de conformverklaring toegevoegd. De vrijstelling is jaarlijks verlengbaar maar de totale termijn van de vrijstelling zal nooit de termijn van 60 maanden na conformverklaring van het bodemsaneringsproject overschrijden.
c. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp. Deze vrijstelling geldt 12 maanden vanaf de datum van de vernieling of beschadiging en kan 2 keer verlengd worden met telkens 12 maanden op basis van een gemotiveerd verzoek waarin de belastingplichtige aantoont dat het gebouw door redenen gerelateerd aan de ramp nog niet hersteld of gesloopt kon worden. Dit dient door de belastingplichtige met alle mogelijke bewijsvoeringen en verklaringen aangetoond te worden.
d. gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning of omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken. Deze vrijstelling geldt gedurende 12 maanden volgend op de datum van aflevering van de omgevingsvergunning en is viermaal aaneensluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden.
De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:
Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit punt e van dit artikel gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.
e. §1. gerenoveerd wordt blijkens een gedetailleerd renovatiedossier, op voorwaarde dat de geplande renovatiewerken niet vergunningsplichtig zijn. Deze vrijstelling geldt 12 maanden.
Het gedetailleerd renovatiedossier moet minstens de volgende elementen bevatten:
De aanvrager van de vrijstelling van belasting geeft toelating de geplande en uitgevoerde werken te controleren. De administratie kan de aanvraag tot vrijstelling van belasting weigeren wanneer de bedoelde werken en investeringen onvoldoende zouden zijn om één jaar te duren en/of wanneer de geplande renovatie werken niet nodig zijn om de leegstand te verhelpen.
§2. De aanvraag is viermaal aansluitend verlengbaar voor telkens 12 maanden. De aanvraag voor een verlenging dient te gebeuren voor het verstrijken van de lopende vrijstelling.
De aanvrager voegt bij de verlengingsaanvraag:
Deze vrijstelling kan met de vrijstelling uit artikel 5 §6 punt d gecumuleerd worden tot een aaneensluitende termijn van maximaal 60 maanden.
f. gesloopt wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning. De vrijstelling geldt 12 maanden volgend op de aflevering van de omgevingsvergunning en kan per gebouw slechts één keer aangevraagd worden;
g. het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het OCMW of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 5.82 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Deze vrijstelling geldt voor een termijn van 12 maanden en is verlengbaar zolang het sociaal beheer aanhoudt.
h. onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. Deze vrijstelling geldt gedurende een periode van 12 maanden volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik. Deze vrijstelling kan telkens voor een periode van 12 maanden verlengd worden mits gemotiveerd verzoek. De bewijslast hiervan ligt bij de belastingplichtige. Administratieve verzegelingen van ongeschikt- en/of onbewoonbaar verklaarde gebouwen vallen niet onder deze vrijstelling.
Artikel 6. inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7. betaaltermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8. beroep tegen de weigering van een vrijstelling
§1. Binnen een termijn van 30 dagen, die ingaat de dag na de datum van de verzending van de beslissing tot weigering van de vrijstelling, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de weigering. Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.
Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat- stagiair.
§2. Het beroep wordt behandeld zoals het beroep tegen de belasting zoals vermeld in artikel 9 van dit reglement.
Artikel 9. beroep tegen de belasting
§1. Binnen een termijn van drie maanden, die ingaat de dag na de datum van de verzending van het aanslagbiljet, kan de zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de belasting. Het beroepschrift moet ondertekend zijn door de zakelijk gerechtigde en per beveiligde zending overgemaakt worden.
Het dient minstens volgende gegevens te bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als:
Als het beroep onontvankelijk is, wordt dat aan de indiener meegedeeld.
§4. Als het beroep ontvankelijk is, wordt de gegrondheid onderzocht. Dit kan gebeuren op basis van bijgevoegde stukken maar ook door een feitenonderzoek ter plaatse. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot het gebouw geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroepschrift en betekent zijn beslissing aan de indiener binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
Artikel 10. overgangsbepalingen
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van het belastingreglement van 21 december 2023 op leegstaande gebouwen blijven geldig voor de looptijd bepaald in dat reglement.
Artikel 11. inwerkingtreding
Dit reglement gaat in vanaf 1 januari 2026 en vervangt alle voorgaande reglementen met betrekking tot inventarisatie en belasting van leegstaande gebouwen. Gebouwen die opgenomen zijn in het leegstandsregister voor de datum van inwerkingtreding van dit reglement blijven opgenomen in het register met behoud van opnamedatum.
De statuten van het Lokaal overleg Kinderopvang werden geactualiseerd. Tevens kreeg de adviesraad een nieuwe naam en invulling. De gemeenteraad keurt de aangepaste statuten goed.
De statuten van het Lokaal Overleg Kinderopvang in Aarschot dienen geactualiseerd te worden.
Het overleg krijgt een nieuwe naam en invulling: LOKA+
Dit staat voor Lokaal Overleg Kinderopvang Aarschot, waarbij de 'plus' symbool staat voor de focus op extra aanbod en activiteiten.
Het LOKA+ fungeert als adviesorgaan en brengt alle relevante actoren rond het thema kinderopvang en buitenschoolse opvang en activiteiten samen.
De geactualiseerde statuten worden ter goedkeuring aan de raad voorgelegd.
De statuten van het Lokaal Overleg Kinderopvang in Aarschot dienen geactualiseerd te worden.
Het overleg krijgt een nieuwe naam en invulling: LOKA+
Dit staat voor Lokaal Overleg Kinderopvang Aarschot, waarbij de 'plus' symbool staat voor de focus op extra aanbod en activiteiten. Het LOKA+ fungeert als adviesorgaan en brengt alle relevante actoren rond het thema kinderopvang en buitenschoolse opvang en activiteiten samen.
De volgende functies werden vastgelegd:
De geactualiseerde statuten werden op de vergadering van 20.11.2025 voorgelegd aan alle leden en goedgekeurd.
De aangepaste statuten als in bijlage worden goedgekeurd door de gemeenteraad.
De gemeenteraad keurt het project "The Box" goed voor de jaren 2026 - 2027 - 2028.
De stad Aarschot wil zich enerzijds profileren als een ondernemersvriendelijke stad en anderzijds de leegstand terugdringen.
Ondernemerschap is de motor van het economisch weefsel. Een bloeiend handelscentrum is een belangrijke factor in de aantrekkelijkheid van een stadscentrum. Het huidige onzekere economische klimaat, samen met de administratielast die een eigen zaak met zich meebrengt, zorgt ervoor dat ondernemers afgeschrikt worden om te starten en te investeren. Ondernemers die willen opstarten kunnen elke steun gebruiken.
Leegstand in een handelscentrum is erg hinderlijk voor de beeldkwaliteit van het handelscentrum. Een integrale aanpak waarbij wordt gewerkt aan zowel de vraag- en aanbodzijde is noodzakelijk.
Gelet op:
The Box Vlaanderen is een initiatief dat startende en creatieve ondernemers ondersteunt door middel van 'plug-and-play' handelspanden aan te bieden. Dankzij een opstart met een laag risico en zonder investeringen voor de ondernemer, kunnen starters op een laagdrempelige manier hun concept testen voor bepaalde, korte periodes.
In deze context wordt aan de gemeenteraad het project "The Box" ter goedkeuring voorgelegd.
Met het project The Box wil de stad Aarschot het ondernemerschap ondersteunen.
Rechtstreeks doel van het project:
Nevendoelen:
Het project The Box biedt de volgende voordelen voor startende ondernemers:
The Box is bedoeld om ondernemers op een laagdrempelige manier te laten proeven van het uitbaten van een eigen handelszaak. Tegelijkertijd wordt de realiteit zoveel mogelijk gesimuleerd, vb. door een marktconforme vergoeding te vragen. De marktconforme vergoeding voor een tijdelijke uitbatingsperiode in The Box zorgt ook voor draagvlak bij de bestaande ondernemers.
The Box Vlaanderen is een uniek concept dat startersondersteuning naar een hoger niveau tilt. Ze stellen plug-and-play handelspanden - hun handelsmerk - ter beschikking aan marktconforme prijzen aan starters. Dankzij een opstart met een laag risico en zonder investeringen voor de ondernemer, kunnen starters op een laagdrempelige manier hun concept testen voor bepaalde, korte periodes. Dankzij de plug-and-play handelspanden kunnen starters meteen aan de slag zonder zware investeringen in infrastructuur of inrichting.
Het succes van The Box Vlaanderen steunt op een gestructureerd model dat doorheen heel Vlaanderen wordt uitgerold. The Box Vlaanderen is een onderdeel van Stebo vzw en behoort tot de pijler 'Ondernemen'. Stebo vzw is gespecialiseerd in startersondersteuning. Een ander initiatief van Stebo vzw is 'Starterslabo', om ondernemers begeleiding op maat te bieden, vb. workshops, haalbaarheidsadvies, ondersteuning bij de ontwikkeling van een businessplan...
The Box Vlaanderen is intussen uitgegroeid tot een merk dat gekend is bij startende ondernemers. Ze creëerden een breed netwerk van lokale ondernemers, steden en partners die elkaar versterken. Dit schaalbare en betrouwbare model maakt van The Box Vlaanderen een krachtige motor voor regionale economische groei en ondernemerschap.
Stebo vzw zorgt o.a. voor:
= inzet van 0,2 VTE per jaar voor The Box Aarschot
Stebo Services vzw zorgt o.a. voor:
Uitgebreide info over de verplichtingen van beiden partijen: zie de bijgaande overeenkomsten met respectievelijk Stebo vzw en Stebo Services vzw.
Eenmalige kosten:
| Omschrijving: |
Project The Box Aarschot : inrichting
|
| Looptijd: |
Van 01.01.2026 tot en met 31.12.2028
|
| Totaal toegekend subsidiebedrag |
25.000 euro
|
Jaarlijkse kosten:
| Omschrijving: |
Project The Box Aarschot
|
| Looptijd: |
Van 01.01.2026 tot en met 31.12.2028
|
| Projectjaar 1 (opstartjaar) |
27.000 euro |
| Projectjaar 2 |
20.328 euro |
| Projectjaar 3 |
20.735 euro |
| Omschrijving: |
Project The Box Aarschot: uitbating
|
| Looptijd: |
Vanaf 1.01.2026 tot en met 31.12.2028
|
| Projectjaar 1 |
16.000 |
| Projectjaar 2 |
16.320 |
| Projectjaar 3 |
16.646 |
De samenwerkingsovereenkomsten worden afgesloten voor 3 jaar, nl. 2026, 2027 en 2028.
Nadien en na evaluatie kan bekeken worden om de samenwerking te verlengen.
De lokale stuurgroep beslist over de projectuitgaven.
De nodige kredieten werden aangevraagd voor het nieuwe MJP 2026-2031.
De goedkeuring van het project The Box is onder voorbehoud van de goedkeuring van het MJP 2026-2031.
Visum "Subsidieovereenkomsten m.b.t. de nominatieve werkings- en investeringssubsidies inzake project ‘The Box’"
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is in 2026 krediet opgenomen m.b.t. de financiering van de nominatieve investeringstoelage aan Stebo Services vzw voor de inrichtingskost van het project ‘The Box’, nl. 25.000,00 euro (actie 4.3.1 We zetten Aarschot op de kaart als een groene, levendige en bruisende stad, raming MJP201154, beleidsveld 0500 ‘Handel en middenstand’, ARK 66400000 ‘Toegestane Investeringssubsidies.
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is krediet opgenomen m.b.t. de financiering van de nominatieve werkingstoelage aan Stebo Services vzw voor de uitbatingskost van het project ‘The Box’ (actie 4.3.1 We zetten Aarschot op de kaart als een groene, levendige en bruisende stad, raming MJP202283, beleidsveld 0500 ‘Handel en middenstand’, ARK 64960000 ‘Specifieke werkingssubsidies – nominatief’), nl.
