Terug
Gepubliceerd op 11/06/2026

Besluit  Gemeenteraad

do 13/11/2025 - 20:00

Reglement betreffende clubhuizen van motorclubs

Aanwezig: Isabelle Dehond, Voorzitter van de gemeenteraad
Gwendolyn Rutten, Burgemeester
Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, schepenen
Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Marnik Jordens, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Marleen Verhaegen, gemeenteraadsleden
Christi Van Calster, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Nico Creces, Joke Hoornaert, gemeenteraadsleden
Afwezig: Peggy de Jonge, Raadslid
Regelgeving
  • het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en de bijhorende besluiten en omzendbrieven van de Vlaamse regering;
  • de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen;
  • de wet van 11.04.1994 betreffende de openbaarheid van bestuur;
  • het bestuursdecreet van 7 december 2018;
  • het besluit van de Vlaamse Regering d.d. 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen;
Feiten, context en motivering

De gemeente staat in voor de bewaking van de openbare rust, veiligheid, gezondheid en kan alle maatregelen nemen tegen het verstoren van de openbare orde (met inbegrip van overlast), inclusief het nemen van politiemaatregelen.

De gemeente heeft de plicht toe te zien op de veiligheid van haar burgers en inwoners.

De gemeente is zich bewust van de noodzaak van een goed georganiseerd bestuur, hetgeen onder andere betekent dat de gemeente over de nodige reglementen en verordeningen beschikt, waarbij de naleving ervan wordt gehandhaafd.

 

Het doel van dit reglement is om motorclubs en straatbendes die veelal hiërarchisch zijn gestructureerd, te weren uit de gemeente om de verstoring van de openbare orde, met inbegrip van overlast, die zij veroorzaken, tegen te gaan.   

Het is noodzakelijk om de risico’s die de inplanting en de exploitatie van clubhuizen van motorclubs met zich kunnen meebrengen (o.a. het aan- en afrijden van lawaaierige voertuigen, ’s nachts en overdag, wildparkeren, geluidsoverlast, enz.) te controleren ter vrijwaring van de openbare rust en veiligheid. Bovendien kan er met betrekking tot deze inrichtingen een risico op criminaliteit ontstaan.

 

Ingevolge de bestuurlijke aanpak van criminele motorclubs in Nederland en Duitsland hebben tal van clubhuizen van motorclubs zich gevestigd in België of willen dit doen.

De aangrenzende provincies Limburg en Antwerpen treden reeds bestuurlijk op tegen de vestiging van motorclubs binnen hun gemeenten door het invoeren van reglementen op clubhuizen van motorclubs.

Er is sprake van een verplaatsing van de motorclubs vanuit Nederland en Duitsland naar België, maar ook van een verschuiving tussen de Belgische gemeenten onderling.

Er heerst een historische rivaliteit tussen motorclubs en gelijkaardig georganiseerde, hiërarchisch gestructureerde bendes, hun supportersclubs, leden en sympathisanten.

Zowel in Nederlands Limburg als in de Duitse Deelstaat Nordrein-Westfalen evenals in België hebben recent zware incidenten plaatsgevonden tussen motorclubs, namelijk:

