Op 18 april 2024 keurde de gemeenteraad een retributiereglement goed waarbij een kost van 20 euro wordt aangerekend voor het versturen van aangetekende aanmaningen met betrekking tot de GAS-boetes, in navolging van een aantal andere gemeenten. Deze retributie wordt verantwoord vanuit het streven om administratieve kosten te verhalen op de gebruiker van een dienst, wat in het algemeen aanvaard wordt binnen het kader van de lokale beleidsvrijheid, zeker in een context van toenemende budgettaire druk.
Er rijzen echter vragen over de juridische toelaatbaarheid van dergelijke kosten in het kader van de minnelijke invordering van GAS-boetes.
Volgens Vlofin is het aanrekenen van bijkomende administratieve kosten in de minnelijke fase van invordering niet toegestaan, omdat dit neerkomt op een indirecte verhoging van de boete. Dergelijke verhoging zou in strijd zijn met het strafrechtelijke beginsel ‘non poena sine lege’, verankerd in artikel 14 van de Grondwet, dat bepaalt: “Geen straf kan worden ingevoerd of toegepast dan krachtens de wet."
Ook het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) is de mening toegedaan dat in het tarief van de boete de administratieve kost reeds zou vervat zitten. Deze aanname kent ons inziens evenwel geen grondslag in de regelgeving omtrent de GAS-boetes. In de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties worden hieromtrent geen bepalingen opgenomen. Ook uit de Memorie van Toelichting bij de Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties kan niet worden afgeleid dat de kosten voor de administratieve verwerking van dergelijke boetes inbegrepen zouden zijn.
Anderzijds bestaat er geen wettelijke bepaling die verbiedt dat een gemeente een afzonderlijke administratiekost aanrekent bij GAS-boetes, noch wordt in de GAS-wet bepaald dat dergelijke kosten reeds in het boetebedrag vervat zitten. Zowel uit de wet als uit de memorie van toelichting blijkt dat de boete enkel een sanctie is, los van eventuele verwerkings- of inningskosten. Gezien de gemeentelijke autonomie kan een stad daarom, mits een reglementaire basis (via een retributiereglement), een administratieve toeslag opleggen om de inningskosten te verhalen, zeker wanneer die kost enkel wordt aangerekend bij nalatigheid van betaling. Dit principe is bovendien in lijn met andere federale en andere gemeentelijke regelingen waar administratieve kosten naast boetes of veroordelingen worden toegestaan, al ontbreekt voorlopig rechtspraak die dit specifiek voor GAS bevestigt.
Gelet op het feit dat het aanrekenen van administratiekosten voor het verzenden van aangetekende aanmaningen inzake GAS-boetes zich in een grijze zone bevindt, wordt voorgesteld deze retributie af te schaffen.
De procedure ingeval van niet betaling blijft behouden en omvat de volgende stappen:
De beslissing van de gemeenteraad van 18.04.2024 houdende retributie voor het versturen van aangetekende aanmaningen van gemeentelijke administratieve geldboetes wordt opgeheven.