Subsidieovereenkomsten m.b.t. de nominatieve werkings- en investeringssubsidies inzake project ‘The Box’
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is in 2026 krediet opgenomen m.b.t. de financiering van de nominatieve investeringstoelage aan Stebo Services vzw voor de inrichtingskost van het project ‘The Box’, nl. 25.000,00 euro (actie 4.3.1 We zetten Aarschot op de kaart als een groene, levendige en bruisende stad, raming MJP201154, beleidsveld 0500 ‘Handel en middenstand’, ARK 66400000 ‘Toegestane Investeringssubsidies.
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is krediet opgenomen m.b.t. de financiering van de nominatieve werkingstoelage aan Stebo Services vzw voor de uitbatingskost van het project ‘The Box’ (actie 4.3.1 We zetten Aarschot op de kaart als een groene, levendige en bruisende stad, raming MJP202283, beleidsveld 0500 ‘Handel en middenstand’, ARK 64960000 ‘Specifieke werkingssubsidies – nominatief’), nl.
- 2026 : 16.000,00 euro
- 2027 : 16.320,00 euro
- 2028 : 16.646,00 euro
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031 van de stad Aarschot, dat op 18 december 2025 ter goedkeuring aan de gemeenteraad zal voorgelegd worden, is krediet opgenomen m.b.t. de financiering van de nominatieve werkingstoelage aan Stebo vzw voor de overheadkost van het project ‘The Box’ (actie 4.3.1 We zetten Aarschot op de kaart als een groene, levendige en bruisende stad, raming MJP201117, beleidsveld 0500 ‘Handel en middenstand’, ARK 64960000 ‘Specifieke werkingssubsidies – nominatief’), nl.
- 2026 : 27.000,00 euro
- 2027 : 20.328,00 euro
- 2028 : 20.735,00 euro
De gemeenteraad heeft de autonomie om subsidieovereenkomsten voor het project ‘The Box’ goed te keuren m.b.t. nominatieve investeringstoelage aan Stebo services vzw en nominatieve werkingstoelagen aan Stebo vzw en Stebo services vzw, mits goedkeuring op 18 december 2025 van benodigde kredieten, zoals opgenomen in het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031.
Gunstig visum The Box van Geert Wijns van 02 december 2025
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de subsidieovereenkomst tussen de stad Aarschot en Stebo vzw goed met betrekking tot de subsidie voor de werking en uitvoering van het project ‘The Box’ voor de jaren 2026 - 2027 - 2028.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de stad Aarschot en Stebo Services vzw goed met betrekking tot de uitbating van een handelspand in het kader van de werking van het project ‘The Box’ voor de jaren 2026 - 2027 - 2028.
De gemeenteraad beslist het volgende reglement op te heffen: 'Reglement inzake financiële ondersteuning pop-up stores' (2014).
Gelet op:
De stad Aarschot wil enerzijds startende ondernemers ondersteunen en anderzijds de leegstand terugdringen.
Hiervoor wil zij volgende maatregelen blijven toepassen of in het leven roepen:
Reglement 'Schot in je zaak': ondernemers die een pop-up openen voor min. 6 maanden en max. 12 maanden:
The Box Aarschot (nieuw/vanaf 2026):
Starters die hun concept op een laagdrempelige manier en zonder risico willen testen voor een periode korter dan 6 maanden, kunnen terecht bij The Box Aarschot. Starters kunnen The Box aan een marktconforme prijs huren voor min. een week en max. 3 maanden.
Voorliggend reglement inzake financiële ondersteuning voor pop-up stores uit 2014:
|
|
Reglement financiële ondersteuning pop-up stores |
Subsidiereglement ‘Schot in je zaak’ |
|
|
2014 |
2023 |
| Subsidiebedrag uitbater |
€ 1.000,00 |
€ 1.000,00 |
| Subsidiebedrag eigenaar |
€ 500,00 |
€ 1.000,00 |
| Min. uitbatingsperiode |
1 maand |
6 maanden |
| Max. uitbatingsperiode |
6 maanden |
12 maanden |
Geen financiële impact:
Op raming MJP104489 werden kredieten voorzien voor de subsidies voor pop-up stores voor beide reglementen (het subsidiereglement inzake financiële ondersteuning voor pop-up stores en het subsidiereglement 'Schot in je zaak').
Jaarlijks voorzien: € 7.000,00
Dit wil zeggen dat er jaarlijks max. 7 subsidiedossiers van € 1.000,00 kunnen uitbetaald worden.
Aantal aanvragen voor pop-ups ihkv 'Schot in je zaak' in 2025: 5 (zowel uitbaters als eigenaars)
Enig artikel
De gemeenteraad beslist het volgende reglement op te heffen: 'Reglement inzake financiële ondersteuning pop-up stores' (2014).
De gemeenteraad beslist het volgende reglement op te heffen: 'Gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van verfraaiing van handelspanden in het kernwinkelgebied'.
Gelet op het beleid m.b.t. leegstaande handelspanden:
Voorliggend reglement is een flankerende maatregel om eigenaars aan te zetten om onaangepaste handelspanden te verfraaien.
Tijdens de looptijd van het reglement heeft echter geen enkele eigenaar van een handelspand een subsidieaanvraag ingediend bij de dienst Economie.
Ondanks individuele gesprekken met de eigenaars en doorverwijzingen van dienst Ruimtelijke Ordening, blijkt de toelage zoals voorzien niet doeltreffend.
Gelet op:
Tijdens de looptijd van het reglement heeft geen enkele eigenaar van een handelspand een subsidieaanvraag ingediend bij de dienst Economie. Nochtans werden tijdens de looptijd van het reglement een aantal handelspanden verbouwd of gerenoveerd die in aanmerking kwamen.
Ondanks individuele gesprekken met de eigenaars en doorverwijzingen van dienst Ruimtelijke Ordening, blijkt de toelage zoals voorzien niet doeltreffend.
Bijgevolg is het niet langer nodig om de kredieten voor deze toelage te voorzien binnen het meerjarenplan.
De opheffing van voorliggend reglement is het gevolg van het kritisch evalueren en efficiënt inzetten van toelagen en stadsfinanciën.
Schrappen van krediet:
De middelen die vrijkomen worden geheroriënteerd binnen het meerjarenplan.
Enig artikel
De gemeenteraad beslist het volgende reglement op te heffen: 'Gemeentelijk toelagereglement voor de ondersteuning van verfraaiing van handelspanden in het kernwinkelgebied'.
De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement en de gebruiksovereenkomst van de feestzaal Gelrode en feestzaal Den Akker goed.
Vanaf 1 januari 2026 wordt het beheer van de feestzaal Gelrode en feestzaal Den Akker van AGB Aarschot overgedragen naar de Stad Aarschot.
De Stad Aarschot moet de tarieven, een huishoudelijk reglement en model van gebruiksovereenkomst vastleggen voor deze zalen.
Vanaf 1 januari 2026 wordt het beheer van de feestzaal Gelrode en feestzaal Den Akker van AGB Aarschot overgedragen naar de Stad Aarschot.
De Stad Aarschot moet de tarieven, een huishoudelijk reglement en model van gebruiksovereenkomst vastleggen voor deze zalen.
In bijlage worden de huishoudelijk reglementen en gebruiksovereenkomsten (incl. tarieven) van feestzaal Gelrode en feestzaal Den Akker voorgelegd ter goedkeuring.
De nieuwe tarieven behelzen een verlaging van de prijzen met 20% voor Aarschotse verenigingen.
De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement en de gebruiksovereenkomst (incl. tarieven) van de feestzaal Gelrode en feestzaal Den Akker als in bijlage goed.
De gemeenteraad stelt haar deel van het meerjarenplan 2026-2031 vast, zoals in bijlage toegevoegd. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.
Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlage, wordt voorgelegd aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst het eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan, die de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan 2026-2031 definitief is vastgesteld. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel definitief vastgesteld.
Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het budget is geen afzonderlijk beleidsrapport meer, maar wordt geïntegreerd in het meerjarenplan.
Vermits elke rechtspersoon (stad en OCMW) voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan wel een duidelijk onderscheid tussen de kredieten van de stad en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (M3), waarin de kredieten voor de stad en het OCMW apart worden opgenomen.
Omdat de stad en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financieel evenwicht voor de twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld. Het meerjarenplan is financieel in evenwicht als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
De twee bovenvermelde normen worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerd financieel evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge. Dit zijn evenwel geen afdwingbare normen.
In toepassing van de bepalingen van het decreet lokaal bestuur werd het ontwerp van aanpassing van het meerjarenplan op 3 december 2025 aan de raadsleden bezorgd.
Voorstel van besluit:
De gemeenteraad stelt haar deel van het meerjarenplan 2026-2031 vast, zoals in bijlage toegevoegd.
Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlage, wordt voorgelegd aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn. Het budget is geen afzonderlijk beleidsrapport meer, maar wordt geïntegreerd in het meerjarenplan. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.
Het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlagen, bestaat uit volgende onderdelen:
Het meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Aarschot is financieel in evenwicht vermits het voldoet aan de volgende voorwaarden:
Enig artikel
De gemeenteraad stelt haar deel van het meerjarenplan 2026-2031 vast, zoals in bijlage toegevoegd. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031, die de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld op 18 december 2025, goed, zoals in bijlage toegevoegd. Hierdoor is het meerjarenplan in zijn geheel definitief vastgesteld. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.
Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het ontwerp van het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlage, wordt voorgelegd aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn. Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst het eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan, die de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan 2026-2031 definitief is vastgesteld. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel definitief vastgesteld.
Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het budget is geen afzonderlijk beleidsrapport meer, maar wordt geïntegreerd in het meerjarenplan.
Vermits elke rechtspersoon (stad en OCMW) voor de eigen verplichtingen en verbintenissen blijft instaan, blijft in het meerjarenplan wel een duidelijk onderscheid tussen de kredieten van de stad en die van het OCMW. Dat komt tot uiting in het schema met het overzicht van de kredieten (M3), waarin de kredieten voor de stad en het OCMW apart worden opgenomen.
Omdat de stad en het OCMW een geïntegreerd meerjarenplan maken, wordt het financieel evenwicht voor de twee besturen als één geheel gepresenteerd en beoordeeld. Het meerjarenplan is financieel in evenwicht als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
De twee bovenvermelde normen worden aangevuld met indicatoren over het geconsolideerd financieel evenwicht en de gecorrigeerde autofinancieringsmarge. Dit zijn evenwel geen afdwingbare normen.
In toepassing van de bepalingen van het decreet lokaal bestuur werd het ontwerp van aanpassing van het meerjarenplan op 3 december 2025 aan de raadsleden bezorgd.
Voorstel van besluit:
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026 - 2031, die de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld op 18 december 2025, goed, zoals in bijlage toegevoegd. Hierdoor is het meerjarenplan 2026-2031 in zijn geheel definitief vastgesteld.
Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het ontwerp het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlage, voorgelegd aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn. Het budget is geen afzonderlijk beleidsrapport meer, maar wordt geïntegreerd in het meerjarenplan. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.
Het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlagen, bestaat uit volgende onderdelen:
Het meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Aarschot is financieel in evenwicht vermits het voldoet aan de volgende voorwaarden:
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031, die de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld op 18 december 2025, goed, zoals in bijlage toegevoegd. Hierdoor is het meerjarenplan in zijn geheel definitief vastgesteld. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Aarschot, die door de raad van bestuur van het AGB Aarschot werd vastgesteld op 18 december 2025, goed. Hierdoor is het meerjarenplan 2026-2031, in bijlage, in zijn geheel definitief vastgesteld. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.
De raad van bestuur van het AGB Aarschot heeft de beleids- en financiële planning vastgelegd in een meerjarenplan voor de periode 2026 tot 2031. Het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031, zie bijlage, wordt eerst vastgesteld door de raad van bestuur en vervolgens voorgelegd aan de gemeenteraad ter goedkeuring. Na goedkeuring door de gemeenteraad is de het meerjarenplan 2026-2031 definitief vastgesteld.
Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur. Het budget is geen afzonderlijk beleidsrapport meer, maar wordt geïntegreerd in het meerjarenplan. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor dat jaar.
Het meerjarenplan van het AGB Aarschot is financieel in evenwicht als het geraamd beschikbaar budgettair resultaat in geen enkel jaar negatief is.
In toepassing van de bepalingen van het decreet lokaal bestuur werd het ontwerp van de aanpassing van het meerjarenplan op 3 december 2025 aan de raadsleden bezorgd.