  • oktober 2014: Overpelt (B) - lichaam lid Satudarah in het kanaal aangetroffen
  • november 2014: 20 niet-vergunde wapens aangetroffen bij huiszoekingen op rivaliserende motorclubs
  • mei 2015: Tongeren (B) - drugs en wapens teruggevonden bij motorclublid
  • december 2015: Brussel (B) - terreurverdachten opgepakt in onderzoek motorclub
  • december 2015: Luik (B) - rivaliserende motorclubs raken slaags, één man overlijdt aan verwondingen
  • januari 2016: cannabisplantage ontdekt bij Hells Angels
  • maart 2017: wapens in beslag genomen bij No Surrender in het kader van onderzoek wapenhandel
  • mei 2017: Tongeren (B) - ontvoering gelinkt aan clubhuis motorclub
  • juni 2017: Genk (B) - aanslag met granaten aan pand ex-clublid
  • juli 2017: Genk (B) - brandstichting aan auto van een clublid
  • augustus 2017: Genk (B) - brandstichting aan auto van een clublid
  • augustus 2017: Genk (B) - molotovcocktail gegooid naar stamcafé van een motorclub
  • februari 2018: Hasselt (B) - auto ex-lid supportersclub Satudarah in brand gestoken
  • maart 2018: Limburg (B) - wapenarsenaal gevonden in clubhuizen Hells Angels
  • augustus 2018: Hagen (D) - Bandido ernstig gewond door schoten voor een café
  • augustus 2018: Herne (D) - Bandidos slaan leden van hobby-motorclub Living Dead in coma
  • november 2018: leden motorclub gelinkt aan moord op Belgische zakenman
  • december 2018: Nieuwstadt (NL): Handgranaat in auto Bandidos
  • december 2018: Brugge (B) - ex-lid motorclub toegetakeld met bunsenbrander door leden No Surrender
  • april 2019: Tiel (NL) - steekpartij op A15
  • september 2019: veiligheidsdiensten ongerust dat motorclubs en neonazi’s elkaar vinden
  • februari 2021: 3 leden van een motorclub in het bezit van molotovcocktails op E19
  • april 2021: Antwerpen en Vlaams-Brabant - wapenarsenaal aangetroffen bij Outlaws
  • augustus 2021: Oost- en West-Vlaanderen - motorclub gelinkt aan productie van drugs en bezit van wapens
  • november 2021: topman Bandidos gelinkt aan de invoer van 12 ton cocaïne
  • december 2021: Menen (B) - granaat gegooid naar rijhuis in het kader van conflict binnen een motorclub
  • november 2022: Waals-Brabant (B) - drugs en wapens aangetroffen tijdens huiszoekingen op motorclub 
  • juli 2023: Henegouwen (B) - motorclub takelt 1 man toe en doodt een andere voor de ogen van feestvierders
  • september 2023: motorclub verlaat clubhuis na overlast
  • april 2024: Diest - motorclub maakt amok op dance-evenement

Ook op het grondgebied van enkele gemeenten rondom Aarschot hebben zich al problemen voorgedaan met motorclubs.

Uit de aard en plaats van de bovenvermelde incidenten blijkt dat de leden van criminele motorclubs confrontaties op plaatsen en evenementen - publiek dan wel besloten - niet schuwen en mekaar met wapens bevechten. Het risico op provocatie of confrontatie tussen rivaliserende motorclubs is gezien het huidige spanningsveld in de Euregio  zeer reëel.

 

Een reglement, waarbij een uitbatingsvergunning wordt afgeleverd na een grondig administratief onderzoek, is een waardevol instrument om deze inrichtingen zoveel mogelijk te beheersen en te controleren en hierdoor de openbare orde en het sociaal weefsel te vrijwaren en te garanderen.

De gemeente kan door dit reglement tegemoetkomen aan de wendbaarheid van criminelen die steeds veranderen van locatie en handelswijze omdat ze zoeken naar de minste weerstand om hun praktijken te ontplooien.

Publieke stemming
Aanwezig: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Marnik Jordens, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Marleen Verhaegen, Christi Van Calster
Voorstanders: Isabelle Dehond, Gwendolyn Rutten, Jill Schellens, Gerry Vranken, Annick Geyskens, Nicole Van Emelen, Ronny De Rijck, Kurt Lemmens, Mattias Paglialunga, Nele Pelgrims, Leo Janssens, Koen Nijs, Petra Vanlommel, Stef Van Calster, Thomas Salaets, Dries Van Horebeek, Gerda Vandegaer, Marnik Jordens, Liesbeth Roelants, Ansje Vicca, Els Wouters, Elke Peeters, Berdien Verbruggen, Rozane De Cock, Julien Heylen, Klaartje Bruyninckx, Guido Vencken, Marleen Verhaegen
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Besluit

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVING

Artikel 1

Voor de toepassing van het politiereglement wordt verstaan onder:

