De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het camerareglement "Bibliotheek" goed als bijlage aan het Arbeidsreglement.
Het voorstel omvat het camerareglement "Bibliotheek" voor de besloten maar voor het publiek toegankelijke locatie "Bibliotheek". Met het oog op de veiligheid van de medewerkers en bezoekers van de bibliotheek wordt de plaatsing van camera’s aan de inkomdeur noodzakelijk geacht. De camera’s hebben als doel het toezicht op de toegang tot het gebouw te verbeteren, incidenten te voorkomen en, indien nodig, objectieve vaststellingen mogelijk te maken bij ongewenst of grensoverschrijdend gedrag.
Door zicht te hebben op wie de bibliotheek binnenkomt en verlaat, kan sneller en adequater worden ingegrepen bij noodsituaties. De camerabewaking draagt bovendien bij aan een verhoogd veiligheidsgevoel voor zowel personeel als bezoekers.
De camera’s worden uitsluitend ingezet voor veiligheidsdoeleinden, met respect voor de geldende privacywetgeving. De opnames worden niet langer bewaard dan noodzakelijk en zijn enkel toegankelijk voor daartoe gemachtigde personen. In het besluit wordt aangegeven wat de doelen zijn van deze bewaking, alsook de modaliteiten m.b.t. de gegevensverwerking.
Gelet op:
Overwegende:
Artikel 1
De raad voor maatschappelijk welzijn hecht goedkeuring aan het camerareglement van "Bibliotheek", dat luidt als volgt:
Camerareglement
Bibliotheek
bijlage bij het arbeidsreglement
1. Algemeen
Camerabewaking is elk bewakingssysteem met 1 of meer camera’s dat ertoe strekt om bepaalde plaatsen of activiteiten op de arbeidsplaats te bewaken vanuit een punt dat zich geografisch op een afstand van die plaatsen of activiteiten bevindt met of zonder het oog op bewaring van de beeldgegevens die het inzamelt en overbrengt.
Van toepassing zijnde regelgeving:
- (de CAO nr. 68 van 16.06.1998 gesloten in de Nationale Arbeidsraad betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de werknemers ten opzichte van de camerabewaking op de arbeidsplaats en het koninklijk besluit van 20.09.1998 waarbij de CAO nr. 68 algemeen verbindend wordt verklaard)
- de wet van 21.03.2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s (de camerawet)
- het koninklijk besluit van 10.02.2008 tot vaststelling van de wijze waarop wordt aangegeven dat er camerabewaking plaatsvindt, gewijzigd door het koninklijk besluit van 28.05.2018
- het koninklijk besluit van 09.03.2014 betreffende real-time beelden bekijken van bewakingscamera’s in niet-besloten plaatsen
- VERORDENING (EU) 2016/679 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 27.04.2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)
- het koninklijk besluit van 08.05.2018 betreffende de aangiften van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s en betreffende het register van de beeldverwerkingsactiviteiten van bewakingscamera’s, gewijzigd door het Koninklijk Besluit van 02.12.2018;
- de wet van 30.07.2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens;
- de wet van 02.10.2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid;
- wet van 05.08.1992 op het politieambt.
2. Doel
De camerabewaking wordt ingezet voor volgende doeleinden:
- het bewaken van een publiek toegankelijke besloten plaats;
- de veiligheid en gezondheid van alle aanwezigen
- de bescherming van de goederen van de organisatie tegen diefstal en andere misdrijven.
- bescherming van de goederen van alle aanwezigen
De camera’s worden niet ingezet om de werknemers te viseren.
Indien de camerabeelden gebruikt worden in het kader van misdrijven en inbreuken tegen of door een personeelslid wordt dit voorafgaandelijk ter kennis gesteld aan de algemeen directeur.
Het lokaal bestuur Aarschot verbindt er zich toe de camerabewaking niet aan te wenden op een wijze die onverenigbaar is met het uitdrukkelijk hierboven omschreven doeleinden.
Uitgaande van de vermelde doeleinden zal de camerabewaking toereikend, ter zake dienend en niet overmatig zijn.
Het lokaal bestuur Aarschot draagt er zorg voor dat de camerabewaking geen inmenging in de persoonlijke levenssfeer van de werknemer tot gevolg heeft.
3. Ingebruikname
De camera’s functioneren op permanente wijze.
4. Bewaartermijn
Als de opgenomen beelden geen bijdrage leveren tot het bewijzen van een misdrijf, van schade of van overlast of tot het identificeren van een dader, een verstoorder van de openbare orde, een getuige of een slachtoffer, mogen ze niet langer dan één maand/31 dagen bewaard worden.
5. Kennisname
Bij de toegang van de bewaakte zone moet het wettelijk voorgeschreven pictogram geplaatst worden dat aangeeft dat er camerabewaking plaatsvindt, zodat geen enkele persoon geconfronteerd wordt met bewakingscamera’s zonder eerst een pictogram gezien te hebben.
Bovendien moeten de volgende vermeldingen op de pictogrammen worden aangebracht:
De verwerkingsverantwoordelijke moet een intern register bijhouden met de beeldverwerkingsactiviteiten van zijn bewakingscamera’s. Dit register moet in een schriftelijke vorm bestaan (eventueel elektronisch) en dient ter beschikking gehouden te worden van de bevoegde autoriteiten inzake gegevensbescherming.
Het register bevat o.a.:
De apparatuur voor het systeem van de camerabewaking staat opgesteld:
Ten Drossaarde 1 – 3200 Aarschot.
De raad voor maatschappelijk welzijn gaat akkoord met het toevoegen van dit camerareglement als bijlage aan het arbeidsreglement.
De medewerkers ontvangen deze bijlage na goedkeuring door de raad en zullen gevraagd worden een ontvangstbewijs te ondertekenen.