Voorstel van besluit:
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Aarschot, die door de raad van bestuur van het AGB Aarschot werd vastgesteld op 18 december 2025, goed. Hierdoor is het meerjarenplan 2026-2031, in bijlage, in zijn geheel definitief vastgesteld. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.
Het meerjarenplan 2026-2031, zie bijlagen, bestaat uit volgende onderdelen:
Het meerjarenplan van het AGB Aarschot is financieel in evenwicht vermits het geraamd beschikbaar budgettair resultaat in geen enkel jaar negatief is.
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Aarschot, die door de raad van bestuur van het AGB Aarschot werd vastgesteld op 18 december 2025, goed. Hierdoor is het meerjarenplan 2026-2031, in bijlage, in zijn geheel definitief vastgesteld. De ramingen, die voor het boekjaar 2026 in het meerjarenplan zijn ingeschreven voor de exploitatie, investeringen en financiering, zijn ook de kredieten voor 2026.
De gemeenteraad stelt de lijst van nominatieve werkings- en investeringstoelagen 2026 vast.
In toepassing van artikel 41, 23° van het decreet lokaal bestuur kan de gemeenteraad haar bevoegdheid voor het toekennen van nominatieve subsidies niet toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen. De bevoegdheid voor de toekenning van nominatieve subsidies ligt dus volledig bij de gemeenteraad. Tot en met 2019 was de lijst met nominatieve subsidies een verplichte bijlage bij het budget, de goedkeuring van het budget impliceerde automatisch ook de goedkeuring van de nominatieve subsidies. Vanaf BBC 2020 bestaat het beleidsrapport 'budget' en haar verplichte bijlagen niet meer. De nominatieve subsidies nemen vanaf BBC 2020 de vorm aan van een afzonderlijk besluit van de gemeenteraad. Aan de gemeenteraad wordt daarom de lijst van nominatieve werkings- en investeringstoelagen van 2026 voorgelegd, zoals bepaald in het document in bijlage.
Ontwerp besluit:
De gemeenteraad stelt de lijst van nominatieve werkings- en investeringstoelagen van 2026 vast, zoals bepaald in het document in bijlage.
Gelet op
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031, zoals goedgekeurd door de raad op 18 december 2025, zijn de nominatieve werkings- en investeringstoelagen opgenomen.
Artikel 1
De gemeenteraad stelt de lijst van nominatieve werkings- en investeringstoelagen 2026 vast, zoals bepaald in het document in bijlage.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de verdere uitvoering conform het gemeentelijk reglement 'Controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen' zoals vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 10.03.2022.
De gemeenteraad keurt het prijssubsidiereglement goed op basis waarvan de stad Aarschot het AGB Aarschot een prijssubsidie toekent voor het recht op toegang tot de infrastructuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Aarschot in 2026.
Met beslissing ET.129.288 van 19 januari 2016 heeft de BTW administratie haar visie op het BTW-statuut van autonome gemeentebedrijven uiteengezet.
Van belang is onder meer dat werkingssubsidies (waarop geen BTW moet worden aangerekend) die door de gemeente aan het AGB worden toegekend, in principe niet in aanmerking mogen worden genomen voor de beoordeling van het winstoogmerk. Prijssubsidies (waarop wel BTW moet worden aangerekend) die door de gemeente aan het AGB worden toegekend, komen daarentegen wel in aanmerking voor de beoordeling van het winstoogmerk.
Het AGB Aarschot heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026 voor de exploitatie van de infrastructuur, zoals vastgelegd in het op 18 december 2025 goedgekeurd meerjarenplan 2026-2031. Op basis van deze ramingen heeft het AGB Aarschot vastgesteld dat voor het kalenderjaar 2025 de inkomsten uit prijssubsidies voor het verlenen van het recht op toegang tot de door het AGB geëxploiteerde infrastructuur minstens 1.336.040,49 euro (exclusief btw) moeten bedragen om economisch rendabel te zijn.
Aan de gemeenteraad wordt het prijssubsidiereglement voor 2026 voorgelegd ter goedkeuring.
Ontwerp besluit:
De gemeenteraad keurt het prijssubsidiereglement goed op basis waarvan de stad Aarschot het AGB Aarschot een prijssubsidie toekent voor het recht op toegang tot de infrastructuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Aarschot in 2026.
Met beslissing van ET.129.288 van 19 januari 2016 heeft de BTW administratie haar visie op het BTW-statuut van autonome gemeentebedrijven uiteengezet, nl.:
- Een AGB is in principe een gewone BTW-plichtige met recht op aftrek van BTW. Dat impliceert dus dat een AGB de BTW op de exploitatiekosten en de investeringskosten volgens de normale regels in aftrek kan brengen.
- Voorwaarde daartoe is wel dat het AGB een winstoogmerk heeft en dat dus statutair is bepaald dat eventueel gemaakte winsten moeten worden uitgekeerd en dat ook effectief gebeurt.
- Om te beoordelen of er winstoogmerk is, moet de globale activiteit van het AGB in aanmerking worden genomen.
- De administratie kan onderzoeken of die statutaire bepalingen niet louter theoretisch zijn. Dat zal het geval zijn wanneer systematisch tekorten voorkomen in hoofde van het AGB omdat de aan de bezoekers van de inrichting aangerekende prijzen niet volstaan om de exploitatiekosten van het AGB te dekken
- Werkingssubsidies waarop geen BTW moet worden aangerekend die door de gemeente aan het AGB worden toegekend, mogen in principe niet in aanmerking worden genomen voor de beoordeling van het winstoogmerk. Men kan hierbij wel niet terugkomen op beslissingen die de Rulingdienst in het verleden heeft genomen en die het tegenovergestelde zouden beweren.
- Prijssubsidies waarop wel BTW moet worden aangerekend die door de gemeente aan het AGB worden toegekend, komen daarentegen wel in aanmerking voor de beoordeling van het winstoogmerk.
- In de loop van het boekjaar is het mogelijk om het bedrag van de prijssubsidies aan te passen naar de toekomst toe.
Verder vermeldt voorgaande beslissing van de BTW-administratie:
De kwalificatie van een autonoom gemeentebedrijf als belastingplichtige met recht op aftrek van BTW belet niet dat de administratie later kan onderzoeken of de statutaire bepalingen niet louter theoretisch zijn.
Dit zal het geval zijn wanneer systematische tekorten voorkomen in hoofde van het autonoom gemeentebedrijf omdat de aan de bezoekers van de inrichting aangerekende prijzen niet volstaan tot dekking van de exploitatiekosten van het autonoom gemeentebedrijf. In dat verband kunnen de werkingssubsidies die door de gemeente aan het autonoom gemeentebedrijf worden ter beschikking gesteld, gelet op de nauwe band de tussen het autonoom gemeentebedrijf en de gemeente, niet worden aangemerkt als ontvangsten uit een bepaalde activiteit. De werkingssubsidies mogen bijgevolg niet als bijkomende ontvangsten worden aangemerkt en mogen evenmin in mindering worden gebracht van de gedane kosten voor het bepalen van het boekhoudkundig resultaat.
De door de gemeente aan het autonoom gemeentebedrijf toegekende subsidies die rechtstreeks verband houden met de prijs behoren tot de maatstaf van heffing van de BTW en mogen dan ook gevoegd bij de overige ontvangsten uit een bepaalde activiteit om te bepalen of de statutaire bepalingen inzake winstoogmerk en het doel winsten uit te keren al dan niet theoretisch zijn.
Van een rechtstreeks verband met de prijs is slechts sprake indien de subsidie specifiek aan het gesubsidieerde orgaan wordt betaald om een welbepaald goed te leveren of een welbepaalde dienst te verrichten. Dit verband tussen de subsidie en de prijs moet duidelijk blijken uit een onderzoek van de concrete omstandigheden die aan de basis van de betaling van de tegenprestaties liggen. Daarentegen is het niet nodig dat de prijs van het goed of de dienst, of een deel ervan, bepaald zou zijn. Het volstaat dat hij bepaalbaar is.
Voor het bepalen van de winst moet rekening gehouden worden met het boekhoudkundig resultaat (met inbegrip van afschrijvingen, aanleggen van provisies, …) en mag met niet louter vergelijken tussen het boek voor inkomende facturen enerzijds en het boek voor uitgaande facturen/dagboek voor ontvangsten anderzijds.
Het resultaat van de globale activiteit (dus niet activiteit per activiteit) van de instelling dient in aanmerking te worden genomen. Er wordt evenwel geen rekening gehouden met uitzonderlijke opbrengsten (vb. de inkomsten uit onroerende en financiële transacties). De winst/verliespositie moet structureel zijn en onafhankelijk van toevallige gebeurtenissen langs inkomsten- of uitgavenzijde.
Het AGB Aarschot heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026 voor de exploitatie van de infrastructuur, zoals vastgelegd in het op 18 december 2025 goedgekeurd meerjarenplan 2026-2031. Op basis van deze ramingen heeft het AGB Aarschot vastgesteld dat, voor het kalenderjaar 2026, de inkomsten uit prijssubsidies voor het verlenen van het recht op toegang tot de door het AGB geëxploiteerde infrastructuur minstens 1.336.040,49 euro (exclusief btw) moeten bedragen om economisch rendabel te zijn.
Visum toekenning prijssubsidie 2026 aan AGB Aarschot – 1.416.202,92 euro (incl. 6% BTW)
Visum – Component ‘Voorafgaande kredietcontrole’
In het ontwerp van meerjarenplan 2026-2031, zoals ter goedkeuring voorgelegd aan de raad op 18 december 2025, is in 2026 het benodigde krediet voorzien voor de prijssubsidie aan het AGB Aarschot, BBC–actie AC000089 ‘9.2.1. We bepalen de kerntaken van de stad en bekijken of we die zelf doen of uitbesteden’,– ARK 64950000 ‘prijssubsidies’, nl.
Er is dus voldoende krediet beschikbaar voor de uitbetaling van de prijssubsidie 2026 aan het AGB Aarschot.
Visum – Component ‘Wetmatigheidscontrole die voorafgaat aan de verbintenis’
Uit het onderzoek van de documenten blijken geen strijdigheden met de wettelijke voorschriften.
Artikel 1
De gemeenteraad geeft de goedkeuring aan het onderstaand prijssubsidiereglement voor het kalenderjaar 2026 ten voordele van het Autonoom Gemeentebedrijf Aarschot:
PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT EXPLOITATIE BIBLIOTHEEK AARSCHOT
Rekening houdend met de socio-culturele en sociale functie van de door het AGB Aarschot geëxploiteerde bibliotheek en om de leesmotivatie te stimuleren en de toegang tot de bibliotheekinfrastructuur en haar collectie zo laagdrempelig mogelijk te maken, wenst de stad Aarschot de kosten voor de toegang van de door AGB Aarschot geëxploiteerde bibliotheekinfrastructuur op zich te nemen, nl. 285.337,48 euro (excl. btw) in 2026.
Het aantal bezoekers vanaf 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026 wordt geraamd op 64.493. De kostprijs per bezoeker voor het gebruik van de infrastructuur van de bibliotheek gedurende de periode 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026 wordt bepaald op 4,4243 euro (exclusief btw), zijnde een kost die de stad Aarschot op zich zal nemen door het verlenen van een prijssubsidie.
PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT EXPLOITATIE MUSEUM AARSCHOT
Rekening houdend met de socio-culturele en sociale functie van het door het AGB Aarschot geëxploiteerd museum en om de toegang tot de museuminfrastructuur en haar collectie zo laagdrempelig mogelijk te maken, wenst de stad Aarschot de kosten voor de toegang van de door AGB Aarschot geëxploiteerde museuminfrastructuur op zich te nemen, nl. 239.829,92 euro (excl. btw), in 2026.
Het aantal bezoekers vanaf 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026 wordt geraamd op 6.810. De kostprijs per bezoeker voor het gebruik van de infrastructuur van het museum gedurende de periode 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026 wordt bepaald op 35,2173 euro (exclusief btw), zijnde een kost die de stad Aarschot op zich zal nemen door het verlenen van een prijssubsidie.
PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT EXPLOITATIE CC HET GASTHUIS
Rekening houdend met de socio-culturele en sociale functie van het door het AGB Aarschot geëxploiteerd CC Het Gasthuis en om de toegang tot de voorstellingen in de theaterinfrastructuur zo laagdrempelig mogelijk te maken, wenst de stad Aarschot de tickets tot het theater van het CC Het Gasthuis te subsidiëren middels de toekenning van een prijssubsidie per toegangsticket.
Het totale exploitatietekort van CC Het Gasthuis in 2026 wordt geraamd op 369.612,48 euro (excl. btw). Het aantal bezoekers aan de theaterinfrastructuur van het CC Het Gasthuis, gedurende de periode vanaf 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026, wordt geraamd op 47.124. De prijssubsidie per bezoeker voor het gebruik van de theaterinfrastructuur van het CC Het Gasthuis gedurende de periode 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026 wordt bepaald op 7,8434 euro (exclusief btw).
PRIJSSUBSIDIEREGLEMENT EXPLOITATIE SPORTCOMPLEX
Rekening houdend met de sportieve en sociale functie van het door het AGB Aarschot geëxploiteerde sportinfrastructuur en om de toegang tot het zwembad zo laagdrempelig mogelijk te maken, wenst de stad Aarschot de tickets tot het zwembad te subsidiëren middels de toekenning van een prijssubsidie.
Het totale exploitatietekort van het sportcomplex in 2026 wordt geraamd op 441.260,61 euro (excl. btw). De omzet van het zwembad (toegangsgelden), gedurende de periode vanaf 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026, wordt geraamd op 520.000,00 euro (excl. btw). De prijssubsidie voor het gebruik van het zwembad gedurende de periode 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2026 wordt bepaald op basis van de omzet (toegangsgelden) van die periode vermenigvuldigd met een factor 0,8486 (excl. btw).
Artikel 2
Het AGB Aarschot deelt op 31 december 2026 het aantal bezoekers/omzet mee van het voorafgaande jaar en stelt een nota op met vermelding van het jaarlijks verschuldigd bedrag van de prijssubsidie. De Stad Aarschot dient de prijssubsidie te betalen aan AGB Aarschot binnen de 30 kalenderdagen na ontvangst.
Artikel 3
De stad Aarschot heeft de nodige kredieten voor de betaling van de prijssubsidies voorzien in de aanpassing van haar meerjarenplan, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2025.
Aan Belfius Bank nv werd, op vraag van het college van burgemeester en schepenen, gevraagd om een alternatief voor te stellen m.b.t. lening nr. 1635 (type bullet) met een resterend schuldsaldo van 4.920.000,00 euro (huidige einddatum: 15 december 2030, huidige vaste rentevoet: 3,160%).
Belfius Bank nv heeft de huidige samenstelling van de schuldportefeuille van de stad Aarschot bij Belfius (toestand 24/11/2025) onderzocht en een voorstel uitgewerkt, zie verslag van Belfius in bijlage.
Ontwerp van besluit:
De gemeenteraad geeft de goedkeuring aan de omzetting van het krediet 1635 (type bullet, resterend schuldsaldo van 4.920.000,00 euro) in een (traditionele) lening, zoals voorgesteld door Belfius Bank nv, met een jaarlijkse progressieve kapitaalsaflossing op 15 december (eerstvolgende kapitaalsaflossing op 15 december 2026), met een nieuwe vaste rentevoet van 4,032 % (waarbij de bestaande periodiciteit en intrestberekeningsbasis behouden blijft) en een verlenging van de looptijd van de lening met 23 jaar.
Gelet op
Gelet op
Artikel 1
De gemeenteraad geeft de goedkeuring aan de omzetting van het krediet 1635 (type bullet, resterend schuldsaldo van 4.920.000,00 euro) in een (traditionele) lening, zoals voorgesteld door Belfius Bank nv, met een jaarlijkse progressieve kapitaalsaflossing op 15 december (eerstvolgende kapitaalsaflossing op 15 december 2026), met een nieuwe vaste rentevoet van 4,032 % (waarbij de bestaande periodiciteit en intrestberekeningsbasis behouden blijft) en een verlenging van de looptijd van de lening met 23 jaar.
Artikel 2
De gemeenteraad gaat akkoord met de clausule inzake verbrekingsvergoeding: "Vervroegde terugbetalingen tijdens de duur van het krediet zijn niet toegelaten. Elke niet-contractueel voorziene verrichting tijdens de duur van het krediet wordt gelijkgesteld met een eenzijdige verbreking van het contract door het bestuur. In dat geval heeft Belfius Bank recht op een vergoeding gelijk aan haar reëel geleden financieel verlies".
Artikel 3
Aan de financieel directeur wordt de machtiging verleend om de definitieve rentevoorwaarden vast te leggen.
Artikel 4
Een afschrift van deze beslissing zal bezorgd worden aan Belfius Bank n.v., ter attentie van Stijn Bauters, en aan de financieel directeur.
De gemeenteraad keurt de bijgaande leningsovereenkomst 2026 tussen de stad Aarschot en het autonoom gemeentebedrijf Aarschot goed. De overeenkomst behelst de toekenning van een renteloze lening door de stad aan het AGB Aarschott, ten bedrage van 1.004.809,50 euro en lopende tot 31 december 2059.
Het transactiekrediet van de investeringen van het AGB Aarschot in 2026 wordt geraamd op 1.004.809,50 euro. De liquiditeitspositie van het AGB Aarschot laat geen integrale en onmiddellijke externe financiering toe. Het is daarom aangewezen dat de stad ter financiering een renteloze lening toestaat aan AGB Aarschot.
Voorstel van besluit:
De gemeenteraad keurt de bijgaande leningsovereenkomst tussen de stad Aarschot en het autonoom gemeentebedrijf Aarschot goed. De overeenkomst behelst de toekenning van een renteloze lening ten bedrage van 1.004.809,50 euro.
Het transactiekrediet van de investeringen van het AGB Aarschot in 2026 wordt geraamd op 1.004.809,50 euro.
De liquiditeitspositie van het AGB Aarschot laat geen integrale en onmiddellijke externe financiering toe. Het is daarom aangewezen dat de stad ter financiering een renteloze lening toestaat aan AGB Aarschot. Hierbij moet opgemerkt worden dat het renteloze karakter van een lening die verstrekt wordt door een stad aan een AGB niet wordt aangemerkt als een verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel in hoofde van het AGB.
Aan de raad wordt de bijgaande leningsovereenkomst 2026 voorgelegd tussen de stad Aarschot en het autonoom gemeentebedrijf Aarschot voor de toekenning van een renteloze lening door de stad aan het AGB Aarschot, ten bedrage van 1.004.809,50 euro, lopende tot 31 december 2059.
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de bijgaande leningsovereenkomst 2026 tussen de stad Aarschot en het autonoom gemeentebedrijf Aarschot goed. De overeenkomst behelst de toekenning van een renteloze lening door de stad aan het AGB Aarschot, ten bedrage van 1.004.809,50 euro en lopende tot 31 december 2059.
Artikel 2
De gemeenteraad machtigt de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur om de bijgaande overeenkomst te ondertekenen namens de stad Aarschot.
De gemeenteraad neemt kennis van het bijgaande evaluatieverslag van het Autonoom Gemeentebedrijf Aarschot en spreekt zich uit voor het behoud van deze verzelfstandiging.
Het Decreet over het lokaal bestuur legt aan ieder extern verzelfstandigd agentschap de verplichting op om in het eerste jaar van de legislatuur een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad.
Het AGB Aarschot legt dit evaluatieverslag voor aan de gemeenteraad. Het omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie maanden uitspreekt. In de periode behandeld in dit rapport bleven motieven aanwezig om de verzelfstandiging te behouden.
Het Decreet over het lokaal bestuur legt aan ieder extern verzelfstandigd agentschap de verplichting op om in het eerste jaar van de legislatuur een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad.
Het Autonoom Gemeentebedrijf Aarschot legt dit evaluatieverslag voor aan de gemeenteraad. Het omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie maanden uitspreekt. In de periode behandeld in dit rapport bleven motieven aanwezig om de verzelfstandiging te behouden.
Enig artikel:
De gemeenteraad neemt kennis van het bijgaande evaluatieverslag van het Autonoom Gemeentebedrijf Aarschot en spreekt zich uit voor het behoud van deze verzelfstandiging.
De gemeenteraad beslist over de tarieven, een huishoudelijk reglement en gebruiksovereenkomst voor deze sportaccommodatie.
Vanaf 1 januari wordt het beheer van de sportschuur Gelrode van AGB Aarschot overgedragen naar de Stad Aarschot.
De Stad Aarschot moet de tarieven, een huishoudelijk reglement en gebruiksovereenkomst vastleggen voor deze sportaccommodatie.
Dit voorstel is conform de tarieven die AGB Aarschot hanteerde en de gemeenteraad op 19.06.2025 goedkeurde voor de schoolsportinfrastructuur. Het huishoudelijk reglement bevat dezelfde principes als voor sporthal Demervallei.
Enig artikel
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het "Gebruiksreglement Sportschuur Gelrode met bijhorende gebruiksovereenkomst", luidend als volgt:
HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Artikel 1:
De Stad Aarschot beschikt over de Sportschuur Gelrode, gelegen Pastoor Dergentstraat 46, 3200 Gelrode, hierna genoemd “sportschuur”.
Deze sportschuur omvat:
- inkomhal
- sportschuur
- kleedkamers
- bergingen
- cafetaria
alle als dusdanig ter plaatse voldoende aangeduid.
Artikel 2:
Opening en sluiting van de sportschuur
- de sportschuur is in principe iedere dag geopend van 17 tot 22 uur.
- De data van sluiting van de sportschuur worden vastgesteld door het College van Burgemeester en Schepenen en ter kennisgeving uitgehangen in de sportschuur.
- Uitzonderlijk zal de sportschuur niet kunnen gebruikt worden
a) wanneer onderhouds- of herstellingswerken moeten worden uitgevoerd;
b) wanneer de Stad Aarschot de sportschuur nodig heeft voor eigen sportdoeleinden.
Artikel 3:
Toegang tot en gebruik van de sportschuur
De voorwaarden tot het recht op toegang tot de sportschuur en het recht om er gebruik van te maken overeenkomstig de bestemming ervan en de tarieven worden vastgelegd door de Gemeenteraad.
Deze voorwaarden en tarieven worden ter kennisgeving uitgehangen in de sportschuur.
Artikel 4:
Gebruikers
Voor de toekenning van het recht op toegang tot de stedelijke sportinfrastructuur en het recht om er gebruik van te maken geldt volgende voorrangsregeling:
Bij de aanvraag van een nieuwe gebruiksovereenkomst kunnen de dagen en uren van de vorige overeenkomst behouden blijven mits de toepassing van de voorrangsregeling.
Het College van Burgemeester en Schepenen zal een beslissing nemen als er bij aanvragen geen onderscheid kan worden gemaakt volgens de voorrangsregeling.
Artikel 5:
Gebruiksperiodes
De sportschuur wordt ter beschikking gesteld
a) voor een gebruiksovereenkomst vanaf begin juli tot en met einde juni;
b) voor kortere periodes per reservatie (uren, dagen, weken …) naargelang de beschikbaarheid van de sportschuur.
De tijd, nodig voor het opstellen en wegbrengen van toestellen, apparatuur en allerlei toebehoren is vervat in de betreffende uren van de reservatie.
Alle toestellen, apparatuur en allerlei toebehoren moeten door de gebruiker worden geplaatst en weggeborgen, eventueel in samenwerking met de personeelsleden van de sportdienst.
Artikel 6:
Aanvraag
Aanvragen voor een gebruiksovereenkomst worden per e-mail gericht aan de sportdienst. De toekenning gebeurt door het College van Burgemeester en Schepenen, na advies van de stedelijke sportdienst.
Aanvragen voor kortere periodes kunnen via het reservatiesysteem of per e-mail worden ingediend en kunnen worden goedgekeurd door de sportdienst in functie van de beschikbaarheid van de gewenste delen van de sportschuur.
Artikel 7:
Betaling van de gebruiksvergoeding
De gebruiksvergoeding wordt maandelijks betaald per factuur. De facturen worden opgemaakt in het begin van de maand volgend op de reservatie.