  • Uitbater: de natuurlijke persoon of personen, de feitelijke vereniging, of de rechtspersoon, al dan niet eigenaar of handelaar, die in rechte en/of in feite het clubhuis uitbaat of zal uitbaten;
  • Organen van de uitbater (rechtspersoon): alle personen die enige bevoegdheid hebben tot het nemen van beslissingen of het vertegenwoordigen van de rechtspersoon als uitbater van het clubhuis;
  • Leden: de natuurlijke personen die zich actief verbinden met de werking en de doelstellingen van de motorclub en deelnemen aan de activiteiten of de communicatie binnen de club;
  • Uitbatingsvergunning: een toelating van de burgemeester die aan de uitbater het recht verleent op een welbepaalde locatie een clubhuis voor motorclubs uit te baten;
  • Vestigingseenheid: elke plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres, waar ten minste één activiteit van de onderneming wordt uitgeoefend of van waaruit het clubhuis wordt uitgebaat;
  • Clubhuis: een ontmoetingsplek waar de leden van de motorclub, sympathisanten en leden van supportclubs elkaar treffen.
  • Ontmoetingsplek: elke publiek toegankelijke inrichting waartoe andere personen dan de beheerder en de personen die er werkzaam zijn toegang hebben, ofwel omdat ze geacht worden gewoonlijk toegang te hebben tot die plaats, ofwel omdat ze toegelaten zijn zonder individueel te zijn uitgenodigd;
  • Motorclub: een hiërarchisch gestructureerde groep van twee of meer personen gekenmerkt door een gemeenschappelijke ideologie of groepscultuur die naar de buitenwereld wordt veruitwendigd door het gebruik van gemeenschappelijke kenmerken, zoals symbolen, clubemblemen, colors, tatoeages, materialen, voertuigen, kledij, foto’s en ongeacht het effectieve bezit of gebruik van een motor;
  • Werkdag: elke dag, behalve zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen;


HOOFDSTUK 2. TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 2. De inrichtingen die een uitbatingsvergunning vereisen

§1.De bepalingen van dit reglement zijn van toepassing op volgende publiek toegankelijke inrichting(en):

  • clubhuizen van motorclubs

§2. Elke uitbater van de inrichtingen vermeld in §1 op het grondgebied van de gemeente Aarschot moet voor het openen, het openhouden of het heropenen van de inrichting in het bezit zijn van een geldige uitbatingsvergunning. Het is verboden om op het grondgebied van de gemeente zonder vergunning een clubhuis van een motorclub uit te baten.

§3. Dit reglement doet geen afbreuk aan andere regelgeving van toepassing op de publiek toegankelijke inrichting.

 

HOOFDSTUK 3. PROCEDURE

Artikel 3. De aanvraag

§1. Voor het verkrijgen van een uitbatingsvergunning dient de uitbater een gemotiveerde aanvraag in bij de burgemeester.

§2. De vergunningsaanvraag verloopt in 2 stappen:

Stap 1 betreft de algemene aanvraag en bestaat minstens uit

  • een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
  • een kopie van het officieel identificatiebewijs van hetzij de uitbater -natuurlijke persoon-, hetzij de bestuurders van de vereniging als uitbater, hetzij de organen van de rechtspersoon als uitbater;
  • een kopie van het officieel identificatiebewijs van de aangestelde(n) van de uitbater;
  • het telefoonnummer en e-mailadres waarop de uitbater te bereiken is;
  • de naam van de motorclub;
  • het juiste adres, telefoonnummer en e-mailadres van het clubhuis;
  • een uittreksel uit het strafregister volgens artikelen 595 en 596 van het Wetboek van Strafvordering (max. 3 maand oud) van de uitbater, de organen en/of vertegenwoordigers van de uitbater en van de natuurlijke personen die in feite belast zijn met de uitbating of een gelijkaardig uittreksel uit het strafregister indien de uitbater niet de Belgische nationaliteit heeft, desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald;
  • een kopie van inschrijving bij de Kruispuntbank van Ondernemingen;
  • een kopie van de statuten (indien uitbating door een rechtspersoon);
  • een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid;

Op basis van deze stukken vraagt de burgemeester een advies aan de politie en eventueel aan andere diensten. 

