Het algemeen politiereglement is geen statisch document, maar moet geregeld up-to-date gebracht worden - ook aan de hogere wetgeving - om de gemeentelijke overheid in staat te stellen een gepast antwoord te bieden op vlak van bestuurlijke handhaving van fenomenen die de openbare orde verstoren en/of zorgen voor openbare overlast.
Naar aanleiding van de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026 dringen zich een aantal aanpassingen op aan het Algemeen Politiereglement.
In februari 2024 werd een nieuw Strafwetboek aangenomen, dat vanaf 1 september 2026 het huidige Strafwetboek zal vervangen. Deze hervorming heeft niet alleen gevolgen voor het strafrechtelijk handhavingskader, maar ook voor de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) en de inhoud van de gemeentelijke politiereglementen.
Een eerste wijziging betreft de afschaffing van de politiestraffen. Vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek zullen gemeenten voor de handhaving van hun politiereglementen enkel nog kunnen opteren voor gemeentelijke administratieve sancties. Aangezien de stad reeds eerder de keuze heeft gemaakt om overtredingen van het Algemeen Politiereglement uitsluitend via het GAS-systeem te handhaven, heeft deze wijziging geen gevolgen voor de huidige handhavingspraktijk of voor de inhoud van het Algemeen Politiereglement.
Daarnaast worden in het nieuwe Strafwetboek verschillende misdrijven die momenteel afzonderlijke gemengde inbreuken vormen, samengebracht in nieuwe en ruimer geformuleerde strafrechtelijke bepalingen. Hierdoor stemmen de huidige verwijzingen naar het Strafwetboek in het Algemeen Politiereglement niet langer overeen met de toekomstige strafrechtelijke regelgeving.
Een aanpassing van deze gemengde inbreuken in het Algemeen Politiereglement is momenteel evenwel niet mogelijk. De GAS-wet van 24 juni 2013 bepaalt immers limitatief welke strafrechtelijke inbreuken als gemengde inbreuken door gemeenten administratief kunnen worden gehandhaafd. Vooraleer de gemeentelijke regelgeving kan worden aangepast, dient de federale wetgever daarom eerst de GAS-wet te wijzigen en de nieuwe strafrechtelijke bepalingen daarin op te nemen.
Aangezien de bestaande bepalingen inzake gemengde inbreuken verwijzen naar artikelen uit het huidige Strafwetboek die vanaf 1 september 2026 worden opgeheven, zal vanaf die datum niet langer kunnen worden geverbaliseerd op basis van deze bepalingen. Om die reden is het aangewezen de betrokken artikelen van het Algemeen Politiereglement op te heffen in afwachting van een aanpassing van de GAS-wet en de daaropvolgende actualisering van het reglement.
Op dit ogenblik is nog geen concrete timing bekend voor deze noodzakelijke wijziging van de GAS-wet. Uit informele communicatie vanuit de federale administratie blijkt dat deze wijziging vermoedelijk zal worden opgenomen in een wet houdende diverse algemene bepalingen, waarvan de goedkeuring niet vóór de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek wordt verwacht. Dit betekent dat vanaf 1 september 2026 voor deze inbreuken tijdelijk geen gemeentelijke administratieve sancties meer zullen kunnen worden opgelegd. Bovendien zullen lopende GAS-procedures met betrekking tot deze feiten vanaf die datum door de sanctionerend ambtenaar moeten worden stopgezet.
Ten slotte worden door het nieuwe Strafwetboek ook een aantal feiten gedepenaliseerd. Het betreft onder meer nachtlawaai en feitelijkheden of lichte gewelddaden. Voor deze gedragingen kan de gemeente wel reeds anticiperend optreden. Aangezien deze feiten vanaf 1 september 2026 niet langer strafbaar zullen zijn op grond van hogere regelgeving, kunnen zij worden opgenomen als autonome, niet-gemengde GAS 1-inbreuken in het Algemeen Politiereglement.
Door deze gedragingen als GAS 1-inbreuken te kwalificeren, behoudt de gemeente de mogelijkheid om op te treden tegen vormen van openbare overlast die de openbare rust, veiligheid of leefbaarheid aantasten, en wordt vermeden dat deze feiten vanaf 1 september 2026 onbestraft zouden blijven.
De volgende aanpassingen worden voorgelegd ter goedkeuring.
Omzetting van gedepenaliseerde inbreuken naar GAS 1 - inbreuken
NACHTLAWAAI (huidig artikel 561, 1° Strafwetboek) - Afdeling 2. geluidshinder, Hoofdstuk IV. Milieu en openbare rust
Art. 8. Het is verboden tussen 22.00 uur en 7.00 uur geluiden, geruchten of rumoer te veroorzaken die de rust van de inwoners kunnen verstoren.
Art. 34. Degene die de bepalingen van de artikelen 5 tot 33 overtreedt, kan bestraft worden met een administratieve geldboete.