Artikel 8:
Wijziging en opzegging van de gebruiksovereenkomst
Elke aanvraag tot wijziging of opzegging van de gebruiksovereenkomst moet per aangetekend schrijven ten minste 1 maand voor de einddatum van de gebruiksovereenkomst bij de sportdienst worden ingediend.
De sportdienst zal deze aanvraag adviseren en voor beslissing voorleggen aan het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 9:
Bestemming van de sportschuur
De gebruiker zal de sportschuur uitsluitend gebruiken voor sportdoeleinden. Hij zal de ter beschikking gestelde accommodaties niet verder geven aan derden.
Artikel 10:
Verantwoordelijke afgevaardigden van de sportschuur
In de sportschuur is een conciërge van de Stad Aarschot.
De conciërge
- opent en sluit de sportschuur;
- zorgt ervoor dat het huishoudelijk reglement door de gebruikers gekend is en nageleefd wordt;
- houdt toezicht op het correct gebruik van lokalen, toestellen, apparatuur en toebehoren door de gebruikers en treedt op bij vaststelling van schade (zie verder)
Artikel 11:
Verantwoordelijke afgevaardigde van de gebruiker.
Elke gebruiker duidt een verantwoordelijke afgevaardigde aan.
Deze verantwoordelijke afgevaardigde:
- stelt bij de aanvang van elke gebruik van de sportschuur vast of er enige schade zou zijn aan de lokalen, toestellen, apparatuur en toebehoren en maakt dit kenbaar aan de conciërge (zie verder)
- zorgt bij het einde van elk gebruik van de sportschuur ervoor dat de lokalen, toestellen, apparatuur en toebehoren in de oorspronkelijke staat terug worden overgedragen aan de conciërge (zie verder)
- draagt nauwlettend zorg voor de handhaving van de orde gedurende de hele gebruiksperiode. Hij oefent behoorlijk toezicht uit aan de ingang van de lokalen en kleedkamers;
- zorgt voor de stipte naleving van de gekozen gebruiksperiode: het sportgedeelte mag niet worden betreden voor het vastgestelde beginuur en moeten worden verlaten op het vastgestelde einduur;
- zorgt voor een zuinig verbruik van verlichting en water in de sportschuur;
Artikel 12:
Kleedkamers
De gebruiker mag de kleedkamer(s) betreden vanaf 15 minuten voor de aanvang van elk gebruik van de sportschuur en moet de kleedkamers ontruimd hebben ten laatste 20 minuten na het einde van elk gebruik van de sportschuur.
Artikel 13:
Reclame en publiciteit
De gebruiker mag reclame en publiciteit voeren tijdens de door hem betaalde gebruiksperiode
- via sponsorborden;
- op kledij van de gebruiker.
Artikel 14:
Schade aan lokalen, toestellen, apparatuur, toebehoren, kleedkamers, kasten enz.
De gebruiker is verplicht de sportschuur, de bijhorende lokalen, toestellen, apparatuur, toebehoren, kleedkamer, kasten enz. in de oorspronkelijke staat te behouden.
De verantwoordelijke afgevaardigde van de gebruiker dient alle schade, vastgesteld bij de aanvang en op het einde van elk gebruik van de sportschuur te melden aan de sportdienst via e-mail.
Eventuele herstellingen gebeuren op initiatief van de sportdienst. De gebruiker zal de kosten voor de herstelling van de schade, die door zijn toedoen is aangebracht, op eerste verzoek vergoeden.
Artikel 15:
Richtlijnen i.v.m. roken en eten, betreden van de vloer, gebruik van glaswerk en toelating van dieren
a) het is verboden te roken in de sportschuur en de bijhorende lokalen;
b) de sportzalen mogen alleen worden betreden op blote voeten en/of reine zaalsportschoenen, het betreden van de zalen met straatschoeisel is verboden;
c) voor supporters is het niet toegelaten om te eten of te drinken in de sportschuur (met uitzondering van de cafetaria), voor deelnemers en sporters is eten en drinken toegelaten tijdens en in functie van de activiteit;
d) dieren worden niet toegelaten in de sportschuur en bijhorende lokalen.
Artikel 16:
Publiek
Het publiek, dat de sportmanifestatie van de gebruiker wenst bij te wonen, mag zich uitsluitend bevinden op de voor het publiek bestemde ruimte in de sportschuur. Het krijgt uitsluitend via de hoofdingang van de sportschuur toegang tot deze ruimte.
De gebruiker is verantwoordelijk voor het gedrag, van het publiek tijdens de hele gebruiksperiode.
De zaalcapaciteit (inclusief sportbeoefenaars) wordt bepaald volgens het laatste brandweerverslag.
Artikel 17:
Ongevallen en verloren voorwerpen
De Stad Aarschot is niet verantwoordelijk voor ongevallen of verlies van voorwerpen die zich zouden voordoen in de sportschuur en de bijhorende lokalen, tenzij de aansprakelijkheid van de Stad Aarschot duidelijk kan worden vastgesteld.
De gebruiker is verplicht zelf een volledig uitgeruste EHBO-kist ter plaatse te voorzien.
De gebruiker is verplicht zijn wettelijke aansprakelijkheid te verzekeren. Een afschrift van de polis kan door de Stad Aarschot worden gevraagd.
Artikel 18:
Aanvaarding van het huishoudelijk reglement
Door ondertekening van een gebruiksovereenkomst verklaart de gebruiker zich akkoord met de inhoud van het huishoudelijk reglement van de sportschuur.
Bij overtreding of niet-naleving van dit huishoudelijk reglement en bij moedwillige beschadigingen aan de sportschuur en alle voornoemde toebehoren en bijhorende lokalen, kan de conciërge de gebruiker onmiddellijk doen verdrijven uit de sportschuur.
Bovendien kan het College van Burgemeester en Schepenen, op advies van de sportdienst beslissen
- de lopende gebruiksovereenkomst onmiddellijk en eenzijdig te verbreken zonder enige vorm van schadevergoeding aan de gebruiker en onder voorbehoud van alle rechten op schadevergoeding door de gebruiker.
- de gebruiker alle rechten op een nieuwe gebruiksovereenkomst te ontzeggen.
3. Tarieven
Normaal tarief voor gebruikers vanaf 1 volwassenen + 21 jaar (trainer niet inbegrepen)
| Sportschuur Gelrode |
|
| Mindervaliden / personen met een beperking Stedelijke diensten van stad Aarschot Adviesraden van Aarschot |
Gratis |
| Erkende Aarschotse verenigingen |
€13 / uur |
| Niet-erkende Aarschotse verenigingen |
€19,5 / uur |
Jeugdtarief voor gebruikers allemaal - 21 jaar (trainer niet inbegrepen)
| Sportschuur Gelrode | |
| Mindervaliden / personen met een beperking Stedelijke diensten van stad Aarschot Adviesraden van Aarschot |
Gratis |
| Erkende Aarschotse verenigingen |
€4,88 / uur |
| Jeugdploegen |
€6,5 / uur |
| Niet-erkende Aarschotse verenigingen Niet-Aarschotse verenigingen Niet-Aarschottenaar Ander gemeentebestuur Anderen |
€9,75 / uur |
De tarieven worden 2-jaarlijkse geïndexeerd op 01.07 op basis van de consumptieprijsindex van de maand mei in het betrokken jaar, op 01.07.2027 wordt de eerst indexatie toegepast.
In het kader van Hartveilige Gemeente wil het bestuur aan elke secundaire school met een sporthal aanbieden dat de stad voor de helft tussenkomt in de kosten voor de aankoop van een AED buitentoestel.
In het kader van Hartveilige Gemeente wil het bestuur aan elke secundaire school met een sporthal aanbieden dat de stad voor de helft tussenkomt in de kosten voor de aankoop van een AED buitentoestel.
Voorstel van reglement:
Artikel 1
Binnen de mogelijkheden van de kredieten, voorzien in het budget van de stad Aarschot, kan eenmalig een subsidie verleend worden aan een secundaire school met een sporthal.
Artikel 2
Het bedrag van de subsidie wordt bepaald op basis van 50% van de factuur van de aankoop van een nieuw AED buitentoestel en toebehoren, met een maximum van 1.000 euro per aanvraag.
Artikel 3
Deze subsidie staat los van andere subsidies waar een secundaire school aanspraak op kan maken.
Artikel 4
Een subsidieaanvraag wordt schriftelijk of per e-mail ingediend bij de sportdienst van de stad Aarschot, Demervallei 8, 3200 Aarschot of sportdienst@aarschot.be
De aanvraag omvat een factuur van de aankoop van een nieuw AED toestel en toebehoren en een bewijs van betaling.
Budget van 4.000 wordt voorzien in 2026
Enig artikel
De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het "Reglement tussenkomst AED buitentoestel voor secundaire scholen met een sporthal", luidend als volgt:
Artikel 1
Binnen de mogelijkheden van de kredieten, voorzien in het budget van de stad Aarschot, kan eenmalig een subsidie verleend worden aan een secundaire school met een sporthal.
Artikel 2
Het bedrag van de subsidie wordt bepaald op basis van 50% van de factuur van de aankoop van een nieuw AED buitentoestel en toebehoren, met een maximum van 1.000 euro per aanvraag.
Artikel 3
Deze subsidie staat los van andere subsidies waar een secundaire school aanspraak op kan maken.
Artikel 4
Een subsidieaanvraag wordt schriftelijk of per e-mail ingediend bij de sportdienst van de stad Aarschot, Demervallei 8, 3200 Aarschot of sportdienst@aarschot.be
De aanvraag omvat een factuur van de aankoop van een nieuw AED toestel en toebehoren en een bewijs van betaling.
De gemeenteraad neemt kennis van het bijgaande evaluatieverslag van het extern verzelfstandigd agentschap in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk "Sportpromotie Aarschot" (SPOA) en spreekt zich uit voor het behoud van deze verzelfstandiging.
Het Decreet over het lokaal bestuur legt aan ieder extern verzelfstandigd agentschap de verplichting op om in het eerste jaar van de legislatuur een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad.
De VZW Sportpromotie Aarschot (SPOA) legt dit evaluatieverslag voor aan de gemeenteraad. Het omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie maanden uitspreekt. In de periode behandeld in dit rapport bleven motieven aanwezig om de verzelfstandiging te behouden.
Het Decreet over het lokaal bestuur legt aan ieder extern verzelfstandigd agentschap de verplichting op om in het eerste jaar van de legislatuur een evaluatieverslag voor te leggen aan de gemeenteraad.
De VZW Sportpromotie Aarschot (SPOA) legt dit evaluatieverslag voor aan de gemeenteraad. Het omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie maanden uitspreekt. In de periode behandeld in dit rapport bleven motieven aanwezig om de verzelfstandiging te behouden.
Enig artikel:
De gemeenteraad neemt kennis van het bijgaande evaluatieverslag van het extern verzelfstandigd agentschap in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk "Sportpromotie Aarschot" (SPOA) en spreekt zich uit voor het behoud van deze verzelfstandiging.
Met deze beslissing engageert de gemeenteraad zich om samen met de gemeenten Aarschot, Diest, Scherpenheuvel-Zichem en Tienen solidair een intergemeentelijke samenwerking rond erfgoed op te starten.
De gemeenteraad gaat akkoord om de bestaande projectvereniging de Merode, waarvan de stad Aarschot reeds deel uitmaakt, aan te wenden als rechtspersoon voor het samenwerkingsverband inzake intergemeentelijke erfgoedwerking. De statuten van de vereniging zullen in dit kader worden aangepast.
De gemeenteraad gaat akkoord om deel te nemen aan de IOED Hageland voor de beleidsperiode 2027-2032 en verbindt zich er toe jaarlijks €1,03 per inwoner bij te dragen aan de werking van de IOED Hageland.
De gemeenteraad gaat akkoord om deel te nemen aan de cultureel erfgoedcel Hageland voor de beleidsperiode 2027-2032 en verbindt zich er toe jaarlijks €0,45 per inwoner bij te dragen aan de werking van de cultureel erfgoedcel Hageland.