Zij adviseren de burgemeester om:

  • ofwel de vergunning af te leveren, op voorwaarde van een positieve beoordeling betreffende de onderzoeken in hoofdstuk 4;
  • ofwel bijkomende stukken op te vragen (stap 2 van de aanvraag);
  • ofwel de vergunning te weigeren conform hoofdstuk 5;

 

In geval stap 2 van toepassing is, zal de burgemeester bij de aanvrager volgende bijkomende stukken opvragen:

  • de ledenlijst van de motorclub (naam, voornaam, geboortedatum en adres);
  • een overzicht van alle natuurlijke personen en rechtspersonen die in welke hoedanigheid ook betrokken zijn bij de exploitatie van de publiek toegankelijke inrichting, met opgave van de naam, de voornaam, het ondernemingsnummer, de nationaliteit en het arbeidsstatuut (werknemer/zelfstandige/vrijwilliger) evenals een kopie van een officieel identificatiebewijs en een bewijs van aansluiting/aangifte bij de sociale zekerheid van al deze (rechts)personen indien dit wettelijk verplicht is;
  • een bewijs dat de aanvrager kan beschikken over de aangevraagde vestigingsplaats (vb. een eigendomsakte of een huurcontract);
  • een kopie van het actuele UBO-register/aandeelhoudersregister;
  • in voorkomend geval:  
    • een overzicht van alle oprichtingskosten en investeringen, evenals alle financieringsbronnen die hiervoor aangewend werden of worden met opgave van een onderscheid tussen eigen vermogen en vreemd vermogen, inclusief stavingsstukken voor de financieringsbronnen, en met opgave van de bankrekeningnummers die gebruikt (zullen) worden voor de exploitatie;
    • een kopie van alle verplichte periodieke btw-aangiften voor de periode van 24 maanden voorafgaand aan de aanvraag of voor de periode vanaf de oprichting van de onderneming tot de aanvraag van de uitbatingsvergunning, indien deze korter is dan 24 maanden;                                                                  
    • een kopie van de btw-rekening-courant die op de dag van de aanvraag niet ouder is dan 7 kalenderdagen. Indien de rekening-courant op nul werd gezet of definitief werd afgesloten, dient een kopie van de bijzondere rekening toegevoegd te worden, die op de dag van de aanvraag niet ouder is dan 7 kalenderdagen;
    • een kopie van de laatste verplicht op te stellen (interne) jaarrekening, ongeacht de verplichting tot neerlegging en/of publicatie;
    • een kopie van het dagontvangstenboek van de 6 volledige maanden voorafgaand aan de aanvraag van de uitbatingsvergunning of vanaf de oprichting van de onderneming tot de aanvraag van de uitbatingsvergunning, indien deze korter is dan 6 maanden;


Artikel 4. Ontvankelijkheid van de aanvraag

§1. De aanvraag is onvolledig wanneer de informatie en/of de documenten, vermeld in artikel 3  ontbreken. De aanvrager beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen beginnend op de eerstvolgende dag na mededeling van de onvolledigheid, om ontbrekende informatie en/of documenten in te dienen. Zo niet, wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard.

§2. De burgemeester kan beslissen dat nader te bepalen relevante documenten moeten overhandigd worden ter beoordeling van de uitbatingsvergunningaanvraag. Indien de documenten niet binnen een termijn van 30 kalenderdagen beginnend op de eerstvolgende dag na de mededeling van dit verzoek worden aangeleverd, wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard.

§3. De aanvraag is onontvankelijk wanneer op de plaats van aanvraag de functie stedenbouwkundig onverenigbaar is met de bestemmingszone.

§4. Een nieuwe aanvraag van dezelfde uitbater, voor dezelfde plaats én voor dezelfde soort inrichting, volgend op een onontvankelijke aanvraag, kan ten vroegste zes maanden na de datum vermeld in de onontvankelijkheidsbeslissing worden ingediend, op straffe van onontvankelijkheid.


Artikel 5. Ten gronde

§1. Na de melding van een ontvankelijke aanvraag, volgen de onderzoeken zoals vermeld in hoofdstuk 4.

§2. Binnen een termijn van 90 werkdagen beginnend op de eerstvolgende dag na de melding van een ontvankelijke en volledige aanvraag, wordt de beslissing vermeld in hoofdstuk 5 genomen. Indien gerechtvaardigd door de complexiteit van het dossier, mag deze termijn éénmaal worden verlengd met maximaal dezelfde duur.