Kunnen gestraft worden met de respectievelijke straffen bepaald in het strafwetboek (artikel 561, 1°) of met een administratieve geldboete zij die zich schuldig maken aan nachtgerucht of nachtrumoer waardoor de rust van de inwoners kan worden verstoord en dit tussen 22 uur en 7 uur.
Motivering
Het huidige misdrijf van nachtgerucht of nachtrumoer, zoals opgenomen in artikel 561, 1° van het Strafwetboek, wordt met de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026 gedepenaliseerd. Hierdoor zal deze gedraging niet langer strafrechtelijk sanctioneerbaar zijn.
Om te voorkomen dat dergelijke overlast vanaf die datum onbestraft blijft, wordt voorgesteld deze gedraging op te nemen als een niet-gemengde gemeentelijke administratieve sanctie (GAS 1-inbreuk). Op die manier behoudt de gemeente de mogelijkheid om op te treden tegen nachtelijke geluidshinder die de openbare rust verstoort.
Voorstel wijziging
Art. 8. Nachtlawaai
§1. Doel en toepassingsgebied
Dit artikel heeft tot doel de openbare rust, veiligheid en leefbaarheid te vrijwaren door het beperken van nachtlawaai binnen het grondgebied van het lokaal bestuur.
De bepalingen zijn van toepassing op alle natuurlijke en rechtspersonen.
§2. Definitie
Onder nachtlawaai wordt verstaan:
Elk geluid dat tussen 22 uur en 7 uur de nachtrust van omwonenden kan verstoren, ongeacht de oorsprong, aard, duur of intensiteit ervan.
Dit omvat onder meer, niet-limitatief:
§3. Verbodsbepaling
Het is verboden nachtlawaai te veroorzaken of toe te laten tussen 22 uur en 7 uur wanneer dit
Bovenstaande betreft een niet-limitatieve opsomming.
§4. Uitzonderingen
De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op:
Deze uitzonderingen gelden enkel voor zover de hinder tot het strikt noodzakelijke wordt beperkt.
Art. 34. Degene die de bepalingen van de artikelen 5 tot 33 overtreedt, kan bestraft worden met een administratieve geldboete.
Artikel 563, 3° van het huidige Strafwetboek sanctioneert bepaalde feitelijkheden en lichte gewelddaden die geen verwonding of lichamelijk letsel veroorzaken.
Met de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek op 1 september 2026 wordt een onderscheid gemaakt tussen gedragingen die aanleiding kunnen geven tot lichamelijk letsel, pijn of schade aan de gezondheid enerzijds en gedragingen waarbij daarvan geen sprake is anderzijds. De eerstgenoemde gedragingen blijven strafbaar als misdrijf gewelddaden. De overige gedragingen worden gedepenaliseerd en vallen niet langer onder het toepassingsgebied van het Strafwetboek.
De gedepenaliseerde gedragingen hebben betrekking op feiten die waarbij geen enkele link kan worden gemaakt met een lichamelijk letsel, pijn of schade aan de gezondheid en die naar hun aard beperkt van ernst zijn. Het betreft onder meer handelingen zoals het afnemen van een hoed, het trekken aan kleding, het bevuilen van kleding of gelijkaardige gedragingen die geen lichamelijk letsel, pijn of gezondheidsschade veroorzaken. ((Parl. St. Kamer, 2022-2023, nr. 55-3518/001, 43)
De gemeente beschikt over de mogelijkheid om deze gedepenaliseerde gedragingen alsnog op te nemen als autonome GAS 1-inbreuken in het Algemeen Politiereglement. Na beoordeling wordt evenwel voorgesteld hiervan geen gebruik te maken.
De betrokken gedragingen worden geacht van beperkte ernst te zijn en beantwoorden niet aan de overlastfenomenen waarmee de stad vandaag in de praktijk wordt geconfronteerd. Bovendien wordt vastgesteld dat dergelijke feiten slechts uitzonderlijk voorkomen en geen wezenlijke impact hebben op de openbare orde, rust, veiligheid of leefbaarheid binnen de gemeente.
Om die redenen wordt voorgesteld geen nieuwe GAS 1-bepaling op te nemen ter vervanging van de gedepenaliseerde delen van artikel 563, 3° van het huidige Strafwetboek.
De gemeenteraad gaat akkoord met de vermelde aanpassingen aan het Algemeen Politiereglement.
Artikel 2
De gemeenteraad stelt de gecoördineerde versie van het Algemeen Politiereglement vast. (versie juni 2026)
Artikel 3
De voorgestelde wijzigingen treden in werking op 1 september 2026, tenzij de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek door de federale regering wordt uitgesteld. In dat geval treden de aanpassingen in werking op de door de federale regering bepaalde dat van inwerkingtreding van het nieuwe strafwetboek.