De gemeenteraad verbindt zich er toe om in januari 2027 een aangepaste versie van de statuten goed te keuren zodat de erfgoedwerkingen in het Hageland effectief kunnen opstarten.
De huidige werking van IOED en Erfgoedcel De Merode sluit niet langer aan bij de referentieregio’s zoals vastgelegd door de Vlaamse overheid. Hierdoor komt de projectvereniging in haar huidige vorm niet meer in aanmerking voor Vlaamse ondersteuning voor bovenlokale erfgoedwerking.
Om toekomstige Vlaamse middelen wél te kunnen ontvangen, wenst Aarschot samen met Tienen, Diest en Scherpenheuvel-Zichem een nieuwe samenwerkingsstructuur op te starten. De vier gemeenten kunnen hiervoor gebruikmaken van de bestaande projectvereniging De Merode. Daardoor moet er geen nieuwe projectvereniging worden opgericht.
Deze keuze biedt een duidelijk financieel voordeel: Vlaanderen voorziet een hogere subsidiëring voor bestaande erfgoedcellen. Door de huidige projectvereniging verder te benutten, kan de nieuwe samenwerking dus optimaal intekenen op de beschikbare Vlaamse middelen.
Gelet op het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
Gelet op het Decreet over regiovorming en tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013
Gelet op het Decreet houdende de ondersteuning van cultureelerfgoedwerking (citeeropschrift: Cultureelerfgoeddecreet van 23 december 2021)
Gelet op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 13.11.2025 i.v.m. Bovenlokale erfgoedwerking: opstart IGS onroerend en cultureel erfgoed in het Hageland;
In het Hageland groeit de bereidheid om op vlak van onroerend (IOED) en cultureel erfgoed (Erfgoedcel) de krachten te bundelen tot een duurzame, gesubsidieerde, intergemeentelijke samenwerking. De deadlines voor de mogelijke Vlaamse subsidies zijn echter nakend: snelle beslissingen dringen zich op. Een paar burgemeesters vroegen aan de bestaande projectvereniging de Merode om alsnog een rol op te nemen om een nieuwe samenwerking in het Hageland te ondersteunen. Heel concreet dienen de betrokken gemeenten onverwijld en unaniem te beslissen over:
1. Zakelijk: Projectvereniging Erfgoed Hageland[1]
Indien gemeenten in het Hageland elkaar vinden om rond onroerend en cultureel erfgoed samen te werken en hier Vlaamse subsidies voor willen aanvragen, dienen zij zich te verenigingen in een intergemeentelijk samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid: zie decreet lokaal bestuur, 22/12/2017, artikel 398.
Deze rechtspersoonlijkheid dient de subsidieaanvragen / erkenning in en dient goedgekeurd te zijn door alle gemeenteraden voorafgaand aan de subsidieaanvraag. Dit betekent dat alle betrokken gemeenten de rechtspersoonlijkheid en haar statuten dient goed te keuren en raadsleden dient af te vaardigen, ten laatste op de gemeenteraad van december ‘25 (deadline voor IOED is 15/1/2026).
Er is geen tijd meer om te bespreken welke vorm (projectvereniging of dienstverlenend) met zekerheid de juiste is, en ook te weinig tijd om een volledige nieuwe projectvereniging op te richten. De projectvereniging de Merode - waarvan de huidige werking grotendeels zal doorstromen in een andere samenwerking binnen de Kempen - heeft de vraag gekregen of de nieuwe samenwerking in het Hageland kan verder bouwen op haar huidige werking en dus gebruik kan maken van haar bestaande juridische structuur.
Dat is mogelijk mits aanpassing van statuten en goedkeuring van alle betrokken gemeenteraden: dus niet alleen de gemeenten uit het Hageland maar ook alle huidige partners binnen projectvereniging de Merode. Het is een goede pragmatische oplossing die bovendien het voordeel heeft dat de Hagelandse gemeenten kunnen verder bouwen op de Merode en daardoor voor de cultureel erfgoedcel een hogere subsidie kunnen aanvragen.
Om dit mogelijk te maken dient er statutair in 2 stappen gewerkt te worden:
Het is essentieel dat alle betrokken gemeenteraden exact dezelfde statuten goedkeuren in december ‘25, waarna deze kunnen worden neergelegd. Indien niet alle betrokken gemeenten deze versie goedkeuren, komt deze opzet te vervallen en blijven de huidige statuten van de Merode geldig. Indien dit zich zou voordoen, betekent dit dat de Hagelandse gemeenten geen juridische structuur hebben die voldoet aan alle voorwaarden om Vlaamse subsidies aan te vragen en er dus geen IOED kan aangevraagd worden (de deadline voor de erfgoedcel is 1 april ’26).
Ook voor de tweede stap in januari 2027 is het essentieel dat alle betrokken gemeenteraden opnieuw akkoord gaan met de dan voorgestelde statutenwijzigingen.
2. Inhoudelijk: Intergemeentelijke Onroerend Erfgoeddienst (IOED) Hageland
Een IOED is een samenwerking van meerdere gemeenten die er samen voor kiezen om intergemeentelijk samen te werken rond onroerend erfgoed, waardoor ze waardevolle extra expertise binnenhalen op het vlak van onroerend erfgoed, de gemeente ontzorgen op het vlak van onroerend erfgoed advisering en kennis, meer rechtszekerheid en ondersteuning creëren voor eigenaars van onroerend erfgoed en hun onroerend erfgoed valoriseren op een meer regionaal en geïntegreerd niveau.
De Vlaamse Overheid stimuleert gemeenten om in te zetten op hun onroerend erfgoedbeleid en hierin intergemeentelijk samen te werken. Wanneer het collectief van gemeenten:
dan kan de intergemeentelijke samenwerking een jaarlijkse Vlaamse subsidie verkrijgen van 120.000 euro.
In de afgelopen beleidsperiode konden de gemeenten Scherpenheuvel-Zichem en Aarschot genieten van de ondersteuning van IOED de Merode. De stad Tienen kon een beroep doen op de expertise van IOED Portiva.
Dit leverde deze gemeenten en haar inwoners o.a. volgende op:
De Vlaamse Overheid geeft in haar decreet mee wat een IOED moet doen maar binnen dat kader is er ook ruimte om zelf invulling te geven aan de doelstellingen. Hierdoor kan de IOED ook eigen projecten en publieksprojecten ontwikkelen indien de participerende gemeenten dat wensen.
De vier steden in het Hageland, Aarschot, Diest, Scherpenheuvel-Zichem en Tienen komen samen aan 116.957 inwoners.
Indien zij zich alle vier engageren om 1,03€ per inwoner jaarlijks bij te dragen aan IOED Hageland, dan zijn zij in orde met de minimale voorwaarden van het decreet om een IOED aan te vragen, mits tijdig – voor 15/1/’26- een goedgekeurd beleidsplan in te dienen.
3. Inhoudelijk: Cultureel Erfgoedcel Hageland
Een cultureel erfgoedcel is een samenwerking van meerdere gemeenten die er samen voor kiezen om meer ondersteuning te bieden aan en expertise te ontwikkelen rond hun eigen cultureel erfgoed. Via de erfgoedcel wordt het erfgoed beter bewaard, geïnventariseerd, verzorgd en ontsloten. Heemkringen en erfgoedvrijwilligers worden verregaand ondersteund en nieuwe projecten worden opgezet. Lokale ambtenaren inspireren elkaar, stellen samen doelstellingen op en worden in een aantal taken ondersteund of ontzorgd door de medewerkers van de erfgoedcel, waardoor er meer ruimte komt voor lokale taken.
De Vlaamse Overheid stimuleert gemeenten om in te zetten op hun cultureel erfgoedbeleid en hierin intergemeentelijk samen te werken. Wanneer het collectief van gemeenten:
dan kan de intergemeentelijke samenwerking een jaarlijkse Vlaamse subsidie verkrijgen tussen 200.000 en 300.000 euro. Voor een beperkte eigen bijdrage, kan er samen zo een werking worden gerealiseerd van minstens 325.000 euro.
In de Demervallei konden de gemeenten Scherpenheuvel-Zichem en Aarschot de afgelopen jaren genieten van de ondersteuning van erfgoedcel de Merode, dankzij een genereuze samenwerking met Kempische gemeenten en Tessenderlo-Ham. Dit leverde deze gemeenten en haar inwoners o.a. volgende op:
De Vlaamse Overheid geeft in haar decreet mee wat een erfgoedcel moet doen maar binnen dat kader is er veel ruimte om zelf – de gemeenten en het werkveld- invulling te geven aan de doelstellingen. De opmaak van het beleidsplan en de werking van de erfgoedcel is steeds ‘bottom-up’ en participatief. Het decreet stelt als voorwaarde dat het beleidsplan participatief wordt opgemaakt en gedragen is door zowel de besturen, de ambtenaren als het werkveld. Een stuurgroep van ambtenaren dient te worden samengesteld voor de opmaak, waarbij de gemeenten Diest en Tienen zich dienen te engageren dat een ambtenaar ook mee schrijft aan het plan.
Net als bij de IOED voldoen de 4 Hagelandse steden aan de minimale inwonersaantallen. Indien zij zich engageren om minimaal 0,45€ per inwoner jaarlijks bij te dragen en tijdig een participatief opgemaakt beleidsplan – voor 1/4/’26 – op te maken, dan kunnen zij de subsidies voor een cultureel erfgoedcel van het Hageland aanvragen.
[1] Projectvereniging Erfgoed Hageland is momenteel de werktitel. In het proces naar samenwerking kan samen voor een andere naam gekozen worden.
IOED: Jaarlijkse inbreng van 1.03€ per inwoner voor periode 2027-232
Erfgoedcel: Jaarlijkse inbreng van 0.45€ per inwoner voor periode 2027-2032
Artikel 1:
De gemeenteraad engageert zich om samen met de gemeenten Aarschot, Diest, Scherpenheuvel-Zichem en Tienen solidair een intergemeentelijke samenwerking rond erfgoed op te starten en geeft haar ambtenaren de opdracht om mee te werken aan de opmaak van de beleidsplannen.
Artikel 2:
De gemeenteraad gaat akkoord om de bestaande projectvereniging de Merode, waarvan de stad Aarschot reeds deel uitmaakt, aan te wenden als rechtspersoon voor het samenwerkingsverband inzake intergemeentelijke erfgoedwerking. De statuten van de vereniging zullen in dit kader worden aangepast.
Artikel 3:
De gemeenteraad gaat akkoord met de aangepaste statuten van projectvereniging de Merode zoals voorgelegd:
Projectvereniging de Merode - Statuten
Namens de gemeente Aarschot:
Mijnheer Gerry Vranken, geboren op 19/11/1974 (plaatsvervanger: Isabelle Dehond)
Namens de gemeente Diest:
Mevrouw Monique De Dobbeleer geboren op 19/08/1965 (geen plaatsvervanger)
Namens de gemeente Herselt:
Mijnheer Tim Tubbax, geboren op 14/08/1979 (plaatsvervanger: Anneleen Maris)
Namens de gemeente Hulshout:
Mevrouw Elien Bergmans, geboren op 26/02/1988 (plaatsvervanger Hilde Van Looy,)
Namens de gemeente Laakdal:
Mevrouw Gerda Broeckx, geboren op 10/09/1962 (geen plaatsvervanger)
Namens de gemeente Scherpenheuvel-Zichem:
Mijnheer Kris Peetermans, geboren op 01/07/1979 (plaatsvervanger: Paul Janssens)
Namens de gemeente Tessenderlo-Ham:
Mijnheer Patrick Bosmans geboren op 14/02/1978 (plaatsvervanger Kurt Vermeyen)
Namens de gemeente Tienen:
xxxx
Namens de gemeente Westerlo:
Mijnheer Kristof Welters geboren op 28/12/1978 (plaatsvervanger Guy Van Hirtum)
Kris Peetermans werd verkozen tot voorzitter en Kristof Welters tot onder voorzitter op de raad van bestuur van 12 februari 2025.
HOOFDSTUK 1: NAAM, ZETEL, DOELSTELLINGEN EN DUUR
Artikel 1 – Naam van de projectvereniging
De projectvereniging wordt genoemd ‘projectvereniging de Merode‘.