§3. Wanneer er geen beslissing wordt genomen binnen 90 werkdagen, of indien van toepassing 180 werkdagen bij complexe dossiers, wordt de vergunning geacht te zijn verleend.

 

Artikel 6. Geldigheid van de uitbatingsvergunning

§1. De uitbatingsvergunning is geldig te rekenen vanaf de datum die vermeld wordt in de vergunning of bij gebrek hieraan vanaf de ondertekening door de burgemeester.

§2. De uitbatingsvergunning wordt afgeleverd aan de uitbater vermeld in de ontvankelijke aanvraag voor een welbepaalde vestigingseenheid. De vergunning kan niet worden overgedragen aan een andere uitbater of naar een andere vestigingseenheid.

§3. Voor eenzelfde vestigingseenheid kan slechts één uitbatingsvergunning aangevraagd en afgeleverd worden voor éénzelfde clubhuis binnen dezelfde periode.

§4. Bij iedere wijziging van vestigingseenheid of wijziging met betrekking tot de uitbater dient er een nieuwe uitbatingsvergunning aangevraagd te worden. In de volgende gevallen is er sprake van een wijziging met betrekking tot de uitbater:

  • indien het gaat om een natuurlijke persoon als uitbater: de overdracht naar een andere natuurlijke persoon of naar een rechtspersoon of de uitbreiding met een bijkomend persoon;
  • indien het gaat om een rechtspersoon als uitbater: een wijziging van de bestuurders/vennoten, wijziging van rechtsvorm of de overdracht van de rechtspersoon naar een andere rechtspersoon of natuurlijke persoon of de fusie met of overname door een andere rechtspersoon;

§5. De uitbater is verplicht alle wijzigingen in het clubhuis die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid, en alle wijzigingen van gegevens opgegeven in de aanvraag, met inbegrip van elke bestemmingswijziging, uiterlijk binnen de 10 werkdagen schriftelijk te melden aan de burgemeester. De uitbater is verplicht te melden aan de burgemeester wanneer zijn inrichting definitief sluit.

§6. De uitbatingsvergunning moet zichtbaar aangebracht worden aan de inrichting, zodat ze leesbaar is vanop de openbare ruimte. De vergunning moet bovendien steeds ter inzage liggen van de politie of een bevoegd controlerend ambtenaar.

§7. De burgemeester kan beslissen om de uitbatingsvergunning te beperken in de tijd en/of bijkomende voorwaarden te koppelen aan de vergunning.

§8. Dit reglement en in het bijzonder de uitbatingsvoorwaarden vermeld in hoofdstuk 4 en in de vergunning dienen nageleefd te worden zolang de uitbating duurt. De vergunning kan worden geschorst of opgeheven overeenkomstig hoofdstuk 7 van dit reglement met betrekking tot de administratieve sancties en maatregelen. Een nieuwe aanvraag van dezelfde uitbater, voor dezelfde plaats en voor dezelfde soort inrichting volgend op een opgeheven uitbatingsvergunning, kan ten vroegste 6 maanden na de datum vermeld in de beslissing tot opheffing ingediend worden, op straffe van onontvankelijkheid.

§9. De politie of controlerend ambtenaar kan te allen tijde een of meerdere geactualiseerde documenten opvragen die overeenkomstig artikel 3 aan de aanvraag toegevoegd moeten worden. De uitbater is ertoe gehouden deze documenten uiterlijk binnen 10 werkdagen aan de politie of controlerend ambtenaar te bezorgen, waarbij de termijn een aanvang neemt op de eerstvolgende dag na de mededeling van het verzoek tot actualisatie. 


HOOFDSTUK 4. UITBATINGSVOORWAARDEN

AFDELING 1. ADMINISTRATIEF ONDERZOEK

Artikel 7. Voorafgaand administratief onderzoek

§1. Na de melding van een ontvankelijke aanvraag, volgt het administratief onderzoek. De uitbatingsvergunning kan enkel worden toegekend na een voorafgaandelijk administratief onderzoek dat gunstig wordt bevonden.

Dit voorafgaandelijk administratief onderzoek omvat volgende componenten:

  • een brandveiligheidsonderzoek: een onderzoek naar de conformiteit van de inrichting met de geldende brandveiligheidsvoorschriften, verricht door de brandweerzone van de plaats van de vestiging;
  • een omgevingsonderzoek: een onderzoek naar de conformiteit van de inrichting met de geldende reglementering inzake de omgeving, meer bepaald stedenbouw en milieu, en het beschikken over de benodigde vergunningen, zowel op gemeentelijk als op Vlaams en federaal niveau;
  • een onderzoek naar de mogelijke verstoring van de openbare orde en naar eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen. Dit omvat een onderzoek om na te gaan of de uitbater of een persoon die betrokken is bij de uitbating al eerder betrokken was bij de uitbating van een publiek toegankelijke inrichting waar relevante bestuurlijke maatregelen of gemeentelijke administratieve sancties aan werd opgelegd;
  • een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten: dit is een onderzoek naar elke andere toelating die wettelijk voorgeschreven is;
  • een onderzoek naar de uitbatingsformaliteiten: dit is een onderzoek naar de naleving van de vereisten zoals omschreven in afdeling 2 van dit hoofdstuk;
  • een moraliteitsonderzoek: een onderzoek zoals omschreven in artikel 8;

§2. Het administratief onderzoek wordt verricht door de gemeente, de politie en de daartoe bevoegde externe diensten. De burgemeester kan steeds alle nuttige inlichtingen (laten) inwinnen.

§3. Het resultaat van deze onderzoeken wordt overgemaakt aan de burgemeester.

§4. De vereiste van een gunstige beoordeling van het administratief onderzoek geldt gedurende de ganse duur van de uitbating. Een negatieve beoordeling van één van deze onderzoeken tijdens de uitbating kan een schorsing of opheffing van de uitbatingsvergunning of een sluiting van de inrichting, overeenkomstig hoofdstuk 7 van dit reglement, tot gevolg hebben.

 

Artikel 8. Moraliteitsonderzoek

§1. Het moraliteitsonderzoek bestaat uit een onderzoek naar de administratieve, politionele en gerechtelijke antecedenten die relevant zijn voor het uitbaten van een clubhuis van een motorclub.

§2. Het moraliteitsonderzoek wordt, al naargelang het geval, uitgevoerd op de voor het publiek toegankelijke inrichting, op de uitbater, op de organen en/of vertegenwoordigers van de uitbater en op de natuurlijke personen die in feite belast zijn met de uitbating. Het moraliteitsonderzoek wordt in voorkomend geval ook uitgevoerd op de personen vermeld in de ledenlijst.

§3. Voor andere personen die, in welke hoedanigheid ook, deelnemen of zullen deelnemen aan de exploitatie van de inrichting, dient de uitbater te verklaren dat niemand van hen valt onder de hieronder vermelde weigeringsgronden.

§4. Het moraliteitsonderzoek wordt gevraagd aan en verricht door de politie of de daartoe bevoegde diensten.

§5. De burgemeester kan steeds alle nuttige inlichtingen inwinnen bij de politie of andere bevoegde diensten en beslist discretionair of het resultaat van het moraliteitsonderzoek zwaarwichtig genoeg is om de vergunning al dan niet te weigeren of op te heffen waarbij hij steeds het gevaar voor de openbare orde voor ogen zal houden.


AFDELING 2. UITBATINGSVOORWAARDEN

Artikel 9. Algemene verplichtingen

§1. Alle voorwaarden en verplichtingen opgenomen in dit reglement en in de vergunning zelf moeten steeds nageleefd worden zolang de uitbating duurt.

§2. De uitbatingsvergunning, de voor de inrichting vereiste attesten en het brandweerverslag dienen steeds aanwezig te zijn in de inrichting en moeten steeds op het eerste verzoek van een bevoegde controlerende ambtenaar ter inzage worden voorgelegd.


Artikel 10. Hygiëne en gezondheid

§1. Alle ruimtes, en de voorwerpen in de inrichting, moeten beantwoorden aan de in het dagelijks leven als normaal ervaren normen voor frisheid, netheid en hygiëne (vb. proper vloeroppervlak, proper materiaal, regelmatig verwijderen van afval). De gezondheid van de gebruikers en de openbare gezondheid mogen nooit gevaar lopen.