De projectvereniging is onderworpen aan de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en door deze statuten.
Artikel 2 – Zetel van de projectvereniging
De zetel van de vereniging is gevestigd te Pater Beckxstraat 3, 3270 Scherpenheuvel-Zichem.
Artikel 3 – Deelnemers aan de projectvereniging
De leden van de projectvereniging zijn de gemeenten Aarschot, Diest, Herselt, Hulshout, Laakdal, Scherpenheuvel-Zichem, Tessenderlo-Ham, Tienen en Westerlo.
Alle deelnemende gemeenten blijven lid van de projectvereniging tot en met 31 december 2026.
Met ingang van 1 januari 2027 treden de gemeenten Herselt, Hulshout, Laakdal, Tessenderlo-Ham en Westerlo uit de projectvereniging.
De gemeenten Aarschot, Diest, Scherpenheuvel-Zichem en Tienen blijven deelnemend lid voor de lopende periode, overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 van deze statuten.
In het deelnemersregister, dat aan de statuten van de projectvereniging is gehecht, wordt vermeld voor welke deelwerking(en) de deelnemers een bijdrage leveren.
Artikel 4 – Doel van de projectvereniging
De projectvereniging wil in de aangesloten gemeenten een werking uitbouwen rond erfgoed, toerisme en cultuur. Hierbij wordt minstens ingezet op de volgende deelwerkingen: cultureel erfgoed, onroerend erfgoed en bovenlokale cultuur.
De deelwerking cultureel erfgoed wil een cultureel-erfgoedbeleid uitwerken binnen de gebiedsomschrijving van de projectvereniging. Daarbij wordt onder meer ingezet op:
De deelwerking onroerend erfgoed wil een beleid uitwerken rond het onroerend erfgoed binnen de gebiedsomschrijving van de projectvereniging. Daarbij wordt onder meer ingezet op:
De deelwerking bovenlokale cultuur wil een beleid rond bovenlokale cultuur binnen de gebiedsomschrijving van de projectvereniging voeren. Daarbij wordt onder meer ingezet op:
De specifieke doelstellingen van deze drie deelwerkingen zijn gedetailleerd uitgewerkt in de beleidsplannen van de deelwerkingen, die worden goedgekeurd door zowel de Raad van Bestuur van de projectvereniging als door de Vlaamse overheid.
Artikel 5 – Duur van de projectvereniging
§ 1. De projectvereniging werd voor het eerst opgericht in 2015 en de samenwerking werd hernieuwd in 2019, vervolgens verlengd tot en met 31/12/2026, en nu verlengd voor de periode 2027-2031.
§ 2. De projectvereniging kan opeenvolgende keren voor het verstrijken van de termijn opnieuw verlengd worden voor een periode van maximum 6 jaar indien dit de unanieme wil is van de deelnemende gemeenten. Bij het uitblijven van een beslissing van een van de gemeentebesturen vervalt de projectvereniging
§ 3. Overeenkomstig artikel 401 van het Decreet Lokaal Bestuur is geen uittreding uit de projectvereniging mogelijk gedurende de vastgelegde looptijd, behoudens wijzigingen of verplichtingen voortvloeiend uit decretale of federale wetgeving.
De projectvereniging dient zich te conformeren aan de bepalingen van het Regiodecreet.
In uitvoering daarvan is het in 2027 voor een aantal gemeenten mogelijk, en voor andere gemeenten niet mogelijk, om uit te treden uit de projectvereniging en haar deelwerkingen.
Concreet zullen de gemeenten Herselt, Hulshout, Laakdal, Westerlo en Tessenderlo-Ham uit de projectvereniging treden met ingang van 1 januari 2027.
De gemeenten Aarschot, Diest, Scherpenheuvel-Zichem en Tienen blijven deelnemend lid en verbinden zich voor beide deelwerkingen gedurende de periode 2027–2032.
§ 4. Toetreding van een gemeente tot de bestaande projectvereniging kan daarentegen wel en wordt geregeld op basis van het Decreet Lokaal Bestuur, alsook de decreten van de drie deelwerkingen.
§ 5. Wanneer een projectvereniging eindigt, wordt niet langer voldaan aan de voorwaarden van de decreten van de deelwerkingen: IOED, cultuurregio en Cultureel Erfgoedcel. Dan verliezen deze deelwerkingen hun Vlaamse subsidies en houden zij aldus op met te bestaan.
HOOFDSTUK 2: BESTUUR VAN DE VERENIGING
Artikel 6 – Bestuur van de vereniging
§ 1. De projectvereniging wordt geleid door een raad van bestuur waarvan de leden benoemd worden door de deelnemende gemeenten.
§ 2. Deze raad van bestuur heeft uitsluitend de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen die kaderen binnen het doel van de vereniging.
Artikel 7 – Samenstelling raad van bestuur
§ 1. De raad van bestuur bestaat uit stemgerechtigde leden en uit leden met raadgevende stem.
§ 2. Elke gemeenteraad vaardigt één stemgerechtigd lid af naar de raad van bestuur, zijnde een burgemeester, een schepen of een gemeenteraadslid verkozen op een lijst waarvan de verkozenen deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen. De voorzitter wordt gekozen uit de stemgerechtigde leden. Elk stemgerechtigd lid beschikt over slechts één stem.
§ 3. Daarnaast duidt elke deelnemende gemeente één afgevaardigde aan als lid met raadgevende stem. Deze afgevaardigden zijn steeds raadsleden in de deelnemende gemeenten, verkozen op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen.
§ 4. Elke deelnemende gemeente duidt eveneens een plaatsvervanger aan voor het stemgerechtigd lid, zijnde een burgemeester, een schepen of een gemeenteraadslid verkozen op een lijst waarvan de verkozenen deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen. Deze plaatsvervanger kan het stemgerechtigd lid, bij diens afwezigheid, vervangen in de raad van bestuur.
§ 5. Elke deelnemende gemeente kan eveneens een plaatsvervanger aanduiden voor het lid met raadgevende stem, zijnde een gemeenteraadslid verkozen op een lijst waarvan geen enkele verkozene deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen.
§ 6. Met behoud van de toepassing van andere wettelijke of decretale bepalingen die van toepassing zijn op de bestuurders, bestaat er onverenigbaarheid tussen hun mandaat en de ambten, de functies of de mandaten, vermeld in artikel 436 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
§ 7. De bestuurders worden benoemd voor de duur van de projectvereniging, maar zijn van rechtswege ontslagnemend bij verlies van hun openbaar mandaat of tot het ogenblik van de algehele vernieuwing van de gemeenteraden. Het mandaat van bestuurder wordt eveneens beëindigd indien de respectievelijke raad die hij vertegenwoordigt zijn mandaat intrekt en in dezelfde raadsvergadering zijn vervanger aanduidt.
Artikel 8 – Werkingsmodaliteiten
De raad van bestuur maakt een huishoudelijk reglement op waarin de werkingsmodaliteiten van de raad van bestuur worden vastgelegd. Dat huishoudelijk reglement kan worden gewijzigd bij eenvoudige beslissing van stemgerechtigde leden van de raad van bestuur.
Artikel 9 – Vergaderingen raad van bestuur
De raad van bestuur vergadert ten minste twee keer per jaar. De uitnodigingen worden minstens 8 dagen vooraf verstuurd, vergezeld van een agenda.
Om rechtsgeldig te vergaderen en beslissen moet een gewone meerderheid van de stemgerechtigde leden aanwezig zijn. Van dat aanwezigheidsquorum kan worden afgeweken voor een tweede vergadering die volgt op een onvoldoende samengestelde eerdere vergadering, en op voorwaarde dat het gaat om punten die voor de tweede keer op de agenda voorkomen. Deze bepaling geldt niet voor de voorstellen tot statutenwijziging en aanvaarding van toetredingen.
Beslissingen worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen.
Artikel 10 –Beslissingen in geval van hoogdringendheid
In gevallen van hoogdringendheid kunnen beslissingen genomen worden gezamenlijk door de voorzitter, of bij verhindering de ondervoorzitter, en een bestuurder.
De raad van bestuur wordt per e-mail geïnformeerd over de beslissing. De beslissing wordt voorgelegd aan de raad van bestuur ter bekrachtiging op de volgende vergadering.
Artikel 11 – Presentiegeld
De leden van de raad van bestuur zullen geen presentiegeld ontvangen.
Artikel 12 – Ondersteuning raad van bestuur
De raad van bestuur kan een dagelijks bestuur, stuurgroepen, werkgroepen of adviesgroepen oprichten om de vergaderingen van de raad van bestuur voor te bereiden en kan specifieke opdrachten uitbesteden aan derden.
De bepalingen met betrekking tot samenstelling en werkwijze van het dagelijks bestuur, de stuurgroepen, de werkgroepen en de adviesgroepen worden door de raad van bestuur vastgelegd in haar huishoudelijk reglement.
Artikel 13 – Verslaggeving aan de gemeenteraden
§ 1. De vergaderingen van de raad van bestuur zijn niet openbaar. De notulen van de vergaderingen en de bijhorende documenten worden, maximaal één maand na de vergadering, ter inzage gelegd van de gemeenteraadsleden op het secretariaat van alle aangesloten gemeenten.
HOOFDSTUK 3: FINANCIEEL BEHEER
Artikel 14 – Begroting en rekeningen
§ 1. De boekhouding wordt gevoerd overeenkomstig de wetgeving op de boekhouding van de ondernemingen en met naleving van de richtlijnen die de overheid uitvaardigt m.b.t. de boekhoudkundige verrichtingen.
§ 2. De raad van bestuur stelt de rekening van het afgelopen jaar vast uiterlijk op 31 maart na het verstreken boekjaar. De goedgekeurde jaarrekeningen worden door de raad van bestuur neergelegd bij de Nationale Bank van België. De raad van bestuur legt de jaarrekening samen met het verslag van de accountant en het activiteitenverslag jaarlijks ter goedkeuring voor aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. De begroting wordt goedgekeurd door de Raad van Bestuur uiterlijk op 31 december van het voorafgaande jaar.
Artikel 15 – Financiering
De gemeentebesturen financieren de projectvereniging via een jaarlijkse subsidie die bestaat uit:
Elk bestuur betaalt eenzelfde bedrag per inwoner. De bedragen worden jaarlijks per deelwerking vastgelegd in een overleg met de deelnemende gemeenten. De bedragen worden bepaald conform de noden en de te verwachten kosten van de projectvereniging.
Artikel 16 - Financiële controle
De raad van bestuur benoemt een revisor die de controle op de financiële toestand uitvoert en hierover jaarlijks rapporteert.
HOOFDSTUK 4: WIJZIGING STATUTEN, TOETREDING, ONTBINDING
Artikel 17 - Wijziging van de statuten, toetreding
De wijzigingen van de statuten en de aanvaarding van de toetreding van nieuwe leden behoeven de instemming van twee derden van de deelnemende gemeenten, op basis van een gemeenteraadsbeslissing.
Artikel 18 - Ontbinding van de vereniging
De vereniging kan voortijdig ontbonden worden mits een akkoord van twee derden van de bestuurders. De vereniging stelt hiertoe een vereffenaar aan.
Artikel 19 - Bestemming van de activa
In geval van ontbinding van de vereniging worden de activa, na aanzuivering van de eventuele passiva, overgedragen aan de deelnemende gemeenten in verhouding tot de betaalde financiële bijdragen.
Bij de ontbinding van de vereniging zullen de eventueel in gebruik gegeven goederen worden teruggegeven aan de eigenaars, in zoverre hun rechten daarop kunnen bewezen worden aan de hand van geschreven overeenkomsten.
Voor alles wat niet in deze statuten is voorzien gelden de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen aan dit decreet.
Artikel 3
De gemeenteraad gaat akkoord om deel te nemen aan de IOED Hageland voor de beleidsperiode 2027-2032.
Artikel 4:
De gemeenteraad verbindt zich er toe jaarlijks €1,03 per inwoner bij te dragen aan de werking van de IOED Hageland vanaf 2027 t.e.m. 2032 en neemt dit op in de meerjarenbegroting.
Artikel 5:
De gemeenteraad gaat akkoord om deel te nemen aan de cultureel erfgoedcel Hageland voor de beleidsperiode 2027-2032.