§2. Er moeten voldoende hulpmiddelen en voorzieningen aanwezig zijn die de frisheid, netheid en hygiëne garanderen.

§3. In het bijzonder moet in de inrichting minstens aanwezig zijn:

  • de mogelijkheid om elke ruimte te verwarmen (Verwarmingsmiddelen moeten voldoende veilig zijn om elke ruimte te verwarmen tot minstens 20 graden Celsius.);
  • de mogelijkheid om elke ruimte te verlichten en te verluchten;
  • voldoende afvalemmers in alle ruimtes;
  • een verbanddoos met minimaal volgende inhoud: ontsmettingsmiddel voor open wonden – klaar voor gebruik; ontsmettingsmiddel voor materiaal (pincet, schaar, naald) of eigen handen; ontsmettingsalcohol 70%; individueel verpakte steriele kompressen; rolletje hypo allergische kleefpleister; individueel verpakte steriele wondpleister; elastische verbanden; fijn inox schaartje; fijn inox splinterpincet; neutrale zeep (vloeibaar) en zuivere handdoek en washandje; ijszakje in de diepvries of instant ice in de verbanddoos (voor eenmalig gebruik); één paar niet steriele latex handschoenen; 30 ml ontsmettingsmiddel op basis van chloorhexidine.


Artikel 11. Onderhoud

De uitbater staat, desgevallend in samenspraak met de eigenaar, in voor alle herstellingen en onderhoudswerken, van welke aard of oorzaak ook, met inbegrip van deze ingegeven door overmacht, slijtage, ouderdom, normaal gebruik en verborgen gebreken.


Artikel 12. Nutsvoorzieningen

De ruimtes die betrokken zijn bij de uitbating van de inrichting, de technische installaties voor nutsvoorzieningen en andere inrichtingselementen:

  • mogen geen gebreken vertonen waardoor ze gebruiksonveilig zijn of dreigen te worden;
  • mogen geen vocht van welke aard ook doorlaten en/of schimmelvorming vertonen;
  • mogen niet beschadigd of versleten zijn aan de afwerking zoals doorbuiging van plafonds, vervorming of scheurvorming van muren, gaten in vloeren, houtrot van ramen en deuren, versleten vloerbedekking, gescheurd behang, afbladderende verf, barsten in sanitair, enz.


Artikel 13. Toegang tot de inrichting

§1. Tijdens de uitbating van de inrichting moet minstens één toegangsdeur van de inrichting en alle ruimtes in de inrichting onmiddellijk, zowel van binnen als van buiten, zonder tussenkomst van een derde geopend kunnen worden, met het oog op controle.

§2. Het is verboden om ramen van de inrichting, die zichtbaar zijn op de openbare weg, tijdens de uitbating ondoorzichtig te maken of voorwerpen te plaatsen zodat de inkijk ernstig bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt wordt (bv. door het gebruik van folie, gekleurd of ondoorzichtig glas, posters, schermen enz.).

§3. De uitbater verleent te allen tijde toegang aan reguliere hulpverlening.


Artikel 14. Aansprakelijkheidsverzekering

De uitbater van een inrichting is verplicht de burgerlijke en professionele aansprakelijkheid van alle personen die, ongeacht hun arbeidsstatuut, werken in de inrichting, te allen tijde te verzekeren door een verzekeringsmaatschappij, die gerechtigd is om verzekeringspraktijken te voeren in België.


Artikel 15. Camerabewaking

Indien camerabewaking opgelegd is als voorwaarde in de uitbatingsvergunning, moet de uitbater of zijn aangestelde tijdens het openhouden van het clubhuis minstens één bewakingscamera in werking hebben die duidelijk herkenbare beelden opneemt van iedere toekomende bezoeker.  Een automatische tijdsregistratie is hierbij verplicht. 

De regelgeving inzake camerabewaking is integraal van toepassing.


Artikel 16. Ledenlijst

§1. De uitbater dient een ledenlijst bij te houden met vermelding van naam, voornaam, roepnaam of alias, geboortedatum, rijksregisternummer. 

§2. Op eerste verzoek van de lokale politie of de gemeente dient de uitbater de volledige en actuele ledenlijsten gedurende de laatste 6 maanden te overhandigen. 

 

HOOFDSTUK 5. BESLISSING

Artikel 17.

§1. Op basis van de hogervermelde onderzoeken kan de burgemeester beslissen om:

  • de vergunning af te leveren;
  • een (tijdelijke) vergunning te verlenen gekoppeld aan de in de vergunning opgesomde voorwaarden. Deze zijn afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het dossier en kunnen onder meer zijn: de verplichte installatie van één of meerdere bewakingscamera’s, de inzet van bewakingsagenten, het instellen van een toegangscontrole op basis van een lidkaart, een sluitingsuur en voldoende parkeergelegenheid.
  • de uitbatingsvergunning te weigeren conform §2 van dit artikel.

§2. De burgemeester kan de uitbatingsvergunning weigeren als:

  • niet voldaan is aan de wettelijke of reglementaire bepalingen en voorwaarden van toepassing op de inrichting, inclusief de bepalingen zoals voorgeschreven in dit reglement;
  • minstens één van de onderzoeken die voorafgaan aan het verlenen van de vergunning een negatief resultaat oplevert;
  • de openbare orde, ook eventueel veroorzaakt door overlast, gevaar loopt;
  • een controle door de ambtenaar van de stad en/of de politie wordt verhinderd of;
  • de aanvraag onjuiste gegevens bevat, waardoor de openbare orde in het gedrang zou komen.

§3. Een nieuwe aanvraag van dezelfde uitbater en voor dezelfde vestigingseenheid, volgend op een geweigerde aanvraag, kan ten vroegste 6 maanden na de datum vermeld in de weigeringsbeslissing worden ingediend, op straffe van onontvankelijkheid.


HOOFDSTUK 6. VERVAL VAN DE VERGUNNING

Artikel 18.

De uitbatingsvergunning vervalt van rechtswege:

  • op het moment dat de uitbating van de publiek toegankelijke inrichting voor een periode van langer dan 6 maanden feitelijk is onderbroken;
  • in geval van faillissement, vereffening, gerechtelijk akkoord of iedere andere vorm van collectieve schuldenregeling;
  • in geval van een veroordeling tot gerechtelijke sluiting;
  • in geval van ontbinding van de rechtspersoon;
  • in geval van wijziging met betrekking tot de uitbater;
  • in geval van schrapping van de betrokken vestiging of ambtshalve doorhaling volgens de gegevens van de Kruispuntbank voor Ondernemingen;
  • in geval van stopzetting van de uitbater;
  • in geval van een gerechtelijk beroepsverbod voor de uitbater, een rechtspersoon of één van zijn organen;

 Een nieuwe aanvraag van dezelfde uitbater, voor dezelfde plaats én voor dezelfde soort inrichting, nadat de uitbatingsvergunning van rechtswege vervallen is, kan ten vroegste 6 maanden na de datum van het verval worden ingediend, op straffe van onontvankelijkheid.


HOOFDSTUK 7. SANCTIES

Artikel 19. 

§1. Voor zover wetten, decreten, besluiten, algemene of provinciale verordeningen geen andere straffen voorzien, kan elke overtreding van dit reglement worden bestraft met een gemeentelijke administratieve sanctie overeenkomstig de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (BS 1 juli 2013):

  • een administratieve geldboete; of
  • een schorsing of opheffing van de uitbatingsvergunning; en/of
  • een tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van de inrichting.

Aan de sancties opgelegd door het college gaat een waarschuwing van de overtreder vooraf.

De sancties opgelegd door het college worden door de politie betekend en/of met een aangetekende brief ter kennis gebracht aan de overtreder.

§2. Onverminderd het voorgaande, kan de politie bij vaststelling van uitbating zonder uitbatingsvergunning de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.

 

HOOFDSTUK 8. BEKENDMAKING EN INWERKINGTREDING

Artikel 20. Bekendmaking

§1. Dit reglement zal bekendgemaakt worden overeenkomstig de artikelen 285 - 287 van het decreet lokaal bestuur.

§2. Afschrift van dit reglement zal, conform artikel 40 decreet lokaal bestuur, worden verzonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan de politierechtbank te Leuven.


Artikel 21. Inwerkingtreding

Dit reglement treedt onmiddellijk in werking.