Artikel 6:
De gemeenteraad verbindt zich er toe jaarlijks €0,45 per inwoner bij te dragen aan de werking van de cultureel erfgoedcel Hageland vanaf 2027 t.e.m. 2032 en neemt dit op in de meerjarenbegroting.
Artikel 7:
De gemeenteraad van de gemeente Aarschot verbindt zich er toe om op de gemeenteraad van januari 2027 een aangepaste versie van de statuten opnieuw goed te keuren zodoende dat de erfgoedwerkingen in het Hageland effectief kunnen opstarten.
De gemeenteraad beslist tot de oprichting van de intergemeentelijke projectvereniging COBRA, samen met de andere deelnemende steden en gemeenten uit Oost-Brabant.Dit is een lichte vorm van intergemeentelijke samenwerking waarin elke gemeente een evenwaardige stem heeft.
Via Cultuurregio COBRA kunnen Vlaamse werkingssubsidies voor de cultuurregio worden aangevraagd. De Vlaamse middelen dienen vooral voor de organisatorische werking (klein professioneel team en overhead). De gemeentelijke bijdragen per inwoner worden ingezet voor kennisdeling, ondersteuning van lokale culturele actoren en gezamenlijke bovenlokale cultuurprojecten.
De inhoudelijke krijtlijnen worden verder uitgewerkt in een Cultuurnota voor Cultuurregio COBRA, met doelstellingen rond ondersteuning van lokale spelers, gezamenlijke publieksinitiatieven, cultuurparticipatie (met aandacht voor kwetsbare groepen) en uitwisseling van expertise tussen gemeenten.
De gemeenteraad beslist over de oprichting van de intergemeentelijke projectvereniging Cultuurregio COBRA, samen met andere steden en gemeenten uit Oost-Brabant. De vereniging bundelt de krachten voor een bovenlokaal cultuurbeleid en sluit aan bij de kandidatuur Leuven & Beyond 2030 als Europese Culturele Hoofdstad. Via COBRA kunnen Vlaamse werkingssubsidies worden aangevraagd en ingezet voor een professionele werking, kennisdeling en gezamenlijke cultuurprojecten in de regio.
Gelet op het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
Gelet op het Decreet over regiovorming en tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
Gelet op de beslissing van de gemeenteraad van 19.06.2025 houdende Principiële deelname kandidatuur Leuven & Beyond Europese Culturele Hoofdstad 2030 (LOV2030) en principiële deelname voorbereidingen IGS Cultuur Oost-Brabant
De beslissing om een projectvereniging op te richten is de uitwerking van voormelde gemeenteraadsbeslisising met referentie GR/2025/184 Principiële deelname kandidatuur LOV2030 en principiële deelname IGS cultuur Oost Brabant.
De deelnemende steden en gemeenten richten samen de intergemeentelijke projectvereniging Cultuurregio COBRA op. Dit is een lichte vorm van intergemeentelijke samenwerking waarin elke gemeente een evenwaardige stem heeft.
Via Cultuurregio COBRA kunnen Vlaamse werkingssubsidies voor de cultuurregio worden aangevraagd. De Vlaamse middelen dienen vooral voor de organisatorische werking (klein professioneel team en overhead). De gemeentelijke bijdragen per inwoner worden ingezet voor kennisdeling, ondersteuning van lokale culturele actoren en gezamenlijke bovenlokale cultuurprojecten.
De inhoudelijke krijtlijnen worden verder uitgewerkt in een Cultuurnota voor Cultuurregio COBRA, met doelstellingen rond ondersteuning van lokale spelers, gezamenlijke publieksinitiatieven, cultuurparticipatie (met aandacht voor kwetsbare groepen) en uitwisseling van expertise tussen gemeenten.
Cfr. de beslissing van het CBS (CBS 2025/5185 vraag tot vaststelling maatschappelijke zetel IGS cultuur Oost-Brabant in Aarschot) wordt voorgesteld om de maatschappelijke zetel van Cultuurregio COBRA onder te brengen in de stad Aarschot, als centraal gelegen centrumstad met ervaring in intergemeentelijke culturele samenwerking.
Volgens de decretale regels voor projectverenigingen (decreet lokaal bestuur) beschikt Cultuurregio COBRA uitsluitend over een raad van bestuur. De deelnemende gemeenten benoemen elk één stemgerechtigd lid van de raad van bestuur en duiden daarnaast een afgevaardigde met raadgevende stem aan uit de gemeenteraad. Het stemgerechtigde bestuurslid dient te komen uit de meerderheid, de afgevaardigde met raadgevende stem uit de oppositie. Zo worden zowel meerderheid als oppositie structureel betrokken bij de werking van Cultuurregio COBRA.
De gemeente betaalt een jaarlijkse bijdrage aan Cultuurregio COBRA. Deze bijdrage bedraagt geïndexeerd € 0,675 per inwoner per jaar
Met 27 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.
Met 27 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.
Met 27 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.
Met 27 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 0 stemmen onthouden.
Artikel 1 – Oprichting projectvereniging COBRA
De gemeenteraad beslist tot de oprichting van de intergemeentelijke projectvereniging COBRA, samen met de andere deelnemende steden en gemeenten uit Oost-Brabant.
Artikel 2 – Goedkeuring statuten
De gemeenteraad keurt de ontwerpstatuten van de projectvereniging COBRA goed. De statuten worden als bijlage bij dit besluit gevoegd en maken er integraal deel van uit.
Artikel 3 – Goedkeuring samenwerkingsovereenkomst
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemende steden en gemeenten goed, afgesloten op (dag/december/2025), en bevestigt gehouden te zijn tot de uitvoering ervan tot en met 15 februari 2031.
Artikel 4 - gemeentelijke bijdrage
In de meerjarenbegroting 2026-2031vanaf 2027 een jaarlijks bedrag van 0,675 € per inwoner te voorzien en te oormerken voor deze periode voor de deelname aan de intergemeentelijke projectvereniging COBRA ter ondersteuning van de realisatie van bovenlokale cultuurprojecten in de eigen gemeente en binnen de brede (Europese) programmalijnen ‘human, nature, innovation’ voor LOV2030.
Artikel 5 – Toezicht
De oprichtingsakte van de projectvereniging COBRA wordt binnen dertig dagen na dagtekening ter informatie voorgelegd aan de toezichthoudende overheid.
Artikel 6 – Aanduiding vertegenwoordigers
De gemeenteraad duidt volgende personen aan als vertegenwoordigers van de gemeente in de raad van bestuur van de projectvereniging COBRA.
Lid met stemrecht: Jill Schellens – plaatsvervanger met stemrecht: Isabelle Dehond
Lid zonder stemrecht: Elke Peeters – plaatsvervanger zonder stemrecht: Petra Vanlommel
De beslissing van de kerkraad houdende het meerjarenplan 2026 - 2031 van OLV Aarschot wordt goedgekeurd door de gemeenteraad.
De beslissing van de kerkraad houdende het meerjarenplan 2026 - 2031 van OLV Aarschot wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Gelet op
het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad.
Overwegende dat
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur (Diestsepoort 6 bus 1, 3000 Leuven).
De beslissing van de kerkraad houdende het meerjarenplan 2026 - 2031 van HH Maria, Pieter en Antonius wordt goedgekeurd door de gemeenteraad.
De beslissing van de kerkraad houdende het meerjarenplan 2026 - 2031 van HH Maria, Pieter en Antonius wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Gelet op
het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad.
Overwegende dat
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur (Diestsepoort 6 bus 1, 3000 Leuven).
De beslissing van de kerkraad houdende het meerjarenplan 2026 - 2031 van Sint Cornelius en Sint Niklaas wordt goedgekeurd door de gemeenteraad.
De beslissing van de kerkraad houdende het meerjarenplan 2026 - 2031 van Sint Cornelius en Sint Niklaas wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Gelet op
het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad.
Overwegende dat
Artikel 1
Het meerjarenplan 2026 - 2031 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Dit besluit wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur (Diestsepoort 6 bus 1, 3000 Leuven).
De gemeenteraad neemt akte van het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.
De beslissing van de kerkraad houdende het budget 2026 van OLV Aarschot wordt voor akteneming voorgelegd aan de gemeenteraad.
Gelet op
het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad.
Overwegende dat
Artikel 1
De gemeenteraad neemt akte van het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.
Artikel 2
Een afschrift van deze beraadslaging wordt naar de voornoemde erkende kerkgemeenschap, het centraal kerkbestuur, het erkend representatief orgaan en de provinciegouverneur verzonden. Deze instanties zullen dit document aan het reeds ontvangen exemplaar van het budget hechten.
De gemeenteraad neemt akte van het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.
De beslissing van de kerkraad houdende het budget 2026 van HH Maria, Pieter en Antonius wordt voor akteneming voorgelegd aan de gemeenteraad.
Gelet op
het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad.
Overwegende dat
Artikel 1
De gemeenteraad neemt akte van het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.
Artikel 2
Een afschrift van deze beraadslaging wordt naar de voornoemde erkende kerkgemeenschap, het centraal kerkbestuur, het erkend representatief orgaan en de provinciegouverneur verzonden. Deze instanties zullen dit document aan het reeds ontvangen exemplaar van het budget hechten.
De gemeenteraad neemt akte van het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.
De beslissing van de kerkraad houdende het budget 2026 van Sint Cornelius en Sint Niklaas wordt voor akteneming voorgelegd aan de gemeenteraad.
Gelet op
het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap na beslissing van de kerkraad.
Overwegende dat
Artikel 1
De gemeenteraad neemt akte van het budget 2026 van de voornoemde erkende kerkgemeenschap.
Artikel 2
Een afschrift van deze beraadslaging wordt naar de voornoemde erkende kerkgemeenschap, het centraal kerkbestuur, het erkend representatief orgaan en de provinciegouverneur verzonden. Deze instanties zullen dit document aan het reeds ontvangen exemplaar van het budget hechten.
Dit agendapunt werd besproken. Voor de volledige bespreking verwijzen we naar het audioverslag van deze vergadering.
Stef Van Calster
Beste collega’s,
De huidige coalitie heeft de voorbije zes jaar veel aandacht besteed aan onze deelgemeenten en gaat dat komende zes jaar weer doen, mooi zo!
Tijdens een passage in Rillaar viel me wel iets op dat misschien klein lijkt, maar communicatief wel iets kan betekenen. Aan verschillende locaties in onze stad hangen vandaag de gekende turquoise vlaggen met het logo en de naam Aarschot. Op zich mooi en herkenbaar, maar in de deelgemeenten lijkt er soms een gemiste kans te zitten. Persoonlijk ben ik ook fan van ons wapenschild, maar dat is een vraag voor een andere keer.
Het idee is eenvoudig. Wat als we in Rillaar, Gelrode, Langdorp, Gijmel, Ourodenberg, Bergvijver, … dezelfde vlaggen gebruiken, maar dan met de naam van de deelgemeente erop? De layout blijft identiek en past dus volledig binnen onze huisstijl, maar het geeft tegelijk een stukje lokale identiteit terug. Het straalt herkenning uit, versterkt het gevoel van nabijheid en vraagt geen grote investering.
AI deed al volgende ‘verdienstelijke’ poging
Mijn vragen zijn daarom de volgende:
Gevolg dat aan dit agendapunt werd gegeven:
Dit agendapunt werd besproken. Voor de volledige bespreking verwijzen we naar het audioverslag van deze vergadering.
Notulen en zittingsverslag vergadering 13 november 2026
Notulen
Gelet op het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en de gemeenteraadscommissies, goedgekeurd door de gemeenteraad in vergadering van 11.01.2024, inzonderheid artikel 29 §3;
Aangezien verder tijdens de vergadering geen bezwaren tegen de notulen van de vergadering van 13 november 2026 werden ingebracht;
zijn de notulen van de vergadering van 13 november 2026 goedgekeurd.
Zittingsverslag
In toepassing van artikel 278 §1 van het decreet over het lokaal bestuur en artikel 28 §2 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad en de gemeenteraadscommissies is het zittingsverslag vervangen door de integrale audio-opname van de openbare zitting van de gemeenteraad.